Het bloed van Jezus Christus · 1 Johannes 1

Het bloed van Jezus Christus
Preek 1 Johannes 1:7b: En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Thema preek 1 Johannes 1: Het reinigende bloed van de Heere Jezus Christus

1. Onze zonden
2. Zijn bloed

LEESPREEK

Schriftgedeelte over Reinigende bloed Jezus Christus – 1 Johannes 1
1 Hetgeen van den beginne was, hetgeen wij gehoord hebben, hetgeen wij gezien hebben met onze ogen, hetgeen wij aanschouwd hebben en onze handen getast hebben van het Woord des levens;
2 (Want het Leven is geopenbaard, en wij hebben Het gezien, en wij getuigen en verkondigen ulieden dat eeuwige Leven, Hetwelk bij den Vader was en ons is geopenbaard)
3 Hetgeen wij dan gezien en gehoord hebben, dat verkondigen wij u, opdat ook gij met ons gemeenschap zoudt hebben, en deze onze gemeenschap ook zij met den Vader en met Zijn Zoon Jezus Christus.
4 En deze dingen schrijven wij u, opdat uw blijdschap vervuld zij.
5 En dit is de verkondiging die wij van Hem gehoord hebben, en wij u verkondigen, dat God een Licht is en gans geen duisternis in Hem is.
6 Indien wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben, en wij in de duisternis wandelen, zo liegen wij, en doen de waarheid niet.
7 Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
8 Indien wij zeggen dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij onszelven, en de waarheid is in ons niet.
9 Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid.
10 Indien wij zeggen dat wij niet gezondigd hebben, zo maken wij Hem tot een leugenaar, en Zijn Woord is niet in ons.

Link bij preek 1 Johannes 1: Het reinigende bloed Heere Jezus:
– Keus Mozes, zoon farao’s dochter (Hebreeën 11)
– Lijden als christen om Naam Christus (1 Petrus 4)
Twee zwaarden; het is genoeg · Lukas 22
Lees meer:
– Kanttekeningen 1 Johannes 1

LIJDENSPREKEN / 1 JOHANNES

Gemeente de tekst voor de preek van vanmorgen vindt u in 1 Johannes 1, daarvan het zevende vers, het tweede gedeelte, 1 Johannes 1:7b, deze woorden:
En het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Deze enkele woorden bepalen ons (in deze lijdenstijd) bij: Het reinigende bloed van de Heere Jezus Christus. Dat is het thema voor de preek: Het reinigende bloed van de Heere Jezus Christus.
We letten samen met Gods hulp op twee aandachtspunten, in de eerste plaats op: onze zonde, en in de tweede plaats op: Zijn bloed.
Dus:
Het reinigende bloed van de Heere Jezus Christus

Twee aandachtspunten:
1. Onze zonde
2. Zijn bloed

Als eerste dus:

1. Onze zonde

Jongens en meisjes, denk eens even met me mee: Wat is zonde eigenlijk?
Je zegt: ‘Zonde is iets verkeerds, iets slechts.’
Ja, dat klopt.
Maar, hoe dan?
Is het net zo slecht als: iets moois van jezelf kapotmaken?
Dat is verkeerd, dat is slecht. Maar het raakt alleen jezelf.
Is het net zo slecht als: iets moois van iemand anders stuk maken?
Ook dat is verkeerd. Maar misschien raakt het die ander helemaal niet zo…

Nee, zonde is wat anders.
Je hebt een lieve vader en moeder, die altijd aardig tegen je zijn. Maar op een dag zeg je:
‘Ik hou niet meer van jullie. Ik ga weg. Ik zoek wel een andere vader en moeder.’
Je hebt een lieve vriend of vriendin, man of vrouw, van wie je heel veel houdt. Maar je gaat weg. Je ruilt hem of haar in voor een ander. Je bedriegt je vriend of vriendin, je man of je vrouw.
Overspel, ontrouw aan degene van wie je houdt. Diegene, die zoveel van jou houdt, verlaten, bij het oud vuil zetten. Dat is zonde! (Jer. 3:8)
Wat Judas deed met Jezus (Lukas 22:48).
Wat wij deden en doen met de Heere God. Zo zegt de Heere het ook in Jeremia 16.
Het volk Israël vraagt: Welke is onze misdaad, en welke is onze zonde, die wij tegen de HEERE, onze God, gezondigd hebben?
Antwoord? U hebt Mij verlaten en Mijn wet niet gehouden (Jer. 16:10,11).
De Bijbel noemt het: van God weghoereren (Hos. 4:12).

Denk eens na, gemeente, jongens en meisjes, over wat je gedaan hebt.
God ontrouw geweest, de trouwe God verlaten, en Zijn Zoon (de Zaligmaker) verraden en vermoord. Want, zo zegt Petrus tegen de mensen op de Pinksterdag: Deze, door de bepaalde raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt u genomen (u deed het!) en door de handen der onrechtvaardigen (de Romeinen deden het voor u, omdat u voor het oog geen vuile handen wilde maken) aan het kruis gehecht en gedood (Hand. 2:23).

Herkent je dit? Kent u dit? De Zaligmaker genomen, aan kruis gehecht en gedood…
Johannes zegt in vers 8: Indien wij zeggen, dat wij geen zonde hebben, zo verleiden wij ons zelven, en de waarheid is in ons niet.
Dan (kijk maar naar vers 6) is de waarheid niet in ons, dan liegen we, dan zijn we in duisternis.
In de geestelijke duisternis, die we zelf over ons gehaald hebben, door onze ontrouw aan God. We hebben God in het paradijs verlaten. En met dat we dat deden, stierf ons hart in geestelijke zin en werden we geestelijk blind (Gen 3.5).
Twee dingen dus: we zijn geestelijk blind, en ook nog in duisternis. Dat is dus dubbel erg! We verleiden onszelf en we liegen over wie we werkelijk zijn!
Kortom: die situatie is hoogst ernstig, en… je houdt jezelf voor de gek! Je bedriegt jezelf!
En dat terwijl je op weg bent naar de grote ontmoeting met de Rechter, met Hem, Die Zelf gezegd heeft, dat Hij het kaf met onuitblusselijk vuur zal verbranden (Mat. 3.12).
Op weg naar de grote ontmoeting met Hem, Die je dus willens en wetens bedrogen hebt, verraden en vermoord.

Je zegt: ‘Heb ik dat gedaan?’
Ja.
Ja, ik weet het. Je bent blind en je verleidt jezelf (zegt God).
Luister, God wil je vandaag (door je hier op te wijzen) juist je ogen openen. Door je eerlijk te laten zien, wie je bent.
Dan moet je niet zo recalcitrant doen, en zeggen dat het niet waar is.
Dan moet je niet je oren dichtstoppen, doen alsof je het niet hoort of alsof er niets aan de hand is.
Dan moet je luisteren, eerbiedig te luisteren naar God.
En zeggen en vragen: ‘Heere, laat het mij toch alstublieft echt zien, voordat het te laat is?’
Want daarvoor is de Zaligmaker, Die je verworpen hebt, nu juist gekomen.
Daarom heb je Hem zo nodig: om je blinde ogen te openen (Jes. 42:7).

Zonde is ontrouw, verraad, misdadig steken als met een mes naar je Schepper en Maker.
Sterker nog, de Heere zegt door de mond van de profeet Zacharia: zij hébben Mij doorstoken. Nu zien ze het nog niet, maar als de Geest der genade en der gebeden hun ogen zal opendoen, dan zullen ze het zien en er bitter om rouwklagen (Zach., 12.10).
Ze zullen er heel hard om huilen en zeggen: Wee ons, dat we zo gezondigd hebben (Klaagl. 5:16).

Heb je dat al gedaan? Bitter huilen in je hart om je zonden? Om het doorsteken van God, je Schepper? Rouwklagen om de Zaligmaker?
Omdat?
Omdat je, net als ik, bloed aan je handen hebt!
O, wee ook mij, dat ik zo gezondigd heb…

Gemeente, wat er allemaal gebeurt in deze wereld, dat is verschrikkelijk.
Zoveel ellende, narigheid, verdriet, tranen en bloedvergieten in de Oekraïne en op zoveel andere plaatsen in de wereld.
Maar, kijk eens eerlijk naar wat u en ik gedaan hebben?
Wij hebben het bloed van de Rechtvaardige vergoten (Klaagl. 4:13)

Want, jongens en meisjes, bloed komt nooit vanzelf.
Misschien vind je het wel heel naar om aan bloed te denken. Misschien maakt het je wel een beetje bang. Maar dat is niet de bedoeling van de Bijbel en van de Heere Jezus.
De bedoeling is dat je hier juist heel gelukkig van wordt.
Ik zei: bloed komt nooit vanzelf.
Je krijgt pas bloed als je bijvoorbeeld op je knie valt, of als je per ongeluk met een mes in je vinger snijdt.
Als het een ongeluk was, dan huil je, meer niet.
Maar, als iemand het expres deed tegen jou, als iemand je bijvoorbeeld expres liet struikelen, dan word je vast ook heel erg boos op die persoon.

De tekst van de preek van vanmorgen gaat ook over bloed. Over het bloed van de Heere Jezus.
Dat bloed kwam ook niet vanzelf. Dat hebben de mensen gedaan, dat hebben Zijn vijanden gedaan, dat hebben wij gedaan.
Zeker, het moest van Zijn Vader in de hemel. De Heere Jezus moest lijden en sterven.
Zo erg was de zonde. Zo hoog was de prijs, de boete die er voor de zonde betaald moest worden.
Het moest van Zijn hemelse Vader.
En… wij hebben het gedaan!

Want Zijn bloed (daar hebben we het toch vaak over in deze lijdenstijd?), dat bloed van de Heere Jezus kwam niet vanzelf, niet per ongeluk. Dat kwam door wat wij, mensen, met de Heere Jezus deden. Wij hebben Zijn kroon gevlochten, wij hebben Zijn beker gevuld. Wij, mensen, waren Zijn moordenaars.
Iedere keer als je heel boos aan Poetin denkt, om het bloedvergieten in de Oekraïne, mag je ook wel denken aan jezelf en jezelf afvragen: Wat heb ik toch met Jezus gedaan?
Want Hij is niet per ongeluk gekruisigd.
Zeker, de Vader wilde het, het was volgens Gods plan, om zo voor de zonden van Zijn volk te betalen.
Maar wij deden het! Niet per ongeluk, maar expres! We wilden Hem niet. We wilden Hem kwijt.

En, werd de Heere Jezus toen ook heel erg boos?
Nee! Dat is juist zo bijzonder. Het is juist heel erg anders.
Dat bloed, dat wij als misdadigers uit Hem geslagen hebben, laat Hij nu aan ons zien, als het middel om al die zonden en misdaden van ons te vergeven!

Denk nog eens even met me mee.
Iemand heeft jou heel veel pijn gedaan. Je hebt bloed.
Papa of mama wast het bloed af met water en doet er een pleister op.
Maar, in je hart, dat voel je, ben je nog steeds heel erg boos op de persoon die het deed.
En nu hebben wij de Heere heel veel pijn gedaan. Door niet naar Hem te luisteren, door Zijn wetten niet te houden, door van Hem weg te gaan en tegen Hem te zondigen.
Maar toen stuurde de Heere uit de hemel gelukkig de Heere Jezus, om voor de zonde te betalen.
En toen… hebben wij, mensen, die Heere Jezus verwond, geslagen, gespuugd en aan een kruis gespijkerd! Onvoorstelbaar, toch?
En nu…?
Zou je ook niet denken, dat de Heere verschrikkelijk boos op ons zou zijn?
Dat zou je verwachten, hè? Maar weet je wat de Heere nu zegt?
Dat bloed uit Mijn handen, op Mijn hoofd, op Mijn rug en uit Mijn zij, dat is de prijs die Ik betalen wil om al die zonden te vergeven! Juist van Mijn moordenaars!
Vind je dat geen wonder?
Hoe slecht we ook deden, hoe verkeerd het ook was, hoe erg het ook was, Ik, zegt de Heere, wil al hun en jouw zonden vergeven.
Kijk maar, hier staat het in de tekst van vanmorgen:
Het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Daar gaan we zo meteen verder over nadenken in het tweede aandachtspunt van de preek. Maar we gaan eerst zingen uit Psalm 51:1:
Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed;
Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden;
Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden:
Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Ai, was mij wel van ongerechtigheid;
Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden;
Zie mijn berouw, hoor, hoe een boeteling pleit,
En reinig mij van al mijn vuile zonden.

Gemeente, jongens en meisjes, we gaan verder met de tweede aandachtspunt van de preek:

2. Zijn bloed

Het bloed van de Jezus Christus, Zijn (Gods) Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Dat bloed van de Heere Jezus, uit de wonden die Hem geslagen zijn in het huis van Zijn liefhebbers (Zach. 13:6), dat bloed reinigt.
Dat wil zeggen: dat wast af, dat wast schoon, zo schoon, alsof het nooit vies geweest is.

Je zegt: ‘Maar waarom zegt de Bijbel dan niet, dat de Heere mij gewoon met water wil schoon wassen? Dat woord bloed, dat vind ik zo naar klinken…’
Waarom?
Om ons twee dingen nooit te laten vergeten. Twee dingen:

a. Als eerste: wat wij gedaan hebben. Wij hebben de Heere niet alleen verlaten, maar ook het bloed van de Heere Jezus, de Zaligmaker vergoten. Wij hebben Hem gedood.
Wij hebben bloed aan onze handen. Dat is het eerste, wat wij gedaan hebben.

b. En het tweede, wat we nooit mogen vergeten is: wat de Heere Jezus gedaan heeft.
Hij wilde bloedend bidden op de koude grond in Gethsémané.
Hij wilde bloedend hangen aan het kruis.
Hij wilde, zo graag, zo vrijwillig en met zoveel liefde in Zijn hart, zelfs verlaten worden door Zijn Vader.
Om?
Om vijanden en moordenaars weer terug te brengen bij God.

Als je hoort, jongens en meisjes, over het bloed van de Heere Jezus, dan moet je dus aan twee dingen denken: aan je eigen zonden en aan de onbegrijpelijke liefde van God.
Aan de zondaarsliefde van de Heere Jezus. En aan de onbegrijpelijke liefde van God de Vader, Die Zijn Zoon overgaf in de dood. En aan de liefde van de Heilige Geest, Die dat bloed wil druppen op ons zondige hart.

Vaak horen we dat, uit de Bijbel, of in de preek.
Maar soms wil de Heere dat ook heel nadrukkelijk laten zien, op een heel speciale manier. Bijvoorbeeld al er kinderen gedoopt worden in het midden van de gemeente.

Waarom laat de Heere dat niet alleen horen, maar soms zelfs ook zien?
Omdat, als de Heere God door Zijn Heilige Geest je iets van je zonde laat zien, als Hij je er iets van laat zien hoe groot, hoe erg en hoe bitter je zonden zijn, dan kan en durf je misschien wel niet te geloven dat de Heere die zonden ooit zou willen vergeven. Misschien lig je er wel wakker van. Misschien maakt het je wel bang.
Maar dan zegt de Heere niet alleen door Zijn Woord, wat je kan horen of lezen (zoals door de tekst van de preek van vanmorgen), maar dan laat Hij het ook zien, bijvoorbeeld door het water van de Heilige Doop. Dan laat de Heere je zien: Ik wil echt je verdrietige hart helpen, te hulp komen en leren geloven.
Luister dus goed. En kijk op zo’n moment goed. Dan zie je het: Zoals het water al het vuil van ons lichaam afwast, zo doet het bloed van de Heere Jezus, zo doet alles wat Hij voor zondaars gedaan en geleden heeft, met de zonde van iedereen die in Hem gelooft.
Er is ruimte in het bloed van de Heere Jezus.
Hoeveel zonden je ook gedaan hebt. En welke zonden je ook gedaan hebt!

Ja, ik weet het, als je iets van je zonde ziet (omdat Heilige Geest je dat laat zien, omdat Hij je hart levend gemaakt en je ogen opengedaan heeft), als je iets van je zonde ziet, dan kan dat heel veel schrik en nood en verdriet in je hart geven. Je kunt en durft misschien wel niet meer te geloven dat het ooit nog goed kan komen. Want, zo zeg je met David: Ik heb zwaar en menigmaal tegen de Heere misdreven.

Maar, kom en kijk. Zie het Lam van God. Voor je ogen geschilderd in deze tekst. En op sommige zondagen ook weerspiegeld in het water van de Heilige Doop.
Er is een weg terug! Wat je ook gedaan hebt. Hoeveel, hoe vaak, hoe zwaar je ook gezondigd hebt.
Jongelui, er is een weg terug. Hoe ontrouw je ook geweest bent.
Jongens en meisjes, er is bij de Heere Jezus vergeving te krijgen voor al je zonden.
En die vergeving is te vinden in het bloed van de Heere Jezus.
En het is in deze paastijd net als in de eerste paasnacht: Als God dat bloed, dat bloed van de Heere Jezus zal zien, dan zal Hij ons in Zijn toorn voorbijgaan (Ex. 12:13).
Want het bloed van de Heere Jezus, Gods Zoon (wat ons wijst op onze schuld!) reinigt van alle zonde.

Je zou er misschien wel alles voor willen doen, om je zonde en je schuld kwijt te raken.
Maar luister nu eens: je hoeft er helemaal niets voor te doen. Je kan er niets voor doen.
En je mag er niets voor doen. Want alles is al gedaan. Het is volbracht (Joh. 19:30).

Dus?
Dus zeg je: ‘Nou, dat geloof ik dan maar gewoon: ik ben een zondaar en Jezus is de Zaligmaker, Die zondaars reinigt van zonde. Klaar. Dat klopt als een bus. Dat past precies. Dat geloof ik gewoon…’
Maar…? Wacht even: ‘Dat geloof ik gewoon?’
Hoezo? Is daar iets gewoons aan? Dat de Heere Jezus, die heilig God is, Vriend wil zijn van een vijand, van een onheilige zondaar? Dat is toch niet te geloven!
Als je zelf kan geloven, geloof je dan wel echt, hoe slecht je bent?
Klinkt die vanzelfsprekendheid niet verschrikkelijk ondankbaar en onecht?

Alles is gedaan, alles is volbracht.
Dus?
Misschien zeg jij, misschien zegt u wel: ‘Ik zie hoeveel kwaad ik gedaan heb. Maar hoe kan ik toch geloven? Ik kan het gewoon niet. Mijn hart kan niet geloven!’
Ik begrijp het. Want het geloof is een gave van God (Ef. 2:8), het geloof is iets wat de Heere geeft.
Maar gelukkig, de Bijbel vertelt ons wat we met die vraag, wat we met die nood moeten doen. De Heere zegt door de mond van Jesaja dit: Wendt U naar Mij toe, wordt behouden, alle gij einden der aarde! want Ik ben God, en niemand meer (Jes. 45.22).
Ga dus met die nood en met die vragen naar de Heere toe. Ga naar Hem toe. Hij zal u geenszins uitwerpen (Joh. 6:37).

Vlucht niet weg, maar kom!
Kom, geloof Zijn woorden!
Kom, leg je vragen, leg jezelf aan Zijn voeten neer.
Vertel aan de Heere eerlijk je verlorenheid, je ontrouw en je verraad.
Probeer jezelf niet te zelf verbeteren, want dat lukt toch nooit (Hand. 13:38,39).
Maar kom, zoals je bent. Geloof en vertrouw de Heere toch. Dat wat Hij gezegd heeft: dat Zijn bloed reinigt van alle zonde.
Zeg toch met de vader van de bezeten jongen: Heere, ik geloof, kom mijn ongelovigheid te hulp (Mk 9:24).
Komt dan, en laat ons tezamen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol (Jes. 1:18).

Waarom, geliefde gemeente, met zo’n duidelijk tekst, waarom doet u dit niet?
Waarom komt u niet?
Nee, ik vraag niet: Waarom kiest u niet voor Jezus? Want dat vind ik nergens in heel de Bijbel.
Maar waarom buigt u uw hoofd niet, waarom komt u niet met berouw, met smeking en geween (Jer. 31:9)? Met het gebed op de lippen: o God, wees mij zondaar genadig?

Bid de Heere toch nu, of Hij u zo aan Zijn voeten zal brengen.
Dan zult u zien en geloven, dat het echt waar is wat Hij zegt: Mijn bloed reinigt van alle zonde.
Kom! De weg is gebaand, de poort is open.
Kom! Slechten, zondaars, verraders, moordenaars en bittere vijanden van Jezus.
Vuil, besmeurd, onwillig, onmachtig, met bloed aan uw handen.
O, alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en u die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja, komt, koopt zonder geld en zonder prijs, wijn en melk (Jes. 55:1).

Als u zo komt, door de weg die de Heere u Zelf wijst, door die weg van bekering, berouw en schaamte, zonder hoop op uzelf (want dan doorsteekt u de Zaligmaker opnieuw!), dan zal de Heere de beloften van Zijn verbond vervullen, zoals die u met woorden beloofd zijn, en met het teken van de Heilige Doop verzegeld.
De belofte van vers 9: Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve, en ons reinige van alle ongerechtigheid.
De belofte van Ezechiël: Dan zal Ik rein water op u sprengen, en gij zult rein worden; van al uw onreinigheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen (Ezech. 36:25)
De belofte van Psalm 103: Zo ver het oosten is van het westen, zo ver doet Hij onze overtredingen van ons (Ps. 103:12).
En dan zult u zeggen met Jesaja: Zie, in vrede is mij de bitterheid bitter geweest; maar U hebt mijn ziel liefelijk omhelsd, dat zij in de groeve der vertering niet kwame; want U hebt al mijn zonden achter Uw rug geworpen (Jes. 38:17).
Dan zult u zeggen met Micha: Wie is een God gelijk U, Die de ongerechtigheid vergeeft, en de overtreding van het overblijfsel Zijner erfenis voorbijgaat? Hij houdt Zijn toorn niet in eeuwigheid; want Hij heeft lust aan goedertierenheid (Micha 7:18).
Als de Heere Zijn bloed, het bloed van de Heere Jezus Christus zal zien aan de posten van uw hart, dan zal Hij u voorbijgaan (Ex. 12:13,23)

O, welk ander argument moet ik u toch geven, om uw zonden te verlaten en de Heere te gaan dienen?
Lieve mensen, er is vergeving voor al uw zonden beschikbaar in Jezus’ bloed!
Haal uw schouders er niet over op.
Hul u niet in vroom verzet, terwijl uw hart vol is van bittere vijandschap.
Er is plaats in dit bloed voor vijanden en moordenaars, ja, zelfs voor farizeeërs, Sadduceeën en Schriftgeleerden.
Maar niet door uw eigen weg. Want Gods wegen zijn hoger dan uw wegen (Jes. 55:9). Alleen door de weg die God u wijst. Door een weg van buigen en belijden.
Met een trots en opgeheven hoofd bent u niet welkom bij Jezus.
Maar wel, en dan ook echt van harte welkom, met tranen van berouw.

Zijn bloed reinigt, nu, in de tegenwoordige tijd, van alle zonden.
Het is de wens en het verlangen van mijn Zender, dat u die met hartetranen de kerk bent ingekomen (om uw hemelhoge schuld en bittere vijandschap) om dit Woord, zo meteen zingend naar huis zult gaan (door het geloof in dit heil- en troostrijke woord), terwijl u vol verwondering en met blijdschap de eer aan Hem geeft en zegt: Hij is het!
Ik heb het misschien wel lang zelf geprobeerd, maar Hij is het! De Zaligmaker, Die ik gekruist heb!
Hij is het, Die met Zijn bloed al mijn ongerechtigheid vergeeft en al mijn krankheden geneest (Ps. 103:3). Mijn Jezus, mijn Zaligmaker, omdat Hij Zich in enkele zondaarsliefde vrijwillig overgaf, voor mij.
Om Hem heeft God Zelf nu al mijn zonden achter zijn rug geworpen (zie Jes. 38:17).

Kinderen van God, wees getroost, bemoedigd en meer verzekerd, door dit Woord:
Het bloed van Jezus Christus, (Gods) Zoon, reinigt ons van alle zonde.
U hebt het gehoord. En het is een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken (1 Tim. 1:15).
U hebt het gehoord.
En u hebt het ook vaak gezien in de tekenen en zegelen van de beide sacramenten.
In het water van de Heilige Doop. Het doopformulier zegt: En als wij in de Naam des Zoons gedoopt worden, zo verzegelt ons de Zoon, dat Hij ons wast in Zijn bloed van al onze zonden, ons in de gemeenschap Zijns doods en Zijner wederopstanding inlijvende, alzo dat wij van onze zonden bevrijd, en rechtvaardig voor God gerekend worden.
U hebt het vaker gezien. Niet alleen weerspiegeld in het water van de Heilige Doop, maar ook in de dieprode kleur van de wijn, die vergoten wordt bij de bediening van het sacrament van het Heilige Avondmaal: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed, hetwelk voor u vergoten wordt (Luk. 22:20). Ik, zo zegt de HEERE, heb gezworen dat Ik niet meer op u toornen, noch u schelden zal (Jes. 54:9).
Er is geen verdoemenis meer voor degenen, die in Christus Jezus zijn (Rom. 8:1).

Geliefde gemeente, laat niemand van ons, oud of jong, dit Woord verachten.
De apostel schrijft in Hebreeën 10: Als iemand de wet van Mozes heeft tenietgedaan, die sterft zonder barmhartigheid onder twee of drie getuigen.
Hoeveel te zwaarder straf, meent u, zal hij waardig geacht worden, die den Zone Gods vertreden (vertrapt) heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft!
(Hebr. 10:28-29).
Zo u Zijn stem dan heden hoort, gelooft Zijn heil- en troostrijke woord, verhard u niet, maar laat u leiden (Ps. 95:5, ber.).

Mensen met bloed aan uw handen…,
Uw Rechter komt om de aarde te richten, de wereld in gerechtigheid.
De zon verandert in duisternis en de maan in bloed.
De grote en doorluchtige dag des Heeren komt.
Nu, juist nu geldt het woord van de gekruisigde en opgestane Christus, in dit laatste der dagen: En het zal zijn dat een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden (Hand. 2:21).
Want Zijn bloed alleen reinigt van all zonde.

Amen.