| Preek over: Zondag 16 Zondag 16 van de Catechismus gaat verder over de trappen van de vernedering. De Heere Jezus is gestorven en begraven. |
De reden en de werkelijkheid van Zijn dood
Nu gaat het vanavond in Zondag 16 over het volgende. De Heere Jezus is niet alleen gekruisigd, maar ook gestorven en begraven. En nedergedaald ter helle, de vijfde traptrede van Zijn vernedering, die we overdenken in Zondag 16. Omdat Zondag 16 een hele lange Zondag is met vijf vragen en antwoorden, is er dit keer geen inleiding op mijn preek. Wat hier in Zondag 16 schittert, is wat Jesaja zegt: de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem. Hij, de Heere Jezus, moest sterven, en de Catechismus zegt: het kon niet anders. Het kon niet anders vanwege Gods volmaakte gerechtigheid en vanwege Gods waarheid.
Gods waarheid en recht eisten de eerlijkste straf, de hoogste straf, de doodstraf. Er moest voor de zonde betaald worden door de dood van de Zoon van God, beleden in Zondag 16. Ikzelf heb vanwege mijn zonden de doodstraf verdiend, en Gods waarheid en recht eisen dat er betaald moet worden. De Heere Jezus was echt gestorven, en dus wordt Hij echt begraven. Door Zich te laten begraven is dat begraven worden voor al Gods kinderen anders geworden.
Nu onze Heere en Zaligmaker daarin gelegen heeft, heeft Hij ook die plek voor ons geheiligd. Het is gekocht als een slaapkamer, als een plaats waar ons gestorven lichaam in stilte en vrede de slaap zal slapen van de dood. Zeker, er blijft een laatste vijand, maar sinds het sterven en begraven worden van de Heere Jezus, zoals omschreven in Zondag 16, is er iets veranderd.
De vrucht van de dood van de Heere Jezus
Zondag 16, gemeente, gaat over het laatste van de vernedering van de Heere Jezus. Onze dood, zegt het antwoord, is geen betaling voor onze zonden, maar alleen een afsterving van de zonde en een doorgang tot het eeuwige leven. Als je de Heere zoekt, zal je Hem echt vinden. Onbekeerde vrienden, we kunnen nu nog tranen huilen als we denken aan uw eeuwige ondergang, maar laat je toch vanavond met God verzoenen. Er is een Zaligmaker beschikbaar voor u allemaal, Die Zijn leven heeft afgelegd, Die gestorven is, begraven is en Die opgestaan is. Voor ons, kinderen van God, geliefde medechristenen, jongeren, ouderen, is de dood anders door de genade uit Zondag 16.
Wij worden van sterven straks echt beter, want de dood is voor mij, zegt de Catechismus in Zondag 16, een doorgang. De dood heeft voor mij zijn prikkel verloren. Maar de vrucht van het offer en van de dood van de Heere Jezus Christus aan het kruis is, zegt Zondag 16, niet alleen voor straks, maar die is ook voor nu. Door Zijn kracht wordt onze oude mens met Hem gekruisigd, gedood en begraven. Die oude mens wordt door de kracht van Christus met Hem gekruisigd, want die moet langzaam maar zeker sterven. Dan wordt je leven voor Hem als offer van dank, hoewel we tot ons grote verdriet de zonde hier op aarde nooit definitief zullen overwinnen.
De troost van Zijn lijden
Vraag 44 van Zondag 16 vraagt: Waarom volgt daar nedergedaald ter helle? Opdat ik in mijn hoogste aanvechtingen verzekerd zij en mij ganselijk vertrooste, dat mijn Heere Jezus mij van de helse benauwdheid en pijn verlost heeft, leert Zondag 16. De Heere Jezus heeft geleden wat daar in de hel geleden wordt, in Zijn hele lijden, maar vooral toen Hij hing aan het kruis. Toen het drie uur lang aardedonker was en Hij in de ervaring van Zijn hart verlaten werd door Zijn Vader. De Catechismus noemt dat benauwdheid, smarten, verschrikking en helse kwelling. Dat diepste van Zijn lijden droeg Hij voor mij, in mijn plaats.
Dat is mijn troost in Zondag 16, niet alleen voor straks, maar ook en vooral in dit leven. Als ik soms iets voel in mijn hart en in mijn leven van verlaten zijn, dan mag ik als een arme zondaar bukkend en buigend aan de voet van het kruis in gedachten naar boven kijken. Ik geloof de gewisse belofte van U, o God, dat U, mijn Heere Jezus, door dit Uw ondragelijke lijden in helse angst, mij daarvan verlost hebt. U bent om mijn overtredingen verwond, om mijn ongerechtigheden bent U verbrijzeld. Mijn gekruisigde Heere Jezus Christus, U alleen bent mijn troost, mijn zekerheid, Zaligmaker.
