Gekomen tot het Zijne, niet aangenomen – Johannes 1 – kerst

Gekomen tot het Zijne, niet aangenomen

Preek Johannes 1:11-13: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Maar zovelen Hem aangenomen hebben, dien heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden.

LEESPREEK

Citaat preek: Gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen

Hij is gekomen tot het Zijne, maar ze hebben Hem niet aangenomen, niet verwelkomd, niet geaccepteerd, niet binnen gelaten, niet omhelsd.
Kerst is een onbegrijpelijk wonder: God zendt Zijn Eniggeliefde Zoon, ongevraagd, naar een wereld verloren in zonde en schuld. Maar kerst is tegelijkertijd een drama! De diepste vernedering voor ons mensen: Hij is gekomen tot het Zijne, maar zij, maar wij hebben Hem verworpen, wij hebben Hem niet ontvangen, maar de deur dichtgegooid.

Ja, vroeger al in het paradijs. Toen wij weggegaan zijn, bij God vandaan. Waar wij met God gebroken hebben.
Maar meer. Want je bent niet alleen door God gemaakt, door God in deze wereld apart gezet. Maar God zorgt ook iedere dag voor je leven, voor je gezondheid, voor je werk… Maar toch zeg je ‘nee!’ tegen Hem.
Ja, ik wil wel Uw gaven, Uw giften, Uw zegeningen. Daar bid ik ook om. iedere dag. Maar tegen U zeg ik: Nee!

God roept ons toe met al de liefde van Zijn hart: kom toch tot Mij! Maar ik zeg: Nee!
Verlaat toch uw boze wegen en uw verkeerde gedachten en bekeer u tot Mij. Maar ik zeg: Nee!
Terwijl de liefdetranen als het ware over Zijn wangen lopen, roept Hij ons toe: Bedenk toch wat tot uw eeuwige vrede dient! Maar ik zeg: Nee!

Raakt u dat nu niet? Wat tekent dit onze slechtheid en onze verlorenheid!
Kom…! Nee!
Wat is toch de reden, van al dat weigeren, van al het uitstellen? Wat is toch de reden van dat: niet aannemen?
Niet dat u niet mag. Dat staat nergens in de Bijbel. Er staat nergens: u mag Hem niet aannemen. Er staat juist: Die dorst heeft kome, en die wil die neme van het water des levens om niet.

Dus, wat is de reden van dat niet aannemen?
Niet dat u niet mag. En ook niet dat u niet kan. Dat is verdraaiing van de tekst. Dat staat er niet. Dat maken we er wel graag van, maar dat staat er niet. Er staat niet: Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen konden en mochten Hem niet aannemen. Er staat: ze hebben Hem niet aangenomen.

Maar waarom dan niet?
Jongens en meisjes, denk eens even verder met me mee over dat woordje ‘aannemen’. Stel je krijgt een cadeautje. Je komt uit school, met je tas, met je jas, en met al je andere spullen… En iemand zegt tegen je: ‘Hier, een pakje…’
Wat moet je dan doen? Dan moet je al je spullen neerzetten en je lege hand uitsteken. Stel, nog een voorbeeld, je gaat op kraambezoek. Leuk, baby’tje kijken. Je wil hem of haar vast wel even vasthouden. Maar je wil tegelijkertijd ook je beschuit met muisjes eten, en wat drinken en verder met je boek…

Ja, dat gaat dus niet. Mama zegt: ‘Nu moet je eerst even alles wegleggen, anders kan je de baby niet vasthouden. Je moet eerst lege handen hebben. Je moet eerst alles kwijt zijn, voordat je het kindje in je
armen kan sluiten. En zo is het ook met kerst. Je moet eerst alles uit handen geven. Je moet eerst alles van jezelf kwijtraken. Anders kan je het Kind van kerst niet in je armen nemen.

Je eigen trots moet eraan, anders wil je niet buigen bij de kribbe van Bethlehem. Je eigen naam moet eraan, anders krijgt de Naam van de Zoon van God geen waarde. Je eigen leven moet eraan, anders zoek je het leven niet in de Heere Jezus. Je moet alles uit handen geven. Alles moet eraan.

Alles van jezelf moet schade en drek, verlies en vuil worden, anders wordt de Heere Jezus Christus nooit uitnemend. Anders wordt Hij nooit schoner dan wie dan ook van de mensen.
Hij is gekomen tot het Zijne (dat zijn wij!), en de Zijnen (dat zijn wij!) hebben Hem niet aangenomen.
Wij wilden Hem niet. Wij hadden Hem niet nodig.