Enge poort, brede en smalle weg – Mattheüs 7

Preek over: De enge poort, de brede en smalle weg
Mattheüs 7:13-14: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan.

Brede en smalle weg: op welke weg loopt u?

Wij zijn allemaal onderweg. Op weg door deze wereld naar een andere wereld. Dit moment is niet meer dan een punt langs die weg. Onze tijd hier is een reis, met een begin en een eindbestemming. Ouderen zijn binnen twintig jaar op die eindbestemming, jongeren binnen honderd jaar. En dat is dan wel een vaste verblijfplaats: in de hemel, of in de hel. De Heere Jezus spreekt in Mattheüs 7:13-14 over die twee eindbestemmingen, onder het beeld van twee poorten en twee wegen. Die twee wegen, de brede en smalle weg, bepalen samen waar u eindigt. Wie Zijn woorden ernstig neemt, ontkomt niet aan de vraag naar de brede en smalle weg: op welke weg loopt u eigenlijk?

Twee poorten aan het begin van de brede en smalle weg

Wijd is de poort, zegt de Heere Jezus. Zoals de stad Woerden ooit vier poorten had, breed genoeg voor een brede stroom mensen. Sinds die poorten in 1873 gesloopt zijn, is de toegang tot de stad alleen maar breder geworden. Zo is ook het begin van de brede en smalle weg: de ene poort staat wagenwijd open, voor iedereen, met alle bagage die u maar meenemen wilt. Uw oude natuur, uw trots, uw hoogmoed, uw liefde tot de dingen van deze wereld, ja zelfs uw eigen idee dat u wel goed bezig bent: het past er allemaal moeiteloos doorheen. Zo laat de brede en smalle weg al bij de poort zien hoe verschillend beide wegen zijn.

Maar de andere poort is eng, smal, nauw. Vroeger sloten steden ’s avonds hun poorten, uit vrees voor rovers. Wie te laat kwam, kon soms nog terecht bij een verborgen, nauwe opening in de muur: niet voor rijdier of bagage, alleen voor de reiziger zelf, kruipend op de knieën. Alles kwijt, maar het leven gered.

Zo begint ook de smalle weg: alles van uzelf moet u achterlaten. Uw zonde, uw liefde tot voorbijgaande dingen, maar ook, en dat is voor kerkmensen vaak nog moeilijker, uw eigen vroomheid en vermeende gerechtigheid. Vandaar dat velen die deze poort wel zien, toch terugschrikken, of haar door hun eigen godsdienstigheid niet eens opmerken. Dat is het grote verschil aan het begin van de brede en smalle weg.

Wie is die enge poort eigenlijk? De Heere Jezus Zelf zei: “Niemand kan tot de Vader komen dan door Mij.” En: “Ik ben de deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden.” Zo is heel de vraag naar de brede en smalle weg ten diepste een vraag naar Christus. Er is, zegt de Hebreeënbrief, een geopende toegang tot de troon van Gods genade, door het bloed van de Heere Jezus Christus. Arme zondaars zijn bij Hem welkom zoals zij zijn: geestelijk ellendig, arm, jammerlijk, blind en naakt. Ook hier wijst de brede en smalle weg uiteindelijk naar Hem alleen.

Twee wegen: brede en smalle weg nader bekeken

Zo lopen de brede en smalle weg ook werkelijk uiteen. Achter de wijde poort ligt de brede weg. Ruimte voor alles en iedereen, voor wie zonde doet en wie een Bijbel draagt. Het gaat er vanzelf. Toch is dat schijn. Jesaja zegt van de goddelozen, die zonder God leven op deze weg, dat zij geen vrede hebben. En de Heere Jezus zegt in Johannes 8 dat wie de zonde doet, een dienstknecht, een slaaf van de zonde is. U lijkt vrij, maar u bent te beklagen op de brede weg. Dat is het bedrog van de brede en smalle weg: schijnbare vrijheid zonder werkelijke vrede.

Achter de enge poort ligt de smalle weg, in het Grieks: vernauwd, samengetrokken. Niemand van ons loopt daar van nature op; wij zijn er, net als Adam en Eva, vanaf geraakt. Zo verschillend als de brede en smalle weg zijn, zo verschillend zijn ook hun regels: op de smalle weg staan verkeersborden, de tien geboden, die beschermen voor zonde.

Er zijn gevaren: van buitenaf de aanvechting van de duivel en de haat van de wereld, maar vooral van binnenuit, het eigen zondige hart, dat juist hier meer dan ooit getrokken wordt. Paulus verwoordt het in Romeinen 7: toen het gebod kwam, werd de zonde in mij levend, maar ik stierf. Ook die innerlijke strijd hoort bij de brede en smalle weg.

Wie is er nu het beste aan toe op de brede en smalle weg? De goddelozen hebben geen vrede, zegt Jesaja. Maar wie Gods wet liefheeft op de smalle weg, heeft grote vrede. Zoals Paulus schrijft in 2 Korinthe 6: als droevig zijnde, maar altijd blij, als arm zijnde, doch velen rijk makende. Petrus spreekt in zijn eerste brief van een onuitsprekelijke, heerlijke vreugde in het hart, omdat wij weten dat Christus ons liefheeft en wij Hem. Dat is op de brede en smalle weg het verschil dat alles beslist: niet gemak, maar vrede met God.

Twee eindbestemmingen op de brede en smalle weg, en een persoonlijke raad

Waar loopt uw weg op uit op de brede en smalle weg? De brede weg, zegt de Heere Jezus in vers 13, leidt tot het verderf, en velen zijn er die door dezelve ingaan. Psalm 1 zingt het na: de weg der goddelozen zal vergaan. Psalm 11 spreekt van strikken, vuur en zwavel, en storm als hun deel. Psalm 73 tekent gladde plaatsen waarop God de goddeloze plotseling doet vallen, als een droom die voorbij is bij het ontwaken. De Heere Jezus noemt het in Mattheüs 3 en 18 het onuitblusselijke, eeuwige vuur. Wie op de brede en smalle weg voor de brede weg kiest, hoort eens die klik van het hek, en de weg terug zit dicht.

De smalle weg daarentegen, zegt vers 14, leidt tot het leven. Het is de weg van treuren om de zonde, van arm zijn van geest, van struikelen en weer opgeraapt worden, maar ook van innerlijke vrede en blijdschap. Wie door Christus is gebracht op deze weg, mag uitzien naar verzadiging van vreugde voor Gods aangezicht, en zal eens, met de woorden van Sefanja 3, horen hoe God Zelf over Zijn volk zingt. Zo eindigt de brede en smalle weg totaal verschillend.

Wat moet u dan doen op de brede en smalle weg? Zeven dingen samengevat. Vraag de Heere of Hij uw ogen wil openen voor de enge poort. Vraag Hem u te doordringen van die noodzaak, en gun uzelf geen rust voordat u weet dat u in Christus bent. Span u tot het uiterste in, want, zegt Mattheüs 11, de geweldigers nemen het Koninkrijk der hemelen met geweld: met gebeden en tranen van berouw.

Verlaat de dingen die u een schijngevoel van rust geven, ook uw eigen gerechtigheidsgevoel. Richt uw oog op de komende wereld, want Paulus schrijft in 2 Korinthe 5 dat wij allen geopenbaard moeten worden voor de rechterstoel van Christus. En neem een vast besluit om niet te doen wat de vrouw van Lot deed: omkeren en teruggaan. Deze zeven punten gelden voor ieder die zoekt op de brede en smalle weg.

Dit alles gaat niet vanzelf. Niet door lezen alleen, niet door luisteren of erover praten, maar door ingaan. De Heere Jezus zegt het in de gebiedende wijs: ga in door de enge poort, strijd om in te gaan. Achter die oproep, met al zijn ernst, schuilt een liefhebbend en bewogen hart. God wil niet dat u op de brede en smalle weg voor de brede weg kiest en verloren gaat. Zoek daarom de Heere, vraag, klop, roep, voordat de deur, zoals de Heere Jezus in Lucas 13 waarschuwt, gesloten wordt. Dat is de kern van de boodschap over de brede en smalle weg: zoek dan toch de Heere, en leef.