/ / Preek Zondag 15: Geleden onder Pontius Pilatus

Preek Zondag 15: Geleden onder Pontius Pilatus

Preek Zondag 15:

In onze plaats
1. Het lijden
2. Het oordeel
3. Het kruis

PDF LEESPREEK
AUDIO

Tekst preek Catechismus Heidelberg Zondag 15
Vraag 37: Wat verstaat u door het woordje: Geleden?
Antw. Dat Hij aan lichaam en ziel, den ganse tijd Zijns levens op de aarde, maar inzonderheid aan het einde Zijns levens, den toorn Gods tegen de zonde van het ganse menselijke geslacht gedragen heeft, opdat Hij met Zijn lijden, als met het enige zoenoffer, ons lichaam en onze ziel van de eeuwige verdoemenis verloste, en ons Gods genade, gerechtigheid en het eeuwige leven verwierf.

Zondag 15, Vraag 38: Waarom heeft Hij onder den rechter Pontius Pilatus geleden?
Antwoord: Opdat Hij, onschuldig onder den wereldlijke rechter veroordeeld zijnde, ons daarmede van het strenge oordeel Gods, dat over ons gaan zou, bevrijdde.

Vraag 39: Heeft dat iets meer in, dat Hij gekruisigd is geweest, dan of Hij met een anderen dood gestorven ware?
Antwoord: Ja het; want daardoor ben ik zeker, dat Hij de vervloeking, die op mij lag, op Zich geladen heeft; dewijl de dood van het kruis van God vervloekt was.

Links bij preek Zondag 15 Heidelberger Catechismus
– Preek catechismus zondag 14
– Preek catechismus zondag 16
Externe links
– Catechismus in gewone taal: zondag 15

TERUG CATECHISMUS

Over Zondag 15:
Als we door het geloof er toch eens iets van mogen zien, wat Hij heeft gedaan in de plaats van Zijn volk staande. 0, als we er iets van mogen inleven hoe het de Zoon van God was, Die in onze menselijke natuur heeft willen lijden en sterven. Wat krijgt die Zaligmaker, ja, die bespotte, gehoonde, verachte Christus, Die Man van smarten, dan een onuitsprekelijke heerlijkheid.
Hij krijgt de hoogste plaats in onze zielen. Hij , Wiens schoonheid niet om uit te spreken is. Hij is veel schoner dan de kinderen der mensen. Wat zal het hart ernaar uitgaan om zich in Hem geborgen te weten. Zich met Zijn gerechtigheid bekleed te weten. In Hem te mogen bezitten wat tot vrede en verzoening onmisbaar is. (Ds. A.F. Honkoop)