5 oktober 2024
Spreuken 8:17: Ik heb lief die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
INLEIDING
In Spreuken 8:17 spreekt de eeuwige Wijsheid, de Heere Jezus Christus Zelf, tot jong en oud: “Ik heb lief, die Mij liefhebben, en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.” Deze leespreek is in het bijzonder geschreven voor kinderen en jongeren en laat zien waarom het zoeken en liefhebben van de Heere al vroeg in het leven zo kostbaar en gelukkig maakt.
SPREUKEN 8:1-21
1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem?
2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse waar paden zijn, staat Zij;
3 Aan de zijde der poorten, vóór aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid:
4 Tot u, o mannen, roep Ik, en Mijn stem is tot der mensen kinderen.
5 Gij slechten, verstaat kloekzinnigheid; en gij zotten, verstaat met het hart.
6 Hoort, want Ik zal vorstelijke dingen spreken; en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn.
7 Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken; en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel.
8 Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids noch verkeerds in.
9 Zij zijn alle recht voor dengene die verstandig is, en rechtmatig voor degenen die wetenschap vinden.
10 Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver; en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud.
11 Want wijsheid is beter dan robijnen; en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken.
12 Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vind de kennis van alle bedachtzaamheid.
13 De vreze des HEEREN is te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden.
14 Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de sterkte.
15 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid.
16 Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde.
17 Ik heb lief die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
18 Rijkdom en eer is bij Mij; duurachtig goed en gerechtigheid.
19 Mijn vrucht is beter dan uitgegraven goud en dan dicht goud, en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver.
20 Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts,
21 Opdat Ik Mijn liefhebbers doe beërven dat bestendig is; en Ik zal hun schatkameren vervullen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Spreuken 8:17
Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in Spreuken 8:17Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.. Daar lezen we het Woord van God als volgt: Ik heb lief, die Mij liefhebben en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Deze tekst heeft twee delen. 1. We denken als eerste na over het eerste deel: Ik heb lief, die Mij liefhebben 2. En daarna denken we na over het tweede deel: En die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
1. Als eerste dus het eerste deel van de Bijbelvers: Ik heb lief, die Mij liefhebben. Hoe gelukkig is het, jongelui, als je iemand hebt die van je houdt. Stel dat niemand van je houdt. Stel dat niemand om je geeft. Dan zou je je echt ongelukkig voelen. Maar gelukkig ben je, als er iemand is, die van je houdt.
Ik heb lief, ik houd van hen, die Mij liefhebben. Wie zegt dat eigenlijk? De Spreuken, zo begint hoofdstuk 1:1, zijn van koning Salomo. Dat is waar. Maar Spreuken 8 is een bijzonder hoofdstuk. De Wijsheid is daar aan het woord. Vers 1 begint met: Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid haar stem? Het is de Wijsheid Die zegt: Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Maar Wie is dat? Wie is die Wijsheid? Dat kan je lezen in het vervolg. In het tweede deel van Spreuken 8. In vers 22, waar staat: De Heere bezat Mij (de Wijsheid) in het beginsel Zijns wegs, voor Zijn werken, van toen aan. Met andere woorden: voor de schepping van de wereld was Ik er al. Toen (vers 24) de afgronden er nog niet waren. Toen (vers 25) de bergen nog niet geboren waren. Toen (vers 26) de aarde nog niet gemaakt was. Toen (vers 27) God de hemel en de aarde schiep, toen was Ik er al.
Ik, de Wijsheid, Die (vers 23) van eeuwigheid af gezalfd ben geweest. De Gezalfde.
Die door de Vader gezalfd is, niet met olie, maar met de Heilige Geest. Tot Profeet, Priester en Koning. Dus dit zegt de gezalfde Christus. Het is de Heere Jezus Christus Die hier spreekt.
En wat Hij zegt, is gericht op iedereen, op jong en oud, maar vooral op kinderen en jongeren. In vers 17, in onze tekst, gaat het over degenen die Hem vroeg zoeken. En denk ook maar aan vers 32. De Heere zegt het vooral tegen jullie, jongeren, kinderen: Nu dan, kinderen! Luister! Jongeren, hoor! Ik heb lief, die Mij liefhebben en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Ik heb lief, die Mij liefhebben. Er zijn blijkbaar mensen, ook jongeren, die de Heere Jezus Christus liefhebben. Maar er zijn ook mensen, ook jongeren, die Hem blijkbaar niet liefhebben. Kijk maar eens eerlijk naar jezelf…
Waarom zou je eigenlijk? Welke reden is er op de Heere Jezus lief te hebben? Deze: Hij heeft je gemaakt. Hij was er al, voordat Hij de wereld en de mensen schiep. De wereld is door Hem geschapen. En (vers 31) Hij verblijdde zich in de mensen, Hij was blij met hen. Hoewel, de zonde van Adam en Eva in het paradijs een diepe belediging werd voor onze Schepper en Maker. Daar was geen reden voor, dan alleen onze trots, onze hoogmoed en onze ongehoorzaamheid. Wij wilden als God zijn. Er was zoveel reden om de Heere lief te hebben, maar wij kozen ervoor om Hem te haten. Later zuchtte de Heere Jezus dat ook: Zij hebben mij zonder oorzaak, zonder reden, gehaat (Joh. 15:25Maar dit geschiedt, opdat het woord vervuld worde, dat in hun wet geschreven is: Zij hebben mij zonder oorzaak gehaat.).
Er is alle reden om de Heere Jezus Christus lief te hebben. Hij is, zei ik, onze Schepper en Maker, Die wij zonder reden diep beledigd hebben. Hij zorgt voor ons. Hij onderhoudt ons. Hij geeft ons leven en gezondheid. Hij doet alleen maar goed. Zijn geduld met ons is bijna eindeloos.
Hij is vriendelijk, liefdevol en barmhartig. Hij is goed. Hij heeft nog nooit iemand afgewezen. Hij antwoordt op vragen. Hij hoort gebeden. Tegen niemand, die ooit nederig en ootmoedig iets aan Hem vroeg, heeft hij ooit ‘nee’ gezegd. Hij geeft ons altijd het allerbeste. Hij vergeeft zonden. En geeft kracht om beter te worden, door het werk van de Heilige Geest in harten van mensen.
En daarbij, was Hij zomaar ‘iemand’, dan zou je dat alles nog kunnen negeren. Maar Hij is rijk, Hij is schatrijk. Hemel en aarde zijn van Hem. Hij heeft alles. Hij kan alles. Hij heeft alle macht in de hemel en op de aarde.
En Hij geeft alles. Hij is het Verstand en de Wijsheid. Hij is de opperste Koning, zegt vers 15 en 16. Door Hem regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid. Door Hem heersen de heersers, en de prinsen, en al de rechters van de aarde. Er is kortom alle reden om de Heere Jezus Christus lief te hebben, om Hem kostbaar te achten.
En die mensen zijn er, die jongeren zijn er. Die de Heere Jezus Christus liefhebben. Ben jij er daar ook een van? Maar hoe weet je dat eigenlijk? En wat betekent dat, en hoe is het om Hem lief te hebben?
Laat ik eerst zeggen dat het niet het belangrijkste is, dat je weet sinds wanneer je Hem liefhebt. Dat je weet wanneer dat begonnen is. Sommige jongeren hebben de Heere Jezus lief zoals Timotheüs, die van kinds af aan de heilige Schriften kende en Jezus lief kreeg. Het belangrijkste is niet sinds wanneer je Hem liefhebt, maar dat je Hem liefhebt.
Hoe kun je weten of je de Heere Jezus liefhebt? 1. Als je van iemand houdt, dan (in de eerste plaats) geloof je, wat hij of zij zegt. Als je de Heere Jezus liefhebt, dan geloof je wat Hij zegt, in Zijn Woord, in de Bijbel. De Bijbel, jongelui, is een eerlijk boek. De Bijbel is zo eerlijk als dat de Heere Jezus Zelf is. De Bijbel zegt eerlijk dat wij allemaal zondaars zijn. En steeds weer zonde doen. De Bijbel zegt eerlijk dat wij straf op de zonde verdienen. Dat wij de toorn van God verdiend hebben, omdat God rechtvaardig en heilig is.
Als je de Heere Jezus liefhebt, dan geloof je dat. Dan zeg je: ‘Het is waar Heere, ik doe zoveel zonde.’ En dan bid je: ‘Heere, wilt U dat alles vergeven?’
Als je de Heere Jezus liefhebt, geloof je wat Hij zegt in Zijn Woord, in de Bijbel. Die Bijbel, die zegt dat alleen het bloed van de Heere Jezus Christus alle zonden kan afwassen. Dat je dat zelf niet kan, maar dat de Heere dat wel kan en wil doen. Om alles wat Heere Jezus deed en leed aan het kruis.
Hoe kun je weten of je de Heere Jezus liefhebt? 2. Als je van iemand houdt, dan (in de tweede plaats) wil je geen dingen doen, die de ander niet goed vindt. Niet alleen als die ander erbij is, maar vooral ook als hij of zij er niet is. Dan zeg je niet alleen tegen de Heere: ‘Vergeeft U toch alstublieft mijn zonde?’ Maar ook: ‘Heere, ik wil de zonde niet meer doen.’ Dan ga je de zonde haten. Dan heb je er verdriet over.
Hoe kun je weten of je de Heere Jezus liefhebt? 3. Als je van iemand houdt, dan (in de derde plaats) wil je wel graag die dingen doen, die de ander wel wil. De dingen van de Heere worden het allerbelangrijkste in je leven. Je gaat graag naar de kerk. Je probeert te luisteren naar wat de Heere tegen je zegt. En je hoort ook echt de woorden van de Heere. Want God spreekt gewis, zegt de Bijbel, tot elk die voor Hem leeft. Je houdt van je Bijbel. En je bidt. Want je weet het, je gelooft het en je voelt het: ik bid niet voor dovemans oren. De Heere hoort mijn stem, als ik bid. Zoals de dichter zegt van Psalm 116: ‘Ik heb de Heere lief, want Hij hoort mijn stem, mijn smeken en mijn klagen.’
Ouders, kan je die liefde tot de Heere ook zien in de levens van je kinderen? Laat ik eerst dit zeggen: als je iets ziet van het werk van de Heere in het leven van je kinderen, vraagt dat veel wijsheid om daarmee om te gaan. Kleine plantjes kan je het beste laten staan. Niet aanzitten. Alleen maar een beetje water geven. Niet de hemel inpraten. Niet stukmaken of uit de grond trekken. Maar bidden of de Heere zal werken en zal doorwerken. En verder: ze eenvoudig brengen en houden bij het Woord van God, bij de Bijbel. En: eerlijk met ze blijven praten over zonde, over genade en over het werk van de Heere Jezus Christus.
En wat kan het dan een troost voor je zijn als ouders, als je iets mag zien van het werk van de Heere in de harten van je kinderen. Aan? Net als altijd, aan liefde tot de Heere en Zijn dienst. En aan de vrucht van het nieuwe leven, aan een nieuwe gehoorzaamheid. Aan hun willen dienen van de Heere, aan hun op God gericht zijn. Zoals de Heere Jezus zegt in Johannes 14:21Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelven aan hem openbaren.: Die Mijn geboden heeft, en dezelve bewaart, die is het, die Mij liefheeft; en die Mij liefheeft, zal van Mijn Vader geliefd worden; en Ik zal hem liefhebben, en Ik zal Mijzelf aan hem openbaren. Je hoeft ze niet aan te sturen om hun godsdienstige plichten te doen, zegt William Guthrie in zijn bekende boekje ‘Des christens groot interest’. Bidden, Bijbellezen, luisteren naar wat de Heere zegt, het is hun leven geworden. Je hoeft er niet achteraan. Het gaat allemaal vanzelf. In alles blijkt hun liefde tot de Heere Jezus Christus. Zoals Paulus zegt in 2 Korinthe 5:14Want de liefde van Christus dringt ons; als die dit oordelen, dat, indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn.: de liefde van Christus dringt hen.
Hoe kan je, als je volwassen geworden bent, weten of je zelf van kinds af aan de Heere al liefhad? Ook dat kan je weten, uit de vrucht van een nieuw leven.
1. In de eerste plaats: Uit liefde tot de Heere en Zijn Woord. Dat eerlijke Woord van God, dat ons ook eerlijk maakt. Dat eerlijk zegt, wat ik met mijn Schepper gedaan heb.
Ik buig eronder en zeg: ‘Ja, Heere. Ik ben voor U een slecht mens. Maar U bent mijn goede God.’
2. En ook al weet je, in de tweede plaats, niet meer wanneer je ziende geworden bent, het is een kenmerk van mensen die kunnen zien, dat ze nu wel het verschil zien tussen licht en donker. Gods kinderen, ook zij die in hun vroege jeugd getrokken zijn, kennen als volwassenen ook tijden van donkerheid en geestelijke verlating, tijden van strijd, ongeloof en twijfel. Tijden van verberging van Gods aangezicht. Zij die God niet kennen, weten niet wat het is, om Hem te missen. Maar zij die Hem kennen, weten van tijden van donkerheid, en van tijden van verlangen om de Heere weer te mogen ontmoeten.
3. Wie, in de derde plaats, gelooft dat hij of zij als kind de Heere al mocht liefhebben, dienen en vrezen, die is daarna steeds meer gaan zien: ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Ik, ellendig mens, het wordt maar niet beter met mij. Maar tegelijkertijd leunt je hart steeds meer op de Zaligmaker van ‘zondaars’. Die je dierbaarder en liever geworden is dan ooit tevoren.
Het zit niet goed in je leven, als je zegt: ik ben van kinds af aan al goed geweest. De grondbeweging van het nieuwe leven is: ik leer mezelf meer en meer kennen als zondaar, als zondares. En ik leer de Zaligmaker meer en meer kennen als Zaligmaker van zondaars.
Zulke liefde is geen goedkope liefde, die zegt: ‘Ik hou van Jezus, Hij is mijn Vriend!’ Zulke liefde is diep buigende liefde, die zegt: ‘Hij is mijn Liefste, Hij Die voor mij Zaligmaker geworden is van deze zondaar. Deze ellendige riep en de Heere hoorde mijn stem. Daarom heb ik Hem lief.’
Tegen zulke liefhebbende kinderen, jongeren en volwassenen (hoor jij, hoort u daar ook bij?) zegt de Heere: Ik heb lief, die Mij liefhebben.
Wat is dat een gelukkig leven, een gelukkige wetenschap, een gelukkige troost, als we Hem zo liefhebben, de gezalfde Christus, de Zaligmaker van zondaars. Dan weten we dat Hij ons liefheeft. Dat Hij ons eerst heeft liefgehad. Toen al, toen de bergen en heuvels nog niet geboren waren. Voordat wij Hem lief kregen, had Hij ons lief. En Hij heeft ons liefgehad tot het einde. Tot het einde van Zijn dood aan het kruis. Dan mogen we dus weten: dit is niet van mij. Want zo ben ik eigenlijk niet. Dit is Zijn werk. Hij heeft mij eerst liefgehad.
Dan zeg je met Petrus, wat hij zei in de ontmoeting met de Heere Jezus na Zijn opstanding aan het meer van Galilea. Toen Jezus aan vroeg: Petrus, zoon van Jona, heb je Mij lief? Ik weet dat je Mij verloochend hebt, maar… heb je Mij lief?
En wat zei Petrus toen? ‘Heere, U weet alle dingen, U weet dat ik U liefheb. Met andere woorden: Kijkt U maar tot op de bodem van mijn hart. Daar vindt u iets, niet in de eerste plaats van mijn liefde tot U, maar van Uw liefde tot mij! Van Uw liefde, die U in mijn hart hebt uitgestort. Want Uw liefde tot mij was eerst. En daarom heb ik U ook zó lief!’
Als dat zo is, ook in jouw hart, dan zegt de Heere vanmorgen ook tegen jou: Ik heb lief, die Mij liefhebben.
Laten we samen gaan zingen uit Psalm 116, vers 1 en 3. God heb ik lief; want die getrouwe HEER’ Hoort mijne stem, mijn smekingen, mijn klagen; Hij neigt Zijn oor, 'k roep tot Hem, al mijn dagen; Hij schenkt mij hulp, Hij redt mij keer op keer.
"Och HEER’, och, wierd mijn ziel door U gered!" Toen hoorde God; Hij is mijn liefde waardig; De HEER’ is groot, genadig en rechtvaardig, En onze God ontfermt zich op 't gebed.
2. We gaan verder met het tweede deel van onze tekst: En die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.
Wij mensen zijn allemaal mensen vol verlangen. Wij zijn mensen die op zoek zijn. Naar? Naar geluk. En wij zoeken dat geluk, bij al ons ongeluk, in… De één in geld, in bezit, in rijkdom. De ander in goede dingen doen. Een derde in wijsheid. Maar Christus, die de Wijsheid en de Verstandigheid Zelf is, zegt: Je moet Mij zoeken! Want (vers 35) wie Mij vindt, vindt het leven, en trekt een welgevallen van de HEERE.
Waar moet je de Heere zoeken? Je moet Hem zoeken, waar Hij is, waar Hij komt.
1. Je moet de Heere zoeken, in de eerste plaats, in Zijn eigen boek, in je Bijbel. Als je thuis zelf in je Bijbel leest, of op school, of op de catechisatie of op de vereniging. In de Bijbel moet je Hem zoeken. Daar is Hij heel dichtbij. Daar is Hij, in Zijn Woord. Lees iedere dag, jongelui, in je Bijbel. Lees er veel in. Denk er over na. En probeer te onthouden wat je leest.
2. Je moet de Heere zoeken, in de tweede plaats, in Zijn Eigen huis. Hier in de kerk, in de preek. Dit is vooral de plaats waar de Heere is, waar de Heere komt en waar Hij spreekt. Er zijn heel veel plaatsen waar mensen met elkaar over God praten. En dat is prima. Maar er is één plaats waar God tot mensen spreekt: rechtstreeks, direct, recht op de man of de vrouw af. En dat is hier. Probeer daarom altijd goed te luisteren. Probeer niet aan andere dingen te denken. Probeer in je gedachten niet af te dwalen. Maar zeg met de jonge Samuël: Spreek, Heere, ik luister naar Uw stem.
3. Je moet de Heere, in de derde plaats, ook zoeken door op je knieën te bidden. Op een stille plek in huis. De Bijbel noemt het: je binnenkamer. Waar je naar de Heere toe gaat. Om te vragen wat je nodig hebt. Om het werk van de Heilige Geest in je hart. Om bewaring voor de zonde. Het maakt niet uit of dat gebed gebrekkig is. Zoek een vaste plek in huis, jongelui, om je knieën te buigen en te bidden. Waar je bidt zoals Daniël bad. Hij bad drie tijden daags op zijn knieën, en deed belijdenis, biddend en smekend voor zijn God (Dan. 6:10-11Daarom tekende de koning Darius dat schrift en gebod. Toen nu Daniël verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis (hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieën, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.). Wie de Heere zoekt, die heeft Hem lief. En wie Hem liefheeft, die zoekt Hem.
Hoe je zoeken moet? De tekst zegt: vroeg. Je kan ook lezen: ernstig.
Vroeg. Want als je iets moet doen wat heel belangrijk is, dan sta je vroeg op. Als je een belangrijke klus hebt, dan begin je er op tijd mee, dan komt hij tenminste af. En als je iets heel moois op het oog hebt, dan ga je er snel en vroeg naar vragen. Vroeg dus. En ernstig zoeken. Al je best ervoor doen. Zoeken, zoals staat in Spreuken 2:4Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;: als naar zilver, en speuren als naar verborgen schatten. Zoals je zou zoeken naar goud of zilver. Met alle inspanning die in je is.
Waarom vroeg? 1. Zoeken moet je (in de eerste plaats) vroeg doen, omdat er een tijd komen kan, dat je te laat bent. Dus is het het meest veilig, om vroeg te beginnen met zoeken. Want je kunt ziek worden. Dan heb je geen energie meer om te zoeken. Je kan ook vroeg sterven. En dan kan je niet meer zoeken. En dus zegt Jesaja: Zoek de Heere, terwijl Hij te vinden is.
2. Zoeken moet je (in de tweede plaats) vroeg doen, omdat dat je vroeg gelukkig maakt. Het zoeken zelf al, maakt gelukkig. Dan het vinden helemaal. Psalm 34 zegt: Die de Heere zoeken, hebben geen gebrek aan enig goed. Gelukkiger leven is er niet, dan een leven waarin je biddend veel en vaak de Heere zoekt.
3. Zoeken moet je (in de derde plaats) vroeg doen, omdat het nu minder moeilijk is, dan dat het later zal zijn. Als je jong bent, is je hart nog niet zo hard. Een jonge, dunne tak is nog buigzaam. Maar een oude boom, is nauwelijks meer in beweging te krijgen. Jongelui, kinderen, dit is de beste tijd om de Heere te zoeken. Later ben je druk. Later word je hart zoveel meer in beslag genomen door de dingen van dit leven. Later vergeet je de Heere zoveel sneller dan nu.
Zoek de Heere dus vroeg. En zoek Hem ernstig! Waarom ernstig?
1. Zoeken moet je (in de eerste plaats) ernstig doen, omdat het echt het allerbelangrijkste van dit leven is. Voor nu, voor straks en voor altijd. Want alle andere dingen van het leven gaan voorbij.
2. Zoeken moet je (in de tweede plaats) ernstig doen, omdat alle dingen van deze tijd, hoe mooi ze ook zijn, kwetsbaar zijn. Vandaag heb je ze, morgen ben je ze misschien kwijt. Vandaag lacht het leven je toe, morgen niet meer.
3. Zoeken moet je (in de derde plaats) ernstig doen, omdat je een kostbare ziel hebt, die nooit sterven zal.
En vroeg of laat zal je moeten verschijnen voor de rechterstoel van de Heere Jezus Christus. Om verantwoording af te leggen van wat je gedaan hebt, ook met je tijd.
4. Zoeken moet je (in de vierde plaats) ernstig doen, omdat bij God te vinden is: alles wat blijft. Zo staat in vers 18 tot en met 21: blijvende rijkdom en eer, alles wat meer waard is dan het fijnste goud. Ja: leven! Vers 35 zegt: die Mij vindt, vindt het leven!
Heeft het zin om te zoeken? Ja, zegt de tekst, want wie de Heere vroeg zoekt, die hem ernstig zoekt, die zal Hem vinden. Hij heeft nooit gezegd: Zoek Mij tevergeefs (Jes. 45:19). Als je Hem vroeg zoekt, jongelui, lezend in je Bijbel, luisterend in de kerk, biddend op je knieën voor God… Als je dat vroeg doet, als je daar nu mee begint en dat blijft doen, dan zal je Hem vinden. En het water van de doop, ooit op je voorhoofd gedrupt, is Gods garantie van de waarheid van deze belofte.
En als u Hem ernstig zoekt, volwassenen, ouderen, dan zult ook u Hem alsnog vinden. Bidt, en u zal gegeven worden. Zoekt en u zult vinden. Klopt en u zal worden opengedaan. Want een ieder die bidt, die ontvangt. En die zoekt, die vindt. En die klopt, die zal opengedaan worden (Matt. 7:7-11Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden. Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven? En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen, die ze van Hem bidden!).
Hoe zal je Hem dan vinden? Niet door Hem letterlijk te zien. Want de Heere Jezus is in de hemel. Maar wel door te merken dat de Heere aanwezig is in Zijn Woord, in je hart en in je gedachten. Heel dichtbij. Zoals Asaf zei: Het is mij goed nabij, dicht bij God te zijn. Alsof de Heere, jongelui, naast je zit. Alsof Hij een arm om je heen slaat, alsof Hij vriendelijk naar je kijkt en tegen je praat. Voor je zorgt, je beschermt en bewaart. Als je meest betrouwbare Vriend, Die je nooit in de steek zal laten. Die altijd voor je zorgen zal. Zelfs, juist in je grootste zorg en verdriet. Zoals Psalm 121 zingt: Hij is al treft je het felste verdriet, je Wachter die je voet voor wankelen behoedt.
Als je Hem vindt, dan zal Hij je kracht geven om de wil van de Heere te doen, om Zijn geboden lief te hebben en in Zijn wegen te gaan. Dan zal Hij je vasthouden in je zoeken, in je zoeken in je Bijbel en je bidden op je knieën voor Hem. Dan zal Hij je troosten in je verdriet. Dan zal Hij je gelukkiger en blijer maken dan voorheen.
Daarom, jongeren, kinderen, zoek niet de dingen van de wereld die voorbijgaan. Daarom, geliefde gemeente, zoek geen geld, geen rijkdom, geen bezit, geen eer of carrière. Maar zoek de Heere, terwijl Hij te vinden is en roep Hem aan terwijl Hij nabij is.
Wat een bemoediging, tot slot, voor al die jongeren die de Heere zoeken. En die zijn er. Misschien voel je je wel eens moedeloos. Je zegt misschien bij jezelf: ‘Ik zoek de Heere al zo lang. Wanneer zou ik Hem toch echt gaan vinden? Zo staat in Hooglied 3:2Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.: Ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet... Je weet het, je voelt het, je gelooft het, het zou niet onterecht zijn als de Heere nooit naar je zou luisteren. Maar toch kan je Hem niet loslaten...
Beste vrienden, houd moed! Psalm 105 zegt: het hart van degenen die de Heere zoeken, verblijde zich (Ps. 105:3). Want zo zegt Psalm 22: de zachtmoedigen zullen eten en verzadigd worden; zij zullen(!) de Heere prijzen, die Hem zoeken; uw hart zal in eeuwigheid leven (Ps. 22:26).
Want de Heere zegt, en Hij spreekt de waarheid (en die waarheid is, jongelui, ooit als met een eed aan jullie voorhoofd verzekerd, toen je gedoopt werd), de Heere zegt: Die Mij vroeg zoeken zullen(!) Mij vinden.
Amen.
Andere preken over Spreuken