Terug naar alle leespreken

Thema / Serie

Onderwerpen als "Huwelijk" of "Gezin" die aan losse preken uit verschillende rubrieken kunnen zijn toegekend.

Aangepaste dienst
Afscheidsdienst
Ambt

Het sterven van de hogepriester Aäron – Numeri 20

Numeri 20:28: En Mozes trok Aäron zijn klederen uit en hij trok ze zijn zoon Eleázar aan; en Aäron stierf aldaar, op de hoogte diens bergs. Toen kwam Mozes en Eleázar van dien berg af.

Woord des HEEREN was dierbaar - 1 Samuël 3

1 Samuël 3:1: En de jongeling Samuël diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

De roeping van Samuël - 1 Samuël 3

1 Samuël 3:10: Toen kwam de HEERE en stelde Zich daar, en riep gelijk de andere malen: Samuël, Samuël. En Samuël zeide: Spreek, want Uw knecht hoort.

Jezus, de Nazarener - Mattheüs 2

Mattheüs 2:23: En daar gekomen zijnde, nam hij zijn woonplaats in de stad genaamd Nazareth; opdat vervuld zou worden wat door de profeten gezegd is, dat Hij Nazarener zal geheten worden.

Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders - Lukas 2

Lukas 2:49: En Hij zeide tot hen: Wat is het dat gij Mij gezocht hebt? Wist gij niet, dat Ik moet zijn in de dingen Mijns Vaders?

En hij leidde hem tot Jezus – Johannes 1

Johannes 1:43: En hij leidde hem tot Jezus. En Jezus hem aanziende zeide: Gij zijt Simon, de zoon van Jona; gij zult genaamd worden Céfas, hetwelk overgezet wordt: Petrus.

Wat gaat het u aan? Volg gij Mij - Johannes 21

Johannes 21:22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.

Judas vervangen - Handelingen 2

Handelingen 1:16-17: Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen; Want hij was met ons gerekend en had het lot dezer bediening verkregen.

Christus, het Fundament van de Gemeente – 1 Korinthe 3

1 Korinthe 3:10-11: Naar de genade Gods die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd, en een ander bouwt daarop. Maar een iegelijk zie toe hoe hij daarop bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan hetgeen gelegd is, hetwelk is Jezus Christus.

Gevoelen dat in Christus Jezus was – Filippenzen 2

Filippenzen 2:5: Want dat gevoelen zij in u, hetwelk ook in Christus Jezus was,

Belijdenisdienst
Curatorium

Eldad en Medad profeteren - Numeri 11

Numeri 11:29: Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!

Woord des HEEREN was dierbaar - 1 Samuël 3

1 Samuël 3:1: En de jongeling Samuël diende den HEERE voor het aangezicht van Eli; en het woord des HEEREN was dierbaar in die dagen; er was geen openbaar gezicht.

Gebed van Elia, kleine wolk als eens mans hand - 1 Koningen 18

1 Koningen 18:44: En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk als eens mans hand gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan en kom af, dat u de regen niet ophoude.

Elia en de roeping van Elisa – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:19: Zo ging hij vandaar en vond Elísa, den zoon van Safat; diezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich heen, en hij was bij het twaalfde; en Elía ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

Elisa, zijn roeping (Elisa 1) – 2 Koningen 2

2 Koningen 2:14: En hij nam den mantel van Elía, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de HEERE, de God van Elía? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elísa ging erdoor.

Bidt dan, de Heere des oogstes – Mattheüs 9

Mattheüs 9:37-38: Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige; Bidt dan den Heere des oogstes, dat Hij arbeiders in Zijn oogst uitstote.

Christus en scharen zonder Herder (McCheyne) - Mattheüs 9

Mattheüs 9:37: Toen zeide Hij tot Zijn discipelen: De oogst is wel groot, maar de arbeiders zijn weinige;

Elia

De komst van de profeet Elia - 1 Koningen 16-17

1 Koningen 17:1: En Elía, de Tisbiet, van de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord.

Elia bij de beek Krith – 1 Koningen 17

1 Koningen 17:6-7: En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek. En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest.

Elia bij de weduwe in Zarfath - 1 Koningen 17

1 Koningen 17:15-16: En zij ging heen en deed naar het woord van Elía; zo at zij, en hij, en haar huis vele dagen. Het meel van de kruik werd niet verteerd en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN dat Hij gesproken had door den dienst van Elía.

Elia , Obadja en Achab - 1 Koningen 18

1 Koningen 18:7-8: Als nu Obadja op den weg was, zie, zo was hem Elía tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht en zeide: Zijt gij mijn heer Elía? Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elía is hier.

Elia op de berg Karmel – 1 Koningen 18

1 Koningen 18:38: Toen viel het vuur des HEEREN en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op hetwelk in de groeve was.

Elia onder de jeneverboom – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:5: En hij legde zich neder en sliep onder een jeneverboom; en zie, toen roerde hem een engel aan en zeide tot hem: Sta op, eet.

Elia bij de Horeb – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:9-10: En hij kwam aldaar in een spelonk en vernachtte aldaar; en zie, het woord des HEEREN geschiedde tot hem en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elía? En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen, want de kinderen Israëls hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel om die weg te nemen.

Elia en de roeping van Elisa – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:19: Zo ging hij vandaar en vond Elísa, den zoon van Safat; diezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich heen, en hij was bij het twaalfde; en Elía ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

Elia en de wijngaard van Naboth - 1 Koningen 21

1 Koningen 21:2: Toen kwamen de twee mannen, zonen Belials, en zetten zich tegenover hem; en de mannen Belials getuigden tegen hem, tegen Naboth, voor het volk, zeggende: Naboth heeft God en den koning gezegend. En zij voerden hem buiten de stad en stenigden hem met stenen, dat hij stierf.

Gods bemoeienis met Ahazia – 2 Koningen 1

2 Koningen 1:2: En Aházia viel door een tralie in zijn opperzaal, die te Samaría was, en werd krank. En hij zond boden en zeide tot hen: Gaat heen, vraagt Baäl-Zebub, den god van Ekron, of ik van deze krankheid genezen zal.

Elia’s hemelvaart – 2 Koningen 2

2 Koningen 2:11: En het gebeurde als zij voortgingen, gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel.

De mantel van Elia - 2 Koningen 2

2 Koningen 2:14: En hij nam den mantel van Elía, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de HEERE, de God van Elía? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elísa ging erdoor.

Sunamitische vrouw: Het is wel (Elisa 5) - 2 Koningen 4

2 Koningen 4:26: Nu, loop toch haar tegemoet, en zeg tot haar: Is het wel met u? Is het wel met uw man? Is het wel met uw kind? En zij zeide: Het is wel.

Elisa

Elisa, zijn roeping (Elisa 1) – 2 Koningen 2

2 Koningen 2:14: En hij nam den mantel van Elía, die van hem afgevallen was, en sloeg het water, en zeide: Waar is de HEERE, de God van Elía? Ja, Dezelve? En hij sloeg het water, en het werd herwaarts en derwaarts verdeeld, en Elísa ging erdoor.

Twee beren doden 42 kinderen (Elisa 2) - 2 Koningen 2

2 Koningen 2:23-24: En hij ging vandaar op naar Bethel. Als hij nu den weg opging, zo kwamen kleine jongens uit de stad; die bespotten hem en zeiden tot hem: Kaalkop, ga op, kaalkop, ga op. En hij keerde zich achterom, en hij zag hen en vloekte hen in den Naam des HEEREN. Toen kwamen twee beren uit het woud en verscheurden van dezelve twee en veertig kinderen.

Grachten in de woestijn van Edom (Elisa 3) – 2 Koningen 3

2 Koningen 3:15-16: Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam. En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.

Weduwe en olie in lege vaten (Elisa 4) - 2 Koningen 4

2 Koningen 4:2: En Elísa zeide tot haar: Wat zal ik u doen? Geef mij te kennen, wat gij in het huis hebt. En zij zeide: Uw dienstmaagd heeft niet met al in het huis dan een kruik met olie.

Wilde kolokwinten, dood in pot (Elisa 6) - 2 Koningen 4

2 Koningen 4:39: Toen ging een uit in het veld om moeskruiden te lezen, en hij vond een wilden wijnstok en las daarvan zijn kleed vol wilde kolokwinten, en kwam en sneed ze in den moespot, want zij kenden ze niet.

Naäman van zijn melaatsheid genezen (Elisa 8) - 2 Koningen 5

2 Koningen 5:1: Naäman nu, de krijgsoverste des konings van Syrië, was een groot man voor het aangezicht zijns heren en van hoog aanzien, want door hem had de HEERE den Syriërs verlossing gegeven; zo was deze man een strijdbaar held, doch melaats.

Naäman in huis van Rimmon (Elisa 9) - 2 Koningen 5

2 Koningen 5:18: In deze zaak vergeve de HEERE uw knecht: Wanneer mijn heer in het huis van Rimmon gaan zal om zich daar neder te buigen, en hij op mijn hand leunen zal en ik mij in het huis van Rimmon nederbuigen zal; als ik mij alzo nederbuigen zal in het huis van Rimmon, de HEERE vergeve toch uw knecht in deze zaak.

De drijvende bijl (Elisa 7) – 2 Koningen 6

2 Koningen 6:5-6: En het geschiedde als een het timmerhout velde, dat het ijzer in het water viel; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer; want het was geleend. En de man Gods zeide: Waar is het gevallen? En toen hij hem de plaats gewezen had, sneed hij een hout af en wierp het daarheen en deed het ijzer bovenzwemmen.

Honger in Samaria (Elisa 10) - 2 Koningen 6

2 Koningen 6:25: En er werd grote honger in Samaría; want zie, zij belegerden haar, totdat een ezelskop voor tachtig zilverlingen was verkocht en een vierendeel van een kab duivenmest voor vijf zilverlingen.

Evangelisatie
Gebed

Mozes, Aäron en Hur, oorlog Amalek (deel 10) – Exodus 17

Exodus 17:8-9: Toen kwam Amalek, en streed tegen Israël in Rafidîm. Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

Gebed van Elia, kleine wolk als eens mans hand - 1 Koningen 18

1 Koningen 18:44: En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk als eens mans hand gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan en kom af, dat u de regen niet ophoude.

Aanwijzingen voor persoonlijk gebed - Psalm 5

Psalm 5:3: Merk op de stem mijns geroeps, o mijn Koning en mijn God; want tot U zal ik bidden.

Zegen en nut van tegenspoed en duisternis - Psalm 30

Psalm 30:5-6: Psalmzingt den HEERE, gij Zijn gunstgenoten, en zegt lof ter gedachtenis Zijner heiligheid. Want een ogenblik is er in Zijn toorn, maar een leven in Zijn goedgunstigheid; des avonds vernacht het geween, maar des morgens is er gejuich.

De ware bidder - Psalm 130

Psalm 130:3-4: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.

God hoort roepen van de jonge raven - Psalm 147

Psalm 147:9: Die het vee zijn voeder geeft, aan de jonge raven als zij roepen.

Och, dat U hemelen scheurde - Jesaja 64

Jesaja 64:1: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten;

O HEERE! doe het om Uws Naams wil - Jeremia 14

Jeremia 14:7: Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE, doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.

Daniël in de leeuwenkuil – Daniël 6

Daniël 6:17-18: Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniël: Uw God, Dien gij geduriglijk eert, Die verlosse u. En er werd één steen gebracht en op den mond des kuils gelegd; en de koning verzegelde denzelven met zijn ring en met den ring zijner geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden.

Gebed van Daniël: Wij hebben gezondigd – Daniël 9

Daniël 9:7: Bij U, o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage; bij de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen waar Gij hen heen gedreven hebt om hun overtreding waarmede zij tegen U overtreden hebben.

Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede - Mattheüs 26

Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.

En in zware strijd, bad Hij te ernstiger – Lukas 22

Lukas 22:44: En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.

Saulus van Tarsen bidt - Handelingen 9

Handelingen 9:11: En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt;

De Geest komt onze zwakheden mede te hulp – Romeinen 8

Romeinen 8:26: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

De Geest roept: Abba, Vader! (deel 9) – Galaten 4

Galaten 4:6: En overmits gij kinderen zijt, zo heeft God den Geest Zijns Zoons uitgezonden in uw harten, Die roept: Abba, Vader.

Vrijmoedig toegaan tot troon der genade - Hebreeën 4

Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd.

Gelijkenis

Gij zijt het zout der aarde - Mattheüs 5

Mattheüs 5:13: Gij zijt het zout der aarde; indien nu het zout smakeloos wordt, waarmede zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer toe, dan om buitengeworpen en van de mensen vertreden te worden.

Huis op de rots, huis op het zand – Mattheüs 7

Mattheüs 7:24: Een iegelijk dan die deze Mijn woorden hoort en dezelve doet, dien zal Ik vergelijken bij een voorzichtig man, die zijn huis op een steenrots gebouwd heeft;

Gelijkenis van op de markt spelende kinderen - Mattheüs 11

Mattheüs 11:16-17: Doch waarbij zal Ik dit geslacht vergelijken? Het is gelijk den kinderkens die op de markten zitten en hun gezellen toeroepen, En zeggen: Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend.

De Parel van grote waarde – Mattheüs 13

Mattheüs 13:45-46: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een koopman die schone parelen zoekt; Dewelke hebbende één parel van grote waarde gevonden, ging heen en verkocht al wat hij had, en kocht dezelve.

Gelijkenis van het net, het visnet – Mattheüs 13

Mattheüs 13:47-48: Wederom is het Koninkrijk der hemelen gelijk een net, geworpen in de zee, en dat allerlei soorten van vissen samenbrengt; Hetwelk, wanneer het vol geworden is, de vissers aan den oever optrekken, en nederzittende lezen het goede uit in hun vaten, maar het kwade werpen zij weg.

Gelijkenis van de twee zonen - Mattheüs 21

Mattheüs 21:31: Wie van deze twee heeft den wil des vaders gedaan? Zij zeiden tot Hem: De eerste. Jezus zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat de tollenaars en de hoeren u voorgaan in het Koninkrijk Gods.

Wijze en dwaze maagden - Mattheüs 25

Mattheüs 25:1-2: Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen zijn gelijk tien maagden, welke haar lampen namen en gingen uit, den bruidegom tegemoet. En vijf van haar waren wijs, en vijf waren dwaas.

Rijke dwaas, een gelijkenis - Lukas 12

Lukas 12:16: En Hij zeide tot hen een gelijkenis en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen;

Gelijkenis van het mosterdzaad - Lukas 13

Lukas 13:18-19: En Hij zeide: Wien is het Koninkrijk Gods gelijk en waarbij zal Ik hetzelve vergelijken? Het is gelijk een mosterdzaad, hetwelk een mens genomen en in zijn hof geworpen heeft; en het wies op en werd tot een groten boom, en de vogelen des hemels nestelden in zijn takken.

Gelijkenis van de verloren penning – Lukas 15

Lukas 15:8: Of wat vrouw, hebbende tien penningen, indien zij één penning verliest, ontsteekt niet een kaars, en keert het huis met bezemen, en zoekt naarstiglijk, totdat zij dien vindt?

De verloren zoon en zijn vader (deel I) - Lukas 15

Lukas 15:12: En de jongste van hen zeide tot den vader: Vader, geef mij het deel des goeds dat mij toekomt. En hij deelde hun het goed.

De oudste zoon en zijn vader (deel II) – Lukas 15

Lukas 15:31: En hij zeide tot hem: Kind, gij zijt altijd bij mij, en al het mijne is uwe.

De onrechtvaardige rentmeester - Lukas 16

Lukas 16:1: En Hij zeide ook tot Zijn discipelen: Er was een zeker rijk mens, welke een rentmeester had; en deze werd bij hem verklaagd, als die zijn goederen doorbracht.

De onrechtvaardige rechter – Lukas 18

Lukas 18:7-8: Zal God dan geen recht doen Zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen, hoewel Hij lankmoedig is over hen? Ik zeg u, dat Hij hun haastelijk recht doen zal. Doch de Zoon des mensen, als Hij komt, zal Hij ook geloof vinden op de aarde?

Genezing

Genezing schoonmoeder van Petrus – Markus 1

Markus 1:30-31: En Simons vrouws moeder lag met de koorts; en terstond zeiden zij Hem van haar. En Hij tot haar gaande, vatte haar hand en richtte haar op; en terstond verliet haar de koorts, en zij diende henlieden.

Genezing van de bezetene in Gadara – Markus 5

Markus 5:9: En Hij vraagde hem: Welke is uw naam? En hij antwoordde, zeggende: Mijn naam is Legio; want wij zijn velen.

Bloedvloeiende vrouw – Markus 5

Markus 5:27-29: Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren en raakte Zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, ik zal gezond worden. En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam dat zij van die kwaal genezen was.

Genezing van de maanzieke knaap - Markus 9

Markus 9:24: En terstond de vader des kinds, roepende met tranen, zeide: Ik geloof, Heere, kom mijn ongelovigheid te hulp.

De blinde Bartimeüs genezen – Markus 10

Markus 10:47-48: En horende dat het Jezus de Nazaréner was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner. En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Gij Zone Davids, ontferm U mijner.

Krom gebogen (samengebogen) vrouw - Lukas 13

Lukas 13:11: En zie, er was een vrouw die een geest der krankheid achttien jaren lang gehad had, en zij was samengebogen en kon zich ganselijk niet oprichten.

Genezing van tien melaatsen - Lukas 17

Lukas 17:17: En Jezus antwoordende zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden? En waar zijn de negen?

Genezing zoon koninklijke hoveling – Johannes 4

Johannes 4:49: De koninklijke hoveling zeide tot Hem: Heere, kom af, eer mijn kind sterft.

De verlamde in Bethesda - Johannes 5

Johannes 5:6: Jezus ziende dezen liggen, en wetende dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?

Genezing kreupele, preek van Petrus – Handelingen 3

Handelingen 3:19: Betert u dan en bekeert u, opdat uw zonden mogen uitgewist worden, wanneer de tijden der verkoeling zullen gekomen zijn van het aangezicht des Heeren,

Heilig Avondmaal

Ons Pascha geslacht (deel 3) – Exodus 12

Exodus 12:21: Mozes dan riep al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Leest uit en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen en slacht het pascha.

Ik verwacht de HEERE - Psalm 130

Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

De Koning aan Zijn ronde tafel - Hooglied 1

Hooglied 1:12: Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.

Duif in de kloven der steenrotsen - Hooglied 2

Hooglied 2:14: Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrots, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet en uw gedaante is lieflijk.

Geheel zijt gij schoon - Hooglied 4

Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin, zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten die het gras van den berg Gileads afscheren.

Zijn rust zal heerlijk zijn - Jesaja 11

Jesaja 11:10: Want het zal geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van Isaï, Die staan zal tot een Banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn.

Blinden leiden op de weg – Jesaja 42

Jesaja 42:16: En Ik zal de blinden leiden door den weg dien zij niet geweten hebben, Ik zal hen doen treden door de paden die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen en Ik zal hen niet verlaten.

Ik kwam met u in een verbond, gij werd Mijne - Ezechiël 16

Ezechiël 16:8: Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en zie, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werdt Mijne.

Gij zijt mensen, Ik ben uw God – Ezechiël 34

Ezechiël 34:31: Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide, gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.

De vreedzamen (deel 3) - Mattheüs 5

Mattheüs 5:9: Zalig zijn de vreedzamen; want zij zullen Gods kinderen genaamd worden.

Instelling Heilig Avondmaal - Mattheüs 25

Mattheüs 26:26: En als zij aten, nam Jezus het brood, en gezegend hebbende, brak Hij het en gaf het den discipelen en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam.

Het gescheurde voorhangsel – Lukas 23

Lukas 23:45: En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.

Een nieuw gebod, elkander liefhebben - Johannes 13

Johannes 13:34: Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook gij elkander liefhebt.

Abba, Vader! – Romeinen 8

Romeinen 8:15: Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.

Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? - Romeinen 8

Romeinen 8:31-32: Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Doe dat tot Mijn gedachtenis - 1 Korinthe 11

1 Korinthe 11:24-25: En als Hij gedankt had, brak Hij het en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot Mijn gedachtenis.

Heilige Doop

Geboorte van Noach, hij zal ons troosten – Genesis 5

Genesis 5:29: En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft.

Hagar en Ismaël – Genesis 21

Genesis 21:14: Toen stond Abraham des morgens vroeg op en nam brood en een fles water, en gaf ze aan Hagar, die leggende op haar schouder; ook gaf hij haar het kind en zond haar weg. En zij ging voort, en dwaalde in de woestijn Berséba.

Mozes in biezen kistje – Exodus 2

Exodus 2:3: Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.

Op God geworpen van de baarmoeder af - Psalm 22

Psalm 22:10-11: Gij zijt het immers, Die mij uit den buik hebt uitgetogen; Die mij hebt doen vertrouwen, zijnde aan mijner moeders borsten. Op U ben ik geworpen van de baarmoeder af; van den buik mijner moeder aan zijt Gij mijn God.

Zolang zon en maan zullen zijn - Psalm 72

Psalm 72:5: Zij zullen U vrezen, zolang de zon en maan zullen zijn, van geslacht tot geslacht.

Van kind tot kind - Psalm 72

Psalm 72:17: Zijn Naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal Zijn Naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in Hem gezegend worden; alle heidenen zullen Hem welgelukzalig roemen.

Aanschouw het verbond – Psalm 74

Psalm 74:20: Aanschouw het verbond, want de duistere plaatsen des lands zijn vol woningen van geweld.

Zelfs de mus en de zwaluw - Psalm 84

Psalm 84:4: Zelfs vindt de mus een huis, en de zwaluw een nest voor zich, waar zij haar jonkskens legt, bij Uw altaren, HEERE der heirscharen, mijn Koning en mijn God.

Gelijk zich een vader ontfermt - Psalm 103

Psalm 103:13: Gelijk zich een vader ontfermt over de kinderen, ontfermt Zich de HEERE over degenen die Hem vrezen.

Als een borduursel, een ongevormde klomp – Psalm 139

Psalm 139:14-16: Ik loof U, omdat ik op een heel vreselijke wijze wonderbaarlijk gemaakt ben; wonderlijk zijn Uw werken; ook weet het mijn ziel zeer wel. Mijn gebeente was voor U niet verholen, als ik in het verborgene gemaakt ben, en als een borduursel gewrocht ben in de nederste delen der aarde. Uw ogen hebben mijn ongeformeerden klomp gezien; en al deze dingen waren in Uw boek geschreven, de dagen als zij geformeerd zouden worden, toen nog geen van die was.

God hoort roepen van de jonge raven - Psalm 147

Psalm 147:9: Die het vee zijn voeder geeft, aan de jonge raven als zij roepen.

Niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs – Jesaja 45

Jesaja 45:19: Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een donkere plaats der aarde; Ik heb tot het zaad Jakobs niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die rechtmatige dingen verkondigt.

Een fontein geopend - Zacharia 13

Zacharia 13:1: Te dien dage zal er een fontein geopend zijn voor het huis Davids en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.

Kananese vrouw - Mattheüs 15

Mattheüs 15:22: En zie, een Kananese vrouw uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere, Gij Zone Davids, ontferm U mijner; mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.

Zijn bloed kome over ons - Mattheüs 27

Mattheüs 27:25: En al het volk antwoordende zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.

Laat de kinderen tot Mij komen - Markus 10

Markus 10:14: Maar Jezus dat ziende, nam het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

De besnijdenis van Jezus - Lukas 2

Lukas 2:21: En als acht dagen vervuld waren, dat men het Kindeken besnijden zou, zo werd Zijn Naam genaamd JEZUS, welke genaamd was van den engel, eer Hij in het lichaam ontvangen was.

De doop van Jezus door Johannes de Doper – Lukas 3

Lukas 3:21-22: En het geschiedde, toen al het volk gedoopt werd, en Jezus ook gedoopt was en bad, dat de hemel geopend werd, En dat de Heilige Geest op Hem nederdaalde in lichamelijke gedaante gelijk een duif, en dat er een stem geschiedde uit den hemel, zeggende: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in U heb Ik Mijn welbehagen.

U komt de belofte toe en uw kinderen - Handelingen 2

Handelingen 2:39: Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.

Van kinds af de Heilige Schriften geweten - 2 Timotheüs 3

2 Timotheüs 3:15: En dat gij van kinds af de heilige Schriften geweten hebt, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof hetwelk in Christus Jezus is.

Zalig gemaakt door het bad der wedergeboorte - Titus 3

Titus 3:4-5: Maar wanneer de goedertierenheid van God onzen Zaligmaker, en Zijn liefde tot de mensen verschenen is, Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;

Izak geofferd - Hebreeën 11

Hebreeën 11:17: Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd

De keus van Mozes aan hof van Farao – Hebreeën 11

Hebreeën 11:24-25: Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genaamd te worden; Verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;

Zijn bloed reinigt ons van alle zonde - 1 Johannes 1

1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.

Hoop
Huwelijk
Intrede
Jongeren
Kinderpreek

Danken met lege handen – 1 Koningen 17

1 Koningen 17:11-12: Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE uw God leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een handvol meel in de kruik en een weinig olie in de fles; en zie, ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten en sterven.

Wilde kolokwinten, dood in pot (Elisa 6) - 2 Koningen 4

2 Koningen 4:39: Toen ging een uit in het veld om moeskruiden te lezen, en hij vond een wilden wijnstok en las daarvan zijn kleed vol wilde kolokwinten, en kwam en sneed ze in den moespot, want zij kenden ze niet.

Elisa en zijn knecht in Dothan – 2 Koningen 6

2 Koningen 6:16: En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn.

Vrijwillig geven voor de tempel - 1 Kronieken 29

1 Kronieken 29:9: En het volk was verblijd over hun vrijwillig geven, want zij gaven met een volkomen hart den HEERE vrijwillig; en de koning David verblijdde zich ook met grote blijdschap.

De HEERE is mijn Herder – Psalm 23

Psalm 23:1-2: Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.

God hoort roepen van de jonge raven - Psalm 147

Psalm 147:9: Die het vee zijn voeder geeft, aan de jonge raven als zij roepen.

De les van de vier dieren - Spreuken 30

Spreuken 30:24-28: Deze vier zijn van de kleinste der aarde; doch dezelve zijn wijs, met wijsheid welvoorzien: De mieren zijn een onsterk volk, evenwel bereiden zij in den zomer haar spijze; De konijnen zijn een machteloos volk, nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen; De sprinkhanen hebben geen koning, nochtans gaan zij alle uit, zich verdelende in hopen; De spinnenkop grijpt met de handen, en is in de paleizen der koningen.

Daniël in de leeuwenkuil – Daniël 6

Daniël 6:17-18: Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniël: Uw God, Dien gij geduriglijk eert, Die verlosse u. En er werd één steen gebracht en op den mond des kuils gelegd; en de koning verzegelde denzelven met zijn ring en met den ring zijner geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden.

Purperen kleed, doornenkroon, rietstok - Mattheüs 27

Mattheüs 27:28: En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;

Laat de kinderen tot Mij komen - Markus 10

Markus 10:14: Maar Jezus dat ziende, nam het zeer kwalijk en zeide tot hen: Laat de kinderkens tot Mij komen en verhindert hen niet; want derzulken is het Koninkrijk Gods.

De blinde Bartimeüs genezen – Markus 10

Markus 10:47-48: En horende dat het Jezus de Nazaréner was, begon hij te roepen en te zeggen: Jezus, Gij Zone Davids, ontferm U mijner. En velen bestraften hem, opdat hij zwijgen zou; maar hij riep zoveel te meer: Gij Zone Davids, ontferm U mijner.

Penning van de weduwe - Markus 12

Markus 12:43: En Jezus Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft dan allen die in de schatkist geworpen hebben.

Het Kind van Bethlehem, gezien en geloofd – Lukas 2

Lukas 2:7: En er waren herders in diezelve landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.

In doeken gewonden - Lukas 2

Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

Zij baarde haar eerstgeboren Zoon - Lukas 2

Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

De farizeeër en de tollenaar – Lukas 18

Lukas 18:13: En de tollenaar van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God, zijt mij zondaar genadig.

Alzo lief heeft God de wereld gehad – Johannes 3

Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.

Vijf broden en twee vissen - Johannes 6

Johannes 6:9: Hier is een jonksken dat vijf gerstebroden heeft en twee visjes; maar wat zijn deze onder zovelen?

Prik in het hart - Handelingen 2

Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?

Saulus van Tarsen bidt - Handelingen 9

Handelingen 9:11: En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt;

Bidt zonder ophouden – 1 Thessalonicenzen 5

1 Thessalonicenzen 5:17: Bidt zonder ophouden.

Kruiswoorden
Moederdag
Nabetrachting

Wolkkolom en vuurkolom (deel 4) – Exodus 13

Exodus 13:21: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hun lichtte, om voort te gaan dag en nacht.

Niet in één jaar, maar stap voor stap (deel 14) - Exodus 23

Exodus 23:30: Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.

De keus van Orpa - Ruth 1

Ruth 1:14-15: Toen hieven zij haar stem op en weenden wederom; en Orpa kuste haar schoonmoeder, maar Ruth kleefde haar aan. Daarom zeide zij: Zie, uw zwagerin is wedergekeerd tot haar volk en tot haar goden; keer gij ook weder, uw zwagerin na.

Elia en de roeping van Elisa – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:19: Zo ging hij vandaar en vond Elísa, den zoon van Safat; diezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich heen, en hij was bij het twaalfde; en Elía ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

Hij zal Israël verlossen - Psalm 130

Psalm 130:7-8: Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.

Zingen van de wegen des HEEREN - Psalm 138

Psalm 138:8: De HEERE zal het voor mij voleinden; Uw goedertierenheid, HEERE, is in eeuwigheid; laat niet varen de werken Uwer handen.

Bundeltje mirre – Hooglied 1

Hooglied 1:13-14: Mijn Liefste is mij een bundelken mirre, dat tussen mijn borsten vernacht. Mijn Liefste is mij een tros van cyprus in de wijngaarden van Engédi.

Tot de schaduwen vlieden - Hooglied 2

Hooglied 2:15: Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden verderven; want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.

Bij Mij, van de Libanon af – Hooglied 4

Hooglied 4:8: Bij Mij van den Libanon af, o bruid, kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amána, van den top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.

Zevenvoudig danklied - Jesaja 12

Jesaja 12:3-4: En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils, En zult te dienzelven dage zeggen: Dankt den HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken; vermeldt dat Zijn Naam verhoogd is.

Wanneer gij zult gaan door het water - Jesaja 43

Jesaja 43:2: Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.

En u zult een walging van u zelf hebben – Ezechiël 36

Ezechiël 36:31: Dan zult gij gedenken aan uw boze wegen en uw handelingen die niet goed waren; en gij zult een walging van uzelven hebben over uw ongerechtigheden en over uw gruwelen.

Hij zal zwijgen in Zijn liefde - Zefanja 3

Zefanja 3:17: De HEERE uw God is in het midden van u, een Held Die verlossen zal; Hij zal over u vrolijk zijn met blijdschap, Hij zal zwijgen in Zijn liefde, Hij zal Zich over u verheugen met gejuich.

Vervolging, smaad en laster (4) - Mattheüs 5

Mattheüs 5:10: Zalig zijn die vervolgd worden om der gerechtigheid wil; want hunner is het Koninkrijk der hemelen.

De lofzang gezongen, het Hallel - Mattheüs 26

Mattheüs 26:30: En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.

Mijn schapen horen Mijn stem - Johannes 10

Johannes 10:27-28: Mijn schapen horen Mijn stem, en Ik ken dezelve, en zij volgen Mij; En Ik geef hun het eeuwige leven; en zij zullen niet verloren gaan in der eeuwigheid, en niemand zal dezelve uit Mijn hand rukken.

Waarschuwing aan Petrus: De haan zal kraaien! - Johannes 13

Johannes 13:38: Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.

Kinderen zijn ook erfgenamen - Romeinen 8

Romeinen 8:16-17: Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn. En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

Niets zal ons kunnen scheiden - Romeinen 8

Romeinen 8:38-39: Want ik ben verzekerd dat noch dood noch leven, noch engelen noch overheden noch machten, noch tegenwoordige noch toekomende dingen, Noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, welke is in Christus Jezus, onzen Heere.

Roemen in het vlees of in het kruis (deel 14) - Galaten 6

Galaten 6:14: Maar het zij verre van mij dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus, door welken de wereld mij gekruisigd is, en ik der wereld.

Een lofzang op Gods verkiezende genade - Efeze 1

Efeze 1:4: Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde;

Ouders
Overlijden
Overlijden kind
Simson

Manóach en zijn vrouw, ouders van Simson (I) - Richteren 13

Richteren 13:3: En een Engel des HEEREN verscheen aan deze vrouw, en Hij zeide tot haar: Zie nu, gij zijt onvruchtbaar en hebt niet gebaard, maar gij zult zwanger worden en een zoon baren.

Simsons bruiloft in Timnath (III) - Richteren 14

Richteren 14:1: En Simson ging af naar Timnath, en gezien hebbende een vrouw te Timnath, van de dochteren der Filistijnen,

Simson: Roeping en verleiding (II) - Richteren 14

Richteren 14:5: Alzo ging Simson met zijn vader en zijn moeder henen af naar Timnath. Als zij nu kwamen tot aan de wijngaarden van Timnath, ziedaar, een jonge leeuw, brullende hem tegemoet.

Simson overgegeven aan Filistijnen (IV) - Richteren 15

Richteren 15:11: Toen kwamen drieduizend mannen af uit Juda tot het hol der rots van Etam en zeiden tot Simson: Wist gij niet dat de Filistijnen over ons heersen? Waarom hebt gij ons dan dit gedaan? En hij zeide tot hen: Gelijk als zij mij gedaan hebben, alzo heb ik hunlieden gedaan.

Simsons dorst in Lechi (V) - Richteren 15

Richteren 15:18: Als hem nu zeer dorstte, zo riep hij tot den HEERE en zeide: Gij hebt door de hand van Uw knecht dit grote heil gegeven; zou ik dan nu van dorst sterven en vallen in de hand dezer onbesnedenen?

Simson en stadspoort van Gaza (VI) - Richteren 16

Richteren 16: Simson nu ging heen naar Gaza; en hij zag aldaar een vrouw die een hoer was, en hij ging tot haar in.

Delila en de tempel van Dagon (VII) - Richteren 16

Richteren 16:30: Als nu Delíla zag dat hij haar zijn ganse hart verklaard had, zo zond zij heen en riep de vorsten der Filistijnen, zeggende: Komt ditmaal op, want hij heeft mij zijn ganse hart verklaard. En de vorsten der Filistijnen kwamen tot haar op en brachten het geld in hun hand.

Verbond
Voorbereiding

Bloed van het paaslam (deel 1) – Exodus 12

Exodus 12:7: En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten en aan den bovendorpel, aan de huizen in dewelke zij het eten zullen.

Doe het zuurdesem weg (deel 2) – Exodus 12

Exodus 12:15: Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel die zal uitgeroeid worden uit Israël.

Op vleugelen arenden gedragen (deel 12) - Exodus 19

Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaars gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.

Elia onder de jeneverboom – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:5: En hij legde zich neder en sliep onder een jeneverboom; en zie, toen roerde hem een engel aan en zeide tot hem: Sta op, eet.

Elia en het suizen van een zachte stilte (deel 13) – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:12: En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

God heb ik lief – Psalm 116

Psalm 116:1-2: Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen. Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.

Bezweken van verlangen – Psalm 119

Psalm 119:81-83: Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.

HEERE, wie zal bestaan? - Psalm 130

Psalm 130:3: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?

Ik verwacht de HEERE - Psalm 130

Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.

Trek mij, wij zullen U nalopen - Hooglied 1

Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen. De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.

Ik ben zwart, doch liefelijk - Hooglied 1

Hooglied 1:5: Ik ben zwart, doch lieflijk (gij dochteren van Jeruzalem), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Sálomo.

Roos van Saron, Lelie der dalen - Hooglied 2

Hooglied 2:1-2: Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen. Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.

Sta op, Mijn vriendin - Hooglied 2

Hooglied 2:10: Mijn Liefste antwoordt en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom.

Ik zocht Hem, Dien mijn ziel liefheeft - Hooglied 3

Hooglied 3:1: Ik zocht des nachts op mijn leger Hem Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide:

De koning Salomo met de kroon - Hooglied 3

Hooglied 3:11: Gaat uit en aanschouwt, gij dochteren Sions, den koning Sálomo, met de kroon waarmede hem zijn moeder kroonde op den dag zijner bruiloft, en op den dag der vreugde zijns harten.

De HEERE zal wachten – Jesaja 30

Jesaja 30:18: En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen die Hem verwachten.

En die Man zal zijn, als een Verberging – Jesaja 32

Jesaja 32:2: En die Man zal zijn als een verberging tegen den wind en een schuilplaats tegen den vloed; als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.

Gekrookte riet - Jesaja 42

Jesaja 42:3: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek, die zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.

Om te openen de blinde ogen - Jesaja 42

Jesaja 42:6-7: Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen, Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.

Wie heeft onze prediking geloofd - Jesaja 53

Jesaja 53:1: Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?

Onze smarten heeft Hij gedragen – Jesaja 53

Jesaja 53:4: Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten, die heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.

Het verlorene zal Ik zoeken - Ezechiël 34

Ezechiël 34:16: Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal hen weiden met oordeel.

En Ik zal u een nieuw hart geven – Ezechiël 36

Ezechiël 36:25: Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.

Armen van geest (deel 1) – Mattheüs 5

Mattheus 5:3-5: Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.

Reinen van hart (2) – Mattheüs 5

Mattheus 5:8: Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.

Zalving door Maria in Bethanië - Mattheüs 26

Mattheüs 26:6-7: Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon den melaatse, Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.

Ben ik het, Heere? – Mattheüs 26

Mattheüs 26:22: En zij zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?

Grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten – Lukas 22

Lukas 22:15: En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;

Tranen van dochters van Jeruzalem - Lukas 23

Lukas 23:27: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.

Liefgehad tot het einde - Johannes 13

Johannes 13:1: En vóór het feest van het pascha, Jezus wetende dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.

Voetwassing, zelfvernederende liefde - Johannes 13

Johannes 13:4-5: Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek waarmede Hij omgord was.

Die door de Geest geleid worden - Romeinen 8

Romeinen 8:14: Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

De Geest komt onze zwakheden mede te hulp – Romeinen 8

Romeinen 8:26: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.

Onwaardiglijk eten en drinken - 1 Korinthe 11

1 Korinthe 11:27-28: Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood en drinke van den drinkbeker.

Verwacht elkander - 1 Korinthe 11

1 Korinthe 11:33: Zo dan, mijne broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.

Door Geest leven en wandelen (deel 12) - Galaten 5

Galaten 5:25: Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.

Wie meent iets te zijn (deel 13) - Galaten 6

Galaten 6:3-4: Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed. Maar een iegelijk beproeve zijns zelfs werk; en alsdan zal hij aan zichzelven alleen roem hebben, en niet aan een ander.

Woestijnreis

Bloed van het paaslam (deel 1) – Exodus 12

Exodus 12:7: En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten en aan den bovendorpel, aan de huizen in dewelke zij het eten zullen.

Doe het zuurdesem weg (deel 2) – Exodus 12

Exodus 12:15: Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel die zal uitgeroeid worden uit Israël.

Ons Pascha geslacht (deel 3) – Exodus 12

Exodus 12:21: Mozes dan riep al de oudsten van Israël en zeide tot hen: Leest uit en neemt u lammeren voor uw huisgezinnen en slacht het pascha.

Wolkkolom en vuurkolom (deel 4) – Exodus 13

Exodus 13:21: En de HEERE toog voor hun aangezicht, des daags in een wolkkolom, dat Hij hen op den weg leidde, en des nachts in een vuurkolom, dat Hij hun lichtte, om voort te gaan dag en nacht.

Door Rode Zee of Schelfzee (deel 5) – Exodus 14

Exodus 14:13-14: Doch Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, staat vast en ziet het heil des HEEREN dat Hij heden aan ulieden doen zal; want de Egyptenaars die gij heden gezien hebt, zult gij niet weder zien in der eeuwigheid. De HEERE zal voor ulieden strijden, en gij zult stil zijn.

Het lied van Mozes (deel 6) – Exodus 15

Exodus 15:13: Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.

Mara, bitter water (deel 7) – Exodus 15

Exodus 15:23: Toen kwamen zij te Mara; doch zij konden het water van Mara niet drinken, want het was bitter; daarom werd deszelfs naam genoemd Mara.

Manna, hemels brood (deel 8) – Exodus 16

Exodus 16:14-15: Als nu de liggende dauw opgevaren was, zo zie, over de woestijn was een klein rond ding, klein als de rijm op de aarde. Toen het de kinderen Israëls zagen, zo zeiden zij de een tot den ander: Het is Man; want zij wisten niet wat het was. Mozes dan zeide tot hen: Dit is het brood hetwelk de HEERE ulieden te eten gegeven heeft.

Rafidim, water uit de steenrots (deel 9) – Exodus 17

Exodus 17:1: Daarna toog de ganse vergadering der kinderen Israëls naar hun dagreizen uit de woestijn Sin, op het bevel des HEEREN, en zij legerden zich te Rafidîm; daar nu was geen water voor het volk om te drinken.

Mozes, Aäron en Hur, oorlog Amalek (deel 10) – Exodus 17

Exodus 17:8-9: Toen kwam Amalek, en streed tegen Israël in Rafidîm. Mozes dan zeide tot Jozua: Kies ons mannen en trek uit, strijd tegen Amalek; morgen zal ik op de hoogte des heuvels staan, en de staf Gods zal in mijn hand zijn.

Op vleugelen arenden gedragen (deel 12) - Exodus 19

Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaars gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.

Niet in één jaar, maar stap voor stap (deel 14) - Exodus 23

Exodus 23:30: Ik zal hen allengskens van uw aangezicht uitstoten, totdat gij gewassen zijt en het land erft.

Moet Mijn aangezicht met u gaan? - Exodus 33

Exodus 33:14-15: Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen? Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.

Sta op, HEERE; Tabera in woestijn (deel 16) - Numeri 10-11

Numeri 10:35: Het geschiedde nu in het optrekken van de ark, dat Mozes zeide: Sta op, HEERE, en laat Uw vijanden verstrooid worden en Uw haters van Uw aangezicht vlieden.

Grote gevaar van ondankbaarheid (deel 17) - Numeri 11

Numeri 11:34: Daarom heette men den naam derzelver plaats Kibrôth-Táäva; want daar begroeven zij het volk dat belust was geweest.

Opstand Mirjam en Aäron tegen Mozes (deel 18) - Numeri 12

Numeri 12:1: Mirjam nu sprak en Aäron tegen Mozes ter oorzake der vrouw, der Cuschitische, die hij genomen had; want hij had een Cuschitische ter vrouw genomen.

De verspieders van beloofde land (deel 19) - Numeri 13

Numeri 13:30-31: . En zij vertelden hem, en zeiden: Wij zijn gekomen tot dat land, waarheen gij ons gezonden hebt; en voorwaar, het is van melk en honig vloeiende, en dit is zijn vrucht.

Elia en het suizen van een zachte stilte (deel 13) – 1 Koningen 19

1 Koningen 19:12: En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

Wonder

Danken met lege handen – 1 Koningen 17

1 Koningen 17:11-12: Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE uw God leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een handvol meel in de kruik en een weinig olie in de fles; en zie, ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten en sterven.

Grachten in de woestijn van Edom (Elisa 3) – 2 Koningen 3

2 Koningen 3:15-16: Nu dan, brengt mij een speelman. En het geschiedde als de speelman op de snaren speelde, dat de hand des HEEREN op hem kwam. En hij zeide: Zo zegt de HEERE: Maakt in dit dal vele grachten.

Weduwe en olie in lege vaten (Elisa 4) - 2 Koningen 4

2 Koningen 4:2: En Elísa zeide tot haar: Wat zal ik u doen? Geef mij te kennen, wat gij in het huis hebt. En zij zeide: Uw dienstmaagd heeft niet met al in het huis dan een kruik met olie.

De drijvende bijl (Elisa 7) – 2 Koningen 6

2 Koningen 6:5-6: En het geschiedde als een het timmerhout velde, dat het ijzer in het water viel; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer; want het was geleend. En de man Gods zeide: Waar is het gevallen? En toen hij hem de plaats gewezen had, sneed hij een hout af en wierp het daarheen en deed het ijzer bovenzwemmen.

Bloedvloeiende vrouw – Markus 5

Markus 5:27-29: Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren en raakte Zijn kleed aan. Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, ik zal gezond worden. En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam dat zij van die kwaal genezen was.

Bruiloft te Kana – Johannes 2

Johannes 2:11: Dit beginsel der tekenen heeft Jezus gedaan te Kana in Galiléa, en heeft Zijn heerlijkheid geopenbaard; en Zijn discipelen geloofden in Hem.

De verlamde in Bethesda - Johannes 5

Johannes 5:6: Jezus ziende dezen liggen, en wetende dat hij nu langen tijd gelegen had, zeide tot hem: Wilt gij gezond worden?