Nicodemus en wedergeboorte – Johannes 3

Nicodemus en de wedergeboorte

Preek Johannes 3:3: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand
wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

LEESPREEK

Citaat preek over Nicodemus:

Gemeente, vanmorgen gaan we luisteren naar een gesprek, een gesprek onder vier ogen, een gesprek tussen de Heere Jezus en een echt actief, kerkelijk meelevend mens: Nicodemus.
Hij is een Farizeeër, een man die stipt de wet houdt. En hij is ook een overste van de Joden, een lid van het Sanhedrin.
We gaan vanmorgen samen luisteren naar dat gesprek. Naar het gesprek tussen Jezus en Nicodemus.

De tekst kunt u vinden in Johannes 3:3: Jezus antwoordde en zeide tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.

Het thema voor de preek van vanmorgen is: De absolute noodzaak van een nieuwe geboorte.
We letten op een viertal aandachtspunten:

  1. De vraag van Nicodemus (vers 2)
  2. Het antwoord van Jezus (vers 3)
  3. De reactie van Nicodemus (vers 4)
  4. Het onderwijs van Jezus (vers 5-8)

En er was (zo begint vers 1) een mens uit de farizeeën, wiens naam was Nicodémus, een overste der Joden (lid van het sanhedrin, Joodse Hoge Raad). Deze (vers 2) kwam des nachts tot Jezus.
Hij komt in de nacht om met Jezus te spreken. Is hij bang dat andere mensen hem zullen zien? Dat ze zullen zien, dat hij zich ophoudt met Jezus van Nazareth? Of is hij overdag te druk? Ja, want echte Schriftgeleerden werken gerust tot diep in de nacht door.
Of is het donker van de nacht, zoals vaker bij Johannes, ook een symbool van de duisternis van zijn hart? Hoe dan ook, laten we meeluisteren. We schuiven aan bij dat nachtelijke gesprek.

1. De vraag van Nicodemus

Ja, want Nicodemus heeft een vraag: Rabbi, wij weten, dat U bent een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die U doet, zo God met hem niet is.
Het lijkt een opmerking, een soort compliment: U bent een Leraar door God gezonden. Maar er zit een vraag in verborgen.

Je moet het eigenlijk zo lezen:
‘Rabbi, ik ben ook een leraar net als U. Maar wij weten dat U een Leraar bent van God gekomen. Want we hebben Uw tekenen gezien en Uw wonderen gehoord. Ik denk dat ik iets mis, wat U wel hebt. Wat moet ik nu doen, om ook zo te worden als U? Wat moet ik doen om ook die plus te krijgen? Die plus, dat God ook met mij is?’

Typisch een vraag van een Farizeeër. Als ik nu maar alles doe, wat ik moet doen, dan komt het goed. Rechtzinnig, ijverig, netjes, precies…
Als ik heel goed mijn best doen, dan komt het hopelijk goed, dan is er voor mij hopelijk ook een plaats gereserveerd in het koninkrijk van God. Dan zal God ook echt met mij zijn.
Als ik heel goed mijn best doe. Een echte doe-het-zelver…

U voelt, deze vraag van Nicodemus heeft alles te maken met de vraag: wat is er voor ons, mensen, nodig om zalig te worden? Is dat een kwestie van iets doen? Van iets extra doen? Van goed je best doen? Of…?’

Maar wat opvalt: hij komt met zijn vraag wel bij Jezus terecht. Hij hoort niet meer bij de Farizeeërs die alles zo goed weten. Er zijn vragen in zijn hart. Er is onrust in zijn hartQ. Hoe komt het zover, dat God ook met mij is?
Er is beweging in zijn ziel: onzeker, weifelend, aarzelend… En, hij komt om raad naar de Heere Jezus toe.

Misschien herkent u zich wel een beetje in de houding van de Farizeeërs.
Nee, ik begrijp het, het is naar om zo genoemd te worden. Maar misschien herkent u toch wel iets in die levenshouding van: ik doe mijn best, ik probeer echt het goede spoor te gaan, ik probeer me echt te houden aan Gods geboden, en ik hoop diep in mijn hart dat het uiteindelijk daarom toch nog een beetje mee zal vallen. Dat God met me zal zijn, , om hoe ik ben/geweest ben
En verder? Hebt u nog… hartevragen?
Nicodemus wel, en hij komt ermee bij Jezus terecht.

Ons tweede aandachtspunt:

2. Het antwoord van de Heere Jezus.

We lezen het in vers 3: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Tenzij dat iemand wederom geboren worde, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Het antwoord van de Heere Jezus is scherp. Eigenlijk heel erg scherp!
Nicodemus, er is niets aan te doen. Je hebt en je kunt niets toevoegen.
Je hart is zo slecht, zo zondig, zo dood, het is zo hopeloos, dat al die verbeterpogingen van je niets zullen uithalen. Je hebt een heel nieuw hart nodig.
Wat je ook doet, wat je ook probeert, het zal allemaal niet helpen. Je hart is hopeloos slecht.

Het antwoord Heere Jezus is scherp, eigenlijk heel scherp.
Waarom?
Omdat de Heilige Geest hem en ook ons ervan wil overtuigen, dat de zaligheid helemaal werk God is. En niet van ons.
Zo zal Hij alle eer krijgen voor onze redding, van begin tot eind!

Het antwoord van de Heere Jezus is scherp, eigenlijk heel scherp.
Waarom?
Niet omdat de Heere ons niet zou willen verlossen, maar omdat Hij ons juist wel wil verlossen. Omdat Hij onze hulpeloosheid deel wil laten uitmaken van Zijn wonderlijke werk.
Zo zal Hij alle eer krijgen voor onze redding, van begin tot eind!