26 januari 2025
Mattheüs 7:13-14: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan; Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die denzelven vinden.
INLEIDING
Er zijn twee poorten en twee wegen: de wijde poort met de brede weg, waar iedereen alles — zonden én eigen vroomheid — mee naar binnen neemt, en de enge poort waar alles achtergelaten moet worden. Die enge poort is Christus Zelf. De brede weg leidt tot het verderf, de smalle, moeitevolle weg tot het leven. Persoonlijke oproep: bid om ogen die de poort zien, breek met zonde en eigengerechtigheid, en ga in — voordat het te laat is.
Op weg naar een andere wereld
MATTHEÜS 7:13-20
13 Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er die door dezelve ingaan;
14 Want de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er die denzelven vinden.
15 Maar wacht u van de valse profeten, dewelke in schaapsklederen tot u komen, maar vanbinnen zijn zij grijpende wolven.
16 Aan hun vruchten zult gij hen kennen. Leest men ook een druif van doornen, of vijgen van distelen?
17 Alzo een iedere goede boom brengt voort goede vruchten, en een kwade boom brengt voort kwade vruchten.
18 Een goede boom kan geen kwade vruchten voortbrengen, noch een kwade boom goede vruchten voortbrengen.
19 Een iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen.
20 Zo zult gij dan dezelve aan hun vruchten kennen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Mattheüs 7:13-14
THEMA
Op weg naar een andere wereld
Gemeente, we overdenken vanmorgen het Woord van onze God vanuit het Evangelie van Mattheüs, hoofdstuk 7, daarvan de verzen 13 en 14. Ik lees u voor Mattheüs 7 vers 13 en 14: Gaat in door de enge poort; want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan. Want de poort is eng, en de weg is nauw, die tot het leven leidt, en weinigen zijn er, die denzelve vinden.
Het thema voor de preek is: Op weg naar een andere wereld.
Op weg naar een andere wereld. Er zijn vier aandachtspunten. We letten op: 1. Twee poorten 2. Twee wegen 3. Twee eindbestemmingen En daarna zal ik in de vierde plaats eindigen met 4. Een persoonlijke raad
Gemeente, wij zijn op weg. Op weg naar een andere wereld. Dit moment is niet anders dan een plaats langs de weg. Deze kerk lijkt een vast gebouw, maar is niet meer dan een plaats langs de weg. De plek waar u woont, lijkt een vaste verblijfplaats. Maar [Woerden, Harmelen, Kamerik, Linschoten, Nieuwerbrug. Montfoort] zijn niet meer dan plaatsen langs de weg. Want onze tijd in deze wereld is als een reis. Als een lange reis of als een korte reis, maar hoe dan ook: met een begin en met een eindbestemming. En, ouderen, of u nu wilt of niet, binnen nog geen tien of twintig jaar bent u op uw eindbestemming. En, jongeren, binnen nog geen honderd jaar zijn ook jullie op die eindbestemming. Een vaste verblijfplaats, waar je vanaf dan altijd zult moeten blijven. In hemel, of in de hel.
a. Want: Wijd is poort…
Je ziet het voor je. Zeker als je woont in een oude stad, als Kampen, of Zwolle, of Amersfoort, of waar dan ook. Oude steden hadden dikke muren en een wijde poort. Je ziet het in gedachten voor je: zo’n wijde poort. Er kan een brede stroom, er kunnen massa’s mensen door zo’n poort.
b. Wijd is de poort en… eng is de poort… Dan, jongens en meisjes, moet je even wat meer terugdenken in de geschiedenis. Vroeger hadden grote steden, ik zei het al, dikke muren en brede poorten. Iedereen kon er in en uit. Maar ’s avonds was dat natuurlijk niet zo handig. Want met zo’n grote, open poort, kon iedereen naar binnen. Ook rovers, dieven of ander gespuis. Dus deed men als het donker werd de poort dicht. Net zoals je nu thuis, als het donker wordt, ook de deur op slot doet.
Maar stel je nu voor, dat je op reis geweest was en je was net te laat terug. Het is al donker, en de poort is dicht... Het zou natuurlijk heel naar zijn, als je dan in de donkere nacht buiten moest blijven. Want buiten de muren van de stad waren juist die dieven en die rovers.
Moest de poortwachter dan die grote deur van die wijde poort maar even op een kier zetten? Nee, dat zou gevaarlijk zijn. Misschien was het geklop op de poort een list, een valstrik. Ineens zouden de vijanden of die rovers met elkaar die poort, die op een kleine kier was gezet, helemaal kunnen openduwen om binnen te vallen. Dus bleef de grote poort dicht.
Maar voor zulke verlate reizigers was er soms een enge poort. Ergens in een hoekje, verstopt achter een achter struik (alleen de stadbewoners wisten ervan), daar zat een klein gat. Nee, het was geen grote deur. Het was een smalle, het was een enge poort. Niet eng in de zin van ‘griezelig’, maar eng betekent hier: heel smal.
Je rijdier, je ezel, je bagage, je spullen, dat kon allemaal echt niet door dat smalle gat. Alleen zelf kon je er doorheen. Kruipend op je knieën, jezelf wurmend door dat smalle gat. Dus, zelf kwam je behouden thuis. Maar je rijdier en je spullen, dat alles was je kwijt. Maar gelukkig, je leven was gered.
Want (vers 13) wijd is de poort (dat is de eerste poort). En (vers 14): want de poort is eng (dat is de tweede poort).
Twee poorten die staan aan het begin van twee wegen…, die eindigen in de eeuwigheid. U begrijpt, die twee poorten zijn twee beelden, van twee koersen van leven, die we kiezen en volgen.
a. De eerste levenskoers begint met de brede poort. Hij is zo breed, iedereen gaat er vanzelf doorheen. Maar het is wel een keus.
Je gaat door die poort, maar je kiest er ook zelf voor. En, je kan er zelf door, en je kan ook alles meenemen wat je maar wilt. Tassen, gekochte spullen, maar ook: je psalmboek en je Bijbel, zoals op zondag. Neem alles maar mee door de brede poort!
b. De tweede levenskoers begint met smalle poort. Heel veel mensen zien die poort niet eens! Ze zijn verblind door de mooie dingen van de brede weg. Ze zijn verblind door het bezig zijn met hun eigen godsdienst. Ze merken de enge poort niet eens op!
Anderen zien de smalle poort wel, maar worden erdoor afgeschrikt. Die is zo smal. Dat gaat niet vanzelf. Dat zie je direct. Het zien ervan alleen al, roept al zoveel weerstand op. Het past bijna niet. Daar(!), door de brede poort kan je alles meenemen. Maar hier, bij de smalle poort, moet je alles van jezelf achterlaten. Bij dat zien, bij die gedachten, aarzelen veel mensen en deinzen terug. Ze schrikken terug van die nauwe ingang, en vooral van dat smalle pad erachter. Ze proberen het weleens, ze passen weleens. Zeker als ze angstig en bezorgd zijn. Maar het past gewoon niet! En dan zeggen ze (soms met tranen) net als Felix: Later misschien nog eens proberen…?
De werkelijkheid is dat niemand van ons, van nature deze poort zal nemen. Hoewel de stem van Christus roept (ook nu!): Verlaat de slechtigheden en leeft, en treedt in de weg des verstands (Spr. 9:6Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands.). En ga in door de enge poort.
Waarom aarzelen veel mensen zo, bij het zien van de enge poort? Omdat ze zien, dat ze (zeker op de smalle weg áchter de poort) veel moeten opgeven. Want om door de enge poort te gaan, moet je alles van jezelf achterlaten: je zonden, je plezier in wereldse dingen, je liefde tot de dingen die voorbijgaan… Maar ook: je vroomheid, je netheid, je godsdienstigheid… Want je moet op je knieën door dat smalle gat in de muur. Je moet buigen. Je hoofd moet naar beneden. En dat is vernederend. Je mooie pak wordt vies. En alles wat hebt of dacht te hebben, moet buiten blijven. En dus: kom je binnen als een vuile, arme en verloren zondaar, of je blijft buiten… En komt voor altijd om!
Vaak zijn er ook nog andere moeilijkheden. Er zijn intellectuele moeilijkheden. Je kijkt: een brede poort…, een enge poort… Het is niet logisch, het is niet redelijk… Waarom, hoezo, moet ik alles van mezelf kwijt? Je verstand kan je weerhouden. Je wilt je slimme en kritische vragen niet achterlaten. En naar Bijbelse antwoorden wil je niet luisteren. Daar ben je veel te slim voor. Je verstand kan je weerhouden.
Je luiheid kan je weerhouden. Waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan? Die enge poort, da’s een beetje moeilijk. Die brede poort, da’s veel gemakkelijker, veel relaxter! En trouwens, als God me wil bekeren, duwt Hij me uiteindelijk vanzelf wel door die enge poort. Ik neem het voor nu maar even zoals het is (voor zolang het duurt): Een beetje slapen, een beetje sluimeren, een weinig handvouwens, al nederliggende… Berustend, maar vooral ook lui! Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man (Spr. 6:10-11Een weinig slapens, een weinig sluimerens, een weinig handvouwens, al nederliggende; Zo zal uw armoede u overkomen als een wandelaar, en uw gebrek als een gewapend man.).
En zo geldt het voor de meesten: of ze zien de enge poort niet, of ze zien hem wel, maar besluiten er niet in te gaan.
Laat er ondertussen geen misverstand zijn! De enge poort staat open! Altijd, dag en nacht. En de nodiging is liefdevol en welgemeend: Mensen op brede weg, kom! Verlaat uw slechtheid en leef (Spr. 9:6). En ga in door de enge poort!
Waar is de enge poort een beeld van? Wat is, nee, beter gezegd: Wie is de enge poort? Wie staat er aan het begin van die weg tot het leven? Onze Heere Jezus Christus. Die Zelf zei: Niemand komt tot de Vader dan door Mij (Joh. 14:6Jezus zeide tot hem: Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij.). Dan door Mij, dan door de enge poort. Want: Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden (Joh. 10:9Ik ben de Deur; indien iemand door Mij ingaat, die zal behouden worden; en hij zal ingaan en uitgaan, en weide vinden.).
En om door die Deur, om door Mij in te gaan, moet je alles achterlaten, moet je alles kwijtraken: je zonden, je liefde tot de dingen die voorbijgaan, je liefde tot de wereld en tot zondig genot. Maar ook je eigen vroomheid, je vermeende goedheid en je eigen gerechtigheid.
Gemeente, de enge poort is Christus. Er is een open deur, er is een geopende weg om tot God terug te keren. Een geopende toegang tot de troon van Gods genade, door het bloed van Jezus Christus. Hijzelf is de Deur. Hijzelf is de Weg. En arme zondaars zijn welkom bij Hem. Zoals ze zijn. Ellendig, arm en verloren.
Gemeente, de enge poort is Christus. Maar, helaas, voor veel kerkgangers geldt: U hebt de enge poort wel gezien, maar u hebt sinds lang besloten om er niet binnen te gaan. U wilt niet tot Christus komen. Want u hebt te veel bij u. En dat wilt u allemaal niet kwijt. En dus kiest u tot op de dag van vandaag voor de wijde poort en voor de brede weg die daarachter ligt. Maar denk toch aan het woord van Jezus: Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden. Gedenkt aan de vrouw van Lot (Luk. 17:32-33Gedenkt aan de vrouw van Lot. Zo wie zijn leven zal zoeken te behouden, die zal het verliezen; en zo wie hetzelve zal verliezen, die zal het in het leven behouden.).
Onbekeerde vrienden, u weet misschien veel over de weg tot de zaligheid, over bekering, over wedergeboorte en geloof. Maar met ‘weten’ komt u er niet. U moet door Jezus Christus komen, door die enge poort, op dat smalle pad. Kom toch nu! Met het pak van uw zonden, en met het nog grotere pak van uw eigen goedheid en vroomheid. Laat het u afnemen. Laat het achter. En ga in door enge poort.
We hebben samen gelet op twee poorten. We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:
a. Want (zo zegt vers 13): En breed is de weg. Welkom allemaal, op de brede weg. Jullie, je vrienden, je ouders, hoe meer hoe gezelliger. Want er valt van alles te beleven op en langs die brede weg. Je kan er zelfs naar de kerk. Wat hindert dat? Je moet het gewoon allemaal zelf weten.
De weg is breed. Dat is gemakkelijk. Je hoeft nergens moeite voor te doen. Alles gaat vanzelf. Je hebt vrijheid, je hebt ruimte. Je kan gewoon doen wat je wilt. De één doet zonde, de ander heeft een Bijbel. Wat maakt het uit? De één is moreel failliet, de ander heeft hoge morele standaarden: is liefdevol, dienend en behulpzaam. Wat maakt het uit? Iedereen kan en mag zich vrij en naar eigen wens bewegen op de brede weg. In de brede stroom van mensen, die langzaam doorstroomt, op weg naar… de eeuwigheid en de grote ontmoeting met God.
Zie je jezelf lopen? Ouderen, jongelui? De één neemt het ervan in een plezierig leven: zonder God. De ander neemt het nauw, heel nauw. Maar ook: zonder God. Want je paste allebei(!) niet door die enge poort. Daarom loop je daar nu, op de brede weg. Want door de smalle poort paste geen zonde. Maar ook geen eigen vroomheid. Slecht en goed moest je daar achterlaten. Daarom heb je voor deze weg gekozen. Voor de brede weg.
Je wekt de indruk dat je het goed hebt. Maar de werkelijkheid is anders. Zoals Jesaja ooit zei: Maar de goddelozen (de mensen die zonder God leven) hebben geen vrede, zegt de HEERE (Jes. 48:22Maar de goddelozen hebben geen vrede, zegt de HEERE.). Zoals Heere Jezus later zei: Een iegelijk die de zonde doet, is een dienstknecht (die is een slaaf) van de zonde (Joh. 8:34Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Een iegelijk, die de zonde doet, is een dienstknecht der zonde.). Je lijkt vrij en blij, maar je bent te beklagen. Op de brede weg…
b. En (zo staat in vers 14): de weg is nauw. Eigenlijk staat er: de weg is vernauwd, samengetrokken. Hij is echt heel smal! Niemand loopt vanzelf op die weg. We zijn er allemaal afgeraakt. Ooit liep Adam op deze weg. Maar hij raakte van de weg af. En wij met hem.
Niemand loopt er vanzelf op deze nauwe, smalle weg. En niemand kan er ook op lopen met de bagage van de wereld in zijn hand of met de bagage van zijn eigen vroomheid op zijn rug. Want, de poort (waar het begon!) is nauw! De weg is vernauwd. Er staan verkeersborden. Je wordt geacht je te houden aan de Tien Geboden. Dat lijkt misschien wel saai, maar het helpt, het beschermt, het bewaart voor de zonde.
En het lopen op die smalle weg is niet gemakkelijk. Er zijn modderpoelen, er liggen valkuilen en er staan valstrikken gespannen. En daarbij, de voeten van de smalle weg gangers zijn onvast. Ze zijn geneigd om uit te glijden en om struikelen. Het kan zelfs zo zijn dat de mensen van de brede weg met modder naar hen lopen te gooien. Want, zo heeft de Heere gezegd: In de wereld zult u verdrukking hebben.
Er zijn op die smalle weg dus gevaren. Er zijn gevaren van buitenaf. De duivel valt je aan. Hij zegt, jongeren, dat je niet zo’n zonderlinge eenling moet willen zijn. Hij zegt, ouderen: Je bent te laat om je eindbestemming nog te kunnen halen. En juist die mensen die lopen op de smalle weg, juist zij worden met buitengewone kracht door duivel verlokt en verleid tot zonde.
Het gevaar komt van buitenaf: de haat van de wereld, de aanvechting en listige verleiding door de duivel. Maar het gevaar komt voor de smalle weg gangers vooral ook van binnenuit. Uit dat oude, zondige hart. De mensen op de brede weg hebben ook zo’n zondig hart. Maar zij hebben er geen last van. Maar aan de smalle weg gangers, aan de mensen die door Christus zijn gebracht op de smalle weg, en vooral aan de mensen die op het punt staan om de enge poort binnen gaan, aan hen wordt meer dan ooit getrokken! Paulus zegt: En zonder de wet, zo leefde ik eertijds, maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven (Rom. 7:9En zonder de wet, zo leefde ik eertijds; maar als het gebod gekomen is, zo is de zonde weder levend geworden, doch ik ben gestorven.). Een moeilijke weg dus. Een weg vaak van zuchten en tranen: Zal het ooit nog goedkomen? Of zal ik een dezer dagen omkomen…?
Dus kan je, jongelui, je de vraag stellen: Wie is er nu eigenlijk het beste af? De mensen op de brede weg of de mensen op de smalle weg? En zijn die mensen op het smalle pad alleen maar beter af zijn omdat ze straks op de beste eindbestemming aankomen? Of…?
Wat zegt Bijbel? De goddelozen hebben geen vrede, zegt de HEERE (Jes. 48:22). En die Uw wet beminnen hebben grote vrede (Ps. 119:65Teth. Gij hebt bij Uw knecht goed gedaan, HEERE, naar Uw woord.). Wij lijken te beklagen, maar we zijn het niet. Wij lopen (door Gods genade gebracht) op de smalle weg, zoals Paulus zegt: Als droevig zijnde, doch altijd blij(!); als arm, doch velen rijk makende. Als niets hebbende, en nochtans alles bezittende (2 Kor. 6:10Als droevig zijnde, doch altijd blijde; als arm, doch velen rijk makende; als niets hebbende, en nochtans alles bezittende.).
Met in ons hart een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde, omdat Christus ons liefheeft en wij Hem (1 Petr. 1:8Denwelken gij niet gezien hebt, en nochtans liefhebt, in Denwelken gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde;). En dat is ons meer waard dan het fijnste goud op de aarde.
Er is een brede weg. Daarop lopen veel mensen. Dat is logisch. En er is een smalle weg. Daarop lopen weinig mensen. Dat is ook logisch. En, er is nog een weg…? Een derde weg…? Die brede weg is wel erg slecht. Maar die smalle weg is weer zo moeilijk… En dus…?
Nee, gemeente, er zijn maar twee poorten, er zijn maar twee wegen. Op welke weg loopt u? Bent u al binnengegaan door de enge poort? Of loopt u nog steeds op de brede weg?
Laten we voordat we verdergaan met ons derde aandachtspunt samen gaan zingen uit Psalm 2, daarvan het 6e vers.
Vreest 's HEEREN macht en dient Zijn Majesteit; Juicht, bevend op 't gezicht van Zijn vermogen, En kust den Zoon, van ouds u toegezeid, Eer u Zijn toorn verdelg' voor aller o - gen; U op uw' weg tot stof doe wederkeren, Wanneer Zijn wraak, getergd door uw gedrag, U, onverhoeds, zou door haar gloed verteren, Tot staving van Zijn lang gehoond gezag.
We hebben twee poorten gezien: een wijde poort en een enge poort. We hebben twee wegen gezien: een brede weg en een smalle weg. Nu ons derde aandachtspunt:
Waar loopt uw weg op uit? a. We lezen in vers 13: en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die door dezelve ingaan. Loopt u gerust, met uw zonden op uw rug of met uw Bijbel in uw hand, maar gerust(!), wekelijks door de brede poort en dagelijks op de brede weg? Dan bent u (ik zeg het u eerlijk), dan bent u op weg naar het verderf. Uw weg is een fatale weg!
De dichter zegt: De weg van de goddelozen zal vergaan (Ps. 1:6Want de HEERE kent den weg der rechtvaardigen; maar de weg der goddelozen zal vergaan.). Dat is het eindstation. Voor eeuwig. God zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Want de HEERE is rechtvaardig (Ps. 11:6-7Hij zal op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.). Breed is de weg. Fijn is het om er samen op te lopen. Met of zonder Bijbel onder je arm. Maar plotseling zal het einde daar zijn.
Het begin van uw eeuwige eindbestemming: Immers zet U hen op gladde plaatsen. U doet hen vallen in verwoestingen. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen! Als een droom na het ontwaken! Als U opwaakt, o Heere, dan zult U hun beeld verachten (Ps. 73:18-20Immers zet Gij hen op gladde plaatsen; Gij doet hen vallen in verwoestingen. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting, nemen een einde, worden te niet van verschrikkingen! Als een droom na het ontwaken! Als Gij opwaakt, o Heere, dan zult Gij hun beeld verachten.). Ineens is straks de droom voorbij! God waakt op in Zijn toorn.
Ineens valt het hek achter je dicht. Je hoort een harde klik. Het slot zit dicht. Je kan niet, je kan nooit meer terug. Je heft je ogen op…, je kijkt voor je, je kijkt om je heen…, en je voelt het vanaf moment één: zijnde in de pijn. In eeuwige pijn, wroeging, haat en verdriet.
Kerkgangers, lopende op brede weg: dit wordt uw eindbestemming! Het kaf zal met onuitblusselijk vuur verbrand worden (Matth. 3:12Wiens wan in Zijn hand is, en Hij zal Zijn dorsvloer doorzuiveren, en Zijn tarwe in Zijn schuur samenbrengen, en zal het kaf met onuitblusselijk vuur verbranden.). In het eeuwige vuur geworpen (Matth. 18:8Indien dan uw hand of uw voet u ergert, houwt ze af en werpt ze van u. Het is u beter, tot het leven in te gaan, kreupel of verminkt zijnde, dan twee handen of twee voeten hebbende, in het eeuwige vuur geworpen te worden.). Eindeloos. Eén jaar, tien jaar, honderd jaar, duizend jaar, tienduizend jaar… En nog is het maar het begin.
Ik weet het zeker: U hoort de het slot van de deur achter u. U hoeft geen moment na te denken. U zegt: Ik heb me vergist. Ik heb de verkeerde weg gekozen. Maar… de deur zit dicht.
U zegt: Kan het niet wat vriendelijker, wat milder, wat zachter…? Nee. Waarom niet? Omdat ik u in gedachten zie staan…, op dat punt: U heft u ogen op (zoals de rijke man deed), in de pijn. En… de deur achter u zit dicht.
Was het een enkeling van ons, dat zou een groot drama zijn. Maar het is veel erger. Velen van u, lieve mensen, aan wie mijn hart in liefde verbonden is, velen van u zullen daar eindigen. Want wijd is de poort, en breed is de weg, die tot het verderf leidt, en velen(!) zijn er, die door dezelve ingaan.
Lieve mensen, hoor dit niet aan. Duw dit niet weg. Alstublieft! Doe dat niet. Maar ga zoeken, ga kloppen, ga bonzen, ga roepen om genade! En: Ga in door de enge poort. Want breed is de weg die tot het verderf leidt. Dat is de eerste eindbestemming.
b. Want (vers 14) de poort is eng en de weg is nauw, die tot het leven leidt. Dat is de tweede eindbestemming. En weinigen zijn er, die denzelve vinden. Die moeilijke weg van tranen, van zuchten en struikelen, van vallen en opstaan, van vrede en blijdschap, dat smalle pad leidt tot het leven! Wees getroost, u die door de deur bent ingegaan, u, die het leven in Christus hebt gevonden, u bent, wij zijn op weg naar het leven. Naar eeuwig leven, met God door Christus. Naar verzadiging van vreugde, die er is bij Gods aangezicht. De weg van het kruis, brengt ons thuis.
Het moment zal komen, niet dat we zullen zeggen (wat de duivel ons misschien wel influistert): Ik heb me vergist. Maar het moment zal komen, dat ook wij onze ogen opslaan… We denken nog een ogenblik terug aan die moeilijke weg, waar toch ook zoveel vrede was. En zullen zeggen: Het was ons alles waard. Blij vooruitzicht dat ons streelt. Zondaars komen door Christus (vastgehouden aan Zijn hand en gedragen door Zijn gebeden) thuis.
De hemel zal een plaats van verwondering en blijdschap zijn. We zullen voor altijd zingen: Het was door U, door U alleen, om het eeuwige welbehagen. Maar we zullen vooral ook horen hoe God Zelf over Zijn volk en Zijn werk in ons zingen zal (Zef. 3:17). Laten we onze moeilijke loopbaan toch lopen met oog op die prijs. Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God (Hebr. 12:2Ziende op den oversten Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God.). Christus, en door Christus verzoend met God, dat zal onze eeuwige vreugde zijn.
Onbekeerde vrienden, dat u daar ook zult komen, daar gaat u vooralsnog niet vanuit. Maar dat u in het verderf zult omkomen, dat gelooft u ook niet. Anders zou u hier niet zo rustig blijven zitten. U rekent stiekem op een derde weg en op een derde eindbestemming: Een strafbankje in de hemel, of een VIP-plaats in de hel.
Alstublieft, bedrieg u niet! Maar: Ga in door de enge poort (vers 13). Of zoals Lukas zegt: Strijdt om in te gaan door de enge poort (Lukas 13:24Strijdt om in te gaan door de enge poort; want velen, zeg Ik u, zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen;) Dus: Wie was de poort? Wie was de Deur van der schapen? Jezus! Ga in door de enge poort, strijd om in te gaan, dat wil dus zeggen: Doe alles wat in u is om in Jezus te zijn. Om deel te krijgen aan Zijn verzoenende werk. Want zo alleen krijgt u vrede met God. U moet alles kwijtraken, Uw hoofd moet gebogen worden. En u moet op de nodiging van Christus op uw knieën bij Hem komen!
Ga in door de enge poort. Er staat niet: Luister goed naar deze preek over de enge poort. Er staat niet: Bestudeer die enge poort goed. Er staat niet: Praat straks thuis met interesse en kennis na over de preek. Er staat niet: Praat straks uitgebreid over de onmogelijkheid voor u om die poort binnen te gaan.
Er ligt een uitnodiging voor u. Nee, sterker. Het is niet alleen een welgemeend aanbod van genade. Het is een hemels bevel: Ga in! Ga er niet over praten, ga er niet bij zitten, maar: Ga in! Doe uw uiterste best ervoor. Strijdt om in te gaan. Pijnig uzelf om door die poort te gaan.
Niets moet meer uw aandacht hebben, niets mag u meer energie kosten, niets meer inspanning van u vragen, dan dat u probeert door die enge poort binnen te gaan.
Wat u doen moet? Ik geef u in de vierde en laatste plaats:
a. In de eerste plaats moet u biddend vragen of God uw ogen zal openen om die enge poort te zien. U ziet allerlei mogelijke manieren om uzelf te redden, maar die zullen allemaal falen. Hoe dan ook, het enige redmiddel hebt u niet in het vizier. Vraag daarom, bid daarom, smeek daarom.
b. Vraag in de tweede plaats biddend aan God om u te doordringen van de absolute noodzaak om door die poort binnen gaan. Met andere woorden: om u te doordringen van de absolute noodzaak om Christus te leren kennen. Zodat u niet bezig blijft om andere redmiddelen te vertrouwen of uit te proberen.
c. Gun uzelf in de derde plaats geen enkele rust voordat u weet dat u in Hem, in Christus bent. Bent u goddeloos, zoek Christus! Bent u netjes, zoek Christus! Bent u verontrust in uw geweten, zoek Hem! Want er is onder de hemel geen andere Naam, die onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden, dan de Naam van Jezus (Hand. 4:12En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.).
d. Span u in de vierde plaats tot het uiterste in, om daadwerkelijk door die poort binnen te gaan. De geweldigers nemen het Koninkrijk der hemelen met geweld (Matth. 11:12En van de dagen van Johannes den Doper tot nu toe, wordt het Koninkrijk der hemelen geweld aangedaan, en de geweldigers nemen hetzelve met geweld.). Met het geweld van gebed en tranen van berouw!
e. Verlaat in de vijfde plaats de dingen van nu, de dingen van de wereld en de dingen van de godsdienst, die u schijn van rust geven. Breek met uw zonden en met uw eigengerechtigheid. Die laatste is waardeloos.
f. En richt in de zesde plaats van nu af aan uw oog op die andere, op die komende wereld. Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naar dat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad (2 Kor. 5:10Want wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage, hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.).
g. En neem als laatste het vaste besluit in uw hart om niet te doen als de vrouw van Lot: omkeren en teruggaan.
Als u dat alles niet doet, zult u zonder twijfel vroeg of laat horen: U wilde tot Mij niet komen (Joh. 5:40En gij wilt tot Mij niet komen, opdat gij het leven moogt hebben.).
Maar hoe dan in te gaan door die Deur? Door die enge Poort? Door Christus? De Bijbel zegt het duidelijk. Door het geloof. Door het geloof in de belofte van het Evangelie.
Is dat gemakkelijk? Ja, zeggen de brede weg gangers. Nee, zeggen de mensen van de smalle weg. Daar was bij mij Goddelijke kracht en overtuiging voor nodig. De vijandschap, de weerstand en het verzet van mijn hart was te groot. Als de Heilige Geest Zelf niet had aangedrongen, als Hij mij niet al die geestelijke schijnbagage had afgenomen, als Hij mij niet de weg naar die poort gewezen had en me gewillig gemaakt had erdoor heen te gaan, dan was ik er nooit gekomen.
Door Zijn genade zag ik dat er geen andere weg meer was. Door Zijn genade wanhoopte ik aan mijn wegen. Mijn zondelast was hemelhoog. Ik wilde niet, maar er was geen andere weg. De Heere maakte me gewillig om in mijn zondenood te vluchten tot Jezus.
En dus, mensen, moet je het zoeken bij Hem! Dus moet je roepen: Zone Davids, ontferm u ook over mij! Ik ben verloren. Ik heb geen kracht. Ik wil niet. Geeft U me toch alstublieft wat U me beveelt?
Wees u ervan bewust, gemeente, dit ga in door de enge poort is een Goddelijk bevel. Zo zegt de HEERE: Ga in door de enge poort. Het is een bevel, onder dreiging. Onder de dreiging van het verderf. Maar achter die dreiging (o, zie dat toch!) schuilt een medelijdend en bewogen hart. God wil niet dat u in het verderf komt. Hij wil niet dat u verloren gaat, maar dat u komt tot de kennis van de waarheid die in Christus is.
En dat moet u aanmoedigen. Dat wil u moed geven. Om te zoeken, om te roepen, nu het nog kan! Geloof toch Zijn heil- en troostrijk Woord. God wil erom gevraagd worden. Hij wil gezocht worden, door u, door jou. Hij wil er door het huis van Jakob om gebeden worden. Doe dat dan toch, voordat het te laat is!
Tot slot, nog drie dingen: a. Laat het er niet op aankomen. Ineens kan het te laat zijn. b. Droom niet. Leef niet in de waan dat u misschien wel in de hemel kan komen zonder door die enge poort binnen te gaan. Zonder Christus zult u voor eeuwig omkomen. c. Zonder inspanning zal het ook niet gaan. De meeste brede weg wandelaars, die met hun Bijbel onder de arm op die weg lopen, denken dat ze slapend bekeerd kunnen worden. De Spreukendichter: Hoe lang zult u, luiaard, neerliggen? Wanneer zult u van uw slaap opstaan? (Spr. 6:9).
Strijdt (dan) om in te gaan door de enge poort; want velen (zeg Ik u) zullen zoeken in te gaan, en zullen niet kunnen. Namelijk nadat de Heere des huizes zal opgestaan zijn en de deur zal gesloten hebben; en gij zult beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen, zeggende: Heere, Heere, doe ons open; en Hij zal antwoorden en tot u zeggen: Ik ken u niet vanwaar gij zijt (Luk. 13:24-25).
Amen.
Slotzang Psalm 73:9,10
Dit duurde, tot ik uit dien drom Van neev'len ging in 't heiligdom, Om met de Godsspraak raad te plegen. Daar zag ik, op wat gladde wegen De voorspoed zelfs de bozen leidt, En hoe G' in 't eind hun val bereidt; Zij storten van den top van eer, In eeuwige verwoesting neer.
Hoe worden zij, tot ieders schrik, Vernield, als in een ogenblik, Hoe moeten zij het leven enden! Van angst verteerd in hun ellenden! Hun weeld' is als een droom vergaan. O HEER, wanneer Gij op zult staan, Zult Gij hun tonen, onverwacht, Hoe Gij hun ijdel beeld veracht.
Andere preken over Mattheüs