| Preek over: Ben ik het, Heere? Mattheüs 26:22: En zij, zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: “Ben ik het, Heere?” |
De instelling van het Heilig Avondmaal
Het is donderdagavond en alles staat klaar voor het pascha. De Heere Jezus zit met Zijn twaalf discipelen aan tafel in de stilte van deze avond. Hij weet dat Zijn tijd nabij is om te lijden en de wil van Zijn Vader te doen. De indringende vraag die vanmorgen centraal staat vanuit dit indrukwekkende Bijbelgedeelte is: Ben ik het, Heere?
Maar dan ineens komt de schok van binnenuit. En toen zij aten, zei Hij: Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij zal verraden. De stilte wordt doorbroken, de sfeer is verdwenen en er ontstaat grote verwarring. Ze zijn geschokt en bedroefd, waardoor ieder voor zich moet gaan afvragen: Ben ik het, Heere? Dit moment slaat in als een bom.
En zij zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere? Waarom zegt Hij dit zo midden in de groep? Hij zegt het tegen de andere discipelen opdat zij zichzelf zouden gaan onderzoeken. Een oprecht discipel is heel erg gebaat bij het onderzoeken van zijn hart met de klem van: Ben ik het, Heere?
Dit komt heel dichtbij en voelt zo verdrietig: gaat één van ons Hem verraden? Wat hen echter nog het meest raakt, is de bange gedachte dat zij het zelf zouden zijn. Daarom is het zo noodzakelijk dat de gemeente van God ook nu de vraag stelt: Ben ik het, Heere? Want als je weet hoe listig de duivel is, moet je vrezen.
Oprecht Bijbels zelfonderzoek
Het is opvallend dat niemand aan tafel de verrader Judas verdenkt. Je kan blijkbaar zo’n grote bedrieger zijn, dat niemand je ook maar enigszins verdenkt. Maar de elf andere discipelen verdenken wel zichzelf en vragen oprecht: Ben ik het, Heere? Een discipel behoort zichzelf te wantrouwen en niet trots te zijn. Arglistig is het hart, ja, dodelijk is het.
En dus wil ik ons allemaal dringend vragen om onszelf eerlijk te beproeven. Stel in deze week van voorbereiding ook deze vraag persoonlijk aan de Heere: Ben ik het, Heere? We zijn diep in ons hart geneigd om eerder naar een ander te wijzen. Laat de blik naar binnen slaan en worstel met de vraag: Ben ik het, Heere?
Gemeente, houd u deze week niet bezig met het onderzoeken van anderen. Onderzoek uzelf of u in het ware geloof bent, zoals de elf discipelen dat eerlijk doen. Ze zoeken de verrader niet bij anderen, maar in zichzelf met de vraag: Ben ik het, Heere? Zij die het laatste geneigd zijn om zichzelf te verdenken, ontvluchten de roep: Ben ik het, Heere?
Bedriegers en huichelaars hebben van nature een hekel aan pijnlijk zelfonderzoek. Ga nu zelf eens voor de spiegel staan en wees eerlijk. Hebt u ooit zuchtend en eerlijk gekeken met de ontdekkende bede: Ben ik het, Heere? Is er ooit droefheid over de zonde gekomen? Want een huichelaar kan in heel veel dingen lijken op een kind dat roept: Ben ik het, Heere?
Iemand kan het Woord met blijdschap ontvangen hebben of openlijk zonde belijden. Het ziet er allemaal zo mooi uit, terwijl Gods echte kinderen zich vaak grote zorgen maken. Wie genade gekregen heeft, ziet helder dat ons kleed besmeurd blijft met zonde. Dat alles drijft ons hart naar God toe met de beangstigende vraag: Ben ik het, Heere? Heb het deze week druk in het verborgen.
Vluchten naar Christus alleen
Die de hand met Mij in de schotel indoopt, die zal Mij verraden. Dit antwoord op de vraag: Ben ik het, Heere? dringt meer dan ooit tot diepgaand zelfonderzoek. Het is een algemene vaststelling dat de verrader aan tafel zit. Het is één van ons, zo dichtbij, wat de discipelen aanspoort om nogmaals te vragen: Ben ik het, Heere? Je kan jezelf diep bedriegen.
Wat is het wezenlijke verschil tussen de elf andere discipelen en Judas? Hun hart is gebroken vanwege al het kwaad dat ook in hun hart leeft. Het verschil tussen een huichelaar en een kind van God is echte liefde tot Christus die vraagt: Ben ik het, Heere? Judas wil wel uiterlijk discipel zijn, maar weigert de oprechte bede uit te spreken.
En Judas, die Hem verried, antwoordde en zeide onbeschaamd: Ben ik het, Rabbi? Hij trekt een bezorgd gezicht en praat anderen na, in plaats van te vragen: Ben ik het, Heere? De verrader probeert zijn beste beentje voor te zetten om niet door de mand te vallen. Wie zichzelf echt onderzoekt, die zoekt de verrader bij zichzelf en bidt stilletjes: Ben ik het, Heere?
Judas vlucht weg in het donker van de nacht, maar Gods oprechte kinderen vluchten naar Christus toe. Want Hij is de Enige Die hen kan verlossen van hun innerlijke vrees en grote twijfel. Waarom geeft de Heere vaak niet direct een geruststellend antwoord? Omdat Hij ons als roepende zondaars graag bij Zich wil houden. Zo wordt de Zaligmaker steeds kostbaarder en onmisbaarder.
Gemeente, zoek geen rust, zoek geen tevredenheid, maar zoek onophoudelijk de Heere Jezus. Denk deze week in stilte veel na over het lijden en sterven van de Zaligmaker. Als u iets kent van hartelijke droefheid, komt u met een verslagen hart. Dan mag u, die het leven buiten uzelf in Christus zoekt, vrijmoedig komen naar Zijn tafel. Zonder iets van uzelf, als arme zondaar.
