Mieren, konijnen, sprinkhanen – Spreuken 30
Spreuken 30:24-28: Deze vier (deze vier dieren) zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid wel voorzien.
De mieren zijn een onsterk volk; evenwel bereiden zij in de zomer haar spijs.
De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.
De sprinkhanen hebben geen koning; nochtans gaan zij allen uit, zich verdelende in hopen.
De spinnekop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.
Bestandstype:
pdf