De begrafenis van Jezus – Lukas 23

4/april/2026

Bijzondere Diensten: Goede Vrijdag

Preek over hoe de begrafenis van Jezus
Lukas 23:50-53: En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man,(deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een steenrots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.

Van verre staan uit mensenvrees

Gemeente, wij staan vanavond op Golgotha, samen met allerlei andere mensen voor de Begrafenis van Jezus. Lukas noemt ze op in zijn evangelie: nieuwsgierige toeschouwers, overpriesters en Joodse leiders. En verder staan daar op Golgotha wat Lukas noemt Zijn bekenden, Zijn vrienden en Zijn discipelen. En die staan van verre te kijken naar de naderende Begrafenis van Jezus. Totdat Jezus uitroept met grote stem: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest.

En dan wordt het stil op Golgotha en dan gaat iedereen naar huis. Maar, jongens en meisjes, als je goed kijkt, gaat toch niet iedereen naar huis na de Begrafenis van Jezus. Eén man in ieder geval niet, en die man heet Jozef van Arimathea. Lukas zegt in Lukas 23:50: En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man. Markus geeft aan dat het een belangrijke man was, een prominent lid van het Sanhedrin.

Jozef van Arimathea is een man die genade kent, een man die stil de Heere vreest. Hij verwachtte, hij wachtte stilletjes en hoopvol op de komst van het Koninkrijk. Jozef van Arimathea weet dat de Heere Jezus de Messias is, Hij heeft Hem herkend. Zijn hart is blijvend aan de Heere Jezus verbonden geraakt bij deze Begrafenis van Jezus. En dus zegt Johannes in Johannes 19:38 dat hij een discipel, een volgeling van Jezus was.

Maar niet openlijk, maar bedekt, want de mensen weten niet dat hij ook een discipel is. Iets houdt hem tegen om er nu al voor uit te komen dat hij de Heere wil volgen. Jozef is bang voor de prijs die het hem gaat kosten als hij openlijk gaat belijden. Hij is bang voor mensen, mensenvrees, en dus staat hij van verre bij de Begrafenis van Jezus. Misschien herkent u wel iets bij uzelf van deze mensenvrees die ook u op afstand hield.

Dichterbij komen naar het geopende graf

Daar staat hij, Jozef van Arimathea, te kijken en te luisteren naar zijn Meester. Het is vooral het zien van de stervende Jezus, stervend aan het kruis. Als hij de bittere klacht hoort uit Zijn mond en de stroom van bloed en water ziet. Die woorden, die blik en dat bloedende hart overrompelen hem bij de voorbereiding van de Begrafenis van Jezus. Als hij dat ziet en hoort, dan wordt zijn hart zo geraakt, dat hij maar één ding kan doen.

Hij rukt zijn masker af, hij komt naar voren en doorbreekt zijn geheim. Iedereen mag het zien en weten bij deze Begrafenis van Jezus, weg mensenvrees! Wat er ook gebeurt, al word ik door alle mensen met de nek aangekeken, deze dode Jezus is mijn Heere. Het hart van Jozef van Arimathea breekt wel bij de Begrafenis van Jezus. Hij overwint zijn vrees, hij vat moed en waagt het erop, hij gaat naar Pilatus.

Lukas schrijft in vers 52: Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus. Pilatus stemt in en hij schenkt het lichaam aan Jozef van Arimathea voor de Begrafenis van Jezus. Wat een moed en wat een voorbeeld voor ons als het gaat om zeggen wie je Liefste is. Niet alleen in je hart, maar ook met je mond en met heel je leven. Jozef van Arimathea stond van verre, maar hij komt dichterbij voor de Begrafenis van Jezus.

Want zo schrijft Lukas in vers 53: En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad. Hij legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was. Samen nemen ze voorzichtig het lichaam van de Heere af van het kruis voor de Begrafenis van Jezus. Ze halen Zijn handen en voeten van de spijkers af en dan doen ze in stilte hun werk. Hun hart zal in stilte weggesmolten zijn: Mijn gestorven Zaligmaker, gestorven voor mij.

Het is de Heere Jezus Zelf die Jozef van Arimathea en Nicodemus trekt bij de Begrafenis van Jezus. Uit hun van veraf staan, naar dichterbij, uit hun geheim en naar Hem toe. Naar zo dicht bij Hem dat ze het met hun eigen ogen kunnen zien. Ze stonden zo van verre, maar worden nabij gebracht door het bloed van Christus bij de Begrafenis van Jezus. En in stilte betuigen ze Hem samen hun hartelijke liefde.

Met de specerijen die Nicodemus gebracht heeft, wikkelen ze samen hun Meester in de linnen doeken. Kom, verborgen discipelen, kom vanavond ook zo tevoorschijn bij de Begrafenis van Jezus. Kom dichterbij en laat de liefde van Christus u trekken. Zie Hem met een oog van geloof, met verwondering, verbazing en blijdschap bij de Begrafenis van Jezus. Zeg het maar met de woorden van Hooglied 1:4: Trek mij, Heere, wij zullen U nalopen!

Niets is Jozef teveel bij de Begrafenis van Jezus, hij geeft zijn eigen laatste rustplaats aan de Heere Jezus. Het was echt nodig dat Hij begraven zou worden, zodat iedereen er zeker van zou zijn dat Hij gestorven was. Dit alles is ook de vervulling van de profetie van Jesaja 53:9. Nu gaat Hij ons, kinderen van God, ook voor in het graf bij deze Begrafenis van Jezus. En daardoor is het graf voor ons definitief anders geworden.

Nu is het graf voor ons een rustplaats geworden om te rusten van ons vreemdelingschap hier beneden. Nu is het graf voor ons een kleedkamer geworden om het lichaam van de zonde af te leggen. Dit is de troost van de stervende Christus en van de Begrafenis van Jezus voor ons. Hij deed het als Eerste voor ons: sterven en begraven worden. En daardoor is de dood en is het graf voor ons zo anders geworden na de Begrafenis van Jezus.

Wees toch niet zo bevreesd voor de dood en voor het graf. Want daar mogen we op Gods tijd rusten in hoop na de Begrafenis van Jezus. Zoals op de derde dag dit graf geopend is, zo zullen ook onze graven eens geopend worden. De Goede Vrijdag wil voor al Gods kinderen een dag van blijdschap, rust en vrede zijn. Want ons behoud ligt vast, eeuwig vast in Christus, in Zijn dood en in Zijn leven.