Het wonder van de talen – Handelingen 2

9/juni/2026

Series: Zending

Bijzondere Diensten: Pinksteren

Bijbelboeken: Handelingen

Preek over: Jeruzalem en Babel, het wonder van de talen
Handelingen 2:7-11: En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië, en Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.

Het wonder van de talen: van Babel tot de heerlijkheid

Geliefde gemeente. Op de Pinksterdag wordt de Heilige Geest uitgestort op de honderdtwintig mensen die Hem biddend verwachten. Ze worden vervuld en vertellen, zo staat in Handelingen 2 vers 11, de grote werken van God: van Jezus Christus, en die gekruisigd en opgestaan. Dat gebeurt op een heel bijzondere manier, die de hoorders aangrijpt. Want, zo staat in vers 8: hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? We blikken terug op het wonder van de talen, zoals dat staat in Handelingen 2 vers 7 tot en met 11. Het thema is: de komst van Gods wereldwijde koninkrijk op deze aarde. Drie punten: Babel verward, het evangelie verspreid, en Gods Naam verheerlijkt.

Babel verward: de oorsprong van de verwarring der talen

Het gedeelte uit Genesis 11 gaat over de tijd vlak na de zondvloed. De hele aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden: iedereen gebruikte dezelfde taal. Maar de mensen wilden zich niet verspreiden over de aarde, zoals de Heere had gezegd. Ze waren ongehoorzaam en zeiden tegen elkaar: laat ons voor onszelf een stad bouwen en een toren waarvan de top tot in de hemel reikt, en laat ons onze naam groot maken. Met andere woorden: laten we niet luisteren naar onze grote God, maar onszelf groot maken. Toen kwam de Heere neder om de stad en de toren te bezien die de mensenkinderen bouwden. De eenheid van taal zou daar weldra plaatsmaken voor een verwarring van talen.

De Heere zei: zie, het volk is enig en zij hebben allen enerlei spraak, en dit is wat zij beginnen te maken; nu zal hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken. Met andere woorden: Ik ga hun hoogmoed breken en hun trots omverwerpen. Kom, zegt de Heere, laat Ons nedervaren en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat de een de spraak van zijn naaste niet hore. Zo verwarde de Heere hun spraak: ineens konden de mensen elkaar niet meer verstaan, en ten slotte verstrooide de Heere hen van daar over de gehele aarde. Wat ooit zoveel verdeeldheid bracht in de wereld, de verwarring van de talen, leek eeuwenlang als een vloek van vele talen op de volken te rusten.

Het evangelie verspreid in alle talen

Wat ooit bedoeld was om God uit te dagen, gebruikt God op de Pinksterdag tot een wonder van talen, tot eer en glorie van Zijn Christus. De stad Jeruzalem is vol van mensen uit allerlei landen: Parthen en Meden en Elamieten, een lange rij van volken uit het oosten, het westen, het noorden en het zuiden. Terwijl al die mensen afkomen op het geluid van een geweldige drevende wind, gebeurt er iets heel bijzonders: zij horen de apostelen, een iegelijk in zijn eigen taal, de grote werken Gods vertellen. Dit is geen tongentaal en niets onverstaanbaars; ieder hoort hen in zijn eigen taal spreken. Hier wordt de vloek van Babel omgekeerd: ooit grote verwarring, nu grote verbazing, en straks zal blijken hoeveel talen die boodschap zullen meedragen.

De vloek van Babel joeg ooit de mensen uit elkaar en verstrooide hen over de aarde, maar de zegen van Pinksteren brengt hen weer bij elkaar onder de boodschap van Gods grote daden. Daar kunnen wij als gemeente in deze tijd iets van leren. God spreekt verstaanbaar tot hen toen, maar gelukkig ook nu tot ons: boven miljoenen mensen die dit woord nog nooit in hun eigen taal gehoord hebben, mag u en mag ik het horen in eigen taal, de grote werken van God. Er zijn nog altijd volken en talen die dit woord niet hebben. Maar de vraag is: hebt u dat wat u in uw eigen taal gehoord hebt, niet alleen aangehoord, maar ook aangenomen, zoals er staat: die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt?

Dit woord is ook in onze eigen taal krachtig door het werk van de Heilige Geest, Die de woorden van de apostelen in hun eigen taal zegende en laadde met bovennatuurlijke, goddelijke kracht, zodat harde harten gingen smelten en mensen uitriepen: wat moeten wij doen om zalig te worden? Verder gaat dit woord, in onze eigen taal, over de grote werken van God: over Christus en wat Hij gedaan heeft. De puriteinse dominee Thomas Brooks zegt dat het evangelie niets anders is dan de openbaring van het hart van Christus. En ten slotte: dit woord moet, zo laat de Heere Zelf zien, in alle talen verspreid worden, wereldwijd, in de eigen taal van ieder volk.

Gods Naam verheerlijkt in alle talen

In Openbaring 7 ziet Johannes op Patmos een grote schare die niemand tellen kon, uit alle volken en stammen en natiën en talen, staande voor de troon en voor het Lam, roepende met grote stem: de zaligheid zij onze God, Die op de troon zit, en het Lam. Die zaligheid hebben zij niet door eigen kracht of waardigheid, maar door de enkele genade van God en de verdienste van Jezus Christus, hun Zaligmaker. Zij zingen van de grote werken van God, van Zijn Christus en van Zijn werk. Dat was het grote einddoel van de wereldgeschiedenis: de Heilige Geest werd met Pinksteren gezonden om Christus aan de wereld bekend te maken, en straks, in de voltooiing, wordt Hem lof toegezongen uit alle volken en talen, een veelheid van talen die samen Zijn lof zingen.

Als de torenbouw in Babel destijds was doorgegaan, was het anders afgelopen: dan was er wereldwijd één groot volk gegroeid van trotse en ongehoorzame mensen. Maar die trots heeft de Heere gebroken door hen te versnipperen in zestienduizend groepen met zestienduizend verschillende talen. Het is een groot verschil of God eer krijgt van één volk of van zestienduizend volken, en of er in de hemel gezongen wordt in één taal of in zestienduizend talen. Straks zal blijken dat God, dwars door de opstand van ons mensen heen, juist meer dan ooit lof en glorie toegezongen krijgt, als de Filistijn en de Tyriër en de Moren samen als blijde zangers de Naam van Christus met lofgejuich prijzen.

Wat wij mensen in hoogmoed dachten te doorkruisen, gebruikt God dwars door onze zonden heen tot meer eer en lof voor Zijn grote Naam. Zo was het in Babel, waar de talen verward werden, zo was het bij Jozef, en zo was het toen de mensheid de Zaligmaker wegdeed: achter al wat zichtbaar was, ging Gods verborgen raad. Misschien zijn er ook in uw leven moeilijke dingen, wegen die gesloten worden, hoop die teleurgesteld wordt. De Heere doet dat om ons klein te maken en om gelegenheid te scheppen voor Zichzelf om Zijn Naam groot te maken. Hoe de weg ook gaat, God houdt Zijn woord: verwacht daarom grote dingen van God, verwacht alle dingen van Hem, ook al gaat de weg soms door de zee en door grote wateren.

En zo loopt de lijn van Babel naar het Pinksterfeest in Jeruzalem, van het Pinksterfeest naar de volken, en uiteindelijk naar het hemelse Jeruzalem, waar de Heere lof en eer zal worden toegezongen uit alle volken, natiën en tongen. Zult u, zal jij daar ook bij zijn? Hebt u, heb jij hier al iets leren kennen, zien en geloven van die grote werken Gods, van genade en vergeving om het werk van de gekruisigde Zaligmaker? Spreek daar dan over onder elkaar met psalmen en lofzangen, en zie met verlangen uit naar de dag dat u lid mag zijn van het hemelkoor dat Johannes ziet in Openbaring 7: geen vierstemmig koor, maar een schare uit alle landen, stammen, volken en talen, een rijkdom van talen die God eeuwig de lof en de eer geeft.