Opstand Mirjam en Aäron – Numeri 12
Numeri 12:1: Mirjam nu sprak en Aäron tegen Mozes ter oorzake der vrouw, der Cuschitische, die hij genomen had; want hij had een Cuschitische ter vrouw genomen.
Numeri 12:1: Mirjam nu sprak en Aäron tegen Mozes ter oorzake der vrouw, der Cuschitische, die hij genomen had; want hij had een Cuschitische ter vrouw genomen.
Numeri 11:4-6: Het gemene volkje dat in het midden van hen was, werd met lust (met gulzigheid) bevangen; daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
Numeri 10:35: Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw aangezicht vlieden.
Numeri 10:29: Mozes nu zeide tot Hobab, den zoon van Rehuel, den Midianiet, den schoonvader van Mozes: Wij reizen naar die plaats, van welke de HEERE gezegd heeft: Ik zal u die geven; ga met ons!