Numeri 11: 4-5 over Kibrôth-Táäva: Het gemene volkje dat in het midden van hen was, werd met lust (met gulzigheid) bevangen.
Daarom zo weenden ook de kinderen Israëls wederom en zeiden: Wie zal ons vlees te eten geven?
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.