Als een borduursel, een ongevormde klomp – Psalm 139

22/februari/2026

Bijzondere Diensten: Heilige Doop

Bijbelboeken: Psalmen

Preek over: Als een borduursel, een ongevormde klomp
Psalm 139:14-16: Uw ogen hebben mijn ongevormde klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

Leven voor Gods aangezicht – als een borduursel

De preek over Psalm 139:1-16 laat zien dat heel het leven plaatsvindt voor Gods aangezicht. David spreekt in deze psalm rechtstreeks tot de Heere en weet zich door Hem gekend en doorgrond. Hij leeft niet voor mensen, maar voor God. Dat geeft troost en tegelijk ernst. De Heere weet alles van zijn daden, woorden en gedachten. Niets is verborgen. Dat kan schrik geven, maar ook diepe troost, omdat God ook het verborgen werk in het hart kent. David beleeft dat zelf: hij kent tijden van schuld en ontdekking, maar ook van vergeving en hoop. Daarom is Gods alwetendheid voor hem niet alleen bedreigend, maar ook vertroostend.

God kent het zitten en opstaan, het gaan en liggen, en verstaat de gedachten van verre. Nog voordat een woord op de tong is, weet de Heere het al. De mens is geheel omsloten door Gods kennis en hand. Dat is te hoog en te wonderlijk om te begrijpen. Voor wie met zonde leeft en zich wil verbergen, maakt dit ongemakkelijk. Wie iets te verbergen heeft, wil niet dat alles gezien wordt. Maar voor wie de Heere vreest, is het een rust dat God alles weet: het zuchten, het bidden, het verlangen, het zoeken. De alwetendheid van God snijdt alle schijn af en brengt tot eerlijkheid voor Zijn aangezicht.

Voor Gods oog in het verborgene – als een borduursel

De psalm laat ook zien dat niemand kan vluchten voor Gods aanwezigheid. Hij is overal. Niet alleen weet Hij alles, Hij is ook overal tegenwoordig. Vluchten omhoog of omlaag helpt niet. In de hemel is Hij, en ook in de diepte. Naar het oosten of westen gaan maakt geen verschil: Gods hand leidt en houdt daar ook vast. Zelfs de duisternis biedt geen schuilplaats. Voor God is de nacht als de dag. Duisternis en licht zijn voor Hem gelijk. Dat is een waarschuwing voor wie denkt verborgen te kunnen leven, maar ook een troost voor wie in geestelijke duisternis verkeert: die duisternis is voor God niet donker.

Daarna daalt David nog dieper af, naar het begin van het leven. God is niet alleen Kenner en Aanwezige, maar ook Schepper. Hij vormde het innerlijk en weefde het leven in de moederschoot. Het bestaan begon niet bij mensen, maar bij Gods werk. In de buik van de moeder werd het leven geweven en gevormd, als een borduursel. Dat beeld van als een borduursel tekent zorg, precisie en doel. Verborgen voor mensenogen, maar niet voor God. Als een borduursel laat zien hoe nauwkeurig en wonderlijk Gods werk is. Als een borduursel onderstreept dat het ongeboren leven volledig onder Gods hand staat. Als een borduursel wijst op wijsheid en kunst van de Maker.

David belijdt dat hij ontzagwekkend wonderlijk gemaakt is. Gods werken zijn wonderlijk, en zijn ziel weet dat zeer wel. Het verborgen ontstaan was voor God zichtbaar. Het gebeente was niet voor Hem verborgen. In het verborgene werd het leven geweven, als een borduursel, fijn en doelgericht. Als een borduursel spreekt van draden, samenhang en ontwerp. Als een borduursel maakt duidelijk dat niets toevallig is. Zelfs het ongevormde begin was door God gezien. Als een borduursel was het leven in wording al bekend bij Hem.

Schepping, verantwoordelijkheid en lof – als een borduursel

Alle dagen van het leven zijn door God gekend en beschreven voordat er één van bestond. Sommige levens zijn zeer kort, andere langer, maar geen dag valt buiten Gods boek. Dat maakt klein en afhankelijk. Het roept op om de tijd te gebruiken en de Heere te zoeken. Ouders worden gewezen op hun roeping tegenover hun kinderen. Kinderen zijn niet van mensen, maar van God. Zij zijn door Hem gemaakt en aan ouders toevertrouwd. Als een borduursel zijn zij gevormd door Gods hand. Dat vraagt om gebed, onderwijs en voorbeeld. De doop onderstreept dat Gods Naam over hun leven is uitgeroepen.

Het spreken over het ontstaan van leven raakt ook aan het omgaan met ongeboren leven. Wat door God geweven is als een borduursel, mag niet licht worden behandeld. Het leven in de moederschoot is Gods werk. Als een borduursel draagt het Zijn handtekening. Daarom klinkt een ernstige oproep om dat leven niet te vernietigen, maar te eerbiedigen. Tegelijk klinkt bewogenheid en oproep tot zorg, gebed en ondersteuning.

Voor Gods kinderen geeft dit gedeelte reden tot diepe lof. Door God gekend, geweven en gedragen. Van het eerste begin af onder Zijn zorg. Later vernieuwd en opgezocht door genade. Het lichaam zelf is werk van Gods handen, als een borduursel gevormd. Dat vraagt ook om zorgvuldig omgaan met het eigen lichaam. Het leven is niet van onszelf.

Tot slot klinkt een persoonlijke oproep. De mens is door God gemaakt met een doel: om Hem te eren. Niet om alleen voor zichzelf te leven. Wie leeft zonder God mist het doel van zijn bestaan. Er is echter een weg terug tot de Schepper: door verzoening en reiniging. Daarom klinkt de roep om terug te keren tot God, met belijdenis van zonde en schuld. Wie buigt voor Hem, zal door Hem geleerd worden. Zo eindigt de lijn van de psalm: van als een borduursel geweven, tot bewust leven voor Gods aangezicht.