| Preek over: Hoog vertrek in tijden van benauwdheid Psalm 9:10-11: En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken. |
De HEERE is een Hoog Vertrek in tijden van crisis
Op de eerste dag van het nieuwe jaar klinkt de wens dat Gods onmisbare zegen ons allen vergezellen zal. De oproep klinkt om de Heere te zoeken, om trouw te komen onder de bediening van het Woord, om te bidden dat Gods Woord harten zal breken en helen. Want zonder Gods zegen is er geen toekomst.
De tekst van Psalm 9:10-11 spreekt midden in een wereld vol onzekerheid. Er is sprake van crisis, van vijanden, van benauwdheid. Toch klinkt daar een vaste belofte: “En de HEERE zal een Hoog Vertrek zijn voor de verdrukte, een Hoog Vertrek in tijden van benauwdheid.”
Het gaat hier om mensen die verdrukt zijn. Letterlijk: verpulverd, platgedrukt, verpletterd. Niet als een levenloos voorwerp, maar als een levend mens die onder druk wordt gezet. Dat kan door omstandigheden zijn: ziekte, zorgen, tegenstand, onrecht. Maar in deze psalm gaat het vooral om geestelijke benauwdheid. Er worden twee groepen mensen getekend: goddelozen die verwoesten, en mensen die God loven en zich verheugen in Zijn heil.
Die laatsten worden verdrukt. Ze kennen tijden van benauwdheid. Ze worden in het nauw gebracht, soms door de wereld, soms door anderen, maar ten diepste door het besef van wie zij zijn tegenover God. Hun zonde drukt hen neer. Hun hart wordt verbrijzeld.
Juist voor hen klinkt de belofte dat de HEERE een Hoog Vertrek zal zijn. Een hoge toren in de stadsmuur, een veilige plaats waar een mens schuilt tegen de vijand. Niet: Hij zal een schuilplaats maken. Maar: Hij zal Zelf een Hoog Vertrek zijn. God Zelf is de Schuilplaats.
Dat is het wonderlijke werk van God. Hij brengt mensen in het nauw, zodat zij niet van Hem wegvluchten, maar juist naar Hem toe. De wet drukt tegen de muur, het geweten klaagt aan, maar die verdrukte mens vlucht tot dezelfde God Die hem benauwt. En daar klinkt het: “Komt tot Mij.” De HEERE roept verdrukt en verbrijzeld volk tot Zich.
Dat kan alleen omdat het Lam Zelf verbrijzeld is. Christus is verpletterd onder de toorn van God, opdat verdrukten bevrijd zouden worden. Vanuit Golgotha klinkt de lokstem: Kom. Om Hem wil is er een Hoog Vertrek voor hen die geen kant meer op kunnen.
Die Uw Naam kennen vertrouwen op de HEERE
De woorden van Psalm 9 zijn niet algemeen. Ze zijn voor wie Gods Naam kennen. Dat kennen is geen oppervlakkige kennis, maar een levende omgang. “En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen.”
Wie zijn dat? Dat zijn mensen die zichzelf kennen als nooddruftig en ellendig. Verdrukten, zoekers. Zij kennen de HEERE als heilig en rechtvaardig, maar ook als genadig en barmhartig. Zij hebben geleerd dat zij zonder Hem niet verder kunnen.
Zij vertrouwen niet omdat zij zo sterk zijn, maar “omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen, die U zoeken.” Hun vertrouwen rust op Gods trouw. Terugkijkend mogen zij belijden: Hij heeft nog nooit verlaten. Bergen weken, maar Zijn goedertierenheid bleef.
Zoekers hebben toekomst. Niet wie alles voor elkaar heeft, niet wie financieel zeker zit, maar wie de HEERE zoekt. “Die de HEERE zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed.” Het begint met dat zoeken dat God Zelf werkt. Hij zocht hen eerst op. Hij opende hun ogen voor hun zonde. En toen gingen zij Hem zoeken.
En Hij heeft nog nooit een zoeker verlaten. Dat is de vaste grond onder het vertrouwen. Ook in dit nieuwe jaar zal Hij niet verlaten wie Hem zoeken.
Dat alles is gegrond in het werk van Christus. Hij werd verlaten, opdat zoekers niet verlaten zouden worden. Hij riep en vond geen antwoord, opdat God gunstgenoten niet zou wegstoten. Daarom is er een Hoog Vertrek voor hen die in nood zijn.
Leven zoeken in het Hoog Vertrek
Geloven is kennen en vertrouwen, en tegelijk blijven zoeken. Het is niet rusten in eigen zekerheid, maar vastgrijpen aan Gods belofte. Wie gelooft, is arm en tegelijk rijk. Arm in zichzelf, rijk in God.
In tijden van benauwdheid grijpt dat zoekende hart God vast. “HEERE, U hebt het toch beloofd? U verlaat toch nooit degenen die U zoeken?” Het geloof pleit op Gods Woord. Het blijft zoeken, juist als het donker is.
Dat zoeken vindt zijn rust niet in het zoeken zelf, maar in Christus. De rust ligt in Hem. Wie Hem vindt, vindt leven. En toch blijft dat hart zoeken, omdat het meer en meer aan Hem gebonden wordt.
Zo wordt het nieuwe jaar ingegaan: niet met zelfverzekerdheid, maar met afhankelijkheid. Niet met rust in omstandigheden, maar met schuilen in het Hoog Vertrek. Want de HEERE is Zelf dat Hoog Vertrek voor verdrukten, in tijden van benauwdheid.
De beste wens voor dit jaar is daarom dat wij allen zoekers zullen zijn. Dat wij gevonden zullen worden door God. Dat wij Hem zullen vinden. En dat wij, veilig in dat Hoog Vertrek, zullen blijven zoeken en vertrouwen.
Want de HEERE zal nooit, nooit verlaten degene die Hem zoekt. Zijn trouw zal blijken.
