Terug naar alle Bijbelboeken

1 Petrus

Preken uit de Eerste Brief van Petrus. In deze apostolische brief openbaart de Heere de levende hoop en de onvergankelijke erfenis die voor de uitverkoren vreemdelingen zijn weggelegd in de hemelen. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de beproeving van het geloof als door het vuur, het kostbare bloed van het onbevlekte Lam Jezus Christus, de roeping tot een heilige wandel te midden van de wereld, en de troost in het verdrukken en lijden om der gerechtigheid wil.

Kostelijker dan goud (deel 2) - 1 Petrus 1

1 Petrus 1: Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden;

Inleiding (deel 1) - 1 Petrus 1

1 Petrus 1:1-2: Petrus, een apostel van JEZUS CHRISTUS, aan de vreemdelingen, verstrooid in Pontus, Galátië, Cappadócië, Azië en Bithynië, De uitverkorenen naar de voorkennis van God den Vader, in de heiligmaking des Geestes, tot gehoorzaamheid en besprenging des bloeds van Jezus Christus: Genade en vrede zij u vermenigvuldigd.

Wedergeboren tot een levende hoop - 1 Petrus 1:3

1 Petrus 1:3: Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden;

Opwekking tot heilige wandel (3) - 1 Petrus 1

1 Petrus 1:15-16: Maar gelijk Hij Die u geroepen heeft, heilig is, zo wordt ook gij zelven heilig in al uw wandel; Daarom dat er geschreven is: Zijt heilig, want Ik ben heilig.

Overheid en werkgever (deel 5) - 1 Petrus 2

1 Petrus 2: Eert een iegelijk; hebt de broederschap lief; vreest God; eert den koning.

Uiterste Hoeksteen (4) - 1 Petrus 2

1 Petrus 2:6: Daarom is ook vervat in de Schrift: Zie, Ik leg in Sion een uitersten Hoeksteen, Die uitverkoren en dierbaar is; en: Die in Hem gelooft, zal niet beschaamd worden.

Onderdanigheid man en vrouw (deel 6) - 1 Petrus 3

1 Petrus 3:1: Desgelijks gij vrouwen, zijt uw eigen mannen onderdanig; opdat ook zo enigen het Woord ongehoorzaam zijn, zij door den wandel der vrouwen zonder woord mogen gewonnen worden,