/ / Ere zij God, vrede op aarde (Lukas 2) – kerst

Ere zij God, vrede op aarde (Lukas 2) – kerst

Ere zij God, vrede op aarde, in mensen welbehagen
Preek Lukas 2:14: En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.

Thema preek: Ere zij God, vrede op aarde, in mensen welbehagen

Een hemels geboortebericht
1. De geadresseerden van het bericht
2. De inhoud van het bericht
3. De bevestiging van het bericht

PDF LEESPREEK

Schriftlezing over Ere zij God, vrede op aarde, in mensen welbehagen
En er waren herders in diezelfde landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.
En ziet, een engel des Heeren stond bij hen, en de heerlijkheid des Heeren omscheen hen, en zij vreesden met grote vreze.
En de engel zeide tot hen: Vreest niet, want, ziet, ik verkondig u grote blijdschap, die al den volke wezen zal;
Namelijk dat u heden geboren is de Zaligmaker, welke is Christus, de Heere, in de stad Davids.
En dit zal u het teken zijn: gij zult het Kindeken vinden in doeken gewonden, en liggende in de kribbe.
En van stonde aan was er met den engel een menigte des hemelsen heirlegers, prijzende God en zeggende:
Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.

Links bij preek: Ere zij God, vrede op aarde, in mensen welbehagen
Preek: Woord is vlees geworden (Johannes 1)
Preek: Arm geworden, daar Hij rijk was (2 Korinthe 8)
Lees meer:
– Digibron: In diezelve landstreek
Kanttekeningen bij Lukas 2

TERUG KERST | LUKAS

J. van ’t Hul over In die Landstreek (Digibron):
Je mag wel de pen van een vaardige schrijver bezitten, om enigermate te beschrijven hoe vervolgens de lucht boven Efratha’s velden gevuld raakt met een hemelse legerschaar. De aarde zwijgt, er is niemand die een psalm zingt, geen mens die eraan denkt om God te loven voor Zijn onuitsprekelijke daden. Dan zullen zij, dan zullen deze engelen het doen. Als een machtig koor verschijnen al die gedienstige geesten, met hemelglans omgeven, om samen Gods lof te bezingen, het is alsof alle morgensterren opnieuw vrolijk zingen. Dat engelenlied werd niet gezongen in de concertzaal van keizer Augustus, niet in het Herodion van koning Herodes, niet in het voorhof van de tempel, maar hier, boven het stoppelige veld van Efratha, met als gehoor die bonkige herders, het verachte en onedele der wereld. De engelen zongen het blijde uit, dat heerlijke lied: „Ere zij God”. Ere zij God daarboven. Daar heeft de mensheid nooit zoveel van begrepen. Vrede op aarde hier beneden. Daar is te midden van kernwapens en kerncentrales, oorlogen en geruchten van oorlogen altijd wat de spot mee gedreven. „In de mensen een welbehagen’. Dat is al lang bruut wegvertaald naar mensen die ook na Genesis 3 nog „van goede wil” zouden zijn.