/ / Genezing tien melaatsen (Lukas 17) – dankdag

Genezing tien melaatsen (Lukas 17) – dankdag

Genezing tien melaatsen
Preek Lukas 17: En een van hen (van de tien melaatsen), ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stem God verheerlijkende.
En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan.

Thema preek Lukas 17: Genezing tien melaatsen

Dankbaar zijn of echt danken…

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte over Genezing tien melaatsen: Lukas 17:11-19:
En het geschiedde, als Hij naar Jeruzalem reisde, dat Hij door het midden van Samaria en Galilea ging.
En als Hij in een zeker vlek kwam, ontmoetten Hem tien melaatse mannen, welke stonden van verre;
En zij verhieven hun stem, zeggende: Jezus, Meester ! ontferm U onzer ! En als Hij hen zag, zeide Hij tot hen: Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden.
En een van hen (van de tien melaatsen), ziende, dat hij genezen was, keerde wederom, met grote stemme God verheerlijkende. En hij viel op het aangezicht voor Zijn voeten, Hem dankende; en dezelve was een Samaritaan;
En Jezus, antwoordende, zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen? En zijn er geen gevonden, die wederkeren, om Gode eer te geven, dan deze vreemdeling ?
En Hij zeide tot hem: Sta op, en ga heen; uw geloof heeft u behouden.

Links bij preek Lukas 17: Genezing tien melaatsen
Preek: Gelijkenis rijke dwaas (Lukas 12)
Preek: Lokken en voeren in de woestijn (Hosea 2)
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Lukas 17

TERUG DANKDAG | LUKAS

Ds. De Bloois over de Genezing van de tien melaatsen:
Op Zijn doortocht van Jeruzalem naar Galilea ontmoette Hij tien melaatse mannen, die Zijn ontferming inriepen. Op Zijn bevel moeten zij zich aan de Priester vertonen, welk bevel hun genezing inhoudt. Bij hun gaan naar de Priester bemerken zij dat ze genezen zijn.

Een van hen, een Samaritaan, had behoefte om terug te keren en zijn Redder te danken. De anderen gaan wel in de wettige weg maar hebben geen behoefte aan Christus. Zij hadden wel een wondergeloof maar het ware geloof, dat tot Christus uitdrijft, ontbrak. De Heere spreekt Zijn ongenoegen uit over de ondankbaarheid van de negen.

Wat is het nodig om aan onze melaatsheid te worden ontdekt. Dan krijgt de nodiging pas waarde: Kom dan, en laat ons samen richten; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen worden als sneeuw, al waren ze rood als karmozijn, ze zullen worden als witte wol.