| Preek over: Zondag 42 Zondag 42 van de Catechismus gaat over het achtste gebod: Gij zult niet stelen. Over hoe je wel en niet moet omgaan met geleend bezit. Want alles is en blijft van God. |
Het bedrog van de rijkdom
Geliefde gemeente, het Woord van het Evangelie is als zaad, wat door een zaaier wordt gezaaid, en vanmiddag behandelen we Zondag 42. Je luistert goed in de kerk, het doet iets met je en je ziet hoe gelukkig je zou zijn, als je de Heere zou leren kennen. Maar de zorgvuldigheid van deze wereld en het bedrog van de rijkdom verstikken het Woord en maken het onvruchtbaar. Het bedrog van je geld en je bezit kan er dus voor zorgen dat je uiteindelijk je ziel verliest. En als je ziel verloren is, dan is alles verloren, zo klinkt de waarschuwing in Zondag 42.
Rijkdom bedriegt en zegt: je moet het hier doen, hier moet je schatten vergaderen, rijk worden en goed sparen voor later. Maar je probeert zoveel mogelijk geld en spullen bij elkaar te krijgen, omdat je jezelf wijs maakt dat het jouw eigendom is. Dat is bedrog, want de Heere zegt: Alles is van Mij, je hebt het even in bruikleen, onderwijst Zondag 42. Er komt een dag dat je alles terug zal moeten geven, dus laat onze welvaart en onze rijkdom het Woord niet verstikken. Laten we zoeken om rijk te worden in God en de vreugde van ons leven zoeken in Hem, belijdt Zondag 42.
Hoe ik mijn bezit krijg
Vraag 110 zegt: Wat verbiedt God in het achtste gebod, Gij zult niet stelen? God verbiedt niet alleen dat stelen en roven, maar Hij noemt ook dieverij alle boze stukken en aanslagen, aldus Zondag 42. We wilden in het Paradijs Gods eer stelen en we wilden als God zijn, en dat is sindsdien zo gebleven. Je hebt eigenlijk wel genoeg, maar je wilt het liefst nog méér, en dat zondige verlangen naar meer brengt tot zonde. De Heidelbergse Catechismus in Zondag 42 zegt nadrukkelijk: Er zijn verkeerde manieren om ergens aan te komen.
Je denkt misschien wel: dat is slim, maar het is en blijft stelen voor Gods aangezicht, stelt Zondag 42. Soms is dat stelen heel erg zichtbaar, maar het kan ook heel stiekem en het begint vaak heel erg klein. De kern is altijd en overal gelijk: ik wil méér, en dat die ander daardoor minder heeft, is niet mijn zorg. Wat onze harten en levens heiligt, ook bij de stof van Zondag 42, is het zien op de Heere Jezus. God verbiedt ook in het laatste deel van het antwoord van Zondag 42: alle gierigheid, alle misbruik en verkwisting van Zijn gaven.
Hoe ga ik om met mijn bezit
Vraag 111 vraagt: Maar wat gebiedt u God in dit gebod, en dit antwoord in Zondag 42 gaat over wat ik met dat bezit doe. Dat ik mijns naasten nut, waar ik kan en mag, bevordere en met hem alzo handele, als ik wilde dat men met mij handelde. Wij allemaal hebben deze aarde, onze welvaart en ons bezit in bruikleen om het te delen met anderen, leert Zondag 42. Daarom is het ook onze opdracht, en in het bijzonder de opdracht voor Gods kinderen, om te geven en te helpen. Als je genade van de Heere gekregen hebt, dan krijg je de Heere lief en je naaste lief, klinkt het in Zondag 42.
Het derde is dat ik trouw arbeid en mijn werk doe, opdat ik de nooddruftige helpen moge, getuigt Zondag 42. Gewoon trouw als christen je werk doen, dat wil de Heere zegenen, en in het soort werk is er ten diepste geen verschil in Gods oog. De kerk is een plaats waar iedereen met zijn of haar gekregen talenten een taak heeft om te dienen in liefde en trouw. Altijd belangeloos dienend, altijd bezig met de eer van de Vader en altijd bereid tot hulp aan mensen in nood. Laten we niet alleen luisteren naar het Woord uit Zondag 42, maar het ook daadwerkelijk doen als daders des Woords.
