De rechtvaardiging van de goddeloze – Romeinen 3

Preek over: De rechtvaardiging van de goddeloze
Romeinen 3:23-24: Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods; en worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is.

Wie eerlijk in de spiegel van Gods Woord kijkt, ontdekt een verpletterende waarheid: “Zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods” (Romeinen 3:23-24). Toch opent datzelfde vers, uit Romeinen 3, een onverwachte deur van hoop voor wie alles kwijt is: deze leespreek laat zien hoe een goddeloze zondaar om niet gerechtvaardigd wordt, uit genade alleen, door de verlossing in Christus Jezus.

Bijbelgedeelte Romeinen 3: De rechtvaardiging van de goddeloze

11 Er is niemand die verstandig is, er is niemand die God zoekt;
12 Allen zijn zij afgeweken, tezamen zijn zij onnut geworden; er is niemand die goed doet, er is ook niet tot één toe.
13 Hun keel is een geopend graf; met hun tongen plegen zij bedrog; slangenvenijn is onder hun lippen;

14 Welker mond vol is van vervloeking en bitterheid;
15 Hun voeten zijn snel om bloed te vergieten;
16 Vernieling en ellendigheid is in hun wegen;
17 En den weg des vredes hebben zij niet gekend.

18 Er is geen vreze Gods voor hun ogen.
19 Wij weten nu dat al wat de wet zegt, zij dat spreekt tot degenen die onder de wet zijn; opdat alle mond gestopt worde en de gehele wereld voor God verdoemelijk zij.
20 Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.

21 Maar nu is de rechtvaardigheid Gods geopenbaard geworden zonder de wet, hebbende getuigenis van de Wet en de Profeten:
22 Namelijk de rechtvaardigheid Gods door het geloof van Jezus Christus, tot allen en over allen die geloven; want er is geen onderscheid.
23 Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods,
24 En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is;

25 Welken God voorgesteld heeft tot een Verzoening door het geloof in Zijn bloed, tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid, door de vergeving der zonden die tevoren geschied zijn onder de verdraagzaamheid Gods,
26 Tot een betoning van Zijn rechtvaardigheid in dezen tegenwoordigen tijd; opdat Hij rechtvaardig zij, en rechtvaardigende dengene die uit het geloof van Jezus is.