/ / Preek Zondag 16: Laatste van de vernedering

Preek Zondag 16: Laatste van de vernedering

Preek Zondag 16:

Het laatste van Zijn vernedering
1. Het moest
2. Het was echt
3. Het heeft nut
4. Het geeft troost

PDF LEESPREEK
AUDIO

Tekst Catechismus Heidelberg Zondag 16
Vraag 40: Waarom heeft Christus Zich tot in den dood moeten vernederen?
Antwoord: Daarom dat vanwege de gerechtigheid en waarheid Gods niet anders voor onze zonden kon betaald worden, dan door den dood des Zoons Gods.

Vraag 41: Waarom is Hij begraven geworden?
Antwoord: Om daarmede te betuigen dat Hij waarachtiglijk (echt) gestorven was.

Zondag 16, Vraag 42: Zo dan Christus voor ons gestorven is, hoe komt het dat wij ook moeten sterven?
Antwoord: Onze dood is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterving van de zonden en een doorgang tot het eeuwige leven.

Vraag 43: Wat verkrijgen wij nog meer voor nuttigheid uit de offerande en de dood van Christus aan het kruis?
Antwoord: Dat door Zijn kracht onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven wordt, opdat de boze lusten des vleses in ons niet meer regeren, maar dat wij onszelf Hem tot een offerande der dankbaarheid opofferen.

Zondag 16, Vraag 44: Waarom volgt daar: Nedergedaald ter helle?
Antwoord: Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste, dat mijn Heere Jezus Christus door Zijn onuitsprekelijke benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling, in welke Hij in Zijn ganse lijden, (maar inzonderheid aan het kruis) gezonken was, mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft.

Links bij preek Zondag 1Heidelberger Catechismus
– Preek catechismus zondag 15
– Preek catechismus zondag 17
Externe links
– Catechismus in gewone taal: zondag 16

TERUG CATECHISMUS

Over Zondag 16:
Nu, Christus is Plaatsbekleder. Hij wilde in de plaats van Zijn volk staan. Voor hen wilde Hij de Schuldige zijn. Hun schuld werd Zijn schuld. Hun straf werd Zijn straf. Hun vonnis werd Zijn vonnis. Staande in de plaats van Zijn volk is Hij gestorven, want voldoening voor de schuld, afbetaling tot aan de laatste penning toe was alleen mogelijk, indien de Zoon van God Zich vernederde tot de dood, in onze menselijke natuur. God eist dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede. Werd dit eens meer en beter verstaan, we zouden niet zo rustig kunnen voortleven. Met een omzetting of keus, met een tekstje of versje, waarop we de hoop van onze zaligheid bouwen. ‘Betaal Mij wat gij schuldig zijt.’ Er is een volk dat dit bevindelijk leert kennen. (ds. A.F. Honkoop)