| Preek over: Doop van Heere Jezus Lukas 3:21-22: En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, en dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde. |
Waarom Johannes eerst de weg moest bereiden vóór de doop van Jezus
Johannes de Doper preekte zo ernstig omdat er van nature in ons hart geen plaats is voor de Zaligmaker. Daarom begon hij niet meteen met wijzen op Christus, maar met het opruimen van alles wat Hem in de weg stond. Hij was slechts “een stem”, een roep in de woestijn, die opriep om de weg van de Heere recht te maken. Hoogmoed moest worden gebroken, kromme wegen rechtgemaakt en hindernissen opgeruimd. Dat had één doel: dat alle vlees de zaligheid van God zou zien. Zo was zijn scherpe prediking bedoeld om mensen los te maken van de zonde en toe te leiden naar de Zaligmaker. In dat licht moet ook de doop van Jezus worden verstaan: als Gods weg om zondaren werkelijk te redden.
Vastlopen op eigen inspanning
Veel mensen proberen serieus te leven naar wat Johannes oproept: bekering, breken met de zonde, zoeken van de Heere. Ze gaan trouw naar de kerk, lezen de Bijbel en bidden. Soms geeft dat zelfs hoop: er is ijver, ernst en verdriet over de zonde. Toch komt vaak de ervaring: zo kom ik er niet. Steeds opnieuw begint men, maar steeds opnieuw loopt men vast. Dat is niet vreemd, want van nature heerst in het hart de dood. Uit onszelf kan niets goeds voortkomen dat ons bij God terugbrengt. Het is ook niet Gods bedoeling dat wij op onze eigen inspanningen vertrouwen. Hij wil dat wij leren zien dat wij een Zaligmaker nodig hebben. Daarom richt het Evangelie de blik niet op wat wij doen, maar op wat zichtbaar wordt in de doop van Jezus.
Jezus sluit Zich aan bij de rij zondaars
Aan de Jordaan wordt heel het volk gedoopt. In die lange rij van mensen sluit Jezus Zich aan. Dat is opvallend, want Johannes weigert Hem te dopen. Hij voelt aan: deze Jezus is heilig, Hij is geen zondaar. Zelfs een man die met de Heilige Geest vervuld is, buigt hier diep. Genade maakt klein: wie Christus ontmoet, ziet meer dan ooit zijn eigen tekort. Johannes zegt: “Mij is nodig door U gedoopt te worden.” Daarmee belijdt hij zijn eigen onwaardigheid.
Toch blijft Jezus aandringen. Hij zegt: “Laat nu af, want aldus betaamt ons alle gerechtigheid te vervullen.” Dat betekent: alles wat God eist, moet vervuld worden. En dat wil Hij doen in plaats van zondaren. Zo wordt duidelijk dat de doop van Jezus geen belijdenis van eigen zonde is, maar een plaatsvervangend ondergaan voor anderen. Hij gaat vrijwillig staan waar schuldigen horen te staan.
De kern: God wil niets van ons, maar alles van Zijn Zoon
Hier ligt de diepe betekenis van de doop van Jezus. God vraagt geen bijdrage van de mens. Geen tranen, geen gebeden, geen verbeterd leven kunnen Zijn recht voldoen. Hij wil niets van ons als betaling. Hij wil zondaren rechtvaardigen door Zijn Zoon. Dat vraagt instemming: ophouden met zelf voldoen, en buigen onder Gods weg. Johannes doet dat ook. Hij laat zijn bezwaren los en stemt toe. Zo wordt zichtbaar wat de kern is van bekering en geloof: “amen” zeggen op Gods manier van zalig maken.
De doop wordt zo een zichtbare profetie van heel de weg die Jezus zal gaan: lijden, ondergaan en opstaan. Hij gaat onder in het water als beeld van de toorn van God tegen de zonde, en Hij komt er weer uit als Overwinnaar. Anderen worden gedoopt om hun zonden te belijden, maar Hij wordt gedoopt om zonden te dragen. Dat maakt de doop van Jezus tot Evangelie voor schuldige mensen.
De hemel antwoordt op de doop van Jezus
Na Zijn doop gebeurt er iets unieks: de hemel gaat open. Dat is het eerste antwoord van God. Niet onze inspanningen krijgen goedkeuring, maar alleen wat Jezus doet. De open hemel zegt: dit is Mijn weg, en Ik keur dit werk goed.
Het tweede antwoord is dat de Heilige Geest neerdaalt in de gedaante van een duif. Dat is het teken dat Jezus de Messias is. De duif wijst op reinheid en vrede, maar ook op offer. Zo wordt zichtbaar: deze Jezus is door God Zelf aangewezen om de zonde weg te nemen. De Geest blijft op Hem rusten, als bevestiging dat Hij door God gezonden is.
Het derde antwoord is de stem van de Vader: “Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.” Daarmee wijst God Zelf Zijn Zoon aan. De prediking van het Evangelie begint niet bij de mens, maar in de hemel. Alles komt uit God voort. In de doop van Jezus zegt de Vader: in Hem alleen vind Ik Mijn vreugde en Mijn goedkeuring.
Voor wie deze boodschap bedoeld is
Deze stem uit de hemel is niet alleen tot Jezus gericht, maar ook tot mensen. Zij zegt: dit is Mijn Zoon, de enige weg tot behoud. Wie zichzelf nog kan redden, heeft Hem niet nodig. Maar wie vastgelopen is met zichzelf, wie ziet dat hij niets meer in te brengen heeft, hoort hier dat God Zelf een weg heeft geopend.
De doop van Jezus laat zien dat Hij past bij arme en verloren mensen. Hij heeft wat zij niet hebben, en Hij heeft gedaan wat zij nooit meer kunnen doen. God zegt als het ware: dit is Mijn Lam, dat Ik gegeven heb tot verzoening. In Hem alleen heb Ik welbehagen.
Alles of niets: de oproep van het Evangelie
Daarom stelt deze preek ons voor een keuze. Willen wij het zelf doen, of willen wij instemmen met Gods weg? Zelf proberen leidt tot vastlopen. Instemmen met Gods weg betekent: niets meer inbrengen en alles van Christus verwachten. Het Evangelie biedt Hem aan zoals Hij is: gratis, uit genade, voor mensen die niets meer over hebben dan schuld.
Wie in de Zoon gelooft, heeft het eeuwige leven. Wie Hem blijft weigeren, blijft onder Gods toorn. De doop van Jezus verkondigt dat God Zijn Zoon gegeven heeft om zondaren zalig te maken. Dat vraagt overgave: het neerleggen van verzet en het aanvaarden van Gods weg.
Samenvatting
De doop van Jezus staat in het midden van Gods reddingsplan. Johannes moest eerst de weg bereiden, omdat er in het mensenhart geen plaats is voor Christus. Jezus sluit Zich aan bij de rij zondaars en laat Zich dopen om plaatsvervangend de schuld te dragen. In Zijn ondergaan en opstaan wordt al zichtbaar wat Hij later aan het kruis zal volbrengen.
De hemel opent zich, de Geest daalt neer en de Vader spreekt: “Dit is Mijn geliefde Zoon.” Daarmee wijst God Zelf de weg tot behoud. Niet onze werken, maar Christus alleen krijgt Gods goedkeuring. Voor verloren mensen is dat het Evangelie: God heeft Zelf een Middelaar gegeven. Wie buigt onder Zijn weg en Hem aanneemt zoals Hij wordt aangeboden, vindt in de doop van Jezus de belofte van verzoening en nieuw leven.
