Zondag 4: Doet God geen onrecht?

13/oktober/2024

Series: Catechismus

Preek over: Zondag 4
Zondag 4 van de Catechismus gaat over de vraag of God wel eerlijk handelt met de mens.
Doet God de mens geen onrecht?

Zondag 4 en de roep van God tot zondaars

De preek over Zondag 4 begint bij Adam die van God wegging, maar door de Heere werd geroepen en ter verantwoording gesteld. Zo roept God ook nu zondaars terug. De vraag klinkt of een mens werkelijk gered wil worden, of liever zichzelf probeert te redden. Adam verborg zich, schoof de schuld af en liet zien dat hij de ernst van zijn zonde en Gods toorn niet kende. Mensen kunnen nog steeds proberen zich te verbergen en denken dat het wel meevalt, maar God laat niet los en spreekt eerlijk over de werkelijkheid.

Daarbij wordt uitgelegd wat Gods toorn is aan de hand van Hosea 11. Daar klinkt eerst Gods liefde, bewogenheid en trouw. Hij droeg en trok met koorden van liefde. Maar die liefde wordt vertrapt en afgewezen. Daaruit blijkt de keerzijde: heilige toorn. Toch is er ook Gods aarzeling en medelijden: hoe zou Ik u overgeven? Zijn hart brandt van liefde. Gods toorn is geen onbeheerste woede, maar de heilige keerzijde van Zijn liefde. Hij wil mensen terug, niet verloren laten gaan.

Zondag 4 wordt geplaatst tegenover verkeerde godsbeelden. Aan de ene kant het zachte beeld dat God alles goed vindt, aan de andere kant het harde beeld dat God alleen toorn is. Beide kloppen niet. God is liefde en Hij torent, maar Hij is niet alleen toorn. Zijn toorn ontvlamt waar Zijn liefde wordt verworpen. Zondag 4 behandelt drie bedenkingen van de mens tegenover God: is Gods eis wel eerlijk, is God dan geen liefde, en is God niet barmhartig. Zondag 4 laat zien hoe mensen zich verbergen achter tegenwerpingen, terwijl God ernstig roept tot terugkeer.

Zondag 4 over Gods recht en heilige toorn

De eerste bedenking in Zondag 4 is of God onrecht doet door te eisen wat de mens niet meer kan. De wet vraagt nog steeds volmaakte liefde tot God en de naaste. De vraag is of dat eerlijk is, nu de mens gevallen is. Het antwoord luidt dat God de mens zo geschapen heeft dat hij het kon. De mens heeft zichzelf door moedwillige ongehoorzaamheid en door het ingeven van de duivel van die gaven beroofd. De schuld ligt bij de mens zelf.

Met voorbeelden wordt duidelijk gemaakt dat onvermogen door eigen schuld de eis niet opheft. Wie zichzelf beschadigt, kan zich niet verschuilen achter onmacht. Zo heeft de mens zichzelf beroofd van Gods beeld. Zondag 4 benadrukt dat dit geen vergissing was maar opzettelijke ongehoorzaamheid. De mens is geen slachtoffer maar dader. Toch blijft God vragen om liefde en gehoorzaamheid. Dat laat zien dat de schuld echt bij de mens ligt en dat God de mens niet kwijt wil, maar blijft roepen tot behoud.

De tweede bedenking in Zondag 4 vraagt of God dan geen liefde is, omdat Hij straft. Het antwoord zegt dat God ongehoorzaamheid niet ongestraft laat. Hij vertoornt zich over aangeboren en werkelijke zonden en straft rechtvaardig, tijdelijk en eeuwig. Gods toorn is verbonden aan Zijn heiligheid. Hij kan de zonde niet door de vingers zien. Werkelijke zonden zijn daden en nalatigheden. Aangeboren zonde is de verdorven natuur uit Adam. Beide vallen onder Gods oordeel.

Zondag 4 onderstreept dat Gods oordeel rechtvaardig is. De vloek rust op wie niet blijft in alles wat in de wet staat. De werkelijkheid van eeuwige straf wordt genoemd: buitenste duisternis, verwijdering van Gods gunst en het dragen van Zijn toorn. Deze woorden worden niet uitgesproken om weg te stoten, maar om te waarschuwen en terug te roepen. Zondag 4 wil mensen vernederen en plaats maken voor Christus, op Wie Gods toorn is uitgeblust aan het kruis.

Zondag 4 over barmhartigheid en recht samen

De derde bedenking in Zondag 4 vraagt of God dan niet barmhartig is. Het antwoord luidt dat God barmhartig is én rechtvaardig. Zijn gerechtigheid eist dat zonde tegen Zijn majesteit met de hoogste straf wordt gestraft. Gods barmhartigheid blijkt in Zijn geduld, zorg en sparen van het leven. Maar barmhartigheid betekent niet dat zonde wordt gedoogd. Liefde zonder recht bestaat niet bij God.

Er wordt benadrukt dat twee verkeerde beelden niet kloppen: een God die liefde is en zonde door de vingers ziet, en een God die alleen straft zonder barmhartigheid. God is beide: vol ontferming en vol recht. Hij vergeeft zonde, maar houdt de schuldige niet onschuldig. Zondag 4 laat zien dat zonde majesteitsschennis is tegen de hoogste Koning. Daarom blijft de eis van straf staan.

Deze boodschap maakt een einde aan alle zelfredding. De mens kan zichzelf niet verlossen. Maar God heeft hulp besteld bij een Machtige: Jezus Christus. In Hem ontmoeten recht en barmhartigheid elkaar. Gods rechtvaardigheid is voltrokken aan Zijn Zoon, en Gods barmhartigheid wordt uitgestort over schuldigen. Zondag 4 wil alle valse hoop op eigen kunnen afbreken en de hoop richten op Christus alleen.

Daarom klinkt de oproep om niet door te gaan met uitvluchten en bedenkingen, maar zichzelf te bedenken en het gevaar onder ogen te zien. De genadetijd is kort. Zondag 4 dringt aan om de hoop op zichzelf op te geven en zich te laten verzoenen met God. In Christus zijn Gods deugden verheerlijkt en wordt de schuldige gered uit genade. De oproep is om te vluchten tot Hem en te bidden om genade.