Zondag 5: Van des mensen verlossing

20/oktober/2024

Series: Catechismus

Preek over: Zondag 5
Zondag 5 van de Catechismus gaat over dat God wil dat aan Zijn recht genoeg gedaan wordt.
Sion wordt door recht verlost.

De Kananese vrouw als spiegel bij zondag 5

De geschiedenis van de Kananese vrouw laat zien hoe de Heere werkt met mensen die in nood tot Hem vluchten. Zij roept tot Jezus om hulp voor haar dochter, maar krijgt eerst geen antwoord. Daarna lijkt ze zelfs afgewezen te worden. Toch gaat ze niet weg. Ze buigt dieper en zegt: “Heere, help mij.”

Dat is geen toeval. Zo werkt God vaker: Hij neemt ons eerst alles af, zodat we nergens meer op kunnen steunen dan alleen op Hem. Tijdgeloof haakt af bij een eerste “nee”, maar echt geloof blijft kloppen. Dat zien we terug in zondag 5, waar een mens niet meer zoekt naar uitvluchten, maar naar redding. Net als de Kananese vrouw komt hij aan de voeten van Christus terecht: leeg, maar niet weg.

De eerste vraag van zondag 5: is er nog een middel voor mij?

Zondag 5 begint met een indringende vraag: als ik tijdelijke en eeuwige straf heb verdiend, is er dan nog een middel om daaraan te ontkomen en weer tot genade te komen? Dat is geen theoretische vraag, maar een noodkreet. De mens erkent hier: ik ben verloren, ik heb schuld bij God, ik kan niet bestaan voor Zijn recht.

Deze vraag is anders dan in eerdere zondagen. Eerst werd nog gezocht naar excuses: ligt het aan God, aan mijn natuur, aan de omstandigheden? Maar nu is dat voorbij. Nu wordt naar boven gekeken: “Heere, is er voor mij nog een weg?”

Het antwoord lijkt hard: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiedt. Er moet betaald worden. Maar dat antwoord is niet bedoeld om iemand weg te drijven, maar om hem van zichzelf af te drijven. De bedoeling is niet dat je wanhopig wordt, maar dat je leert: ik kan het niet, maar misschien kan een Ander het wel.

Kan ik het zelf? De ontmaskering in zondag 5

Dan volgt in zondag 5 de tweede vraag: kan ik zelf betalen? Het antwoord is kort en scherp: op geen enkele manier. Sterker nog, ik maak mijn schuld dagelijks groter.

Dat raakt precies aan wat veel mensen proberen. Ze willen hun leven verbeteren, ernstiger worden, netter leven, meer bidden, meer lezen. En soms lijkt dat hoop te geven: er is toch iets veranderd? Maar Gods Woord zegt dat zelfs onze beste werken besmet zijn met zonde. Wat wij aan gerechtigheid aandragen, houdt geen stand voor God.

Daarom leert zondag 5 ons dat zelfverbetering nooit voldoende is. Hoe hard we ons best doen, we lossen de schuld niet op. We blijven schuldenaars, en elke dag komt er weer schuld bij. Dat breekt de hoop op eigen kunnen af.

Kan een ander schepsel helpen volgens zondag 5?

Daarna stelt zondag 5 een derde vraag: kan een ander schepsel voor mij betalen? Misschien een engel, misschien een offer, misschien iemand anders? Het antwoord is opnieuw duidelijk: nee.

God wil niet dat een ander schepsel de schuld draagt die de mens gemaakt heeft. En bovendien kan geen enkel schepsel de last van Gods eeuwige toorn dragen. De straf is te zwaar. Geen mens, geen dier, geen engel kan dat dragen.

Hier wordt elke andere uitweg afgesneden. Niet ikzelf, en ook geen ander schepsel kan mij redden. Zo blijft er nog maar één richting over: omhoog. Weg van mijzelf, weg van alle schepselen, naar God toe.

Wat dan wél? Het hart van zondag 5

Dan komt de beslissende vraag van zondag 5: wat voor een Middelaar en Verlosser moet ik dan zoeken? Het antwoord lijkt eerst wat verhuld, maar is diep: zo iemand moet een waarachtig en rechtvaardig mens zijn, en tegelijk waarachtig God.

Hij moet mens zijn, omdat de mens gezondigd heeft en een mens moet betalen. Maar Hij moet ook God zijn, omdat niemand anders de last van Gods toorn kan dragen. Alleen zo kan Hij tussen God en mens instaan.

Hier breekt het licht door in zondag 5. Niet in de mens, maar in God. God Zelf heeft een Middelaar gegeven. Hij heeft Zelf een weg geopend waar geen weg meer was. Zoals bij de Kananese vrouw: alles wordt haar afgenomen, maar Christus blijft over. Zo blijft in zondag 5 uiteindelijk één Naam over als hoop: de door God gezonden Middelaar.

De weg van vernedering en volharding

Net als de Kananese vrouw leert zondag 5 ons buigen. Zij accepteert dat zij geen rechten heeft. Ze noemt zichzelf een hondje, maar ze blijft roepen om genade. Dat is geen wanhoop, maar geloof dat nergens anders meer heen kan.

Zo leert zondag 5 een mens zijn eigen armoede erkennen en tegelijk aanhouden bij God. Het geloof belijdt: ik kan niets, ik heb niets, ik ben niets. Maar het geloof bidt ook: “Heere, help mij.” Die twee horen bij elkaar: buigen onder Gods recht en tegelijk vluchten tot Zijn genade.

Christus als enige hoop in zondag 5

De Middelaar die zondag 5 beschrijft, is niemand anders dan Jezus Christus. Hij is waarachtig mens en waarachtig God. Hij nam onze natuur aan, leefde in volmaakte gehoorzaamheid en droeg de straf die wij verdiend hadden. Zo heeft Hij aan Gods gerechtigheid genoeg gedaan.

Daarom is zondag 5 geen boodschap van wanhoop, maar van wonder. Voor mensen die vastlopen met zichzelf, opent God een weg. Niet door onze prestaties, maar door Zijn Zoon. God krijgt zo Zijn eer terug, en zondaren kunnen met Hem verzoend worden.

De persoonlijke oproep van zondag 5

De boodschap van zondag 5 blijft niet algemeen, maar wordt persoonlijk. Ben ik vastgelopen met mezelf? Zie ik geen uitweg meer? Dan wijst deze zondag niet naar binnen, maar naar boven. Niet naar mijn pogingen, maar naar Gods voorziening.

Wie zichzelf nog kan redden, heeft deze Middelaar niet nodig. Maar wie arm geworden is, wie niets meer overhoudt dan schuld, hoort in zondag 5 dat er bij God een weg is. Eén weg: door de Middelaar, door Christus alleen.

Daarom is zondag 5 tegelijk ontdekkend en vertroostend. Ontdekkend, omdat zij alles van ons afneemt. Vertroostend, omdat zij alles in Christus aanwijst. Zoals de Kananese vrouw uiteindelijk hoorde: “Groot is uw geloof.” Zo leert zondag 5 dat waar alle hoop op onszelf sterft, Gods weg opengaat.

Samenvattend

Zondag 5 tekent de mens als verloren, maar wijst tegelijk de enige weg tot behoud. De vragen worden steeds dringender: is er een middel, kan ik het zelf, kan een ander schepsel het doen? Het antwoord wordt steeds smaller, totdat alleen God overblijft.

Daarin ligt de kern: redding is onmogelijk bij de mens, maar mogelijk bij God. Hij heeft Zelf een Middelaar gegeven. Wie buigt, wie blijft roepen, wie niet weggaat bij Christus, zal ervaren dat God geen andere weg heeft dan genade. Zo leert zondag 5 ons om alles buiten Christus los te laten en alles in Hem te zoeken.