Alzo zal Hij vele heidenen besprengen (Jesaja 52) – zending

Hij zal vele heidenen besprengen
Preek Jesaja 52:13-15: Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.

Thema preek Jesaja 52:13-15: Alzo zal Hij vele heidenen besprengen

De komende Knecht des HEEREN
1. Zijn weg
2. Zijn aanstoot
3. Zijn zegen
4. Zijn belofte

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte over: Alzo zal Hij vele heidenen besprengen (Jesaja 52)
1 Waak op, waak op, trek uw sterkte aan, o Sion, trek uw sierlijke klederen aan, o Jeruzalem, gij heilige stad, want in u zal voortaan geen onbesnedene noch onreine meer komen.
2 Schud u uit het stof, maak u op, zit neder, o Jeruzalem; maak u los van de banden van uw hals, gij gevangen dochter Sions.
3 Want zo zegt de HEERE: Gijlieden zijt om niet verkocht, gij zult ook zonder geld gelost worden.
4 Want zo zegt de Heere HEERE: In vorige tijden trok Mijn volk af in Egypte om als vreemdeling aldaar te verkeren; en Assur heeft hetzelve om niet onderdrukt.
5 En nu, wat heb Ik hier te doen? spreekt de HEERE, dewijl Mijn volk om niet weggenomen is, en degenen die over hetzelve heersen, het doen huilen, spreekt de HEERE, en Mijn Naam geduriglijk den gansen dag gelasterd wordt;
6 Daarom zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in dien dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreek: Zie, hier ben Ik.
7 Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die den vrede doet horen; desgenen die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen die tot Sion zegt: Uw God is Koning.
8 Er is een stem uwer wachters; zij verheffen de stem, zij juichen tezamen; want zij zullen oog aan oog zien, als de HEERE Sion wederbrengen zal.
9 Maakt een geschal, juicht tezamen, gij woeste plaatsen van Jeruzalem; want de HEERE heeft Zijn volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost.
10 De HEERE heeft Zijn heiligen arm ontbloot voor de ogen aller heidenen; en al de einden der aarde zullen zien het heil onzes Gods.
11 Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar, raakt het onreine niet aan; gaat uit het midden van haar, reinigt u, gij die de vaten des HEEREN draagt.
12 Want gijlieden zult niet met haast uitgaan, noch met der vlucht heengaan; want de HEERE zal voor ulieder aangezicht heen trekken, en de God Israëls zal uw Achtertocht wezen.
13 Zie, Mijn Knecht zal verstandiglijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
14 Gelijk als velen zich over U ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
15 Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.

Links bij preek Jesaja 52: Alzo zal Hij vele heidenen besprengen
Preek Zacharia 13: Een fontein geopend voor Davids huis
Preek Lukas 9: Zelf verloochenen, kruis opnemen
In zware strijd zijnde, bad Hij te ernstiger · Lukas 22
Preek 1 Petrus 4: Lijden als een christen
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Jesaja 52

TERUG LIJDENSPREKEN | JESAJA

Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in Jesaja 52:13-15. Daar lezen we het Woord van de Heere als volgt:
Zie, Mijn Knecht zal verstandiglijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
Gelijk als velen zich over U ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.

Het thema voor de preek is:
De komende Knecht des HEEREN

We letten samen met de hulp van de Heere op vier aandachtspunten.
Als eerste letten we op Zijn weg. Vers 13 zegt: Hij zal verhoogd worden.
Als tweede letten we op Zijn aanstoot. Vers 14 zegt dat Hij voor velen een struikelblok zal zijn.
Als derde letten we op Zijn zegen. Vers 15a zegt: Hij zal vele heidenen besprengen. En koningen zullen voor Hem buigen.
En als vierde letten we op Zijn belofte. Want, zo zegt vers 15b: de heidenen zullen het verstaan.

Dus: De komende Knecht des HEEREN
1. Zijn weg
2. Zijn aanstoot
3. Zijn zegen
3. Zijn belofte

Gemeente, als we dit Bijbelgedeelte in zijn verband zien, dan valt het ons op dat het gaat over de belofte van de Heere, dat het volk Israël op Gods tijd weer terug zal komen uit de ballingschap. Niet door hun kracht of inspanning, maar (zoals dat altijd zo is en altijd zo zal blijven) door Goddelijk ingrijpen alleen!

Wat een blijde boodschap moet dat geweest zijn in die moeilijke tijd.
De straffen van de Heere zijn, de ballingschap is onafwendbaar. Maar er zal op Gods tijd verlossing komen. De Heere Zelf zal ingrijpen.
Daarom (zo zegt vers 6) zal Mijn volk, daarom zal het Mijn Naam in die dag kennen, dat Ik het Zelf ben, Die spreek: Zie, hier ben Ik.

Er komt straks, op Gods tijd, aan het einde van de oorlog, aan het einde van de ballingschap een heerlijke boodschap van vrede. Kijk maar naar vers 7, waar Jesaja zegt: Hoe lieflijk zijn op de bergen de voeten desgenen die het goede boodschapt, die de vrede doet horen; desgenen die goede boodschap brengt van het goede, die heil doet horen; desgenen die tot Sion zegt: Uw God is Koning!
Wie die boodschapper zijn zal, hij blijft anoniem. Want het gaat niet om de boodschapper, maar om de inhoud van de boodschap, om het heil van de Koning!

Eeuwen later wijst Paulus naar deze tekst uit Jesaja terug, als hij denkt aan de vele onbereikte volken van deze wereld, in Romeinen 10: Want een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden. Hoe zullen zij dan Hem aanroepen in Welken zij niet geloofd hebben? En hoe zullen zij in Hem geloven van Welken zij niet gehoord hebben? En hoe zullen zij horen zonder die hun predikt? En hoe zullen zij prediken, indien zij niet gezonden worden? Gelijk geschreven is: Hoe lieflijk zijn de voeten dergenen die vrede verkondigen, dergenen die het goede verkondigen! (Rom. 10:13-15)

Aan de ballingschap zal op Gods tijd een einde komen. De Heere, zegt vers 12: zal voor hen uitgaan, en hun achterdocht zijn.
En die wonderlijke bevrijding van onderdrukking en ballingschap staat symbool voor een andere bevrijding, namelijk voor de bevrijding van zonde en schuld.
Die ook niet door menselijke inspanning zal plaatsvinden, maar door het ingrijpen van God Zelf. Door de Knecht des HEEREN, over Wie het nu verder zal gaan.
Hij is, zo weten we uit de geschiedenis van Filippus en de kamerling de beloofde Messias, de Christus der Schriften (Hand. 8).

We letten in ons eerste aandachtspunt op

1. De weg van Hem die vele heidenen zal besprengen

Vers 13 zegt: Zie, Mijn Knecht zal verstandiglijk handelen; Hij zal verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden.
Mijn Knecht, de Knecht van de HEERE. Het is een hoge titel! Maar de vernedering erin is ook voelbaar: de Zoon van God is vrijwillig Knecht geworden.

Hij zal verstandig handelen.
Is dat niet waar, als u denkt aan wat de Bijbel over Hem zegt?
Hij was gehoorzaam in alle dingen. Hij was vol liefde tot Zijn Vader. Hij gaf Hem de eer Die Hem toekomt.
Hoe verstandig ging Hij om met Zijn discipelen! Wat moesten zij nog veel leren. Maar wat heeft Hij hen geduldig verdragen en verstandig geleid.
Hoe verstandig ging Hij om met arme zondaars! Toen Hij zei: Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven (Matt. 11:28).
Hoe verstandig ging Hij om met Zijn vijanden. Hij bestrafte ze, maar Zijn oordeel was gedoopt in liefde.

Wat handelde Hij wijs, met Zijn discipelen. Als we eraan denken hoe Hij hen pas na Zijn opstanding de wereld inzond. Eerst leerde Hij hun kennis te hebben aan Zijn lijden, aan Zijn sterven en aan Zijn opstanding. En daarna pas leerde Hij hun de voetstappen te drukken van hun lijdende Meester.
En wat handelt Hij nog steeds wijs in Zijn verhoging. Nu Hij na Zijn opstanding en hemelvaart (zoals vers 13 zegt): verhoogd, verheven, ja, zeer hoog geworden is!
Nu Hij als Koning van Zijn Kerk de Zijnen beschermt, bewaart en vasthoudt in stormen en beproevingen.
Nu Hij in groot geduld Zijn toorn inhoudt over de volken van deze wereld. Hun tijd geeft om naar Hem toe te komen en voor Hem te buigen.
Nu Hij wereldwijd Zijn dienaars, wie ook en waar ook, leidt door Zijn wijze hand.

Want nu de Koning hoog en verhoogd is, nu is het gevaar groot dat de werkers in Zijn Koninkrijk daar ook iets van mee willen krijgen. Wij willen ook graag groot worden.
En wat blijkt dan de wijsheid, wat blijkt dan de verstandigheid van deze Knecht des HEEREN.

In het werk in Gods Koninkrijk, in de gemeenten hier en op het zendingsveld hopen we op bloei. Wat zou het mooi zijn, als wij daar over zouden kunnen vertellen. Over hoe ons werk gezegend is, over hoe geslaagd onze inzet is geweest.
Maar het gaat niet om ons!
Hoe verstandig leidt de Heere, als Hij die verwachte zegen en bloei (zogenaamd op ons werk) vaak pas laat komen, als die helemaal niet meer kan komen door onze inzet.
Als onze hoogmoed opzij geschoven is. Zoals Jesaja zegt in hoofdstuk 2:17: En de hoogheid des mensen zal gebogen en de hoogheid der mannen zal vernederd worden; en de HEERE alleen zal in die dag verheven zijn.

Is dat niet de kern van veel ogenschijnlijk kromme wegen in de dienst van de Heere?
In Nederland, in alle werk in de gemeente, in alle ambtelijke dienst, en ook in het werk van zending en evangelisatie?
De Heere schakelt mensen uit. Of Hij brengt ons of het werk in een zodanige toestand, dat het veilig is om die zegen te geven, terwijl alle eer alleen voor Hem is en blijft.

En zo blijkt uit alle dingen, uit hoe de Heere Zijn discipelen geleid heeft, maar ook uit hoe Hij alle werkers in Zijn dienst in Nederland en in Zijn wereldwijde koninkrijk leidt, hoe wijs de Knecht HEEREN, de verstandig de verhoogde Koning is!

Ons tweede aandachtspunt:

2. De aanstoot van Hem die vele heidenen zal besprengen

Hij zal voor velen een struikelblok zijn.
Vers 14 zegt: Gelijk als velen zich over U ontzet hebben, alzo verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen;
Hoe groot waren en zijn Zijn hoogheid en wijsheid.
Maar hoe diep werd Zijn vernederingDe mensen hebben zich over Hem ontzet. Ze hebben zich bevend en trillend over Hem verbaasd. Verward…
Om…? Om Zijn verdorven gelaat, om Zijn ontsierde gezicht: geslagen, gespuugd, bloedend van de doornenkroon. Hij gaf Zijn rug dengenen die Hem sloegen, en Zijn wangen dengenen die Hem het haar uitplukten; Zijn aangezicht verborg Hij niet smaadheden en speeksel (Jes. 50:6).
Zijn gezicht was misvormd door mishandeling, door vuistslagen, door speeksel, door lijden en tranen. Meer dan ooit enig mens, werd Hij mishandeld.
Nooit meer zou iemand er zo ellendig uitzien. Als een worm, en geen man (Ps. 22:7).

Zijn gelaat was verdorven (misvormd), meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen.
En wat heeft dat een ergernis veroorzaakt! En wat bleek daaruit onze vijandschap!
Wat een struikelblok werd Hij voor onze hoogmoed en voor onze eigengerechtigheid.
Wat bleken we een aversie, een vijandschap, een haat te hebben tegen Zijn diepe vernedering. Tegen deze diepe vernedering, die God in Zijn eeuwige wijsheid had uitgedacht om mismaakte zondaars te redden van de eeuwige ondergang.
Hij was veracht, en (ook) wij hebben Hem niet geacht (Jes. 53:3).

Tot op de dag van vandaag! Wat is de vernedering van Jezus een struikelblok voor heel veel mensen!
Wat moet ik met een timmermanszoon uit Nazareth?
Wat moet ik met iemand, die Vriend van tollenaars en zondaars wil zijn?
Wat moet ik met een gekruisigde Zaligmaker?
Dit is wat ons zwaar ergert, dit is wat ons heel erg afstoot.

Want…?
Want dat vernedert ons.
Hij is zo mismaakt, vanwege onze mismaaktheid.
Hij is zo verdorven, vanwege onze verdorvenheid.
Die we niet willen zien!
En dus roept dit ons aan alle kanten toe: ‘Buig! Erken en belijd uw verlorenheid en schuld! En wil, met zoveel eigen mismaaktheid en verdorvenheid, buigen voor Hem!’

Deze buigende Zaligmaker vernedert ons.
Hier valt onze trots omver. Hier moeten we belijden, dat we zelf mismaakt en onverbeterlijk zijn. Hier moeten we om vergeving vragen.

Hebt u die vijandschap tegen Jezus al eens (tot uw schande) ingezien?
‘Ook ik zag geen gedaante of heerlijkheid in die misvormde, in die mishandelde Jezus, want: ik kende mezelf niet! Maar toen Gods Geest me aan mezelf ontdekte, toen wel…’
Toen zag ik, dat ik niet meer had dan een flinterdun, waardeloos uiterlijk, als verhulling van mijn verloren, mismaakte en verdorven hart.

Wat krijgt deze diep vernederde Christus dan waarde voor je ziel!
Hij buigt zo diep, dieper dan ooit iemand boog, vanwege de last van Gods rechtvaardig-heid en heiligheid, voor mensen zoals ik. Ik had die last moeten ondergaan, ik had onder die last moeten omkomen.
Maar Hij wilde zo juist in de plaats staan van zulke mensen. Om daarna, na Zijn opstanding gaven uit te delen aan wederhorigen (Ps. 68:19). Aan mensen die nooit naar Hem wilden luisteren, die nooit naar Hem gevraagd hadden (Jes. 65:1).

Deze treurige beschrijving wil uw hart en oog, verloren zondaars, op Hem richten.
Op deze Zaligmaker, die u ook altijd veracht hebt…
Maar mag ik u vragen, in Zijn Naam, om daar door Gods genade afstand van te doen?
En om te gaan vragen: ‘Heere, U boog zo diep! Mag dat ook voor mij zijn?’

Wat geven de woorden die volgen hoop, voor verslagen zondaars. Ja, meer nog: ook voor verharde zondaars, ook voor onbereikte zondaars, zoals er nog zoveel in deze wereld zijn.
Want deze woorden zijn inzet van een vergelijking:
Zoals…. Zo…
Zo erg als het was… Zo wonderlijk zal het zijn…
Gelijk als, zoals(!), velen zich over U ontzet hebben, alzo, zo(!) verdorven was Zijn gelaat, meer dan van iemand, en Zijn gedaante, meer dan van andere mensenkinderen.
Alzo (zo!) zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden.

We letten erop in ons derde aandachtpunt, maar zingen samen eerst uit Psalm 72:6:
Ja, elk der vorsten zal zich buigen
En vallen voor Hem neer;
Al ’t heidendom Zijn lof getuigen,
Dienstvaardig tot Zijn eer.
’t Behoeftig volk, in hunne noden,
In hun ellend’ en pijn,
Gans hulpeloos tot Hem gevloden,
Zal Hij ten redder zijn.

Gemeente, ons derde aandachtspunt:

3. De zegen van Hem die vele heidenen zal besprengen

Hij zal (zegt vers 15) vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden. Dat laatste wil zeggen: Ze zullen stil worden, ze zullen sprakeloos staan, en Hem als Koning erkennen.

Vele heidenen, symbool voor alle mensen die zonder God leven, die tegen God zijn.
De koningen, symbool voor alle mensen die groot willen zijn boven God.
Maar ook werkelijk: vele heidenen, heel veel onbereikte mensen, die het Evangelie van Gods genade nog nooit gehoord hebben. En ook koningen, regeringsleiders, die baas in eigen land willen zijn en willen blijven.

Hij, de Knecht des HEEREN, Koning Jezus, zal vele heiden besprengen.
Is dat geen hoopgevend, geen bemoedigd woord?
Voor anderen…?
Jazeker, dit geeft hoop en moed voor Gods werk op het zendingsveld.
Maar, ik bedoel: ook voor uzelf…?
Als u tenminste buigen wil tot dat niveau: ‘Heere, een heiden, dat ben ik ook. Ik heb mezelf in Adam van U los gerukt. En sindsdien kan en wil ik niet tot U terug keren, zonder Uw Goddelijke ingrijpen!’

En koningen zullen hun mond over Hem toehouden. Ze zullen sprakeloos staan, en buigen voor Hem, de enige Koning.
Is dat geen hoopgevend, geen bemoedigd woord?
Voor anderen…?
Jazeker, dit is een nog onvervulde belofte voor Gods werk in deze wereld. We leven in een tijd waarin de meeste regeringsleiders van God niets willen weten. Maar de tijd komt, dat ze zullen buigen: Ja, elk der vorsten zal zich buigen en vallen voor Hem neer!
Maar, ik bedoel ook: is dit niet hoopgevend en bemoedigend voor uzelf…?
Als u tenminste buigen wil tot dat niveau: ‘Heere, zo’n trotse koning, dat ben ik. Die niet buigen wil.’

Maar zo luidt de belofte: Hij zal. Daar begint het mee. En dan: zij zullen.
Hij zal vele heidenen besprengen.
Zoals er in de oudtestamentische eredienst de besprenging was.
Met bloed, als teken van vergeving van zonde en schuld.
Met water, als teken van reiniging van besmetting en onreinheid.
Zo zal Christus vele heidenen besprengen. Met de blijde Evangelieboodschap.
Met de blijde boodschap over verzoening van zonde en schuld, door Zijn bloed, door het bloed van het kruis.
Met de blijde boodschap over reiniging van de kracht van het oude zondige leven, door het werk van de Heilige Geest.
Beiden afgebeeld in het bloed en het water dat op Golgotha na een speerstoot uit Zijn zijde spatte (Joh. 19:34). Overvloedig genoegzaam voor vele heidenen.
Wat een moedgevende uitdrukking!
U, die zo tobt met uw zonde en schuld, u die uzelf zo moet veroordelen, u hebt geen reden om te denken, dat u hier buiten zou moeten vallen.
Christus is bereid u te besprengen met Zijn bloed, tot genezing van uw ziel.
Kom dan, buig u voor Hem neer, en zeg: Zone Davids, ontferm U over mij (Mark. 10:48).

Maar ook als het gaat om het wereldwijde werk in Gods Koninkrijk, ook dan is er geen reden om mensen buiten te sluiten.
Zij zullen besprengd worden. Al lijkt het soms, dat het werk wordt afgebroken.
Zij zullen besprengd worden. Alle menselijke redenering ten spijt.
God doet het, zoals ik zei, en zal Zijn eer voor Zichzelf houden.

De eenvoudige verspreiding van het Evangelie, die voeten die vrede verkondigen, de prediking van het Woord van zonde en genade, zal (dat is Gods belofte) dwars door alle moed benemende omstandigheden heen vele heidenen besprengen.
Het zal vallen als de dauw, op droge rijstvelden in Cambodja en in de grote steden van Ecuador, als tarwe op kale rotsen, als regen op hoge bergen.
En de vrucht ervan zal ruisen als de Libanon (Ps. 72:16).

Is de droge en steenachtige rotsgrond van uw eigen hart al bedauwd door de adem van de Heilige Geest? Ontdekkende, ontmaskerend? Ontmaskerd als zondaar, als opstandeling tegen God, als vijand van het Evangelie? Maar ook bevochtigd met de milde regen van de liefelijke boodschap van vrede door het bloed van deze verachte Middelaar?
Zonder dat kunt u niet leven.
Zonder dat kunt u niet sterven.
Zonder dat kunt u bezig zijn met evangelisatie of zending. Maar dan bent u slechts steigerhout bij een huis dat u zelf probeert te bouwen…

De eenvoudige boodschap van hen die vrede verkondigen, de eenvoudige prediking van het Woord van Christus, zal vele heidenen besprengen.
En koningen zullen hun mond toehouden. Ze zullen sprakeloos buigen aan de voeten van deze Koning! En alle einden der aarde zullen Hem vrezen (Ps. 67:8).

En dan?
Wat gebeurt er dan?
Wat is daar het resultaat, wat is daar de vrucht van?
We zien het tot slot in ons vierde aandachtspunt:

4. De belofte van Hem die vele heidenen zal besprengen

Vers 15 zegt: Denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
De zaligheid Gods zal tot de heidenen gezonden worden, en de heidenen zullen horen (Hand 28:28). Op de hoogten van de bergen klinken liefelijke voetstappen. Die vrede verkondigen. Die goede boodschap brengen, die heil doen horen (vers 7).
En al de einden van de aarde zullen zien het heil onzes Gods (vers 10).
Wat is dit een bemoedigende belofte voor Gods Eigen werk in zending en evangelisatie.
Die het niet verkondigd was, die zullen het zien en in hun hart geloven.
En degenen die het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan en van harte geloven.

Door?
Door de verkondiging, door het horen met hun oren.
Door de dwaasheid van de prediking van Christus, de Gekruisigde.
Door het doorgeven van eenvoudige woorden over zonde en genade, over Adam en Christus.
Ontdaan van alle opsmuk. Als klein mosterdzaad. Onooglijk in de ogen van mensen die grote dingen willen doen en grote dingen van zichzelf verwachten.
Maar daar krijgen wij de eer van (Luk. 13:19).

Door het Woord, en door het Woord alleen, doet de Heere Zijn Eigen werk.
Het is het fundament van alles wat er in Gods Koninkrijk gedaan moet worden.
Paulus zegt in Romeinen 15: Ik heb van Jeruzalem af en rondom, tot Illýrikum toe, het Evangelie van Christus vervuld. En alzo zeer begerig geweest ben om het Evangelie te verkondigen, niet waar Christus genoemd was, opdat ik niet op eens anders fondament zou bouwen, maar gelijk geschreven is: Denwelken van Hem niet was geboodschapt, die zullen het zien; en dewelke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan
(Rom. 15:20-21).

Gemeente, wereldwijd zijn er nog zoveel onbereikte volken. Wereldwijd zijn er miljoenen mensen op weg naar de eeuwigheid, die nog nooit die liefelijke boodschap van vrede hebben gehoord.
Raakt dat uw hart niet? Kinderen God? Jonge mensen, ouderen?
Zonder dat het Woord hen bereikt heeft, zullen ze voor eeuwig omkomen.
Roept de Heere u niet, roept de Heere jou niet -wil je je dat nu ernstig afvragen?- om gehoor te geven aan de laatste opdracht van de Heere Jezus Christus, vlak voor Zijn hemelvaart: Gaat dan heen, onderwijst al de volken, dezelve dopende in den Naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes; lerende hen onderhouden alles wat Ik u geboden heb? (Matt. 28:19)
Want zonder dat gaan ze verloren…

Moet je daar een bijzonder mens voor zijn?
Nee, want bijzondere mensen stelen Gods eer.
De Heere gebruikt gewone, in de ogen van de groten vaak geminachte mensen.
Om mensen te bereiken, met een enkel woord.
Maar die woorden zijn wel nodig! Het is niet de bedoeling om gewoon ergens te gaan wonen (in een stad in Nederland, of waar ook in deze wereld) in de hoop dat mensen iets aan ons gaan zien.
Ze zien genoeg aan ons, maar ze moeten het horen!
Groot is deze belofte, moedgevend voor Gods Eigen werk in deze wereld.
Zielen zullen bereikt en gered worden. Christus zal overwinnen en als Koning heersen van de zee tot aan de zee, en van de rivier tot aan de einden der aarde (Ps. 72:8).
Door…?
Door het eenvoudige zaaien van het Woord.
Door het eenvoudige zaaien van de boodschap van de verminkte Zaligmaker. Die Zich liet slaan, bespugen, en kruisigen. Om mismaakte zondaars voor eeuwig te redden de ondergang.

Is er een handvol koren in het land op de hoogte der bergen, de vrucht daarvan zal ruisen als de Libanon; en die van de stad zullen bloeien als het kruid der aarde (Ps. 72:16).

En daarvoor zal de verhoogde Christus eeuwig de eer ontvangen.
En daardoor zal Hij verhoogd en verheven, ja, zeer hoog worden (vers 13).

Amen.