Vol van zoete wijn · Handelingen 2 · Pinksteren

Vol van zoete wijn
Handelingen 2:5 en 13: En er waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen, van allen volke dergenen die onder den hemel zijn – En anderen spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijn.

Thema preek Handelingen 2:5 en 13: Vol van zoete wijn

Twee soorten reacties op het spreken van de grote werken Gods
1. Geraakt
2. Geërgerd

PDF LEESPREEK

Preek Handelingen 2: Vol van zoete wijn

Biddend hebben ze ernaar uit gezien. Naar de vervulling van Gods belofte. In de stellige overtuiging, de belofte wordt immer, wordt altijd vervuld. In die overtuiging hebben ze samen gebeden. Intens gebeden en gesmeekt om de komst van de Heilige Geest. Die grote groep van mensen: ouderen…, jongeren… Die grote groep van honderdtwintig mensen. Een kleine gemeente vol. De gemeente van de eerstelingen, die straks zal uitgroeien tot de grote oogst.
Pinksteren is het feest van de eerstelingen. Pinksteren is het feest van het begin van de tarweoogst.
Maar nu komt er een andere oogst. Na al het werk dat de Heere Jezus gedaan heeft, nu komt Zijn oogst!
Nu gaat Christus meer dan ooit Zijn Koninkrijk op aarde bouwen.
Met Hemelvaart besteeg Hij Zijn troon in hemel.
Met Pinksteren begint de bouw van Zijn wereldwijde Koninkrijk.

En nu komt de Heilige Geest, die de Heere Jezus beloofd had, wonen in Zijn volk.
Vroeger woonde de Heere onder en bij Zijn volk. Zoals staat in Johannes 1: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (Joh. 1:14).
Maar nu komt de Heere (om zo te zeggen) dichterbij. Hij komt wonen in Zijn volk.
Zij worden tempel van de Heilige Geest (1 Kor. 6:19). Gebouwd wordt tot een woning van God, in de Geest (Ef. 2:22).

Kijk maar naar vers 4: En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest
Dit is geschiedenis van Gods heil, dit is heilsgeschiedenis.
Weer komt God op een bijzondere manier, uniek, eenmalig, de geschiedenis van ons mensen binnen. Als teken van het begin van deze nieuwe tijd.

De tijd is aangebroken dat het wereldwijde Koninkrijk God op aarde zal gevestigd worden.
Ooit kwam de Vader, Die de wereld schiep.
Toen kwam de Zoon, om de wereld te verlossen.
En nu komt de Heilige Geest, om te wonen in Zijn volk. En ook om hen bijzondere krachten en gaven, als vervulling van de belofte van Handelingen 1:8:
U zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.
De tijd is aangebroken dat het wereldwijde Koninkrijk van God op aarde zal gevestigd worden. Een eenmalig, een uniek gebeuren, dat plaatsvindt in de volheid van de tijd.
Zoals er trouwens ook in het hart van ieder kind van God iets eenmaligs plaatsvindt.
Christus bestijgt Zijn troon. En de Heilige Geest komt wonen in het hart.
Op het moment dat we opnieuw geboren worden, als we een nieuw hart krijgen.
In Bijbel ook wel genoemd: de doop met de Heilige Geest.
Dat is niet een soort tweede periode in het leven van de gelovige. Dat is het moment waarop een mens volledig onder het beslag en het gezag komt van de Heilige Geest, en aan Christus (als het Hoofd) verbonden wordt.

Het is Pinksteren.
De tijd is aangebroken, dat het wereldwijde Koninkrijk van God op aarde zal gevestigd worden.
Ooit kwam de Vader, toen kwam de Zoon en nu komt de Heilige Geest.
Vergezeld van machtige tekenen.
Kijk maar naar vers 2: met een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind.
De Geest komt met kracht!
En, zegt vers 3: van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur.
De Geest komt zoals vuur komt. Hij brandt alle vuil weg. Hij verbrandt de zonde en alles wat zich tegen Hem verzet.
En, zo vervolgt vers 4: en: zij begonnen te spreken met andere talen, zoals Geest hun gaf uit te spreken.
De bruisende stroom van Pinksteren loopt uit in de bedding van de taal, in de bedding van de prediking (citaat: Floor).
Calvijn zegt: De Heilige Geest heeft Zich sinds Pinksteren met een onverbrekelijke band gebonden aan het Woord.

De tekenen – die maar kort gezien en gehoord worden, terwijl de Heilige Geest Zijn intrek neemt in de harten van die honderdtwintig mensen – die tekenen lopen uit op: en zij begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken (vers 4).
De Geest geeft hen te spreken (vers 4) en de menigte hoort hen spreken: En als deze stem geschied was, kwam de menigte samen, en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken (vers 6).
En uiteindelijk, als die toegestroomde mensen dichterbij komen en goed kunnen horen, dan zeggen ze het ook: we horen hen in onze talen de grote werken God spreken (vers 11)
Er breekt nieuwe heilstijd aan, waarin de macht van het Woord centraal zal staan.
De Heilige Geest is gekomen en gaat werken door de stem van het Woord, door de boodschap van het Evangelie.

De Geest geeft hen te spreken. En ze gaan spreken. Ze vertellen de grote werken van God. De grote dingen Hij gedaan heeft…
Welke grote werken, welke grote dingen heeft God dan gedaan? Welke grote daden van de Heere gaan ze dan vertellen?

De grote dingen die in het Oude Testament altijd weer terug komen zijn: De verlossing uit Egypte. Het gaan door de Rode Zee. De reis door de woestijn. De doorgang door de Jordaan. En het beërven van het land Kanaän. De grote daden van de HEERE uit later tijd ook: de terugkomst uit de ballingschap.

Maar het ligt vooral voor de hand, dat als het hier gaat om het vertellen van de grote werken van God, dat ze vooral die dingen vertellen die kortgeleden gebeurd zijn.
Ja, want wat is er kortgeleden gebeurd, vlak voor Pinksteren?
Jezus van Nazareth is gestorven aan het kruis. Hij is begraven. En daarna… is Hij opgewekt uit de dood! En Hij is naar de hemel opgevaren, Hij is de hemel binnengegaan! Dat is zijn de grote werken van de Heere, het grote werk van de zaligheid!
En dat vertellen ze, jong en oud, de grote daden van God.

Ze vertellen niet wat zij allemaal hebben. Dan ben je trouwens snel klaar. Van jezelf heb je helemaal niets. Alleen maar zonde, ongeloof, opstand, verloochening en twijfel. Dat zijn de grote daden van de mens. Die vertellen ze niet.
Ze vertellen ook niet over zichzelf, over wat ze allemaal meegemaakt hebben, over hun ervaringen, over wat ze beleefd hebben… Ze vertellen ook niet hoe God (volgens hen) meestal werkt in hun eigen hart en in harten van andere mensen…
Ze maken ook niet heel veel lawaai. Ze gaan niet lopen zwaaien met hun armen, ze raken niet in geestvervoering, ze vallen niet op de grond. Ze spreken niet met onverstaanbare brabbeltaal…
Nee, ze vertellen overluid en duidelijk de grote werken van God.

Pinksteren is het wonder van het gesproken Woord: van het vertellen van de grote werken van God.
Ze vertellen dat God in onbegrijpelijke liefde Zijn Zoon in de wereld gezonden heeft. En dat Hij Zijn werk voltooid heeft. En dat Hij door Zijn Vader in de hemel weer ontvangen en aanvaard is. Omdat Zijn werk volkomen was. Ze vertellen van Gods werk.

Onze harten, laten we maar eerlijk zijn, zijn zo vaak gericht op onszelf. Maar het is het werk van de Heilige Geest om onze harten te richten op God. Op wat Hij doet. Op wat Hij gedaan heeft. In het bijzonder in het grote werk van de zaligheid.
Herkent u dat in uw eigen leven? Van mezelf zo gericht op mezelf. Ik vertel zo graag iets over mezelf. Iets moois over mezelf, zo dat het het hart van een ander raakt… En ik hoop zo dat ik dan een klein traantje zie in de ogen van die ander…
Zo menselijk, zo gericht op mezelf…

Maar dit is het kenmerk van het werk van God de Heilige Geest. Dat Hij die op-onszelf-gerichte-harten, die Adams-harten, die Eva-harten, richt op God. In woorden en werken, gaat richten op God en op de eer van Zijn Naam.
En dat zien we hier gebeuren. Ze spreken de grote werken van God.
Dan moet je die werken natuurlijk wel kennen in je eigen hart, anders weet je ook niet waar je het over hebt.
Kent u zelf die grote werken van God in uw eigen leven? Bent u ooit als een vijand aan Gods voeten gevallen? Gods grote werk…
Hebt u ooit gebogen onder het oordeel wat God velde over uw leven? ‘Heere, U hebt gelijk, Uw doen is rein, Uw vonnis is rechtvaardig’. Gods grote werk…
Bent u ooit als een verloren mens gebracht aan de kribbe van Bethlehem? Waar u hoorde en geloofde: Heden is ons geboren de Zaligmaker. Gods grote werk…
Bent u ooit met het pak van uw hemelhoge schuld gebracht aan de voet van het kruis? Gods grote werk…
Hebt u ooit de Opgestane Christus ontmoet? En zicht gekregen op de grote Hogepriester, die bidt aan de rechterhand van de Vader? Gods grote werk…

Dan ga je niet over jezelf vertellen. Dan ga je Gods werken vertellen.
En daar(!) worden andere mensen jaloers op. Dat trekt andere mensen tot Gods goede dienst.

Ze vertellen de grote werken van God. En dan, ja, dan komt de reactie. Van de mensen daar om heen. En daar letten we vanmorgen vooral op. Die honderdtwintig mensen vertellen vrijmoedig en blijmoedig de grote werken van God.
En de mensen daaromheen…?
We gaan vanmorgen letten op twee typen, twee soorten van mensen daaromheen, en dus ook twee soorten van reactie.
We letten als eerste op de mensen van vers 5:
Joden, te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van allen volken dergenen,
die onder den hemel zijn.
En we letten als tweede op de mensen van vers 13:
Anderen, spottende, zeiden: Zij zijn vol van zoete wijn.

Het thema voor de preek is dan ook:
Twee reacties op het spreken van de grote werken van God.

Er zijn twee aandachtspunten, twee soorten reacties:
1. Geraakt
2. Geërgerd

Als eerste dus:

1. Geraakt – (Godvruchtige mannen)

Er waren (staat in vers 5), Joden, in Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van alle volken van al degenen die onder de hemel zijn.
Het zijn mensen die wonen in de heilige stad, in Jeruzalem. Het zijn niet de pelgrims van het Pinksterfeest die van buiten de stad komen. Nee, het zijn bewoners van de stad: Joden uit al de volken onder de hemel. Ze hebben waarschijnlijk hun leven lang ergens anders gewoond. Maar toen ze wat ouder werden, zijn ze teruggegaan naar het land van de belofte. Het zijn waarschijnlijk voor een groot deel ouderen die teruggegaan zijn naar Jeruzalem, naar het heilige land, naar de heilige stad, in de hoop dat ze na hun sterven daar ook begraven zullen worden. En tegelijkertijd leeft in die tijd ongetwijfeld ook een sterke verwachting van de komst van de Messias.

Mensen uit Jeruzalem. Geen slordige, geen goddeloze mensen. Nee, ze zijn heel ijverig in hun godsdienst, want er staat: Het zijn godvruchtige mannen. Ze leven naar Gods wet.
Ze zijn ijverig in de instellingen van God. Calvijn zegt: Kennelijk is er iets in de godsdienst dat hen trekt, dat hen aantrekt.
Misschien geldt dat ook u wel, ouderen. Ik spreek u vanmorgen bijzonder aan. Omdat het hier waarschijnlijk ook gaat om ouderen. U zit al veertig, vijftig, zestig jaar in de kerk. Er is iets wat u trekt. Waardoor u steeds weer terugkomt.

IJverige mensen, zo ijverig, dat blijkt in het vervolg, dat ze meegedaan hebben (hoe dan ook) aan het kruisigen van de Heere Jezus Christus.
Misschien, ouderen, geldt dat u ook wel. Jaren van ijver en netheid. Maar tegelijkertijd, als u eerlijk bent vanmorgen, diep in uw hart: een vijand van Christus.

En zegt vers 6: Als deze stem geschied was, kwam de menigte samen en werd beroerd, want eenieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
Deze stem geschiedde. Bedoelt Lukas het geluid van die wind, dat ze gehoord hebben, of…? Calvijn denkt bij deze uitdrukking, bij ‘de stem die geschiedde’ meer aan het verhaal, dat als een lopend vuurtje door de stad gaat. Het is in ieder geval voor iedereen duidelijk: Er gebeurt iets! Er is iets aan de hand in de stad!

En als ze dat horen, staat er, dan komt de menigte samen. Al die mensen stomen toe.
De menigte komt samen en wordt beroerd. Ze zijn in totale verwarring, als aan de grond genageld, perplex! Innerlijk volledig de greep op zichzelf kwijt.
Want…? Wat is er dan…?
Er staat: Eenieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
Jarenlang, hun leven lang, hebben die mensen in het buitenland gewoond. Daar zijn ze, staat in vers 8, geboren. En nu ineens, moet je nu horen! Dat zijn gewone mensen uit Galilea! Die zijn nog nooit in het buitenland geweest. Die zijn nog nooit de grens over geweest. En ze praten onze moedertaal…

Ze ontzetten zich allen en verwonderden zich. Ten hoogste verbaasd. Totaal verwonderd. Volledig in verwarring. Ze zeggen tegen elkaar: Ziet, zijn niet allen die daar spreken Galileeërs? En hoe horen wij hen eenieder in onze eigen taal in welke wij geboren zijn: Parthers, Meders, Elamieten, inwoners van Mesopotamië. Mensen uit het oosten, uit de streek van Iran. Judea, en dan: Cappadocië, Pontus, Azië, Frygië, Pamfylië, Klein-Azië (het tegenwoordige Turkije). Er zijn mensen uit Egypte, uit de delen van Libië, uit Afrika, hetwelk bij Cyrene ligt. Er zijn uitlandse Romeinen, dat wil zeggen Joden uit Rome die hier zijn komen wonen. Overal komen ze vandaan! Joden en Jodengenoten, Kretenzen van het eiland Kreta, Arabieren…
Wij horen hen in onze talen de grote werken van God spreken.

Ze horen – Pinksteren is het wonder van het gesproken Woord – in hun eigen taal over de grote werken van God. Indringender, treffender dan dat ze dat ooit gehoord hebben! Want, staat er, ze ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig zeggende de een tegen de ander: Wat wil toch dit zijn?
Ze kunnen er niet om heen. Het raakt hen. Hier is iets heel bijzonders aan de hand. Ze ontzetten zich, letterlijk. Ze zijn stomverbaasd. In totale verwarring, twijfelmoedig, aangeslagen, perplex, ja, meer nog, ze gaan vragen, ze zeggen:
Wat heeft dit alles mij toch te zeggen? Mij, nietig, klein mensje op weg naar de eeuwigheid, op weg naar de grote ontmoeting met God?

Zoals u, zoals jij, in het verleden misschien ook wel geraakt werd door het Woord.
Het schudde u wakker. Het bracht u in verwarring.
Plotseling werd u wakker uit uw geruste leventje.
Wat u hoorde greep u aan. Het schudde u door elkaar.
Het Woord greep vast. U werd onrustig, bezorgd, verbaasd…: Wat wil toch dit zeggen?
Wat heeft dit alles mij toch te zeggen? Mij, nietig, klein mensje op weg naar de eeuwigheid, op weg naar de grote ontmoeting met God?

U voelde het: ’t Was de Almachtige Zelf, Die sprak…
Uw leven schudde, u hart beefde, uw knieën knikten…
U was onder indruk, u was bezorgd, u raakte ontroerd.
Het liet u niet los… U sliep er onrustig van…
Het was alsof uw binnenste geweten wakker geschud werd…
Door de ‘stem die geschiedde’

En: u kwam eropaf. U kwam dichterbij: betrokken, nieuwsgierig…
U ging erover lezen, u ging er meer naar luisteren.
Ook omdat u kennelijk voelde: hier is een buitengewone kracht… Dit is God, Die tot me spreekt…
En: u ging vragen: Wat wil toch dit zijn? Wat heeft dit mij toch te zeggen?
En: u ging bidden. Bang voor wat er komen zou…
En: misschien wel na heel veel jaren, ging u weer voor het eerst uw handen vouwen, uw knieën buigen…

En nu…? Geldt voor velen van u niet – dat zeg ik zeker tegen u, ouderen, maar ook tegen jongeren – geldt voor velen van u niet:
U was onder de indruk van wat er gebeurde, de tekenen van de hemel raakten u…
U kromp ineen. U was voor een tijd onrustig.
Maar daarna viel u weer langzaam in slaap…
Uw overtuiging was als een morgenwolk, als een vroeg komende dauw, die heenging (Hos 6:4). En sindsdien slaapt u dieper en geruster dan ooit tevoren…

O, ontwaak toch uit uw dodelijk rust!
Voordat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt!

Je zegt: Wat moet ik doen? Ik voel dat gevaar in mijn leven. Dat ik soms onder de indruk ben van het Woord van de Heere. Maar daarna zakt het weer weg…
U zegt: Wat moet ik doen? Ik ben oud geworden, al zestig, zeventig, al tachtig jaar. Vroeger raakte het Woord me nog wel, maar tegenwoordig is mijn hart steeds harder geworden…

Luister op deze Pinksterdag toch naar het Woord van de Heere.
Twee dingen worden u vandaag vanuit Handelingen 2 toegeroepen. Twee dingen.

Als eerste de grote daden Gods. De grote werken van God, van Jezus Christus, de Zoon van God. Die God was en God gebleven is. Die mens geworden is. Hij heeft Zich diep vernederd tot in de dood, tot in de vervloekte dood van het kruis.
En dat was allemaal, zegt Petrus, naar de bepaalde raad en voorkennis van God. Dat was Gods plan van de zaligheid. En Diezelfde God heeft Christus opgewekt uit de doden. Hij is verhoogd en zit nu aan de rechterhand van Zijn Vader in de hemel.
De grote werken van God! Dat heeft God gedaan.
Met het grote en oprechte doel om verloren mensen, zoals u, zalig te maken.
Hij deed het (om zo te zeggen) niet zomaar, maar juist voor mensen zoals u: vijanden van God en Christus. De grote daden van God.

En het tweede wat u toegeroepen wordt vanuit dit hoofdstuk is dit: Maar u!
De grote daden van de mens. Dit was uw antwoord: U hebt Hem gekruisigd.
Dat hebt u(!) gedaan. U hebt Hem verworpen. U hebt de grote daden van God, ja, God Zelf en Christus Zelf niet gewild.
Nee, zegt Petrus straks in zijn preek, u hebt Hem niet met uw handen gekruisigd, dat hebt u overgelaten aan andere mensen. Maar, zegt Petrus, wel met uw hart. Dat kwam rechtstreeks uit uw hart. Ten diepste hebt u Hem aan het kruis gehecht en gedood: uw grote daden.

Ik noem u wel ‘lieve mensen’ en uw zielen gaan mij aan het hart, maar ik zeg u (aan het einde van dit kerkelijk jaar, na alles wat gezegd is over de zondaarsliefde van onze Heere Jezus Christus), hoewel ik uw netheid en ijver zie, ik zeg het toch tegen u: U hebt Hem gekruisigd!
U hebt niet gewild en u wilt niet dat Hij Koning over uw leven zou zijn. Ik noem u wel lieve mensen, maar u bent vijanden van mijn Meester en Zender.
God heeft Hem tot een Heere en Christus gemaakt. Dat heeft God gedaan. Maar u hebt Hem gekruisigd. Dat hebt u gedaan.
En het verbaast me dat velen van u dit beschuldigende Godswoord uit de hemel aanhoren alsof… er niets aan de hand is. Van een bekeuring van de politie bent u nog meer onder de indruk dan van deze beschuldiging.

U zegt, heb ik Hem dan gekruisigd? Hoe dan?
U hebt uw knieën niet gebogen voor Hem. En daarmee hebt u Hem niet erkend.
U hebt uw hoop gezet op andere dingen. Vooral op uw eigen netheid en uw eigen godsdienstigheid. En daarmee hebt u Hem veracht.

Er waren tijden dat Hij met Zijn liefdevolle hand uw ziel aanraakte en wakker schudde, u onrustig maakte, maar u hebt die indrukken van u afgeschud als regendruppels van uw regenjas. En daarna hebt u Hem de deur geweigerd.

Er zijn tijden geweest dat de Heere te vinden was. Maar u moet eerlijk zeggen na al de jaren: ik heb Hem niet gezocht. Hij was nabij. U weet het, er zijn tijden geweest dat de Heere heel dichtbij was. En misschien wel werkte in het hart van uw man, van uw vrouw, van uw kinderen. Hij was nabij, maar u hebt Hem niet aangeroepen.

Er zijn tijden geweest in uw leven, dat u voelde wat er nodig was tot verzoening van uw hemelhoge schuld. Maar u hebt uw heil ergens anders gezocht: in levensverbetering, in uzelf, in uw werken… en daarmee hebt u Hem verworpen. Hem, die zoveel en zo vaak in liefde klopte op de deur van uw hart: Doe Mij toch open!
Maar nee…

Er zijn zelfs tijden geweest, en u weet het als u eerlijk terugdenkt, dat de Geest als het ware Zijn hand op uw hart legde, u voorspiegelde de kostbaarheid en de waarde van het bloed van de Heere Jezus Christus om u te lokken en u te trekken, maar u hebt de Geest weerstaan.

Ja, uw kwaad is erger. U bent doorgegaan op uw eigen weg. Terwijl u diep in uw hart altijd uw schouders hebt opgehaald: Ik kan er ook niets aan doen. Terwijl u nog dieper in uw hart altijd God de schuld gegeven hebt.
Ik zeg u, dat is vijandschap tegen God en tegen Christus. U hebt Hem afgewezen, u hebt Hem geweigerd, u hebt Hem weg willen hebben uit uw leven: ‘Weg met Hem!’.
Was dat niet wat zijn vijanden riepen op Golgotha… en daarvoor…? ‘Weg met Hem, kruis Hem! Wij willen niet dat Hij Koning over ons leven zal zijn.’

Vrienden? Nee, moordenaars van de Zaligmaker.
Zoals de schrijver van de Hebreeënbrief schrijft: De Zoon van God vertreden, vertrapt onder uw voeten en het bloed van het nieuwe testament onrein geacht. En de Geest, de Geest van Pinksteren, de Geest der genade, smaadheid aangedaan. Diep beledigd.
O, laat toch vanmorgen de scherpe priem van dat Woord uw hart diep doorwonden.
U zegt: ‘Wat moet ik doen? Want de Heere heeft gelijk’.
Bekeer u! Breek voor God en erken en belijd deze uw schuld en uw vijandschap tegen God en tegen Christus. En bid of de Heilige Geest, Die u zo vaak hebt tegengestaan, Die u zo vaak smaadheid hebt aangedaan, uit enkele genade opnieuw uw hart zal aanraken met Goddelijke kracht en overtuiging.

Zoals gebeurde op de Pinksterdag, waar duizenden mannen, vrouwen, jongeren, ouderen, vijanden van Christus gevallen zijn. Vijanden van Christus!
Dat is het wonder van Pinksteren, dat vijanden vallen voor God. Vijanden, zoals er ook hier in de kerk nog zoveel vijanden zijn van Christus.
Getroffen in het hart hebben ze gebogen en beleden: Ik erken mijn schuld, o God, die U tot straf bewoog.

Beste vrienden, er is een weg ter ontkoming. Maar ga niet door! Als u de Naam van de opgestane Christus aanroept (wie u ook bent en wat u ook gedaan hebt), dan zult u zalig worden.
Maar, bekeer u toch. En neem dit Woord toch aan. En verwerp het niet opnieuw.
Anders, zegt God, blijft er geen slachtoffer, geen offer voor de zonde meer over.

—-

Gemeente, het gaat vanmorgen in de preek over twee typen hoorders, om twee soorten reacties op dat spreken over de grote daden van God.
We hebben gelet op de mensen van vers 5: Joden die Jeruzalem wonen, godvruchtige mannen, geraakt door Woord
We letten als tweede nog kort op de mensen van vers 13.

2. Geërgerd(spotters: zij zeggen: Zij zijn vol van zoete wijn)

Anderen, spottende, zeiden: ze zijn vol van zoete wijn.
Die mensen waren er ook. In Jeruzalem, in de heilige stad. En ze zijn ongetwijfeld ook nu, hier in de kerk.
Mensen die minachtend of geïrriteerd glimlachten. Nee, niet zichtbaar, maar in zichzelf.
Waarschijnlijk waren het de Farizeeën, de Schriftgeleerden, de Sadduceeën en wellicht nog anderen.
Mensen, die gespot hebben bij het kruis. Want er staat in de Bijbel: En insgelijks ook de overpriesters, met de Schriftgeleerden, zeiden tegen elkaar al spottende: Hij heeft anderen verlost; Zichzelven kan Hij niet verlossen.
En nu spotten ze op de Pinksterdag: Ze zijn dronken, vol van zoete wijn.

Heel nadenkend, heel slim is het niet geweest. Dat is meestal zo met spotten.
Zoete wijn is wijn die eigenlijk nog niet klaar is, die nog niet helemaal gegist is. Daar zit nog heel veel suiker in van de druiven. Het is wijn die pas gemaakt is. En die is er dus alleen maar vlak na de druivenoogst. Die wijn is, als je tenminste van wijn houdt, ‘lekker zoet’. Maar de wijnoogst is nog helemaal niet geweest! Met andere woorden, er is helemaal geen zoete wijn!
En bovendien, heb je ooit iemand gezien die dronken was en die tegelijkertijd vloeiend een vreemde taal sprak? Er komt hooguit onzin uit.
Een druppel gezond verstand, en hun hart en uw hart zou op z’n minst geschokt zijn door het zien en horen van zoveel wonderen en machtige tekenen uit de hemel, tekenen van Gods Majesteit. Maar hun harten zijn hard, bikkelhard… Misschien uw hart ook wel…

Het was trouwens niet perse een klein groepje mensen dat spotte, er staat: de anderen. Misschien is het wel een heel grote groep geweest.
En Lukas zegt ook niet dat het perse de slechtste mensen waren, van wie niets goeds te hopen was.
En trouwens, niets, echt helemaal niets wijst erop dat deze spotters een onvergeeflijke zonde begingen, zoals sommigen denken.

Misschien herkent u wel iets van die mensen in uw eigen hart. Nee, u zult het nooit, en dat begrijp ik, u zult het nooit hardop zeggen. Maar diep in uw hart lacht u erom. En het irriteert u ook mateloos… Eigenlijk spuugt u erop… Op die altijd maar weer geschetste tegenstelling tussen de grote werken van God en het waardeloze van onze werken. U had het liever andersom gehad…
Niemand kan kijken in uw hart. Maar daar, diep in uw hart, daar iets wat zegt: Dit klopt niet, hor! Wat is dit? Waar gaat dit over? Dit is raar. Ze zijn hier allemaal gek.

Dat was toen zo, op de Pinksterdag in de heilige stad, en dat is ongetwijfeld ook nu vanmorgen zo, hier in de kerk.
Er zijn er onder u die denken (nee, u zegt het nooit, maar u denkt het wel): ‘Ze zijn gestoord hier. Ze zijn dronken. Hij is gek!’

Uw hart is hard. Maar niet te hard. En het is het grote werk van God de Heilige Geest, van de Geest van Pinksteren, om (terwijl uw hart hermetisch gesloten is), om de koperen deuren van uw hart te verbreken en ijzeren grendels van uw hart aan stukken te slaan.
Hij is machtig om het hardste hart te openen. Ja, zelfs dat van u!
Zijn liefdepijlen zijn scherp. Ze treffen in het hart. Niet van vrienden, maar van vijanden en spotters.
Uw verzet is groot. Ga zo niet door. Maar buig voor de verhoogde Koning.
Onze lieve Heere Jezus Christus krijgt de meeste eer, echt waar, wanneer het hardste hart buigt en breekt. Hij krijgt de meeste eer als u…, als u aan Zijn voeten valt, en zegt:
‘O God, wees mij zondaar genadig’.

Onthoud Hem die eer toch niet. Die eer, dat u, nu als een spotter, maar dan als een parel zult gaan schitteren aan de kroon van de verhoogde Koning.
Uw geval is niet hopeloos, spotters. Er is een geopende weg, ook voor u.
En er is niet meer eer en glorie en heerlijkheid denkbaar voor de verhoogde Christus dan dat vijanden, spotters, op deze dag gemaakt worden tot vrienden en kinderen.

Kom, spotters, buig ook…
Er is plaats bij Christus.
Zelfs voor u…, vooral voor u…

Amen

Links bij preek Handelingen 2:1-13 over Vol van zoete wijn
– Preek Jakobus 3 en Handelingen 2: Tongen als van vuur
– Preek Handelingen 3: Genezing kreupele, preek Petrus
– Preek Johannes 16: Heilige Geest overtuigt van zonde
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Handelingen 2

TERUG PINKSTEREN | HANDELINGEN