Tranen van dochters van Jeruzalem – Lukas 23

8/maart/2026

Bijzondere Diensten: Voorbereiding, Lijdenstijd

Bijbelboeken: Lukas

Preek over: Tranen van dochters van Jeruzalem
Lukas 23:27-31: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden. En Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! Weent niet over Mij, maar weent over uzelf, en over uw kinderen.

Jezus volgen zonder tranen

Gemeente, er zijn op die vrijdagochtend meer mensen op de been in en buiten Jeruzalem, mensen die ook Jezus volgen. Kijkt u maar naar Lukas 23:27-31, de tekst voor de preek van vanmorgen. Daar staat: En een grote menigte van volk en van dochters van Jeruzalem volgde Hem, welke ook weenden, huilden en Hem beklaagden. En Jezus Zich tot haar kerende zei: Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen. Dus achter de Heere Jezus aan loopt niet alleen Simon met zijn kruis, maar ook een menigte van volk en een menigte van dochters van Jeruzalem.

In de eerste plaats zonder tranen, in de tweede plaats met heel veel tranen. Ons eerste punt: achter Jezus aanlopen zonder tranen. Dat kon toen, eeuwen geleden, en dat kan ook nu. Dat je meeloopt met de massa, dat je meedoet met iedereen. Maar zonder ooit in je ogen of in je hart een traan te laten. Nooit geraakt door het Woord, nooit geraakt in je gedachten door het lijden en sterven van de Zaligmaker.

Het Lam van God, door de Vader in deze verloren wereld gezonden. Het Lam, nu zwaar lijdend, gebukt onder de last van de toorn van God. De lijdende Christus, het Lam dat geslacht wordt, het Lam dat geslacht is. Wat deed dat met u?. Hoort u misschien bij de mensen, van wie Jezus zei: Ik heb klaagliederen voor u gezongen, maar geen reactie, u hebt niet geweend. Dan u die de hartelijke nodigingen van de Zaligmaker in de wind geslagen hebt. Dan u die de liefdevolle waarschuwingen genegeerd hebt en die u niet wilde laten raken door Zijn bedreigingen.

De tranen van de dochters van Jeruzalem

Ons tweede punt: achter Jezus aanlopen met heel veel tranen. Want die menigte van dochters van Jeruzalem die wenen, die huilen en Jezus beklagen, dat is anders. Ze hebben diep medelijden met Hem en waarderen Hem om hoe Hij altijd was. En nu zien ze Hem zo zwaar lijden, ze vinden het echt verschrikkelijk. Hun medelijden is oprecht. Toch zegt de Heere: dochters van Jeruzalem, weent niet, huil niet over Mij. Dit wil Ik niet, want Ik ben geen slachtoffer, Ik lijd hier vrijwillig en Ik doe dat met al de liefde van Mijn hart.

Jullie begrijpen niet dat dit echt moet, omdat God rechtvaardig is en de zonde gestraft moet worden. Die vrouwen, die dochters van Jeruzalem huilen heel veel tranen, maar voor de meesten van hen zijn die tranen een blijk van ongeloof. Voor de meesten zijn het emotionele, oppervlakkige, dramatische tranen vol van verdriet. Er had ook plaats moeten zijn voor tranen van verbazing, van verwondering, van vreugde. Maar de dochters van Jeruzalem zien het niet, ze begrijpen het niet. En ze zijn ten diepste geestelijk blind voor wat ze hier zien gebeuren.

Hij draagt de straf, de toorn van God tegen de zonde. Zo’n eeuwig wonder dus van goddelijke wijsheid en zondaarsliefde. En geliefde gemeente, zo kan het ook nu zijn. Dat je hier vanbinnen in je hart, in je emoties niet hard bent, maar misschien wel juist emotioneel betrokken, gevoelig, godsdienstig. Terwijl je ondertussen, net als de dochters van Jeruzalem, in je hart niet begrijpt wat er destijds buiten Jeruzalem gebeurde en wat hier volgende week gebeuren mag. Dat innerlijk emotioneel geraakt zijn, huilen misschien wel, zonder hartelijk berouw en zonder echte bekering.

Zonder vernedering van hart en zonder juist dat zicht op de Zaligmaker. Dat gevoel, zulke emoties, zijn geen teken van echtheid en geen bewijs van geloof. En dus roep ik u op om niet aan de bediening van het Heilig Avondmaal te gaan volgende week, louter en alleen op grond van emoties en gevoelens. Al die gevoelens van ons, al die emoties, zelf zijn geen onbedrieglijk teken of een zeker bewijs van echt, van waar geloof. En dus zegt Jezus: Vrouwen, dochters van Jeruzalem, stop daarmee, huil niet om Mij. Ik heb helemaal geen behoefte aan jullie menselijke emotie.

De roeping aan de dochters van Jeruzalem

Maar het is beter om de Heere Jezus te volgen en de Heere achteraan te kleven met andere tranen, dat is ons derde punt. Want staat er: Jezus Zich tot de dochters van Jeruzalem kerend, zei: Gij dochters van Jeruzalem, weent niet over Mij, maar weent over uzelf en over uw kinderen. Anders gezegd: Huil om uzelf, dochters van Jeruzalem. Huil om wat u gedaan hebt, want u bent de oorzaak van de toorn van God die nu op Mij rust. Huil omdat u gezondigd hebt tegen de heilige en de rechtvaardige God. En heb diep verdriet en hartetranen omdat u van God bent weggegaan.

Zijn dat dezelfde soort van emotionele tranen als zojuist?. Nee, zulke tranen die de Heere Jezus bedoelt, zijn hartetranen. Blijvende hartetranen die opkomen uit een gebroken, uit een blijvend gebroken hart dat zichzelf voor God heeft leren kennen. De tranen van die dochters van Jeruzalem zijn oppervlakkig en hebben geen richting. Maar de tranen van Gods kinderen, huilend om zichzelf, zijn tranen, zichtbaar of onzichtbaar, zonder uiterlijk vertoon, die opkomen uit een verslagen hart. En ze hebben een richting, ze zijn gericht op God. En dus, geliefde gemeente, wil ik u en mezelf voor deze week van voorbereiding vragen om na te denken over deze vraag: Waarover huil ik?.

Is het grootste verdriet van je hart dat je tegen God, dat je tegen zo’n goeddoend God gezondigd hebt?. Dat je de Heere verlaten hebt en dat je zelf de breuk geslagen hebt tussen God en je hart?. Huil niet over Mij, o dochters van Jeruzalem, maar over uzelf en ook over uw kinderen. Want er staan in die tijd verschrikkelijke dingen te gebeuren. De Heere zegt tot de dochters van Jeruzalem: huil om ze, om de gevaren die hen bedreigen, nu en in de toekomst. Omdat ze nog steeds geen waarde zien in onze lieve Meester en Zaligmaker, terwijl ze wel, net als wij, op weg zijn naar de eeuwigheid.

Huilen we om onszelf, dochters van Jeruzalem, en huilen we om onze kinderen vanwege het aanstaande oordeel?. Want vers 31: Indien zij dit doen aan het groene hout, wat zal aan het dorre geschieden?. En als Hij het heeft over het dorre hout, wijst Hij naar iedereen die nog nooit in waarheid als een arme zondaar aan Zijn voeten gebogen heeft. En dus laten we ons, geliefde gemeente, vernederen voor de Heere, voor het eerst of opnieuw, diep buigend met een verbroken en verslagen hart. Huilend in ons hart om zoveel zonden die Gods hoogheid schonden.

Dat berouw, die diepe en blijvende vernedering, zal in kinderen van God zonder twijfel ook een diep verlangen wekken. Om in geestelijke zin volgende week zondag de Zaligmaker te ontmoeten in de tekenen van brood en wijn. Zo, gemeente, kunnen we komen tot de bediening van het Heilig Avondmaal. Beschaamd, diep gebogen, maar tegelijkertijd met verwondering en blijdschap om de tekenen van de liefde en trouw van Christus. Ik deed als dochters van Jeruzalem weleer: ik weende, ik huilde om de pijn van mijn lijdende Heer. Maar toen vluchtte ik tot Jezus, Hij heeft mij gered, Hij heeft mij verlost van het vonnis van de wet.