Wat zal ik de HEERE vergelden? – Psalm 116
| Preek over: Een verlegen vraag op dankdag Psalm 116:12: Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? |
Op deze dankdagavond klinkt vanuit Psalm 116 de verlegen vraag van een hart dat terugziet op grote nood en genadige verlossing: “Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden, aan mij bewezen?” Deze leespreek laat zien hoe ware dankbaarheid, ontstaan uit besef van eigen onmacht, toch mag uitmonden in hartelijke lof tot Gods eer.
Bijbelgedeelte Psalm 116: Wat zal ik de HEERE vergelden?
| 1 Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen. 2 Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen. 3 De banden des doods hadden mij omvangen, en de angsten der hel hadden mij getroffen; ik vond benauwdheid en droefenis. 4 Maar ik riep den Naam des HEEREN aan, zeggende: Och HEERE, bevrijd mijn ziel. 5 De HEERE is genadig en rechtvaardig; en onze God is ontfermende. 6 De HEERE bewaart de eenvoudigen; ik was uitgeteerd, doch Hij heeft mij verlost. 7 Mijn ziel, keer weder tot uw rust, want de HEERE heeft aan u welgedaan. 8 Want Gij, HEERE, hebt mijn ziel gered van den dood, mijn ogen van tranen, mijn voet van aanstoot. 9 Ik zal wandelen voor het aangezicht des HEEREN, in de landen der levenden. 10 Ik heb geloofd, daarom sprak ik; ik ben zeer bedrukt geweest. 11 Ik zeide in mijn haasten: Alle mensen zijn leugenaars. 12 Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen? 13 Ik zal den beker der verlossingen opnemen, en den Naam des HEEREN aanroepen. 14 Mijn geloften zal ik den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk. 15 Kostelijk is in de ogen des HEEREN de dood Zijner gunstgenoten. 16 Och HEERE, zekerlijk ik ben Uw knecht, ik ben Uw knecht, een zoon Uwer dienstmaagd; Gij hebt mijn banden losgemaakt. 17 Ik zal U offeren een offerande van dankzegging, en den Naam des HEEREN aanroepen. 18 Ik zal mijn geloften den HEERE betalen, nu, in de tegenwoordigheid van al Zijn volk, 19 In de voorhoven van het huis des HEEREN, in het midden van u, o Jeruzalem. Hallelujah. |
