| Preek over: Bartimeüs, de blinde, genezen Markus 10:46-52: En zij kwamen te Jericho. En als Hij en Zijn discipelen en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timéüs, Bartiméüs, de blinde, aan de weg, bedelende. |
De blinde bedelaar
Jongens en meisjes, het is vandaag Biddag. Bidden, hoe doe je dat eigenlijk? Je kan bidden alsof je een verlanglijstje aan de Heere geeft. Maar je kan ook bidden met een schreeuw in je hart om hulp naar de Heere toe, net als Bartimeüs. Want dat was wat Bartimeüs deed in de tijd van de Heere Jezus. Over hem gaan we vanmorgen in de preek nadenken.
In Markus 10 vers 46 en 47, daar gaan we beginnen. En zij kwamen te Jericho; en als de Heere Jezus en Zijn discipelen en een grote schare van Jericho uitging, zat de zoon van Timeüs, Bartimeüs de blinde, aan de weg bedelend. Timeüs dat betekent in de Bijbel: onrein. Dat wil zeggen: niet schoon voor God, zondig dus. Precies zoals wij ook allemaal zijn van onszelf.
Het tweede wat we weten is: hij is blind. En blind zijn, jongens en meisjes, is heel erg. Je kan niet zien, het is altijd donker. Trouwens, dat blind zijn van Bartimeüs wijst net als zijn naam ook naar iets anders. Wij zijn van onszelf allemaal blind. Geestelijk blind, blind van binnen, blind in ons hart.
En het derde wat we van hem weten is, dat staat in de Bijbel: hij zit aan de weg, blind als hij is, te bedelen. Ja want, omdat hij blind is kan hij niet werken, hij kan geen geld verdienen. Dus houdt hij zijn hand op om aan mensen die voorbij gaan iets te vragen. Dus hij is niet alleen blind, maar hij is ook arm. Zoals wij van onszelf in ons hart ook arm zijn. Door onze zonden tegen de Heere zijn we alles kwijtgeraakt en zijn we straatarm.
Het roepen van Bartimeüs
Met hun ogen kunnen ze niet zien, maar met hun oren kunnen ze beter horen dan wie dan ook. Want terwijl hij aan de kant van de weg zit te bedelen, hoort hij ineens… Hij luistert heel goed. Hij hoort ineens dat Jezus de Nazarener eraan komt. Hij is het, Jezus van Nazareth, Hij is het Die komen zou. Hij is de Messias, de Zaligmaker, de door God gestuurde Verlosser. Wat heeft dat Bartimeüs hoop gegeven in zijn hart!
Misschien ben jij ook wel iemand, net zoals Bartimeüs, blind in je hart. Een arme bedelaar, die niets heeft. En je wilt zo graag een nieuw hart. En jij hebt ook, net als Bartimeüs, gehoord van de Heere Jezus. Die blinde ogen kan openen. Die zonden kan en wil vergeven. En let op, nu vanmorgen hier in de kerk komt, net als toen bij Bartimeüs, de Heere Jezus ook langs. Ook bij jou. Wat je doen moet? Nou, wat Bartimeüs ook deed.
En horende dat het Jezus de Nazarener was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zoon van David, ontferm U mijner! Dat wil zeggen: Heere, help me toch! Bartimeüs, die blind aan de kant van de weg zit te bedelen, als hij hoort dat Jezus langskomt, springt op! Hij doet het met zijn handen aan zijn mond: “Jezus, Zoon van David, ontferm U over mij! Help me toch!” Roepen, jongens en meisjes, dat doe je als je dringend hulp nodig hebt, als je echt in nood bent.
Vers 48 zegt: “En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Zoon van David, ontferm U over mij!” Heel veel mensen, staat in vers 48, bestraffen hem, worden boos. Ze zeggen: “Wat hiermee is, houd je mond toch”, in plaats van dat ze die blinde man bij de Heere Jezus brengen. En zo kan het ook nu zijn. Wie en wat kan je al niet proberen weg te houden bij de Heere Jezus? Doen wat Bartimeüs deed: hij riep des te harder. En de Heere luistert naar hem! En ook naar jou, als je biddend roept en blijft roepen en steeds harder gaat roepen.
Bartimeüs gered en behouden
“En Jezus stilstaande, zeide dat men hem roepen zou. En zij riepen de blinde, zeggende tot hem: Heb goede moed, sta op, Hij roept u.” Ineens staat de Heere Jezus stil en zegt tegen de mensen: “Roep, roep de blinde Bartimeüs eens.” En hij, zijn mantel afgeworpen hebbende, stond op en kwam tot Jezus. En Bartimeüs voelt heel goed in zijn hart: de Heere roept me zoals ik echt ben, als een blinde bedelaar. Dus niet deftig in mijn mantel, maar gewoon in mijn gewone onderkleed.
En dus jongens en meisjes, gooi het mooie kleed van jezelf maar weg. Kom maar zoals je echt bent: slecht, arm, blind, zondig. Wat een onvergetelijk moment moet dat zijn geweest voor Bartimeüs. Kijk, daar staat Bartimeüs voor de Heere Jezus. Het is de Heere Jezus Zelf Die Bartimeüs leert geloven dat de Heere alles kan en dat Hij ook alles wil doen. Kijk eens bij nummer 51: “En Jezus antwoordende zeide tot hem: Wat wilt gij dat Ik u doen zal?”
Jongens en meisjes, dat is precies hetzelfde wat de Heere ook aan jullie vraagt. Hij zegt: “Rabboni, Meester, dat ik ziende mag worden”. Lees maar mee: “En Jezus zeide tot hem: Ga heen, uw geloof heeft u behouden”. “En terstond werd hij ziende en volgde Jezus op de weg”. “Bartimeüs, je geloof heeft je gered. Behouden, gered”. Met andere woorden: “Bartimeüs, Ik heb je nog veel meer gegeven dan dat wat je aan Me vroeg. Ik heb je blinde hart genezen. Je bent gered”.
Ineens is Bartimeüs beter. Hij was blind, hij was arm, en nu? Nu zijn zijn zonden vergeven. Hij is gered, hij is behouden. En, ja dat ook, hij kan ook nog zien. Ben je ook blind, net als Bartimeüs? Zeg dat maar stil in je hart, voor de Heere: “Heere, vergeef toch al mijn zonden”.
