Kind van Hagar of van Sara? (deel 10) – Galaten 4
| Preek over: Kind van Hagar of van Sara? Galaten 4:20-31: Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis. |
Paulus stelt de indringende vraag naar wie werkelijk kind van Abraham is: “Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije” (Galaten 4:31). Deze leespreek neemt de geschiedenis van Hagar en Sara als spiegel voor het hart, en laat zien dat het ware kindschap nooit uit eigen werk geboren wordt, maar alleen uit een wonder van genade van boven.
Bijbelgedeelte Galaten 4: Kind van Hagar of van Sara?
| 20 Doch ik wilde dat ik nu tegenwoordig bij u was, en mijn stem mocht veranderen; want ik ben in twijfel over u. 21 Zegt mij, gij die onder de wet wilt zijn, hoort gij de wet niet? 22 Want er is geschreven, dat Abraham twee zonen had, één uit de dienstmaagd en één uit de vrije. 23 Maar gene, die uit de dienstmaagd was, is naar het vlees geboren geweest; doch deze, die uit de vrije was, door de beloftenis. 24 Hetwelk dingen zijn die andere beduiding hebben. Want deze zijn de twee verbonden: het ene van den berg Sinaï, tot dienstbaarheid barende, hetwelk is Hagar. 25 Want dit, namelijk Hagar, is Sinaï, een berg in Arabië, en komt overeen met Jeruzalem dat nu is, en dienstbaar is met haar kinderen. 26 Maar Jeruzalem dat boven is, dat is vrij, hetwelk is ons aller moeder. 27 Want er is geschreven: Zijt vrolijk, gij onvruchtbare, die niet baart; breek uit en roep, gij die geen barensnood hebt; want de kinderen der eenzame zijn veel meer dan dergene die den man heeft. 28 Maar wij, broeders, zijn kinderen der belofte, als Izak was. 29 Doch gelijkerwijs toen, die naar het vlees geboren was, vervolgde dengene die naar den Geest geboren was, alzo ook nu. 30 Maar wat zegt de Schrift? Werp de dienstmaagd uit en haar zoon; want de zoon der dienstmaagd zal geenszins erven met den zoon der vrije. 31 Zo dan, broeders, wij zijn niet kinderen der dienstmaagd, maar der vrije. |
