| Preek over Zondag 1 Zondag 1 van de Catechismus gaat over de enige troost in leven en sterven. Weten het gekochte eigendom te zijn van Jezus Christus. |
De kern van Zondag 1: De enige, unieke troost
In zondag 1 van de Heidelbergse Catechismus staat één centrale vraag: wat is de enige troost in leven en sterven? Het antwoord komt niet van iemand die erover nagedacht heeft als theorie, maar van iemand die deze troost kent uit eigen ervaring. Het gaat om een mens die verdriet in zijn hart heeft leren kennen vanwege zijn zonden, maar die ook heeft leren kennen waar echte troost te vinden is. Zondag 1 wil ons jaloers maken op dat geluk: het geluk van iemand die mag weten dat hij niet meer van zichzelf is, maar het eigendom van Jezus Christus.
Die troost is nodig omdat er een diepere vorm van verdriet bestaat dan alleen zichtbare problemen. Het gaat om het verdriet dat ontstaat doordat wij tegen God gezondigd hebben en Hem zijn kwijtgeraakt. Dat is een pijn die niet met gewone middelen te genezen is. Voor die ziekte is maar één Dokter: de Heere Jezus Christus. Zondag 1 spreekt daarom over troost voor het hart, niet alleen over verlichting van omstandigheden.
Wat die enige troost inhoudt volgens Zondag 1
De troost van zondag 1 wordt heel persoonlijk verwoord: dat ik met lichaam en ziel, in leven en sterven, niet van mijzelf ben, maar het eigendom van mijn getrouwe Zaligmaker Jezus Christus. Dat betekent dat een mens zichzelf niet meer als eigenaar ziet van zijn eigen leven, maar weet: ik hoor bij Hem. Zoals schapen bij hun herder horen, zo hoort een gelovige bij Christus. Er is vertrouwen, afhankelijkheid en verbondenheid.
Die troost rust op drie grote daden van Christus. Ten eerste heeft Hij met Zijn kostbare bloed volledig betaald voor alle zonden. De schuld die zich had opgestapeld tot aan de hemel, is door Hem weggenomen. Het kruis staat hier centraal: niet mijn werken, maar Zijn offer is de grond van mijn vrede met God.
Ten tweede heeft Hij verlost uit de macht van de duivel. De mens zat gevangen onder de heerschappij van de zonde en de satan, maar Christus heeft die macht gebroken. Wie door Hem verlost wordt, is geen gevangene meer, maar een vrijgemaakte.
Ten derde bewaart Hij Zijn kinderen. Niets gebeurt buiten de wil van de hemelse Vader om. Zelfs moeite, verdriet en moeilijke wegen moeten dienen tot hun zaligheid. Dat geeft een diepe rust: mijn leven ligt niet in handen van het toeval, maar in de handen van God.
Waarom deze troost zo moeilijk te aanvaarden is
Zondag 1 laat ook zien waarom deze troost weerstand oproept. Het betekent immers dat wij niet langer van onszelf zijn. Wij willen graag autonoom zijn, zelf bepalen wat we doen en denken. Eigendom zijn van een ander botst met ons gevoel van zelfstandigheid. Tegelijk zoeken we allemaal geborgenheid, zekerheid en vrede, vooral als het gaat over ziekte en sterven.
Veel mensen zoeken die rust in bezit, prestaties, religieuze activiteiten of goede daden. Maar volgens zondag 1 geeft dat geen blijvende vrede. Werkelijke rust wordt alleen gevonden als een mens door God zelf het eigendom van Christus wordt. Dan ligt de oorsprong van de troost niet in onszelf, maar buiten ons: in God en in Zijn genade.
Zekerheid van deze troost door de Heilige Geest
De Catechismus leert in zondag 1 dat deze troost ook innerlijk bevestigd wordt. De Heilige Geest verzekert Gods kinderen van het eeuwige leven. Dat gebeurt niet altijd op dezelfde manier of in dezelfde mate, maar wel echt. Door het Woord, door de beloften en door het werk van de Geest krijgen zij te zien dat zij gekocht en verlost zijn.
Die zekerheid groeit niet door zelfvertrouwen, maar door steeds meer te leren zien hoe vast het ligt in Christus. Het geloof richt zich niet op zichzelf, maar op Zijn verdienste. Daarbij mogen ook de vruchten van het geloof gezien worden: droefheid over de zonde, verlangen naar Christus en een leven dat gericht is op God. Zo wordt de troost van zondag 1 steeds dieper verankerd in het hart.
Wat nodig is om in die troost te leven: de drie stukken
In zondag 1 wordt ook gevraagd wat nodig is om in deze troost zalig te leven en te sterven. Het antwoord bestaat uit drie delen: kennis van zonde en ellende, kennis van verlossing, en kennis van dankbaarheid. Deze drie horen onlosmakelijk bij elkaar.
Het zijn geen fasen die je achter je laat, maar lijnen die steeds opnieuw terugkomen. Wie zijn ellende kent, zoekt verlossing. Wie verlossing kent, leert danken. En wie dankt, leert tegelijk zijn zonde steeds dieper kennen. Zo draait het geestelijke leven als het ware steeds rond deze drie punten.
Gods gewone weg is dat Hij eerst laat zien hoe groot de nood is, om daarna te wijzen op de enige Redder. Zoals een zieke naar de dokter gaat, zo wordt een zondaar tot Christus gedreven. En wie door Hem verlost wordt, leert leven in wederliefde en gehoorzaamheid.
Het doel van zondag 1 voor ons vandaag
Het doel van zondag 1 is niet alleen uitleg geven, maar verlangen wekken. De Catechismus wil jaloers maken op het geluk van Gods kinderen. Zij zijn gekocht, verlost en bewaard. Hun schuld is verzoend en hun toekomst ligt vast in Christus. Dat is de enige troost die standhoudt in leven en in sterven.
Wie die troost mist, wordt geroepen om ermee naar God te gaan. Zoals je met een ziek lichaam naar een arts gaat, zo moet je met een ziek hart naar de hemelse Dokter. Hij stuurt niemand weg die tot Hem komt. Hij is een getrouwe Zaligmaker, Die belooft te horen wie bidt en zoekt.
Zo wijst zondag 1 uiteindelijk niet naar ons, maar naar Christus. Hij is het fundament van deze troost. En wie Hem mag toebehoren, mag zeggen: mijn leven en mijn sterven zijn veilig in Zijn hand. Dat alleen geeft echte rust voor het hart.
