PREEK · KERKELIJK JAAR

Prik in het hart - Handelingen 2

Pinksteren - 25 mei 2015

Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?

INLEIDING

Op de Pinksterdag brengt Petrus voor een grote schare in Jeruzalem de rijke boodschap van de gekruisigde en opgestane Christus, en het Woord raakt de harten van de hoorders diep: “en als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart”, zo lezen wij in Handelingen 2 vers 37. Ze kregen een prik in hun hart: doorstoken. Deze leespreek neemt u mee bij die aangrijpende prik in het hart en wijst de weg naar de rijke vrucht die daarop volgt.

THEMA

Een prik in je hart

KERNPUNTEN

  1. Wat is dat?
  2. Hoe gaat dat?
  3. Wie doet dat?

HANDELINGEN 2:32-37

32 Dezen Jezus heeft God opgewekt; waarvan wij allen getuigen zijn.
33 Hij dan door de rechterhand Gods verhoogd zijnde, en de belofte des Heiligen Geestes ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort dat gij nu ziet en hoort.
34 Want David is niet opgevaren in de hemelen; maar hij zegt: De Heere heeft gesproken tot mijn Heere: Zit aan Mijn rechterhand,
35 Totdat Ik Uw vijanden zal gezet hebben tot een voetbank Uwer voeten.
36 Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Dien gij gekruist hebt.
37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?

VOLLEDIGE TEKST

Prik in het hart - Handelingen 2

ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:37

THEMA

Een prik in je hart

AANDACHTSPUNTEN

  1. Wat is dat?
  2. Hoe gaat dat?
  3. Wie doet dat?

LITURGIE

Psalm 116:1 of 81:12

Lezen Handelingen 2:22-37

Psalm 45:2,3,4

Psalm 38:18

Psalm 145:6,7

Gemeente, de preek gaat vandaag over de pinksterpreek van Petrus. Dat was een bijzondere preek. Maar wat maakte die preek van Petrus eigenlijk zo bijzonder? Jongens en meisjes, wat vinden jullie een bijzondere preek? Wat vind je een mooie preek? Misschien zeg je: ‘Nou, een preek die ik goed kan begrijpen, waar ik m’n gedachten goed bij kan houden en niet steeds aan andere dingen moet denken. Als ik de preek goed kan onthouden, en er thuis met m’n broertjes en zusjes of met papa en mama over kan praten.’ Ouderen, wat vindt u een bijzondere preek? Misschien zegt u: ‘Een preek die me aanspreekt, die me raakt en me bijblijft.’ Of: ‘Een preek waar ik iets aan heb, waar ik iets mee kan in de komende week.’

Ja, het zou allemaal kunnen. Maar (ik hoop het natuurlijk niet), maar misschien bent u die mooie of bijzondere preek volgende week alweer vergeten. Misschien morgen al. Wat maakt nu dat jij, dat u een preek nooit zult vergeten? Wat maakt dat een preek u blijvend zal veranderen? Gemeente, jongelui, daar hoeft een preek helemaal niet mooi voor te zijn. Kijk maar naar de preek van Petrus. Er is zo-even een stukje uit voorgelezen.

Wat is dat eigenlijk voor preek, die pinksterpreek van Petrus? Het is in de eerste plaats een heel eenvoudige preek. Een kind kan hem begrijpen en volgen. Het is ook een preek vol van bewogenheid. Petrus spreekt nota bene de mensen die de Heere Jezus kort geleden gekruisigd hebben aan als ‘mannen broeders’! Het is ook een preek vol van scherpte en vol van overtuiging. Je voelt aan: wat Petrus zegt is waar! Hij is een getuige. Hij heeft het gehoord, hij heeft het gezien. De pinksterpreek van Petrus is vol eenvoud, vol scherpte, vol liefde, vol overtuiging. Hij is ook vol van de Schrift. U hoort Petrus niet zeggen: ‘Mannen, dit is mijn mening, zo denk ik erover.’ Als een dominee dat zegt, dan hoef je eigenlijk al niet meer te luisteren. Maar Petrus zegt als het ware: ‘Zo zegt de Heere!’ Maar dit is vooral het geheim van de preek van Petrus op de pinksterdag: het is de Heilige Geest Die spreekt. Petrus preekt. Maar hij is vervuld, volgegoten met de Heilige Geest. Hij spreekt (als één

van die honderdtwintig mensen) woorden van God, woorden die vol zijn van Goddelijke en hemelse kracht, omdat hij vol is van de Heilige Geest. En dat maakt zijn preek, de pinksterpreek tot zo’n fijne preek, waar je zo heerlijk naar kunt luisteren? Nee, dat maakt zijn preek tot een priem, tot een lange scherpe naald, die dwars door hun hart gaat. Daar gaat vanmorgen de preek over: over een prik in je hart.

De tekst voor de preek kunt u vinden in Handelingen 2:37, en daarvan het eerste deel, vers 37a En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart.

Het thema voor de preek is: Een prik in je hart. Want letterlijk staat er in de tekst: ‘Zij werden geprikt, doorpriemd in hun hart.’

Er zijn drie aandachtspunten, eigenlijk zijn het drie vragen. Probeer ze, jongens en meisjes, goed te onthouden. 1. De eerste vraag: een prik in je hart: Wat is dat? 2. De tweede vraag: een prik in je hart: Hoe gaat dat? 3. De derde vraag: een prik in je hart: Wie doet dat?

1. Een prik in je hart: Wat is dat? Jongens en meisjes, als je een prik krijgt in je arm of in je been, dan doet dat pijn. Als je met je voet in een naald of een speld trapt, dan doet dat zeer. Of als iemand stiekem een punaise op je stoel legt en je gaat erop zitten, dan zeg je: ‘Au! Dat doet zeer!’ Maar ja, gevaarlijk is het niet. In de tekst gaat het om een heel andere prik. De preek van Petrus is een prik in het… hart!

Je hart. Wat is dat? Je hart is je leven. Dus een prik in je hart is levensgevaarlijk! Je hart, daar gaat het eigenlijk om in de kerk. Het gaat er niet alleen om dat je mooi kunt zingen en dat je meezingt met je mond (dat is natuurlijk ook belangrijk), maar het gaat erom dat je meezingt met je hart. Zoals we gezongen hebben: Het gaat er in de kerk niet alleen om dat je je oren spitst en goed luistert met je oren, maar het gaat erom dat je luistert met je hart. Het gaat erom dat je zegt in je hart: ‘Heere, ik hoor Uw stem. En… wat U zegt tegen mij, dat is waar.’

Je hart, jongens en meisjes, kan aangeraakt worden tijdens de preek. Soms heel erg. Je moet steeds terugdenken aan de preek van afgelopen zondag. En, je wordt er een beetje onrustig van in je hart. Ouderen, dat is u ongetwijfeld ook wel eens overkomen. U werd onrustig. Maar, daarna ging het over. U zegt: ‘Ja, maar toen is de dominee anders gaan preken, daarna werden er andere preken gelezen.’ Ja, of u bent anders gaan luisteren. Want de preken van de dominee en de leespreken van de broeders zijn niet veranderd.

Die preken gaan nog steeds over zonde. Maar, wees eerlijk, uw zonde drukt u niet meer. Die preken gaan nog steeds over schuld. Maar uw schuld benauwt u niet meer. Die preken gaan nog steeds over de hemel. Maar de hemel lokt u niet meer. Die preken gaan nog steeds over de hel. Maar de hel boezemt u geen angst meer in. Die preken gaan nog steeds over de noodzaak van de wedergeboorte. Maar u zegt met een zucht: ‘Tja, dat heb ik nu al zo vaak gehoord.’

Uw hart was aangeraakt. Maar er is niet doorheen geprikt. Het is net, jongens en meisjes, als met een prik van de dokter. Als die naald van de dokter alleen maar je huid, je velletje aanraakt, dan schrik je wel, maar pijn doet het eigenlijk nog niet. Het doet pas pijn als die naald door je huid heen prikt.

U zegt: ‘Is dat nu Pinksteren? Dat valt me tegen. Pinksteren is toch een feestdag, een hoogtijdag? Is dat nu het werk van de Geest: prikken, doorsteken, doorpriemen?’ Ja, het begin van het werk van de Geest in het hart van een mens is… een prik in je hart.

Het begint niet met de gaven van de Geest, met het roemen in de Geest, met het kiezen voor Jezus, met het aannemen van de Zaligmaker, het begint niet met heiligmaking en groeien in het geloof en in liefde. Het begint met een prik in je hart! Dat heeft de Heere Jezus Zelf gezegd: Die gekomen zijnde – de Trooster – zal de wereld overtuigen van zonde (Johannes 16:8). Letterlijk staat er in deze tekst: de Heilige Geest zal mensen ontmaskeren en aanklagen als misdadigers voor God.

Als de Geest werkt, dan prikt Hij in je hart. Diep in je hart. Zoals de naald van een dokter diep in je vlees gaat. Die priem, die pijl dringt binnen in het diepst van je hart. Dat wil zeggen: in het binnenste van je mens-zijn. Van je willen, je voelen, je verlangen, je denken, van je… alles.

Diep in het hart van… vrienden? Nee! Dat ziet u op de pinksterdag. Diep in het hart van vijanden. Van moordenaars. U zegt: ‘Ben ik dan een moordenaar?’ Ja. En ik ook. Onze zonden en ons ongeloof hebben Hem diep in zijn hart gestoken. Maar dit is het werk van de Geest, dit is de eerste uitwerking van het Woord op de pinksterdag… Dat we zo fijn gaan luisteren? Zoals we altijd al gewend waren om zo fijn te luisteren? Nee! De Geest schiet het Woord als een scherpe pijl en steekt een scherpe priem diep in het hart van zulke vijanden.

Vroeger in Papua schoten ze met pijlen als het oorlog was. Als je dan een pijl kreeg in je arm of in je been, dan kon je nog wel doorlopen. Maar als je een pijl kreeg in je hart, dan was het over en uit. Dan was het klaar. Dan lag je op de grond. Net als Paulus op de weg naar Damascus. Dan kun je hooguit nog maar één woord zeggen: ‘Genade! Genade! Heere God, wees mij zondaar, wees mij vijand, wees mij moordenaar, genadig!’ Is dat de taal van uw hart? Onderzoek uw hart eens. Zit u met dat gebed in de kerk?

Hebt u wel eens een pijl gehad in uw hart? Bent u wel eens geprikt in uw hart? Jullie, jongens en meisjes? Misschien zeg je: ‘Hoe kun je dat weten?’ Als je een prik krijgt van de dokter, weet je dat goed. Dat doet zeer. Zo doet een pijl in je hart ook pijn. Een hart dat doorboord wordt door een pijl, door een priem, dat… huilt. Tranen van verdriet, van pijn, van berouw. Geen krokodillentranen, maar hartetranen. Misschien zien de mensen er helemaal niets van. Tranen in het hart van verdriet en van pijn: ‘O Heere, dat ik toch zo gezondigd heb tegen U!’

Luister eens, jongens en meisjes. Wees eens eerlijk: huilen jullie in je hart wel eens tranen voor de Heere? Misschien zeg je: ‘Ja, ik moet wel eens huilen. Ik moet heel vaak huilen tegenwoordig, want er zijn zoveel nare dingen. Ik word geplaagd op school en, wat ook zo naar is, mijn vader en moeder hebben steeds ruzie en dat wordt alleen maar erger. Ik ben zo bang dat ze gaan scheiden. En schoolwerk… dat vind ik ook al zo moeilijk.’ Ja, ik begrijp het. Dat zijn heel moeilijke tranen, zeker als je daar niet met andere mensen over kunt praten. Ik hoop dat de Heere je wil helpen, en mensen stuurt, grote mensen of andere kinderen, om je te helpen in al die moeilijke dingen. Toch wil ik je nog een andere vraag stellen. Kijk eens heel goed in je hart. Ken je ook die andere tranen? Terwijl je een heel stil plekje zoekt, waar niemand je ziet? Tranen in je hart, niet over je wangen, maar diep in je hart? Zeg je: ‘Heere, ik heb zo’n verdriet over mijn zonden, ik doe zoveel slechte dingen. Heere, ik houd van U, maar ik weet niet hoe ik met U leven kan. O, help me toch, bekeer me toch, geef me toch een nieuw hart!’ Ken je die tranen? Huilt jullie hart wel eens zulke tranen voor de Heere?

Want zo, in die weg, op die manier geeft de Geest van God aan kinderen en ook aan ouderen een nieuw hart. Door de weg van tranen, hartetranen, van pijn, hartepijn.

Als je het over de Heilige Geest hebt, dan heb je het over tranen. Een geloof zonder tranen is een dood geloof. Ik bedoel niet die zichtbare tranen, maar ik bedoel de tranen van het hart. Geloof zonder hartepijn is een dood geloof. Een geloof zonder innig verdriet en hartelijk berouw over de zonden (ik zeg het eerlijk tegen u) is een dood geloof. Geloof en berouw zijn tweelingen, ze horen bij elkaar. Niemand heeft ooit in zijn leven werkelijk op Christus gezien zonder innig berouw en zonder de hartelijke belijdenis: ’Ik heb die kroon gevlochten, ik heb die beker gevuld met mijn zonden en met mijn schuld.’ Hoe kan je spreken over de Heere Jezus Christus, zonder tranen in je hart om de zonden die Hem het leven gekost hebben? Als u altijd met droge ogen of zonder tranen in uw hart kunt spreken over de vanzelfsprekende liefde van Jezus voor u, dan dient u een andere Jezus dan wij, dan dient u niet de Gekruisigde. Want allen die tot Christus komen, komen met betraande ogen.

Een pijl in je hart, een prik in je ziel. Wat is dat? Dat is het werk van God, dat een diep en blijvend berouw geeft in het hart.

Verdriet en pijn dat ik zo tegen God gezondigd heb. Het gaat steeds meer pijn doen. En het gaat ook nooit meer over. En tegelijkertijd verandert ons leven totaal. Helemaal. Het is immers, zo’n prik in het hart, een doodsteek. Een doodsteek in een hart dat klopte van vermaak in de zonde, in een hart dat klopte van liefde tot onze eigen goedheid en eigengerechtigheid. Maar die ene prik, die ene priem, die ene pijl is genoeg en… we vallen voor God, en we zeggen: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’

Beste vrienden, ik wil zo graag weten, zeg me: Hoe het staat met uw hart? Onderzoek uw hart eens. Nee, ik vraag u niet naar uw opvattingen, uw gevoelens, uw meningen, maar ik vraag u heel bewust naar uw hart! Bent u wel eens geprikt in uw hart? Jullie, jongens en meisjes? Ben je wel eens door de Heere geprikt in je hart?

U zegt: ‘Ja, weet u, mijn leven is veranderd. Ik ben een ander mens geworden. Het Woord heeft me geraakt, ik ben ernstig geworden en tegenwoordig ga ik naar de vereniging en naar de Bijbelstudie.’ Maar ik vraag u heel persoonlijk: bent u wel eens dodelijk geprikt in uw hart? U zegt: ‘Jazeker, ik heb liefde tot Jezus gekregen. Tegenwoordig spreek ik met mijn buren over Jezus en ik getuig van Hem en van mijn liefde tot Hem.’ Ja, maar ik vraag u: bent u wel eens dodelijk geprikt in uw hart, zodat u bent gaan zien dat u geen vriend bent van Jezus, maar een vijand en een moordenaar? U zegt: ik wil zo graag rustig en ontspannen luister in de kerk, naar een mooie preek. Ja, dat weet ik. Maar met die rust, met dat rustige luisteren, loopt het uiteindelijk verkeerd af. Zeg mij: hoe is het met uw hart? Op welke weg loopt u? U weet het, er zijn maar twee wegen. Bent u op weg naar de hemel of bent u op weg naar de hel? Op weg naar de hel wordt druk gepraat over de zonde, daar is veel vrome praat, en daar wordt ook druk gesproken over Jezus. Op weg naar de hemel lopen verbrokenen van hart, verslagenen van geest, die geprikt zijn in hun hart en die zuchten om de genade van Christus. En die roemen in Zijn onverdiende goedheid en genade. Kijk eens in uw hart, gemeente. Geef eens antwoord op die vraag. Bent u op weg naar de hemel of op weg naar de hel? Drie vragen, zeiden we. Een prik in je hart: wat is dat? De tweede vraag is:

2. Een prik in je hart: Hoe gaat dat? Hoe gaat dat, jongens en meisjes, als je een prik krijgt van een dokter of van een zuster? Nou, die maakt eerst de naald klaar en het buisje voor het bloed. Misschien wil je er wel liever niet naar kijken, maar je hoort en merkt dat het gebeurt. Dan poetst ze een beetje op je arm en zegt ze: ‘Geef me die arm maar. Werk maar een beetje mee. Ontspan maar een beetje.’ En dan... o, dan is daar toch ineens die prik. Au…!

Hoe gaat het nu als de Heilige Geest prikt in je hart? Wat is die priem, die lange, dikke naald eigenlijk?

Die priem is het Woord van God. Wat Petrus zegt: de Schrift is vervuld, de Heere Jezus is gekomen… Maar (au, dat is de prik, dat is de priem!) u hebt Hem gekruisigd! En dat woord prikt als een priem, als een naald, als een scherpe pijl in hun hart.

Kan het ook anders? Ja, dat kan. De Heere werkt heel verschillend en de Heilige Geest is vrij in de manier waarop Hij werkt in het hart van mensen. Maar misschien hebben die verschillende wegen uiteindelijk toch ook weer iets in zich van eenzelfde patroon. Daar is die ene zonde. Niemand weet het. En je gaat door. Die foute relatie. Die je verbergt voor je man, voor je eigen vrouw en voor iedereen. Die diefstal, dat overspel, dat altijd maar weer spreken van vals getuigenis. Het Woord raakt je wel, het Woord grijpt je soms wel aan, maar je gaat ermee door. Je verzet je uit alle macht. Maar dan… plotseling, is er als een bliksemschicht uit een heldere hemel, dat licht dat u neervelt en die stem die zegt: ‘Ik ben Jezus. U zondigt tegen Mij.’ Ik ben Jezus, Die Gij vervolgt (Handelingen 9:5). Als een pijl dwars door je hart. En je valt op de grond. Die pijlen zijn vlijmscherp. Ze treffen in het hart van des Konings vijanden. En je schreeuwt het uit: ‘O God, ik heb tegen U gezondigd!’ Je bukt, je buigt, je kruipt weg van schaamte voor God. De schuld drukt je neer en je roept het uit: ‘Ja, Heere, U hebt gelijk. Ik heb gezondigd en ik zondig steeds weer en dat tegen beter weten in.’

U zegt wellicht: ‘Ja, maar… ik ben geen vervolger van de gemeente zoals Paulus. En ik ben evenmin een moordenaar.’ Ja, maar dat is de taal van een onbekeerd hart. U bent het wel, maar u ziet het niet.

Een prik in je hart. Hoe dat gaat? Het kan als een plotselinge bliksemschicht uit de hemel en een stem die je neervelt. Het kan ook anders. Paulus, Silas, Lukas en Timotheüs, vier mannen, spreken bij de rivier van Filippi met een groepje vrouwen, onder wie ook Lydia. En Lukas schrijft zo heel eenvoudig: ‘En de Heere opende het hart van Lydia.’ Goddelijk geweld, maar toch… zo anders. Welker hart de Heere heeft geopend, dat zij acht gaf (met heel haar hart en leven) op hetgeen van Paulus gesproken werd.

Hoe werkt de Heilige Geest? Hij kan het hart openen door een plotseling en krachtig ingrijpen. Maar het kan ook door het zien van de goedheid van de Heere in je leven. U was gezond, u werd heel ziek. Gevaarlijk ziek. Misschien wel opgegeven door de dokters, maar u bent toch weer beter geworden. Wat een goedheid van de Heere. Misschien wel in uw huwelijk: 25, 30, 40 jaar getrouwd. De trouwe zorg van de Heere over uw kinderen. Wie kon ooit beter zorgen voor uw kinderen dan dat God dat heeft gedaan? De zegen op uw werk, die u mocht ervaren. Nooit het wonder daarvan gezien, tot plotseling uw ogen daarvoor opengingen. Nee, dat was geen proces van bewustwording, geen ontwaken in eigen kracht. Het was een opstaan uit de dood door Goddelijk ingrijpen. Opeens zag u het, uw ogen gingen open

voor al die onverdiende goedheid van God. Het stak als een priem in uw hart. Toen brak uw hart: ‘Heere, wat bent U toch goed. Maar wat ben ik toch slecht voor U.’

Hoe de Heere het doet, daarin is hij vrij. Maar wat prikt nu het diepst? Wat treft nu het diepst in het hart van een vijand? Wat is het meest pijnlijk? Welke tranen zijn het meest hartelijk? U, die de Heere kent en vreest, geef eens antwoord op deze vraag: welke tranen in uw leven waren het meest hartelijk? Ongetwijfeld waren het de tranen die vloeiden aan de voet van het kruis. Dáár wordt de wond het diepst geslagen. Dáár wordt de nagel het diepst ingedreven. Dáár dringt de priem het diepst door in ons vlees. Want wanneer werden die mensen die naar de preek van Petrus luisterden, verslagen in het hart? Kijk maar in vers 36: Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem (Jezus) tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk deze Jezus — en dan komt het! — Die gij gekruisigd hebt. En toen ze dat(!) hoorden, toen werden zij verslagen, toen werden zij doorstoken in hun hart.

Petrus, nee, ik moet zeggen: de Heilige Geest, plaatst hen aan de voet van het kruis en ze blikken omhoog en ze zien Hem Die zij doorstoken hebben. Hier gaat opnieuw de profetie van Zacharia in vervulling: En zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enige zoon (Zacharia12:10). De Heilige Geest plaatst hen aan de voet van het kruis. Ze blikken omhoog, en ze zien Hem die zij doorstoken hebben. En hun harten bukken, buigen, ja breken. Tranen van verdriet, tranen van berouw… Zoals we die ook tegenkomen in de psalm die we nu samen gaan zingen: Psalm 38:18. 'k Wil mijn misdaân, die U tergen, Niet verbergen; Ik bedek voor U die niet; 'k Ben vanwege al mijn zonden, Die mij wonden, Vol van kommer en verdriet.

Kent u iets van die tranen, gemeente? Geen tranen van medelijden met Jezus, maar hartetranen van verdriet en berouw, vanuit een verbroken hart en een verslagen geest? Hebt u al zó gebogen aan de voet van het kruis? Als een verslagen zondaar, een verslagen vijand? Als een moordenaar?

‘Ja maar’, zegt u, ‘zo begint het niet!’ Wie bent u, dat u de Geest iets durft voor te schrijven? Hier, onder de preek van Petrus werkt de Geest van God. En Hij plaatst vijanden en moordenaars aan de voet van het kruis en ze buigen en ze breken.

Plotseling spreekt hun geweten. Ze zien het als het ware opnieuw voor hun ogen. Wat er toen gebeurde, ze zien het voor hun ogen als de dag van gisteren. Ze hebben Hem, Jezus van Nazareth, de Koning der Joden, gekend.

Ze hoorden Zijn stem. Ze hebben Zijn preken aangehoord. En toch, ze hoorden ze ook niet, want hun hart was vol van verzet en vijandschap. Ze hebben de liefdevolle blik in Zijn ogen gezien. Maar ze zagen die toch niet. Ze waren er blind voor. En hun tanden knersten van vijandschap. Zalig worden door de genade van deze Man? Dat nooit! Ze konden weten dat Hij de Zaligmaker was. Maar het drong niet tot hen door. Hun harten waren dood en vol van vijandschap. Maar nu, dodelijk getroffen door een pijl van de Heilige Geest, opgewekt uit hun geestelijke dood, nu horen ze als het ware opnieuw Zijn stem: ‘Kom tot Mij! Hoeren, tollenaren, zondaren, vijanden, kom!’ En in het heldere licht van die onbegrijpelijke zondaarsliefde van Christus kleuren hun zonden inktzwart. Het is zoals de dichter zong: ‘Mijn zonden zie ik mij steeds voor ogen zweven.’

Opeens zien ze het weer voor ogen: de liefde van Immanuël. Die zo vriendelijk nodigde: ‘Kom tot Mij, kom toch! Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Lukas 19:10). Kom, vijanden! Kom, zondaars! Wie is slecht, hij kere zich herwaarts’. Maar ze wilden niet, ze vonden zichzelf te goed. Maar nu, staande aan de voet van het kruis, in het blinkende licht van die onbegrijpelijke zondaarsliefde van Christus, schreeuwt hun geopende geweten hun toe: ‘U, u hebt Hem gekruisigd. Dat hebt u gedaan!’ Ze zien in gedachten weer hun haat en hun vijandschap tegen Jezus. Ze horen in hun gedachten weer de echo van hun roep, nog maar zo kort geleden: ‘Weg met Hem! Kruis Hem! Kruis Hem! Wij willen niet dat Hij Koning over ons zal zijn!’ Maar tegelijk zien ze in gedachten ook weer iets van die onbegrijpelijke liefde van Jezus, de Gekruisigde. Als ze in hun herinnering opnieuw die vriendelijke stem horen: Vader, vergeef het hun; want zij weten niet wat zij doen (Luk.23:34). Zij zien in gedachten dat schouwspel als het ware opnieuw voor zich. Uiteindelijk kwam er een soldaat, die met een speer in Zijn zijde stak. In zijn zijde, in de richting van Zijn gebroken en geopende hart. En terstond spatte er bloed en water uit. En die herinnering, dat gezicht steekt als een mes in hun hart. Dat bloed, dat hartebloed van de Zaligmaker, die zij gedood hebben. Dat bloed van het Lam, dat zij gehaat hebben met heel hun hart, maar dat dierbaar was in Gods oog.

Gemeente, heeft dat bloedende hart van de Zaligmaker ooit uw hart gebroken? Heeft dat bloedende hart van deze lieve Heere Jezus Christus, Zaligmaker van zondaren, ooit uw hart dodelijk getroffen? Hebt u ooit een mes gehad in uw hart, toen u zag wat u deed en toen u oog kreeg voor wat Hij deed? U stak Hem door uw zonden, ongeloof en vijandschap in Zijn hart. O, wat is de vijandschap van ons kerkmensen toch onnoemelijk groot! U stak Hem in Zijn hart. Maar Hij opende in al Zijn zondaarsliefde Zijn hart voor… vijanden, voor misdadigers, voor mensen die Hem gekruisigd hebben. En mijn vraag is: heeft dat doorstoken hart van Christus ooit uw hart verbroken, zodat u verslagen aan Zijn voeten terechtgekomen bent? Want als er iets is dat harten van zondaars doorsteekt, is het de aanblik van het bloedende hart van Immanuël.

Dat doorsteekt harten van vijanden. Dat bloedende hart van de Zoon des mensen doet doorstoken harten van zondaren bloeden.

Of… laat u er geen traan bij? U staat aan de voet van het kruis, u kijkt omhoog… Nee, zelfs dat niet. U wilt niet kijken. U zegt: ik wil eerst horen van Adam, van de dodelijke val in het paradijs. Maar ik zeg u vanmorgen: Adam staat hier… En Adam zit daar! U zegt: ik wil eerst horen van ellende. Maar ik zeg u: dit is mijn ellende en uw ellende. Dit is mijn dood en uw dood! Dit is onze nood, onze dood, onze diepe ellende en onze naamloze vijandschap: dat wij met God gebroken hebben en Zijn Christus gekruisigd hebben! Dat hebben wij gedaan!

Of… u staat aan de voet van het kruis, u kijkt omhoog… En ja natuurlijk, het raakt u wel. U pinkt een traan weg, een traan van medelijden en zegt: ‘Wat een lijden!’ Maar ik vraag u: Waarom huilt u niet? O, waarom huilt u niet in uw hart, bij de gedachte dat u de moordenaar bent van deze Gekruisigde? O, waarom breekt uw hart niet bij het horen van zoveel liefde uit de mond en het hart van deze Zaligmaker? Wat zou het toch ooit uw hart kunnen verbreken, als u nu weer met droge ogen kunt blijven staan aan de voet van het kruis? Uw geweten spreekt niet en de liefde breekt u niet. O, wat bent u een diep, diep ellendig mens. Wie zal de diepte van uw ellende kunnen peilen en wie zal de afgrond van uw verlorenheid kunnen doorgronden? En dan te bedenken dat u eerdaags zult staan voor deze Gekruisigde!

O, wanneer wilt u bukken, buigen, breken? Nu? Kom dan. Dit is de liefelijke nodiging van het Evangelie. Kom, vijanden! Kom, moordenaars! Al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn – roodgekleurd door het kruisigen van de Gekruisigde – zij zullen worden als witte wol (Jesaja 1:18).

Kom! Dat is het meest indringende woord van het Evangelie. Kom, vijanden, misdadigers, moordenaars. Kom tot deze Christus, Die gekomen is om te zoeken en zalig te maken dat verloren is. Kom, buk, buig, breek nu! Want je zegt, jongens en meisjes, ‘het is nu of nooit’. Maar dat is niet waar. Je moet zeggen: het is nu of straks! Want of het nu is of straks. U moet bukken, buigen, breken. Alle knie zal zich buigen voor Koning Jezus, de Gekruisigde. Nu is het de beste tijd om te bukken en te buigen. Straks is te laat. Dit is onze bede: ‘O, Geest van God, open toch gesloten ogen. Verbreek toch harde harten, opdat wij allemaal zullen zien in Wie we gestoken hebben.’

Jongens, meisjes, probeer nog even goed te luisteren. We stelden drie vragen, weet je nog? Een prik in je hart: Wat is dat? De tweede vraag was: Hoe gaat dat? Nu het antwoord op de derde vraag:

3. Een prik in je hart: Wie doet dat? Wie prikt in het hart? Dat doet de Heilige Geest. Hij doorsteekt het hart. En hoe doet Hij dat? Als de grote Hartendokter.

Wat doet een echte dokter als hij een prik geeft? Als het echt nodig is, geeft hij die prik. Niet omdat hij het zo leuk vindt, maar omdat het moet. De dokter geeft je een prik… en dan…, dan krijg je een pleister, en dan zegt hij vriendelijke dingen tegen je, hij veegt je tranen weg… Hij praat zo vriendelijk tegen je, als je even later de deur uitgaat, ben je de prik bijna vergeten. Je bent eigenlijk alleen maar trots op die mooie pleister met dat leuke plaatje dat hij op je arm heeft geplakt.

Daar moet je een klein beetje aan denken op deze pinksterdag, als we samen nadenken over het werk van de Heilige Geest. Wat doet de Heilige Geest? Hij prikt als het ware met de naald in je hart. Hij prikt, maar Hij doet het net als de dokter: niet om te doden maar om levend te maken. Hij prikt en… en Hij troost! Hij troost het hart dat schreiend, dat wil zeggen huilend, tot Hem vlucht. Hij troost dat verwonde hart, dat het niet meer weet. Net als deze mensen op de pinksterdag, die zeggen: ‘Wat moeten we toch doen om zalig te worden?’ Hij troost het hart, dat roept van zielepijn. Dat zegt: o, Heere, red toch mijn ziel, maak me toch levend. O Heere, geef me toch een nieuw hart!

Hij prikt en… en Hij troost! Hoe? Dan moet je toch weer denken aan die dokter. Hoe doet de dokter dat? Door met je te praten, door wat tegen je te zeggen. Hoe troost de Heilige Geest? Met woorden van troost! De Heilige Geest fluistert in die doorprikte harten woorden van troost vanuit de Bijbel, terwijl we lezen in de Bijbel of luisteren naar de verkondiging van het Woord. Welke woorden dan? Deze woorden bijvoorbeeld: Want de Zoon des mensen is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (Lukas 19:10). Of dit woord: Kom herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast bent (u die huilt vanwege uw zonde en schuld, kom!) en Ik zal u rust geven (Mattheüs 11:28). Of dit woord: Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken (1 Timotheüs 1:15). Hij is gekomen om vijanden met God te verzoenen (Romeinen 5:10). Of dit woord uit de brieven van Johannes: En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige (1 Johannes 2:1). Hij geeft woorden van troost in het hart dat huilt, dat huilend tot Hem vlucht, vanwege die prik in het hart.

Nee, een gewone prik in je arm, die vergeet je na verloop van tijd. Maar onze zonden zullen we nooit vergeten. Maar als de Heere ons iets laat zien van de genade van de Heere Jezus Christus, als Hij ons als zondaars brengt aan de voet van het kruis, dan troost dat ons hart, dan geeft dat ons iets van zalige blijdschap, van tranen van verwondering. Hij, gekruisigd, door mij…, voor mij…, voor mij, die Hem doorstoken heb.

Jongens en meisjes, wat is de betekenis van Pinksteren? Komt de Trooster ons even troosten en gaat Hij daarna weer weg? Nee, daarvoor is het verdriet in ons hart over de zonde te groot. Met Pinksteren komt de Heilige Geest wonen in het hart, in het hart waar Hij Zelf in geprikt heeft. En Hij maakt dat zondige, donkere, boze, slechte en onverbeterlijke hart tot een huis waarin Hij wonen gaat.

Waarom wil Hij daarin wonen? Wat wil Hij en gaat Hij daar doen? De Heilige Geest komt wonen in zo’n hart, om dat hart nieuw te maken. Om daar een nieuw hart van te maken. Hij neemt dat nieuwe uit de Heere Jezus, en past het toe in dat hart, dat Hij nieuw maakt. Hij leert zo iemand bidden, zoals Hij bad. Een klein beetje, een begin, en daarna als het goed is steeds meer. Hij leert zo iemand spreken, zoals Hij sprak. De grote werken van God vertellen. Een klein beetje, een begin, en daarna als het goed is steeds meer. Hij maakt dat oude hart levend en maakt het tot een nieuw hart.

Daar bid je toch altijd om? Om een nieuw hart? Nou, dat is precies wat de Heilige Geest doet: een nieuw hart maken. Hij prikt in het oude hart. Hij prikt er helemaal doorheen. En Hij troost het hart dat huilend naar God toe vlucht. En Hij gaat wonen in dat hart. Om het nieuw te maken. Hij komt er en Hij blijft er, Hij gaat er nooit meer weg. Dat is de troost die de Heere Jezus aan Zijn kinderen gegeven heeft: de Heilige Geest zal bij u blijven tot in eeuwigheid.

De Heilige Geest, Hij is de Trooster, Die ons troost in ons zondeverdriet. Want, zo zingt de dichter van Psalm 72: Hij zal de nooddruftige redden, die daar roept, mitsgaders de ellendige en die geen helper heeft. Hij zal de arme en nooddruftige verschonen en de zielen der nooddruftigen verlossen. Hij troost het hart dat schreiend tot Hem vlucht.

Amen.

Slotzang Psalm 145:6,7:

De HEERE is recht in al Zijn weg en werk; Zijn goedheid kent in 't gans heelal geen perk. Hij is nabij de ziel, die tot Hem zucht; Hij troost het hart, dat schreiend tot Hem vlucht; Dat ongeveinsd, in 't midden der ellenden, Zich naar Gods troon met zijn gebeden blijft wenden; Hij geeft den wens van allen, die Hem vrezen; Hun bede heeft Hij nimmer afgewezen.

De HEER bewaart de ziel, die Hem bemint; Maar Hij verdelgt, die Hij goddeloos bevindt. Mijn blijde tong zal roemen in den HEER, En alle vlees zal juichen tot Gods eer.