Naäman van melaatsheid genezen (Elisa VI) – 2 Koningen 5

Naäman van zijn melaatsheid genezen

Preek 2 Koningen 5:1: Naäman nu, de krijgsoverste van den koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.

Citaat 1 uit preek: Naäman van zijn melaatsheid genezen

De man die de boodschap krijgt
We lezen in vers 1: Naäman nu, de krijgsoverste van de koning van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren, en van hoog aanzien; want door hem had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.

Zes dingen lezen we van deze Naäman.
a. Hij was (dat is het eerste) krijgsoverste, generaal van het Syrische leger.
b. Hij was (als tweede) een groot man voor het aangezicht van zijn heer, groot in de ogen van zijn meester.
c. Hij was (dat is het derde) hoog van aanzien.
d. Hij was ook (als vierde) militair succesvol: want door hem had de HEERE de Syriërs verlossing gegeven.
e. Van karakter was hij (als vijfde): een strijdbaar held.
Maar (dat is het zesde wat we van hem weten), één grote, donkere wolk aan de horizon: Hij was melaats.

Melaatsheid was, kort gezegd, een verzamelnaam voor verschillende huidziekten. Het Hebreeuwse woord voor melaatsheid betekent letterlijk: door God geslagen.
Het was een ernstige, besmettelijke ziekte, die door mensenhanden niet te genezen was.
Het was een ziekte die mensen onrein maakte. En dus een ziekte die buitensloot: buiten het contact met andere mensen, buiten de dienst ook van de tabernakel en de tempel.

Je hoefde er niet mee naar de dokter. Want er was toch niets aan te doen.
Met deze kwaal moest je destijds in Israël naar de priester. Die stelde vast hoe erg het was, maar er was geen genezen aan. Alleen door een wonder.

De ziekte van Naäman, gemeente, is een beeld van onze dodelijke zondekwaal.
We zijn melaats, ja erger dan melaats. Zoals Jesaja zegt in Jesaja 64: wij allen zijn als een onreine (Jes. 64: 6). Niemand uitgezonderd. Wij allen!

Gods Woord, de Bijbel is goudeerlijk.
Het plaatst ons niet op een voetstuk, zoals wij dat graag doen.
Het noemt ons niet goedwillend en vroom, zoals wij dat graag denken.
Maar zegt goudeerlijk: wij zijn zondig, corrupt en verloren, geestelijk melaats.

Zoals Paulus zegt in Efeze 2: dood door de misdaden en de zonden (Ef. 2:1,5).
Zoals hij zegt in Romeinen 3: er is niemand rechtvaardig, niet één (Rom. 3:10-11).
Zoals hij schrijft aan Titus: hatelijk zijnde en elkander hatende (Titus 3: 3).
Zoals hij ook schrijft in Kolossenzen 1:21: wij zijn van nature vijanden door het verstand in de boze werken.
En, zo zegt de Heere Jezus, in Johannes 3: de toorn Gods rust op ons (Joh. 3:36).

Zoals het doopformulier het samenvat: in zonden ontvangen en geboren, kinderen des toorns. Vijanden van God en van onze naaste.
En dus in geestelijke zin melaats, ja, erger dan melaats. Door menselijke handen niet te genezen.
Sterker nog: ik wil van mezelf ook helemaal niet genezen worden!

Lieve vrienden, ontken dit niet. Praat dit niet na.
Dit is de werkelijkheid van ons natuurlijke bestaan voor God: dood en ten dode opgeschreven.
Naäman, dat zijn wij, met onze kinderen.

Citaat 2 uit preek: Naäman van zijn melaatsheid genezen

Naäman gaat naar de koning van Syrië. En die stemt ermee in, dat er een brief naar de koning van Israël gestuurd zal worden. Kijk maar naar vers 5: Toen zeide de koning van Syrië: Ga heen, kom, en ik zal een brief aan den koning van Israël zenden.

Maar, jongens en meisjes, dat had dat meisje toch niet gezegd?
Ze had toch niet gezegd: Och, meneer Naäman, u moet bij de koning van Israël zijn?
Nee, bij de profeet van de God van Israël. En dus bij Israëls God Zelf!

Hoeveel mensen vergissen zich niet, net als Naäman? Ze luisteren maar met een half oor, met een half hart. En gaan daardoor naar het verkeerde adres. Ze zoeken hun heil bij mensen. Ze verwachten het van hen.
Niet doen, mensen! Luister! Dwaal niet, verdwaal niet! Uw dodelijke kwaal, uw zondekwaal, uw hartekwaal, is niet door een mensenhand te helen.

Naäman gaat op weg, als eerste, naar het verkeerde adres. En het tweede wat opvalt staat in vers 5b: En hij ging heen, en nam in zijn hand tien talenten zilver en zesduizend sikkelen goud en tien wisselklederen. Had dat meisje iets gezegd over geld? Dit is meer dan een miljoen euro waard!

Deze Naäman is, gemeente, vooral een beeld van hoe ontwaakte zondaars denken te kunnen komen tot God.
Hij komt in zijn beste kleren, in zijn beste wagen, en met heel veel geld om te betalen voor de genezing van zijn kwaal.
Zo komen ook veel ontwaakte zondaars, mensen die wakker geschud zijn uit hun dodelijke rust, tot God. Wel wetend, maar niet gelovend: ik kan de prijs van mijn ziel, dat rantsoen, aan God in tijd noch eeuwigheid voldoen (Ps. 49:1, ber.).

Maar luister, het is echt waar: de prijs van uw ziel is te hoog. U kunt niet betalen met netheid, met rechtzinnigheid en vroomheid, met liefde en tranen, met ijver en gebeden. De prijs van uw ziel is te hoog.
Niet de offers die u brengt, niet de tranen die u plengt…
Niets, helemaal niets, ook niet uw ervaren rechteloosheid en schuldverslagenheid. Niets, helemaal niets maakt u aangenaam voor God en Christus. Zei Jesaja niet: Kom zonder geld en koop zonder prijs, wijn en melk (Jes. 55:1)?

Zie ook: https://youtu.be/DnrH7Gpvjik

dienstmeisje Naäman melaatsheid genezen