Aardse tabernakel gebroken – 2 Korinthe 5

Preek over: Aardse tabernakel gebroken
2 Korinthe 5:1: Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. 

Ons aardse leven is als een tent: kwetsbaar en vroeg of laat afgebroken, maar in 2 Korinthe 5 vers 1 spreekt Paulus vol zekerheid van “een gebouw van God, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen.” Deze leespreek neemt u mee langs de broosheid van ons bestaan naar de vraag of ook u deel hebt aan die eeuwige woning, en wijst de weg om die zekerheid in Christus te verkrijgen.

Bijbelgedeelte 2 Korinthe 5: Aardse tabernakel gebroken

1. Want wij weten dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig, in de hemelen.
2 Want ook in dezen zuchten wij, verlangende met onze woonstede die uit den hemel is, overkleed te worden;
3 Zo wij ook bekleed en niet naakt zullen gevonden worden.

4 Want ook wij, die in dezen tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; nademaal wij niet willen ontkleed, maar overkleed worden, opdat het sterfelijke van het leven verslonden worde.
5 Die ons nu tot ditzelve bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.

6 Wij hebben dan altijd goeden moed, en weten dat wij, inwonende in het lichaam, uitwonen van den Heere
7 (Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen);
8 Maar wij hebben goeden moed, en hebben meer behagen om uit het lichaam uit te wonen en bij den Heere in te wonen.
9 Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonende, hetzij uitwonende, om Hem welbehaaglijk te zijn.

10 Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.
11 Wij dan, wetende den schrik des Heeren, bewegen de mensen tot het geloof, en zijn Gode openbaar geworden; doch ik hoop ook in uw consciënties geopenbaard te zijn.