MEDITATIE · MEDITATIES

Vrijgekocht met een dure prijs (4) - Hosea 3

19 september 2026

Hosea 3:2-3: En ik kocht haar mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst. En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen naar mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch aan een anderen man geworden), en ik ook naar u.

INLEIDING

Meditatie voor kerkbode of verenigingsblad. Vrij te plaatsen en te gebruiken.

HOSEA 3:1-5

1 En de HEERE zeide tot mij: Ga wederom heen, bemin een vrouw die bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden en beminnen de flessen der druiven.
2 En ik kocht haar mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst.
3 En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen naar mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch aan een anderen man geworden), en ik ook naar u.
4 Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim.
5 Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

VOLLEDIGE TEKST

Vrijgekocht met een dure prijs (4) - Hosea 3

ds. J. IJsselstein - Hosea 3:2-3

(Lezen Hosea 3 – Zingen Psalm 130:2)

En de HEERE zeide tot mij: Ga wederom heen, bemin een vrouw die bemind zijnde van haar vriend, nochtans overspel doet; gelijk de HEERE de kinderen Israëls bemint, maar zij zien om naar andere goden en beminnen de flessen der druiven. En ik kocht haar mij voor vijftien zilverlingen, en een homer gerst, en een halven homer gerst. En ik zeide tot haar: Gij zult vele dagen naar mij blijven zitten (gij zult niet hoereren, noch aan een anderen man geworden), en ik ook naar u. Want de kinderen Israëls zullen vele dagen blijven zitten, zonder koning en zonder vorst, en zonder offer, en zonder opgericht beeld, en zonder efod en terafim. Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren en zoeken den HEERE, hun God, en David, hun Koning; en zij zullen vrezende komen tot den HEERE en tot Zijn goedheid, in het laatste der dagen.

Stel je voor: een vriend van je raakt zo diep in de schulden, dat hij zichzelf moet verkopen als slaaf, om er nog vanaf te komen. Zou jij dan naar die slavenmarkt gaan om hem vrij te kopen? Terwijl hij echt heel vaak jouw vertrouwen heeft beschaamd? Dat is wel precies wat er in Hosea 3 gebeurt. Alleen gaat het daar niet om een vriend, maar om een vrouw. Om Gomer, die opnieuw van Hosea is weggelopen. En die nu als slavin wordt vastgehouden. Hosea 3 laat ons diep in Gods hart kijken.

Gomer is haar oude minnaars weer achterna gegaan. Maar de HEERE geeft Hosea opnieuw een opdracht. Bemin haar. Ondanks haar overspel, ondanks alles.

Als Hosea haar vindt, is ze verkocht als slavin. Wil hij haar terug, dan moet hij haar kópen. De prijs: vijftien zilverlingen plus de nodige gerst. Alles bij elkaar is het de waarde van dertig zilverlingen, de prijs van een slaaf (Ex. 21:32). Hosea geeft alles wat hij heeft om haar terug te kopen. Zo betaalde Christus, door Judas verkocht voor dertig zilverlingen, ‘niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, maar met Zijn dierbaar bloed’, voor zondaren die zelf niets hadden om te betalen.

Maar, als ze eenmaal weer thuis is, dan gaat het voor Gomer anders dan ze heeft verwacht. Ze moet ‘vele dagen' apart blijven. Zonder oude vrienden, maar ook zonder Hosea. Ook hij houdt zich afzijdig. Dat is geen straf uit wraak, maar een middel om haar hart weer te laten verlangen naar wie Hosea werkelijk voor haar was en wil zijn. Zo zal Israël 'vele dagen' zonder koning, zonder offer en zonder efod leven. In ballingschap, zonder God én zonder afgod. Calvijn wijst er in zijn uitleg van dit hoofdstuk op hoe onbegrijpelijk hoog Gods liefde hier boven onze maatstaven uitstijgt.

En dan eindigt Hosea 3 met een bijzondere belofte in vers 5. Daarna zullen zich de kinderen Israëls bekeren. De ballingschap is dus niet het laatste woord. Er komt bekering. In het laatste der dagen zal Israël vrézende komen tot de HEERE en tot Zijn goedheid. Wat een bijzondere belofte. Allereerst voor ‘de kinderen Israëls’, voor het Joodse volk dus. Maar, als tweede, ook voor ons, die bij de heidenen horen.

Leef jij nog zonder God? Ben jij nog steeds verslaafd aan je eigen begeerten? Weet dan, dat je net als Gomer niet vrij bent. Je bent slaaf van de zonde. Want de Bijbel zegt: wie de zonde doet, die is een dienstknecht van de zonde. Maar de Heere Jezus zoekt juist zulke mensen. Die Hem nooit gezocht hebben. En Hij is bereid je vrij te kopen, met Zijn eigen bloed. Kom dan toch tot inkeer, voordat het te laat is. En kom ook met grote eerbied: vrézende tot de HEERE en tot Zijn goedheid.

Kinderen van God, wat Gomer doet, is herkenbaar, toch? Hoe vaak zijn ook wij afgedwaald, ondanks alle liefde die we ontvangen hadden? Maar: Hij liet en laat ons niet los. Hij koopt ons telkens weer vrij. Soms laat Hij ons wel wachten, om ons hart te louteren. Maar Hij wacht niet minder verlangend dan wij. Laten we dan buigen voor Hem. Hem ootmoedig dankend: ‘Heere, ik heb U lief, omdat U mij eerst hebt liefgehad’. En laten ook wij: vrezende komen tot de HEERE en tot Zijn goedheid.