Lofzang gezongen, het Hallel – Mattheüs 26

6/april/2025

Bijzondere Diensten: Nabetrachting, Lijdenstijd

Bijbelboeken: Mattheüs

Lofzang gezongen – Het Hallel
Mattheüs 26:30: En als zij de lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

De lofzang, het Hallel gezongen

Gemeente, wij luisteren met Gods hulp samen naar wat Mattheüs schrijft in zijn evangelie. De tekst voor de preek vindt u in Mattheüs 26:30, waar we Gods Woord als volgt lezen. En als zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg. We overdenken deze woorden in de hoop dat ze onze harten zullen vullen met schaamte, verwondering en oprechte blijdschap. Ze zullen ons krachtig aansporen deze zingende Zaligmaker te volgen en Zijn gezegende voetstappen te drukken.

De Heere Jezus heeft samen met Zijn elf discipelen het sacrament van het Heilig Avondmaal gehouden in Jeruzalem. Het Pascha is op een natuurlijke manier overgegaan in dit sacrament, waarbij Hij hen het brood en de wijn gaf. Dit waren de tekenen van Zijn lichaam en bloed, dat voor hen verbroken en vergoten zou worden tot volkomen verzoening. En dan zien we in de tekst dat zij ter afsluiting de lofzang (het hallel) gezongen hebben in de opperzaal. Dit deden zij als passend antwoord op de onuitsprekelijke zegen die ze daar samen van God ontvangen hadden.

Het was een lied van hoop en vertrouwen, nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden voor Gods aangezicht. Het zingen diende tevens als passende voorbereiding voor dat wat nu komen gaat in de donkere nacht, vol verlating en naderend onheil. De Heere bereidde Zijn discipelen met deze gezegende lofzang voor op de zeer zware uren die onvermijdelijk voor de deur stonden.

Wat er gebeurt

De tekst zegt: En als zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden, gingen zij uit naar de Olijfberg. Als het laatste vers gezongen is uit Psalm honderdachttien, dan valt het stil en gaan ze naar buiten. Het is waarschijnlijk een uur of elf in de avond en op straat is het doodstil, niemand gaat de deur uit. Want dit is de avond om terug te denken aan de verderfengel die rondging in het land Gosen. Alleen zij die veilig binnen waren achter het bloed van het paaslam, zouden genadig gespaard worden door de Heere.

Maar dit is een bijzondere avond, want nu gaat het Lam van God Zelf het zwaard tegemoet. De Heere zegt het ook tegen Zijn discipelen nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hebben in de zaal. U zult allen aan Mij geërgerd worden in deze nacht, want de Herder zal geslagen worden en de schapen zullen verstrooid worden. Dit is de nacht waarin Hij geslagen zal worden met het zwaard van Gods gerechtigheid vanwege Gods toorn over de zonden. De slagen om onze zonden, geliefde gemeente, kwamen met volle zwaarte op Hem neer in die diepe nacht.

Het behaagde de Heere Hem te verbrijzelen voor onze ongerechtigheden, precies nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden. God heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven aan slagen, smaad en bittere spot. Dit is de nacht dat de goede Herder geslagen zal worden en de discipelen allemaal zullen struikelen en vallen. Jullie zullen Mij daardoor diep beledigen, maar Ik zal jullie vasthouden, nadat wij hier de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Ik zal jullie voorgaan naar Galilea, belooft Hij Zijn arme schapen, want Ik wil jullie voor eeuwig niet kwijt.

Wat de Zaligmaker zingt

Vóór die donkere nacht daarbuiten, lopend richting de Olijfberg, zien we dat de Zaligmaker zingt. Je zou verwachten dat de Heere Jezus snikkend en zuchtend met Zijn hoofd op tafel zou liggen voor Zijn sterven. Maar in plaats daarvan zien wij ontroerd hoe Hij voor en met Zijn discipelen de lofzang (het hallel) gezongen heeft. Hij zingt wat er eeuwenlang al gezongen werd aan het einde van de paasmaaltijd: de laatste psalmen van het Hallel. Hij heeft de lofzang (het hallel) gezongen, met als laatste Psalm honderdachttien, vlak voor Hij weggaat richting de hof van Gethsémané.

Luister stil mee hoe de Zaligmaker zingt, vlak voor het bitterste lijden dat ooit op aarde geleden is. Straks zegt Hij dat Zijn ziel geheel bedroefd is tot de dood toe, nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden. Maar Hij gaat dat verdriet zingend tegemoet met de wonderlijke woorden: De Heere is bij Mij, Ik zal niet vrezen. Hij zingt dat dit de dag is die de Heere gemaakt heeft, een dag om zich te verheugen en oprecht verblijd te zijn. Dit wordt in onze ogen de donkerste nacht van de wereldgeschiedenis, maar toch heeft Hij de lofzang (het hallel) gezongen.

De Zaligmaker zingt uit liefde tot Zijn Vader en uit liefde tot Zijn Kerk vlak voor het bitterste van Zijn lijden. Mijn Vader, Mijn volk, hier is Uw Feestoffer, is de boodschap nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Ik ga die weg voor u met innige blijdschap om de eer van Mijn Vader, omdat Ik u zo eindeloos liefheb. Terwijl Hij de verlating door Zijn Vader voelt drukken, heeft Hij toch verheugd de lofzang (het hallel) gezongen. En terwijl die laatste lofpsalm vol hemelse aanbidding wegsterft, gaat Hij samen met Zijn discipelen de donkere nacht in.

Wat dat ons te zeggen heeft

Dit is als eerste een aansporing voor ons om ook persoonlijk en samen eerbiedig de psalmen te zingen. Slechts één keer lezen we in de Bijbel dat Jezus zingt, en dat is wanneer zij de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Wie kan beter de psalmen zingen dan de grote Dichter van de psalmen Zelf in het midden van de zijnen? Daarom roept Paulus de gemeente op om elkaar te onderwijzen en te troosten met psalmen nadat wij de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Zingen wij ook zo van harte en afhankelijk als de Zaligmaker hier zingt voor het aangezicht van God?

Dit is in de derde plaats tot onze diepe schaamte, in het bijzonder van ons die Gods kinderen mogen zijn. De discipelen hebben meegezongen nadat zij de lofzang (het hallel) gezongen hadden, maar het hield buiten werkelijk geen stand. Toen het Heilig Avondmaal was afgelopen, ging de deur open en gingen zij de donkere nacht in van dit aardse leven. Wat een wonder dat de Heere wist dat zij en wij Hem vergeten, nadat we de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Maar Hij gaat hen en ons nooit vergeten, want heel ons leven hangt aan de opzoekende, trouwe liefde van Hem.

Tegelijkertijd is dit zingen van de Zaligmaker ons tot diepe troost te midden van ons gebroken bestaan. Al is er in ons leven rouw, eenzaamheid, ziekte of pijn, we mogen zingend onze lijdensweg gaan. We mogen bij het naderen van de dood blijmoedig zingen, in het spoor van Hem Die de lofzang (het hallel) gezongen heeft. Zijn zingen dringt ons tevens tot dankbaarheid voor onze verlossing uit de slavendienst van de vloek en de zonden. Zo heeft Hij de lofzang (het hallel) gezongen om zondaars weer vrij te kopen en terug te brengen tot de levende God.

Dit roept ons, avondmaalgangers, op om ook met liefde en vol ijver het pad van Gods geboden te gaan. Het is een aansporing tot een nieuwe gehoorzaamheid, nadat wij samen de lofzang (het hallel) gezongen hebben. Deze zingende Zaligmaker is nu verhoogd en zit aan de rechterhand van God, zingend in hemelse heerlijkheid en glorie. De Heere zingt in de hemel en Hij zingt ook op de aarde, in het midden van Zijn strijdende gemeente. Totdat ons gezang straks voor eeuwig zal overgaan in het eeuwige Hallel, zoals Hij eens de lofzang (het hallel) gezongen heeft.

Onbekeerde vrienden, wij hebben een troost en een Zaligmaker die u mist in uw bestaan. Zoek Hem toch voordat het te laat is en u voor eeuwig omkomt. Kunnen de liefde en de trouw van de Zaligmaker u niet bewegen om Hem te gaan zoeken? Hij heeft de lofzang (het hallel) gezongen en is bereid zondaars te ontvangen en met hen de maaltijd te houden. Ga door uw knieën, grijp Zijn voeten vast en roep de Naam van de Heere aan om ontferming.