Gedenk aan de vrouw van Lot, zij werd zoutpilaar
Preek Genesis 19: Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel. En Hij keerde deze steden om. En Lots vrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar.

Thema preek Genesis 19: Vrouw van Lot zoutpilaar, Sodom en Gomorra

Gedenkt aan de vrouw van Lot
of: Een ernstige waarschuwing aan het adres van onbekeerden
1. Gevlucht uit Sodom
2. Gekomen tot aan Zoar

PDF LEESPREEK
AUDIO

Schriftgedeelte over Vrouw van Lot zoutpilaar – Genesis 19:
Toen zeiden die mannen tot Lot: Wien hebt gij hier nog meer ? een schoonzoon, of uw zonen, of uw dochteren, en allen, die gij hebt in deze stad, breng uit deze plaats;
Want wij gaan deze plaats verderven, omdat haar geroep groot geworden is voor het aangezicht des HEEREN, en de HEERE ons uitgezonden heeft, om haar te verderven.
Toen ging Lot uit, en sprak tot zijn schoonzonen, die zijn dochteren nemen zouden, en zeide: Maakt u op, gaat uit deze plaats; want de HEERE gaat deze stad verderven. Maar hij was in de ogen zijner schoonzonen als jokkende.

En als de dageraad opging, drongen de engelen Lot aan, zeggende: Maak u op, neem uw huisvrouw, en uw twee dochteren, die voorhanden zijn, opdat gij in de ongerechtigheid dezer stad niet omkomt.
Maar hij vertoefde; zo grepen dan die mannen zijn hand, en de hand zijner vrouw, en de hand zijner twee dochteren, om de verschoning des HEEREN over hem; en zij brachten hem uit, en stelden hem buiten de stad.

En het geschiedde als zij hen uitgebracht hadden naar buiten, zo zeide Hij: behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om, en sta niet op deze ganse vlakte; behoud u naar het gebergte heen, opdat gij niet omkomt.
En Lot zeide tot hen: Neen toch, Heere! Zie toch, Uw knecht heeft genade gevonden in Uw ogen, en Gij hebt Uw weldadigheid groot gemaakt, die Gij aan mij gedaan hebt, om mijn ziel te behouden bij het leven; maar ik zal niet kunnen behouden worden naar het gebergte heen, opdat mij niet misschien dat kwaad aankleve, en ik sterve!
Ziet toch, deze stad is nabij, om derwaarts te vluchten, en zij is klein; laat mij toch derwaarts behouden worden (is zij niet klein?) opdat mijn ziel leve.

En Hij zeide tot hem: Zie, Ik heb uw aangezicht opgenomen ook in deze zaak, dat Ik deze stad niet omkere waarvan gij gesproken hebt.
Haast, behoud u derwaarts; want Ik zal niets kunnen doen, totdat gij daarhenen ingekomen zijt. Daarom noemde men den naam dezer stad Zoar. De zon ging op boven de aarde, als Lot te Zoar inkwam.

Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van den HEERE uit den hemel. En Hij keerde deze steden om, en die ganse vlakte, en alle inwoners dezer steden, ook het gewas des lands.
En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar.

Links bij preek Genesis 19: Vrouw van Lot, Sodom en Gomorra
Preek: Ark van Noach gesloten (Genesis 7)
Preek: Hagar en dorst Ismaƫl in woestijn (Genesis 21)
Lees meer:
Kanttekeningen Genesis 19

TERUG GENESIS