| De Kananese vrouw, en het brood van de kinderen Mattheüs 15:22: En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner; mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten. |
In deze preek over Mattheüs 15 staat de geschiedenis van de Kananese vrouw centraal. Haar roep tot de Heere Jezus, “Heere, help mij!”, vormt de kern van een diepe geestelijke les over de nood van onze kinderen en de onmetelijke rijkdom van Gods genade. De nood van deze vrouw is voelbaar; haar dochter is ernstig door de duivel bezeten.
In deze geschiedenis zien we een kind in diepe ellende, een moeder die aanhoudend bidt en een Zaligmaker Die uiteindelijk antwoordt en redt. De liefde van deze moeder voor haar kind gaat door merg en been. Zij schreeuwt en smeekt omdat haar dochtertje in de macht is van de grote verwoester van mensen. Dit beeld van ellende bepaalt ook ons bij de staat van onze eigen kinderen.
De nood van de Kananese vrouw
De Kananese vrouw brengt een nood bij Jezus die ook de nood van elke ouder zou moeten zijn. Het doopformulier herinnert ons eraan dat wij met onze kinderen in zonden ontvangen en geboren zijn. Wij zijn van onszelf kinderen des toorns die het Koninkrijk Gods niet kunnen binnengaan, tenzij we van nieuws geboren worden.
De Kananese vrouw zag de diepe ellende van haar kind, en dat zou ook een schreeuw in ons hart los moeten maken. Onze kinderen zijn van nature ver weg van hun Schepper, onheilig en schuldig. De belangrijkste vraag is niet of zij maatschappelijk goed terechtkomen, maar hoe zij staan tegenover God op weg naar de eindeloze eeuwigheid. Ze wist dat er maar één middel tot redding was: de Zone Davids.
Zolang onze kinderen niet gewassen zijn door het bloed van de Heere Jezus Christus, blijven zij diep ellendig. De Kananese vrouw schreeuwde: “Heere, help mij!”, en dat mogen wij haar nadoen voor onze eigen nakomelingen. Er is immers één ander Kind geboren, de Heere Jezus Christus, Die volkomen heilig en onschuldig is. Hij is door de Vader gezonden om met Zijn volkomen onschuld de zonden van verloren mensen te bedekken. Ze zocht deze Zaligmaker op in haar uiterste nood. Onze onbekeerde kinderen verkeren in levensgevaar; hun geestelijke ellende is levensgroot. Daarom nodigt de Heere ons uit om net als de Kananese vrouw tot Christus te komen met een schreeuw in ons binnenste.
Een biddende vrouw, een zwijgende Heere
Wanneer de Kananese vrouw tot Jezus komt, belijdt zij Hem als de Almachtige Die alle macht heeft in hemel en op aarde. Zij noemt Hem “Zone Davids”, de door God gezonden Messias en Zaligmaker. Deze belijdenis uit haar hart geeft haar hoop, want Jezus is de Enige Die kan helpen. Zij smeekt om ontferming over haarzelf en haar kind, wetende dat ontferming over haar dochter ook ontferming over haar betekent. Toch antwoordt de Heere haar aanvankelijk niet één woord. Dit herkenbare zwijgen van God kan een mens moedeloos maken. De Kananese vrouw ervoer dat het stil bleef, terwijl zij riep vanuit haar hart.
Het zwijgen van de Heere tegen deze vrouw betekent echter niet dat Hij niet hoort. Hij hoort het gebed wel, maar antwoordt op Zijn eigen tijd en wijze. De Kananese vrouw moest wachten door de Goddelijke wijsheid die ons leert op Hem te hopen. Dit wachten brengt ons op onze plek: wij hebben persoonlijk geen enkel recht op verhoring. Ze werd zelfs door de discipelen ontmoedigd, die vroegen of Jezus haar wilde wegsturen. Toch bleef ze aanhouden, zelfs toen Jezus zei dat Hij alleen gezonden was tot de verloren schapen van het huis Israëls. Ze had alles tegen: haar afkomst, haar vrouw-zijn en de schijnbare afwijzing van de Zaligmaker.
Ondanks alle weerstand liet de Kananese vrouw haar hoofd niet zakken. Zij kwam, aanbad Hem en bleef roepen: “Heere, help mij!”. De nood van haar eigen hart was te groot om weg te gaan. Ze boog aan Jezus’ voeten en erkende Zijn almacht en haar eigen onwaardigheid. Zij wist dat er buiten Hem niemand anders was die in staat was om haar dochter te redden. Ze leerde ons wat ware aanbidding is: buigend in het stof met slechts drie woorden over uit een gebroken hart. Geen zondaar die zijn nood echt ziet, zal zich ooit weg laten sturen bij de voeten van Christus, ook de Kananese vrouw niet.
Groot geloof van de Kananese vrouw geprezen
In het derde punt zien we hoe de Zaligmaker de Kananese vrouw uiteindelijk verhoort. Wanneer Jezus spreekt over het brood van de kinderen dat niet aan de hondjes geworpen moet worden, stemt zij in. De Kananese vrouw zegt: “Ja, Heere”, en geeft daarmee ruiterlijk toe dat zij geen recht heeft op een stoel aan de tafel. Zij erkent haar onwaardigheid volledig en buigt voor de harde woorden van de Heere. De Kananese vrouw zet echter een komma waar het ongeloof een punt zou zetten. Zij vraagt of zij dan Zijn hond mag zijn, liever Zijn hond dan een lieveling van de duivel. De Kananese vrouw grijpt de woorden uit Jezus’ eigen mond aan als argument om te pleiten.
Het geloof van de Kananese vrouw pleit op de overvloed van Gods genade. Zij redeneert dat er bij zo’n rijke Heere altijd kruimels en brokjes van de tafel vallen voor de hondjes. De Kananese vrouw ziet dat Jezus zo rijk is aan barmhartigheid dat er zelfs voor haar iets over moet zijn. Dit krachtige geloofspleiten van een bedelende moeder raakt het hart van de Zaligmaker. De Kananese vrouw hield vast aan Zijn Naam en Zijn macht, wetende dat niets voor Hem te wonderlijk is. Haar nood brak dwars door alle schijnbare afwijzingen heen. Jezus kan Zich voor zulke bidders niet langer inhouden; Hij prijst de Kananese vrouw om haar grote geloof.
De Heere Jezus zeide tot haar: “O vrouw, groot is uw geloof; u geschiede gelijk gij wilt”. De dochter van de Kananese vrouw werd op datzelfde moment gezond. Haar aanhoudende bidden en instemmende belijdenis werden door God bekroond. Dit grote geloof legt de mens in het stof en zet Christus op de troon. De Kananese vrouw kwam met niets en ontving van Christus alles. Dit is een bemoediging voor iedereen die de Heere zoekt in zielsverdriet: wie in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden. De Kananese vrouw is ons tot een voorbeeld; geef de gebeden om je kinderen nooit op. Er is verwachting wanneer wij onze nakomelingen, net als de Kananese vrouw, blijvend leggen aan de voeten van Christus.
