| Preek over: Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend Openbaring 1:17: Ik ben de Eerste en de Laatste, en Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods. |
De verschijning van de verhoogde Christus
Geliefde gemeente, ik preek u op deze Paasdag het Woord van God vanuit Openbaring 1:17-18. Johannes is al een oude man, als hij dit Bijbelboek schrijft. Hij is als gevangene verbannen naar het eiland Patmos. Maar dan ineens, plotseling, hoort hij achter zich een stem, als een bazuin. Het is de levende Heere Jezus Christus, Die wandelt tussen de zeven gouden kandelaren.
Zijn ogen als een vlam vuur, niets ontgaat Zijn oog. En Zijn gezicht, schrijft Johannes, schijnt als de zon in haar kracht, te fel, te intens om naar te kijken. Hij schrijft in vers 17: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten. Door het zien van Zijn glorie, tegenover zijn eigen uiterste kleinheid en onwaardigheid. Wie echt iets van Jezus kent en Hem ontmoet, die valt als dood aan Zijn voeten.
Maar dan, dan komt de Heere dichterbij, en zegt: ‘Vrees niet’. Hij legde Zijn rechterhand op mij, Hij bukt, troostvol, helpend. We gaan samen met Gods hulp zoeken naar de troost in deze woorden, uit de mond van de opgestane en levende Christus. Het thema voor de preek is: Drievoudige troost gegrond op de feiten.
Dood geweest en nu levend in eeuwigheid
Als eerste: Het feit en de troost van: Ik ben dood geweest. Hij heeft Zijn ziel gegeven tot een rantsoen voor velen. En dit is de troost, Johannes, Mijn kinderen: Dat deed Ik voor u! U had door uw zonde de eeuwige dood moeten sterven, maar Ik ben uw dood gestorven. De hitte van Gods gramschap heb Ik voor u geblust. En nu is er geen verdoemenis meer voor u, die in Mij bent.
Ons tweede aandachtspunt: Het feit en de troost van: En ziet, de Levende ben Ik. Christus is door Zijn Vader opgewekt uit de dood. De Heere Jezus, Die aan Johannes in grote heerlijkheid verschijnt, geeft hem het bevel om te kijken: Zie! Kinderen van God, de Heere wil dat we kijken. Om te zien en te geloven, dat Hij leeft. We hebben, midden in onze nood en dood, een levende Heere.
Een levende Heere, Die u ziet: uw vragen, uw zorgen, uw nood, uw tranen. Ik ben tot in eeuwigheid als de Levende alles voor u! Uw Hogepriester, Die Zijn Eigen leven voor u geofferd heeft. Waar Ik altijd pleit voor de vergeving van uw dagelijkse zonden, wijzend op Mijn bloed. En Ik ben tot in eeuwigheid als de Levende uw Koning. Ik zal u, als uw opperste Koning, nooit verloren laten gaan.
De sleutels van de hel en van de dood
Ons derde aandachtspunt, het derde feit en de derde troost: Ik heb de sleutels van de hel en van de dood. Want Ik heb beiden overwonnen: de hel en de dood. Deze troost, dat Ik alleen bij machte en bevoegd ben om de hel en de dood met Mijn sleutels open te doen of te sluiten. Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Het geloof grijpt alleen het woord van de Heere aan.
En onze harten richten op het vaste en onwankelbare beloftewoord van Christus. Om deze woorden van Christus hoeft u, kinderen van God, niet te vrezen in verlating. Om deze woorden van Christus hoeven we niet te vrezen in verzoeking. Om deze woorden van Christus hoeft u ook niet te vrezen voor de dood. Door de vergeving van onze zonde, is de prikkel, is de angel van de dood eruit.
Om deze woorden van Christus hoeft u zelfs niet te vrezen voor de hel. Want God zal geen tweede betaling vragen voor onze schuld. Tot slot, onbekeerde vrienden, u hebt geen toekomst. Kom tot inkeer, bekeer je! Kinderen van God, geliefde medechristenen, we gaan door Gods genade een goede toekomst tegemoet. Daarna zal Hij ons opnemen in Zijn heerlijkheid, om eeuwig Hem alle lof en eer te geven.
