| Preek over: Zondag 6 Zondag 6 van de Catechismus gaat over de Middelaar Die staat tussen God en mensen. Wie is die Middelaar. |
Zondag 6 en de Middelaar Die nodig is
In Zondag 6 gaat het verder met het tweede deel van de catechismus over de verlossing. Na de beschrijving van de ellende en de verdiende straf wordt duidelijk dat er betaald moet worden. Die betaling kan niet door een schepsel gebeuren, want geen schepsel kan de last van Gods toorn dragen. Nodig is een Middelaar die echt mens is, zonder zonde, en tegelijk echt God. Die Middelaar is door God gegeven: de Heere Jezus Christus.
Vanuit Filippenzen 2 wordt beschreven Wie Hij is. Hij was waarachtig God en bleef dat, maar nam de gestalte van een dienstknecht aan en werd mens. Hij vernederde Zich en werd gehoorzaam tot de dood van het kruis. Daar droeg Hij de straf en vervulde Hij het recht van God. Wat geen mens kon doen, heeft Hij gedaan: de schuld betaald en Gods toorn gedragen. Daarom is er hoop voor zondaars, niet in henzelf maar bij God.
Zondag 6 wijst erop dat deze vernederde Middelaar ook verhoogd is. God heeft Hem een Naam boven alle naam gegeven, opdat alle knie zich voor Hem buigt en alle tong belijdt dat Hij Heere is. De oproep klinkt om voor Hem te buigen en Hem te erkennen als Zaligmaker. Het grote wonder is dat God Zijn Zoon gaf om vijanden met Zich te verzoenen. Zondag 6 laat zien dat deze Middelaar het middelpunt is van Gods reddende werk.
De Middelaar is waarachtig mens en waarachtig God
Zondag 6 leert dat de Middelaar waarachtig en rechtvaardig mens moet zijn. Gods rechtvaardigheid eist dat de menselijke natuur die gezondigd heeft, betaalt. Een zondig mens kan niet voor anderen betalen, omdat hij zelf schuld heeft. Daarom moest de Middelaar een echt mens zijn zonder zonde. Christus is mens geworden, geboren uit Maria, en heeft als rechtvaardige mens geleden en gestorven in plaats van zondaars.
Zijn lijden wordt getekend als het dragen van smart, straf en toorn. Hij is verwond om overtredingen en verbrijzeld om ongerechtigheden. Niet alleen mensenhanden brachten Hem lijden, maar God legde de last van de straf op Hem. Zondag 6 benadrukt dat Hij als mens kon lijden en sterven en zo in de plaats van schuldigen kon staan.
Tegelijk leert Zondag 6 dat de Middelaar ook waarachtig God moet zijn. Alleen door de kracht van Zijn Godheid kon Hij de volle last van Gods toorn dragen en gerechtigheid en leven verwerven. Menselijke kracht was daarvoor te zwak. Zijn Godheid ondersteunde Zijn menselijke natuur in het dragen van de straf. Zo kon Hij onder de last niet bezwijken. Hij is niet alleen menselijk offer, maar ook de Zoon van God. Daardoor kon Hij vrede met God verwerven en na Zijn opstanding vrede verkondigen.
Zondag 6 onderstreept dat er maar één Middelaar is tussen God en mensen: Jezus Christus. Geen ander kan betalen of verlossen. Daarom klinkt de oproep om Hem te zoeken en te smeken om Zijn werk in het hart, zodat Hij persoonlijk nodig wordt en gekend wordt als enige Redder.
De Middelaar is door God geschonken
Zondag 6 leert vervolgens dat deze Middelaar door God geschonken is. Op de vraag wie deze Middelaar is, luidt het antwoord: onze Heere Jezus Christus, door God gegeven tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking en volkomen verlossing. Het gaat niet alleen om kennis met het verstand, maar om persoonlijke openbaring door de Heilige Geest. Zoals bij Petrus moet van boven geleerd worden Wie Christus is.
De Middelaar wordt geschonken tot wijsheid voor dwazen, tot gerechtigheid voor schuldigen, tot heiligmaking voor onheiligen en tot volkomen verlossing. Hij wijst de weg tot zaligheid, neemt schuld over, vernieuwt het hart en brengt tot het einddoel van volledige verlossing. Zondag 6 benadrukt dat dit niet door eigen verbetering of geschiktheid komt. De Zaligmaker past bij verloren zondaars, niet andersom. Eigen pogingen en eigen verdiensten worden afgewezen. De oproep klinkt om te stoppen met zelf werken en tot Hem te vluchten.
Ten slotte zegt Zondag 6 dat deze Middelaar in het evangelie is geopenbaard. De kennis van Hem komt uit Gods Woord. Het evangelie is al in het paradijs beloofd, daarna verkondigd door aartsvaders en profeten, uitgebeeld in offers en vervuld in Gods Zoon. Christus wordt gevonden in het evangeliewoord. Andere middelen kunnen helpen, maar de openbaring van de Middelaar ligt in de Schrift.
Daarom wordt gewezen op het zoeken in het Woord, biddend en luisterend. In geestelijke duisternis en schuld moet daar gezocht worden naar licht en verlossing. Zondag 6 besluit met de aanwijzing van Christus in het evangelie: het Lam van God, gegeven tot redding. Wie Hem zo leert kennen, belijdt dat deze door God gegeven Middelaar ook zijn Heere en God is.
