Bidt zonder ophouden · 1 Thessalonicenzen 5 · biddag

Bidt zonder ophouden
Preek 1 Thessalonicenzen 5:17: Verblijdt u allen tijd. Bidt zonder ophouden. Dankt God in alles; want dit is de wil Gods in Christus Jezus over u.

Thema preek 1 Thessalonicenzen 5: Bidt zonder ophouden

  1. Wat is bidden?
  2. Wat is: bidden zonder ophouden?
  3. Waarom is dat nodig?
  4. Waarom is dat zo moeilijk?
  5. Wat als je dit doet?

PDF LEESPREEK

Preek 1 Thessalonicenzen 5: Bidt zonder ophouden

Gemeente, de tekst voor de preek op deze biddag kunt u vinden in 1 Thessalonicenzen 5, daarvan het 17e vers.
We overdenken met Gods hulp 1 Thessalonicenzen 5 vers 17, waar staat:
Bidt zonder ophouden

Jongens en meisjes, het is biddag. Fijn dat je in de kerk bent. Het is biddag, dus gaat de preek van vanmorgen over bidden.

Mag ik je eens vragen: ‘Bid jij eigenlijk?’
Je zegt: ‘ja, ‘s morgens als ik uit bed kom en ‘s avonds als ik naar bed ga, en op school, en voor en na het eten, en in de kerk…’
En bid je dan ook echt mee? Of hoor je het gewoon een beetje aan, totdat het klaar is en je amen hoort?
Bid je trouwens ook weleens voor jezelf alleen? Omdat je zelf iets aan de Heere wilt vragen? Iets wat je nodig hebt? Of omdat je graag dicht bij Hem bent?
Heb je een stil plekje in huis waar je misschien wel vaker stilletjes naar toe gaat om te bidden? Omdat je hart als het ware vastgeknoopt zit aan de Heere? Omdat je zonder de Heere niet leven kan? Je zegt: ‘God heb ik lief, want die getrouwe Heere hoort mijn stem, als ik bid.’
Of bid je nooit? Denk je, dat je alles zelf kan? Heb je de Heere niet nodig?

Mag ik u vragen, volwassenen: ‘Bidt u wel?’
Ja, ik bedoel op dezelfde manier als de kinderen, die ik net aansprak. Hebt u, zoals de Bijbel dat noemt, een binnenkamer? Een plaats waar niemand u ziet, maar waar u alles wat in uw hart is, waar u letterlijk uw hart uitstort voor het aangezicht van de Heere?
Een biddeloos mens, zegt de bekende dominee Thomas Boston, is een goddeloos mens.
Maar een mens die genade gekregen heeft, moet altijd weer terug, om te bedelen bij de Bron. Hoewel er helaas ook tijden en perioden kunnen zijn, dat ons gebed zo koud en zo weinig is.

Bidt zonder ophouden.
Laten we in de preek van vanmorgen vijf vragen gaan stellen aan de tekst, waarin het gaat om (dat is het thema van de preek): Altijd bidden

Deze vijf vragen:

  1. Wat is bidden?
  2. Wat is bidden zonder ophouden?
  3. Waarom is dat nodig?
  4. Waarom is dat zo moeilijk?
  5. Wat gebeurt er, en wat krijg je, als je dat doet?

Als eerste dus:

1. Wat is bidden?

Wat doe je eigenlijk, jongens en meisjes, als je je handen vouwt en je ogen dicht doet?
En als je echt oplet?
a. Als je bidt, dan sta je voor de heilige Heere in de hemel. En dus buig je je hart en je hoofd voor de grote God. Want je weet: God is groot. En ik ben maar klein en zondig.
En ik ben niet waard dat God naar me zou luisteren.
Dus: bidden is buigen.

b. Bidden is ook belijden.
Eerlijk tegen de Heere zeggen wie je bent en wat je gedaan hebt. Eerlijk tegen de Heere zeggen: ‘Heere, ik heb gezondigd. Ik heb gedaan, zoveel en zo vaak, wat kwaad, wat zonde is in Uw ogen.’
Bidden is zonden belijden, zoals de tollenaar dat doet in de tempel. Hij schaamt zich voor God. Hij kijkt naar beneden. Hij slaat op zijn borst van berouw. En hij zegt: ‘o God, wees mij zondaar genadig.’
Dus bidden is buigen. Bidden is ook zonden belijden.

c. En bidden is ook (wat vergeten we dat vaak): danken.
Want hoeveel vragen we ook hebben, veel meer is er, waar we voor danken moeten. Zelfs al heb je heel veel verdriet, als je eerlijk bent, heb je nog zoveel dingen die de Heere uit genade wel aan je geeft: een huis, eten, drinken, kleren, mensen om je heen, de school, de Bijbel, de kerk.
Daarom staat na deze tekst bidt zonder ophouden, ook die andere tekst: dankt God in alles. Dank God in alle omstandigheden. Wat er ook is, wat er ook gebeurd is, ook al heb je heel veel verdriet, vergeet niet om de Heere te danken. Want Hij is zo goed voor ons. Laat ons verdriet niet zo groot worden, dat we de zegeningen van de Heere niet meer zien.
Dus: bidden is buigen, zonden belijden en danken.

d. Bidden is ook vragen.
Dingen voor het gewone leven: ‘Heere, geef ons alstublieft heden ons dagelijks brood.’
We moeten bidden en vragen om dingen, die we nodig hebben. Niet om allerlei dingen die niet echt nodig zijn, waardoor we de Heere misschien wel gaan vergeten. Maar wel om eten en drinken, om hulp van de Heere bij ons werk, om gezondheid, om liefde thuis, om bewaring onderweg.
Om dingen die we echt nodig hebben, en die passen bij de wil van de Heere.
Om dingen voor het gewone leven en om dingen voor ons hart.
Bidden is vragen om vergeving van je zonden, om vergeving van alles wat je verkeerd hebt gedaan.
Bidden is vragen om een nieuw hart, dat leeft, dat een hekel heeft aan de zonde en dat van de Heere houdt.
Bidden is vragen om de zegen van de Heere als je in de kerk zit en luistert naar de preek. Bidden is vragen om licht als het donker is in je hart. Om warmte als je hart koud is. Om leven als je hart zo doods voelt. Om geloof, als je niet kan of durft te geloven.
Bidden is eenvoudig vragen.

En dat mag altijd! Je mag altijd bidden.
Vind je dat niet bijzonder, vind je dat geen wonder? Je mag je papa en mama niet altijd alles vragen. Soms zijn ze druk en zeggen ze: ‘nu even niet, hoor!’
Maar de Heere luistert altijd.
Daarom, jongelui, alsjeblieft, moet je veel bidden.
Het is de enige garantie voor een leven van rust, vrede en troost. Ondanks alles wat er gebeuren kan. Als je weet: de Heere hoort mijn stem, altijd. Hij luistert, Hij neigt Zijn oor. En als ik bid om brood, zal Hij me nooit een steen geven. Ik krijg alleen wat de Heere het allerbeste voor mij vindt.
Dus: bidden is buigen, zonden belijden, de Heere danken en vragen wat je nodig hebt.

Aan wie? Aan de Heere. De grote Hoorder van het gebed, Die altijd luistert.
En dat altijd in de Naam van de Heere Jezus. Zoals je, jongens en meisjes ook bidt: ‘Heere, doet U dat alstublieft, om Jezus wil? Want ik verdien het niet. Maar Hij heeft genade verdiend aan het kruis op Golgotha.’

2. Wat is: bidden zonder ophouden?

Bidden zonder te stoppen? Je kan toch niet altijd je ogen dicht doen?
Jongens en meisjes, het betekent wat anders.

a. Het betekent dat je heel vaak moet bidden. En dat je dat niet moet vergeten.
Als je uit bed komt, ga niet eerst je eigen dingen doen. Maar ga eerst bidden.
En als je naar bed gaat, zorg dan dat je niet zo moe bent, dat je vergeet om te bidden. Maar bid. Altijd. Ook overdag, zoals Daniel dat ook deed. Hij bad drie keer, drie tijden op een dag de Heere.

b. Je moet heel vaak bidden, en dat kan zelfs zonder woorden.
Als je in je hart zucht (zuchten is bidden zonder woorden): ‘Heere, help me toch! Heere, kom toch in mijn donkere hart! Heere, vergeef toch mijn zonden! Heere, denk toch aan mij!’
De Heere hoort dat zuchten! En Hij verhoort het op Zijn tijd.
Je kan het zelfs doen als je gewoon aan het werk bent. Ik kan het doen als ik preek. Jij kunt het doen als je op school zit te werken.
Je kan het het beste doen, jongens en meisjes, op een stil plekje in huis. Bijvoorbeeld in je kamer, waar je de deur dicht kan doen, en waar je stil je knietjes kan buigen en bidden. Niemand ziet het, de Heere alleen. De Bijbel noemt zo’n kamer een binnenkamer, een stille kamer, een bidkamer.
Waar je stil tegen de Heere je verdriet over je zonden vertelt, waar je stil vraagt om een nieuw hart. Waar je alles aan de Heere vraagt. En je Hem verwonderd dankt voor Zijn liefde en genade. Dat moet je vaak doen. Want de tekst zegt: je moet altijd bidden.

d. Bidden zonder stoppen, betekent dus eigenlijk ook, dat je nooit iets mag doen en dat je nergens mag komen, waar je niet kan bidden.
Want, dat voel je met me mee, daar wil de Heere niet dat je bent.

e. En het betekent vooral ook: volhouden, doorgaan, blijven bidden, ook al laat de Heere je een poosje wachten.
Niet zeggen: ‘ik bid nu al vijf jaar om een nieuw hart, ik heb het nog steeds niet gekregen, nu stop ik er maar mee.’
Niet zeggen, ouderen: ‘ik heb mijn knieën stuk gebeden, maar het heeft geen zin. Ik stop er mee.’
Laat mij uw stuk gebeden knieën eens zien dan!
Gemeente, volhard in het gebed.
Nog een vraag, en dan gaan we zingen.

3. Waarom is dat nodig?

Om altijd zo te bidden?
a. Omdat de Heere het waard is.
Dat we Hem niet, dat we Hem nooit vergeten.
En dat we echt eerlijk tegen de Heere zeggen, dat alles wat we nodig hebben van Hem komt. En dat Hij alles bestuurt. En dat we zonder Zijn zegen niets hebben en niets kunnen. En dat we zonder Hem altijd in gevaar zijn om zonden te doen.

b. Omdat de Heere het waard is, en omdat wij niet zonder Hem kunnen.
Jongens en meisjes, we kunnen niets zonder de Heere. En we hebben niets zonder Hem. Daarom moet je veel bidden. Daar word je heel gelukkig van.
Zoek de Heere alsjeblieft, nu je nog jong bent. Later ben je druk, ziek of moe. Later ben je oud en moet je sterven.
Als je nu de Heere zoekt, word je zo veel gelukkiger en krijgt de Heere zoveel meer eer.
Bid, zonder ophouden, zonder er mee te stoppen. Want als je bidt, dan hoort de Heere je stem.
Laten we dat samen gaan zingen uit Psalm 116:1
God heb ik lief; want die getrouwe HEERE
Hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen;
Hij neigt Zijn oor, ‘k roep tot Hem, al mijn dagen;
Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.

Gemeente, jongens en meisjes, het gaat in de preek over: altijd bidden.
Van de vijf vragen zijn er nog twee over. Vraag vier:

4. Waarom is dat zo moeilijk?

Nou, omdat er heel veel dingen zijn, die daarmee botsen. Die ervoor zorgen dat we niet willen bidden, dat we er geen tijd voor nemen, dat we er geen zin in hebben.
En dat is gevaarlijk. Want niemand kan zonder de Heere leven. En dus kan niemand zonder bidden.
Waarom willen we eigenlijk niet bidden? Waarom hebben we er vaak geen zin in? Waarom nemen we er de tijd niet voor?

a. Omdat ons zondige hart eigenlijk niet aan de Heere wil denken.
Wij zijn in het paradijs van de Heere weggegaan. Wij hebben tegen Hem gezondigd.
En sindsdien willen we alleen maar weg van God. We willen niet meer terug. We willen niet meer naar de Heere toe. We willen alles zelf doen en zelf uitzoeken.
We willen niet meer terug, en we kunnen niet meer terug. Zo zondig is ons hart voor de Heere door de zonde geworden.

Je zegt: ‘Maar hoe moet het dan? Want ik voel dat ook zo in mijn hart: Ik heb eigenlijk helemaal geen zin om te bidden, ik wil het eigenlijk gewoon niet.’
Dat snap ik. Zo was het vroeger ook in mijn eigen hart. We willen niet bidden. We willen liever computeren, spelen of andere dingen doen. Maar de Heere, jongens en meisjes, wil je hart veranderen, zodat je het wel gaat willen, zodat je het wel gaat doen.

Dus, moet je daarom vragen! ‘Heere, wilt U mij een nieuw hart geven? Wilt U mij leren bidden? Wilt U me zin geven om te bidden, dat ik het echt zal gaan doen?’
De Heere heeft beloofd, als je dat vraagt, dan wil Hij je dat ook geven. Hij heeft gezegd: Bid en je zult ontvangen, zoek en je zult vinden, klop en Ik zal voor je opendoen.
Bidden is moeilijk, want we willen het eigenlijk niet, we hebben er geen zin in.

b. Bidden is ook moeilijk omdat er zoveel dingen zijn die ons afleiden. Je probeert stil te bidden op je kamer, maar je hoort ineens beneden dat er bezoek is, je hoort dat de telefoon gaat, je hoort dat je een appje binnenkrijgt. Dus moet je, als je bidt, echt proberen te zorgen dat het stil blijft. Zodat je ongestoord kan bidden.

c. Bidden is ook moeilijk, omdat we zo druk zijn met andere dingen, die eigenlijk niet zo belangrijk zijn. Want je kan wel denken dat je hard moet werken, maar als je niet bidt en geen zegen van de Heere vraagt, is al dat werk gewoon helemaal voor niets.
Psalm 127 zegt: Het is tevergeefs, dat u vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij (de Heere) het Zijn beminden als in de slaap geeft.
Neem nou toch gewoon tijd, om te bidden. Dat zeg ik ook tegen mezelf trouwens.

d. Bidden is ook moeilijk omdat het niet past bij de zonde.
Je kan het niet alle twee tegelijk doen. Als je zondige dingen doet of daaraan denkt, kan je niet bidden.
Dus moet je met de zonde stoppen. Je moet ermee breken.
Maar, hoe je het ook zelf probeert, het lukt je niet, het lukt je nooit in eigen kracht.
Het lukt pas, probeer het maar eens, als je je handen vouwt en je ogen dicht doet en gaat bidden: ‘Heere, laat me toch stoppen met deze zonden?’

e. Nog een vijfde reden, waarom bidden zo moeilijk is: we zijn vaak zo onverschillig en lui. Niks doen, vinden we nog beter dan bidden. We zorgen nog liever voor de poes of voor de hond, dan voor ons hart.
Wat zijn we toch zondige mensen. En wat hebben we de Heere toch nodig.
Als je nog geen nieuw hart van de Heere gekregen hebt, maar ook als je wel een nieuw hart gekregen hebt. Wij allemaal, wij hebben de Heere zo nodig! Maar we bidden zo weinig.
Maak thuis maar een bordje voor op de muur: “Vergeet niet te bidden!”
Nu nog de laatste vraag, de vijfde:

5. Wat als je dit doet?

Heel veel. Alles. Laat ik een paar dingen noemen:

a. Bidden als je jong bent, geeft blijdschap in je hart, maakt je gelukkig in je hart.
Alle dingen van dit leven maken je niet echt blij. Soms wel voor een poosje, maar het gaat allemaal voorbij. Je bent blij met nieuw speelgoed, maar over een poosje is het stuk of ben je het kwijt.
Maar bidden brengt je dicht bij de Heere. En, al zijn er misschien heel veel nare dingen, al zijn er heel veel zonden in je hart, toch, dat je biddend naar de Heere toe mag gaan, dat maakt je zo gelukkig!

Dat zie je ook in de Bijbel. Want deze tekst, bidt zonder ophouden, hoort bij het vers ervoor en bij het vers erna. Het is een soort drieling tekst.

De eerste van de drieling is: verblijdt u te allen tijd. Wees altijd blij.
Want je mag in je bidden aan de Heere vragen of Hij je verdriet minder wil maken.
Je mag al je zorgen, al je moeilijke dingen op de Heere werpen, in Zijn handen geven.
En vertrouwen dat de Heere zorgt. Denk ook maar aan Paulus en Silas. Ze zitten nota bene in Filippi in de gevangenis. Maar midden in de nacht zingen ze blij de lof van de Heere.
Het geeft je heel veel blijdschap in je hart en je bent zo gelukkig, als je bidt terwijl de Heere je ook echt kent. Als de Heere je een nieuw hart gegeven heeft. Als je Hem boven alle dingen liefhebt.
Petrus schrijft in zijn brief: U hebt de Heere niet gezien, en toch hebt u Hem lief. En in Hem (nu u in Hem geloven mag) verheugt u zich met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde.

De eerste tekst van de drieling is: Verblijdt u te allen tijd. Wees altijd blij in de Heere.
De tweede tekst is: Bidt zonder ophouden.
De derde: Dankt God in alles, want dit is de wil van God in Christus Jezus over u.
Dank God in alle dingen. Zoals ik in het begin al zei: bidden is ook danken.
We kunnen zo bezorgd zijn, zo ontevreden, zo mopperend. ‘Niet doen’, zegt de Heere. ‘Wees dankbaar in alles. Want Ik geef je zoveel meer als dat je verdiend hebt. Ik zorg zo goed voor je.’
En al die moeilijke dingen dan? Die zijn bedoeld om je te helpen. Om je biddend op je knieën bij Mij te brengen. Om te danken voor wat je nog wel hebt. En om te bidden om Mijn genade.

Wat gebeurt er, wat krijg je, als je bidt? Als je buigt voor de Heere, geeft de Heere je blijdschap en dank in je hart.

b. En je krijgt van de Heere alles wat je nodig hebt. Alles wat de Heere goed voor je vindt.
Alleen soms, als je dan iets goeds vraagt (bijvoorbeeld een nieuw hart), soms moet je wel wachten. Maar wachten en blijven bidden is goed.
Want, als je iets direct krijgt (als je het gevraagd hebt), dan ben je meestal niet zo tevreden als je het krijgt. Dan zeg je bij jezelf: ‘natuurlijk heb ik dat gekregen, ik heb het toch gevraagd?!’
Maar als je lang moet wachten, als de Heere je laat wachten, krijg je het steeds meer nodig. Dan wordt het (zo noemen we dat): nood in je hart. Dan ga je steeds harder bidden. Dan zie je ook steeds meer, dat je het niet verdiend hebt. Dan wordt het wel heel erg bijzonder, dan wordt het een wonder als je het van de Heere uiteindelijk toch krijgt.
Wachten is goed. Als je maar niet stopt met bidden.
Nee, bidt zonder ophouden. Ga door.
En wacht op de Heere.

Als je bidt zonder ophouden, krijg je van de Heere alles wat je nodig hebt. Wat de Heere goed voor je vindt.
Dat betekent soms ook, dat je niet krijgt wat je van de Heere vroeg. Al bid je er nog zo vaak om. Omdat de Heere weet, dat het niet goed voor je is.
Als je voor je verjaardag een groot mes vraagt, krijg je dat ook niet van je papa of mama. Die denken: ‘dat is geen goed idee.’

Een nieuw hart, bekering is altijd goed voor je. Maar andere dingen soms niet.
Misschien bid je wel om heel mooi speelgoed, of om andere mooie dingen. Maar de Heere weet, als je dat krijgt, dat je Hem dan vergeet, omdat je er heel druk mee bent en niet meer bidt.
Misschien bid je, jongelui, om deze of gene vriend of vriendin. Maar het lukt maar niet. Het kan zijn omdat de Heere weet, voor nu of later, dat het toch niet de beste combinatie is. Dus: niet te snel slecht van de Heere denken, als je niet krijgt wat je vraagt.

Gemeente, jongens en meisjes, we zijn aan het einde van deze dienst.
Heeft bidden wel zin? Zou je er wel aan beginnen? Zou je er niet mee ophouden?

Luister, naar wat de Heere Jezus zegt: Wat vader onder u, die de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven, of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of als hij ook om een ei zou bidden, zal hem (een hele gemene) schorpioen geven?
Zo zijn goede vaders toch niet?
Indien dan u, die boos (die zondig) bent, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven, degenen die Hem bidden.

Bid dan, gemeente zonder ophouden, om de genade van de Heilige Geest, om vergeving van zonden, om een nieuw hart.

Jongelui, ga het eens een tijdje proberen. Je zult zien, de Heere heeft het beloofd, dat Hij je gebed hoort en wil verhoren.
Dan mag je je leven lang met blijdschap en dankbaarheid in je hart zingen:
God heb ik lief, want Hij heeft mij lief…
Daarom hoort Hij mijn stem, mijn smekingen, mijn klagen.
Hij neigt Zijn oor, ik roep tot Hem al mijn dagen (zonder ophouden).
En Hij redt mij, keer op keer!

Amen.

Links bij preek Bidt zonder ophouden (1 Thessalonicenzen 5)
Van kinds af Schriften geweten (2 Timotheüs 3)
Die ook voor ons bidt (Romeinen 8)
Lees meer:
Kanttekeningen 1 Thessalonicenzen 5

TERUG 1 THESSALONICENZEN | BIDDAG