Door Geest leven en wandelen (deel 12) – Galaten 5

Preek over: Door Geest leven en wandelen
Galaten 5:13-26: Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.

Paulus vermaant: “Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen” (Galaten 5:25). Deze leespreek, geschreven met het oog op de bediening van het Heilig Avondmaal, tekent de ware Avondmaalganger aan twee kenmerken: het leven uit genade alleen, en het wandelen in de vrucht van de Geest tegenover de werken van het vlees.

Bijbelgedeelte Galaten 5: Door Geest leven en wandelen

13 Want gij zijt tot vrijheid geroepen, broeders; alleenlijk gebruikt de vrijheid niet tot een oorzaak voor het vlees, maar dient elkander door de liefde.
14 Want de gehele wet wordt in één woord vervuld, namelijk in dit: Gij zult uw naaste liefhebben gelijk uzelven.
15 Maar indien gij elkander bijt en vereet, ziet toe dat gij van elkander niet verteerd wordt.
16 En ik zeg: Wandelt door den Geest, en volbrengt de begeerlijkheid des vleses niet.
17 Want het vlees begeert tegen den Geest, en de Geest tegen het vlees; en deze staan tegen elkander, alzo dat gij niet doet hetgeen gij wildet.
18 Maar indien gij door den Geest geleid wordt, zo zijt gij niet onder de wet.
19 De werken des vleses nu zijn openbaar; welke zijn overspel, hoererij, onreinheid, ontuchtigheid,
20 Afgoderij, venijngeving, vijandschappen, twisten, afgunstigheden, toorn, gekijf, tweedracht, ketterijen,
21 Nijd, moord, dronkenschappen, brasserijen en dergelijke; van dewelke ik u tevoren zeg, gelijk ik ook tevoren gezegd heb, dat die zulke dingen doen, het Koninkrijk Gods niet zullen beërven.
22 Maar de vrucht des Geestes is liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, goedertierenheid, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid.
23 Tegen de zodanigen is de wet niet.
24 Maar die van Christus zijn, hebben het vlees gekruist met de bewegingen en begeerlijkheden.
25 Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.
26 Laat ons niet zijn zoekers van ijdele eer, elkander tergende, elkander benijdende.