Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden – Spreuken 8
| Preek over: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden Spreuken 8:17: Ik heb lief, die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. |
In Spreuken 8:17 spreekt de eeuwige Wijsheid, de Heere Jezus Christus Zelf, tot jong en oud: “Ik heb lief, die Mij liefhebben, en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden.” Deze leespreek is in het bijzonder geschreven voor kinderen en jongeren en laat zien waarom het zoeken en liefhebben van de Heere al vroeg in het leven zo kostbaar en gelukkig maakt.
Bijbelgedeelte Spreuken 8: Die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden
| 1 Roept de Wijsheid niet, en verheft niet de Verstandigheid Haar stem? 2 Op de spits der hoge plaatsen, aan den weg, ter plaatse waar paden zijn, staat Zij; 3 Aan de zijde der poorten, vóór aan de stad, aan den ingang der deuren roept Zij overluid: 4 Tot u, o mannen, roep Ik, en Mijn stem is tot der mensen kinderen. 5 Gij slechten, verstaat kloekzinnigheid; en gij zotten, verstaat met het hart. 6 Hoort, want Ik zal vorstelijke dingen spreken; en de opening Mijner lippen zal enkel billijkheid zijn. 7 Want Mijn gehemelte zal de waarheid bedachtelijk uitspreken; en de goddeloosheid is Mijn lippen een gruwel. 8 Al de redenen Mijns monds zijn in gerechtigheid; er is niets verdraaids noch verkeerds in. 9 Zij zijn alle recht voor dengene die verstandig is, en rechtmatig voor degenen die wetenschap vinden. 10 Neemt Mijn tucht aan, en niet zilver; en wetenschap, meer dan het uitgelezen uitgegraven goud. 11 Want wijsheid is beter dan robijnen; en al wat men begeren mag, is met haar niet te vergelijken. 12 Ik, Wijsheid, woon bij de kloekzinnigheid, en vind de kennis van alle bedachtzaamheid. 13 De vreze des HEEREN is te haten het kwade, de hovaardigheid, en den hoogmoed, en den kwaden weg; Ik haat ook den mond der verkeerdheden. 14 Raad en het wezen zijn Mijne; Ik ben het Verstand, Mijne is de sterkte. 15 Door Mij regeren de koningen, en de vorsten stellen gerechtigheid. 16 Door Mij heersen de heersers, en de prinsen, al de rechters der aarde. 17 Ik heb lief die Mij liefhebben; en die Mij vroeg zoeken, zullen Mij vinden. 18 Rijkdom en eer is bij Mij; duurachtig goed en gerechtigheid. 19 Mijn vrucht is beter dan uitgegraven goud en dan dicht goud, en Mijn inkomen dan uitgelezen zilver. 20 Ik doe wandelen op den weg der gerechtigheid, in het midden van de paden des rechts, 21 Opdat Ik Mijn liefhebbers doe beërven dat bestendig is; en Ik zal hun schatkameren vervullen. |
