/ / Preek Zondag 6: De Middelaar

Preek Zondag 6: De Middelaar

Preek Zondag 6

De Middelaar:
1. Wat Hij is
2. Wie Hij is
3. Waaruit we dat weten

PDF PREEK ZONDAG 6

Preek Catechismus Zondag 6  | Ds. J. IJsselstein
Preek Catechismus Zondag 6 | Ds. J. IJsselstein

Tekst bij preek Zondag 6
Zondag 6, vraag 16. Waarom moet Hij een waarachtig en rechtvaardig mens zijn?
Antwoord. Omdat de rechtvaardigheid Gods vorderde, dat de menselijke natuur, die gezondigd had, voor de zonde betaalde; en dat een mens, zelf een zondaar zijnde, niet kon voor anderen betalen

Zondag 6, vraag 17. Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?

Antwoord. Opdat Hij, uit kracht Zijner Godheid, de last van de toorn Gods aan Zijn mensheid zou kunnen dragen, en ons de gerechtigheid en het leven zou kunnen verwerven en wedergeven.

Zondag 6, vraag 18. Maar wie is deze Middelaar, Die tegelijk waarachtig God en een waarachtig rechtvaardig mens is?

Antwoord. Onze Heere Jezus Christus, Die ons van God tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, en tot een volkomen verlossing geschonken is.

Zondag 6,
vraag 19. Waaruit weet u dat?
Antwoord. Uit het heilig Evangelie, hetwelk God Zelf eerst in het paradijs heeft geopenbaard, en daarna door de heilige patriarchen en profeten laten verkondigen, en door de offeranden en andere ceremoniën der Wet laten voorbeelden, en ten laatste door Zijn eniggeboren Zoon vervuld.

Links bij preek Zondag 6 Heidelberger Catechismus
– Preek catechismus zondag 5
– Preek catechismus zondag 7

TERUG CATECHISMUS

Ds. Van Sliedregt over Zondag 6:
Dit vrije getuigenis van ons antwoord komt uit de mond van de kinderen van het verbond, die met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon. Ze hebben Golgotha voor hun ziel leren kennen, zijn ondergegaan in het bloed van Christus, en in Christus, de Middelaar, ontmoeten ze nu God als een God van genade. Er is geen beven en sidderen voor God, maar een kinderlijk en teer vrezen, zodat begeerd wordt in teerheid te wandelen voor het aangezicht van de Heere, en de weldaden van het verbond te kennen en te genieten. Ja, “Gods verborgen omgang vinden, zielen, waar zijn vrees in woont, ’t heilgeheim wordt aan Zijn vrinden, naar Zijn vreêverbond getoond”. Zoëen weet zich, zo vaak in ’t geloof neergezonken wordt op de Middelaar en Borg, begenadigd en aangenomen in de Geliefde. Er spruit vredeleven uit op. De weldaden stromen toe. In volheid wordt nu bevestigd: “De Trooster zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen”.