| Preek over: Zacheüs, de tollenaar Lukas 19:5: En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs ! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. |
Het welkom van zondaars bij God en de roep tot bekering
De preek gaat over het welkom van zondaars bij God en richt zich in het bijzonder tot mensen die nog onbekeerd zijn. Zij leven zonder God, onder Zijn toorn, al veroordeeld, met nog maar één voetstap tussen hen en de eeuwige ondergang, terwijl zij dat vaak niet zien en rustig doorleven. Toch is er verlossing mogelijk van zonde, ellende en toekomende toorn. Daar is haast bij, want het leven gaat richting eeuwigheid. Het schuldige verleden kan uitgewist worden, want het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden. Wie zijn zonden belijdt en laat, zal barmhartigheid verkrijgen.
Veel mensen vergissen zich in de manier waarop God zonden vergeeft. Zij denken eerst iets te moeten doen: diep berouw tonen, lang worstelen in gebed, sterk bewogen zijn. Maar de vraag van het evangelie is niet of iemand zichzelf geschikt kan maken voor Christus, maar of iemand Christus wil hebben om dat alles te doen.
Niemand wordt geschikt voor Jezus, maar Hij is geschikt voor zondaars. Wie een hard hart heeft, moet tot Christus komen om het te laten breken. Wie wil breken met zonden, moet tot Christus komen. Wie vergeving wil, moet tot Christus komen. Het bloed van Jezus Christus reinigt van alle zonden en vraagt niets van de mens, want het is volbracht. Genade is vrij, ook voor de grootste zondaars. De roep klinkt: kom tot Mij.
De preek gaat vervolgens over Lukas 19 vers 1 tot en met 10. Jezus zoekt Zacheüs. Eerst wordt gekeken naar zijn persoon en zijn moeilijkheden, daarna naar Jezus, Zijn blik, Zijn woorden en Zijn werk.
Zacheüs en zijn persoon en moeilijkheden
Zacheüs was tollenaar, iemand die belasting ophaalde voor de Romeinen. Tollenaars stonden bekend om bedrog en afpersing. Zij zetten mensen onder druk en namen meer dan nodig was. Zacheüs was bovendien rijk en hoofd van het belastingkantoor in Jericho. Zijn werk en geld waren zijn leven. Toch zocht hij Jezus te zien wie Hij was. Niet om Hem te volgen, maar uit nieuwsgierigheid. Hij had gehoord van de genezing van de blinde, van woorden van Jezus over tollenaars en zondaars, van maaltijden met tollenaars, van gelijkenissen over verloren mensen en van tollenaars die tot bekering kwamen. Dat alles had hem geraakt.
Hij zocht Jezus te zien, maar hij was verloren. Een verloren mens, zoals mensen zonder God verloren zijn, ook als zij dat al lang weten zonder dat het echt doordringt. Wie Jezus echt nodig heeft, zou Hem zoeken met heel zijn hart. Zacheüs gaat op pad uit nieuwsgierigheid, zoals mensen in de kerk kunnen luisteren uit nieuwsgierigheid.
Dan komen de moeilijkheden. Hij kan Jezus niet zien door de menigte. Niemand gaat voor hem opzij. Mensen kijken hem met de nek aan. Mensen kunnen ervoor zorgen dat iemand Jezus niet kan zien. Maar groter is zijn eigen probleem: hij is klein van persoon. Hij is te klein om over anderen heen te kijken. Dat laat zien dat een mens zelf te klein is om Jezus te zien. Niet eerst jezelf verbeteren, maar met zonden en gebreken tot Jezus komen.
Zacheüs klimt in een vijgenboom om Jezus toch te kunnen zien. Van bovenaf wil hij stiekem kijken. Van boven naar beneden kijken op Jezus is niet goed en laat zien dat het in zijn hart niet goed is.
Zacheüs ontmoet Jezus en wordt gezocht
Wanneer Jezus bij die plaats komt, kijkt Hij omhoog en ziet hem. Hij kijkt Zacheüs recht aan. Die blik is doordringend. Hij ziet alles: buitenkant en hart. Niets is verborgen. Die blik ontmaskert en overtuigt van zonde. Terwijl Zacheüs kijkt, wordt hij zelf gezien. Zoals mensen in de kerk geraakt kunnen worden door die blik vanuit het Woord. Jezus komt naar hem toe, terwijl hij Jezus niet echt zocht. Dat is eenzijdige goedheid en genade.
Dan spreekt Jezus hem persoonlijk aan bij zijn naam: Zacheüs. Zijn naam betekent rein, maar dat is hij niet. De Heere kent hem en doorgrondt hem. De roep is persoonlijk, met kracht en majesteit. Hij wordt als het ware uit de boom naar beneden getrokken. De roep dwingt tot haast: haast u en kom af. Mensen kunnen lang aarzelen, maar wanneer de Heere roept met kracht, komt iemand zonder uitstel.
Het woord “kom” draagt overtuigingskracht. Jezus toont Zich bereid en machtig om los te maken van zonde, geld en zelfgenoegzaamheid. Hij nodigt tot Zichzelf als de door de Vader gezonden Zaligmaker. Zijn gewilligheid breekt verzet. De roep brengt tot overgave: hier ben ik, wat moet ik doen om zalig te worden?
Jezus zegt dat Hij in zijn huis moet blijven. Hij nodigt Zichzelf uit. In dat huis is alles te zien van zijn zondige leven: bedrog, geldzucht, valse papieren. Toch wil Jezus komen. Niet om te zien hoe goed iemand is, maar hoe slecht. Hij is gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Geen leven is te slecht, geen hart te hard, of Hij wil meekomen.
Zijn werk wordt zichtbaar als profeet, priester en koning. Als profeet roept Hij met gezag. Als priester gaat Hij mee met een zondige man en draagt de smaad. Mensen mopperen dat Hij bij een zondaar ingaat. Hij, de onschuldige, wordt bespot terwijl de zondaar vrijuit gaat. Hij wil met misdadigers gerekend worden en hun misdaden dragen.
Als koning komt Hij het huis binnen en verandert het leven. Het oude leven stopt. Zacheüs belijdt en herstelt wat hij verkeerd gedaan heeft. Waar Jezus onder vier ogen zonde laat zien en genade geeft, is niemand anders bij. Hij wil ook nu mee naar huis om zaligheid te brengen. Er staat dat aan dit huis zaligheid is geschied.
Aan het slot heet Jezus de Zoon des mensen, gekomen om te zoeken en zalig te maken wat verloren is. Dat geeft hoop: verloren zondaars kunnen zalig worden. Maar er is ook gevaar: velen zien Jezus voorbijgaan, weinigen komen aan Zijn voeten. Velen horen de roep, maar komen niet. Wie verloren zondaar wil zijn, wordt gezocht. Wie tot Hem komt, zal Hij niet uitwerpen.
