MEDITATIE · MEDITATIES

Ik zal uw weg met doornen betuinen (2) - Hosea 2

10 augustus 2026

Hosea 2:5: En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israëls boog verbreken zal, in het dal van Jizreël.

INLEIDING

Meditatie voor kerkbode of verenigingsblad. Vrij te plaatsen en te gebruiken.

HOSEA 2:1-6


1 Het woord des HEEREN dat geschied is tot Hoséa, den zoon van Beëri, in de dagen van Uzzia, Jotham, Achaz, Hizkía, koningen van Juda, en in de dagen van Jeróbeam, zoon van Joas, koning van Israël.
2 Het begin van het woord des HEEREN door Hoséa. De HEERE dan zeide tot Hoséa: Ga heen, neem u een vrouw der hoererijen en kinderen der hoererijen; want het land hoereert ganselijk van achter den HEERE.
3 Zo ging hij heen, en nam Gomer, een dochter van Diblaïm; en zij ontving en baarde hem een zoon.
4 En de HEERE zeide tot hem: Noem zijn naam Jizreël; want nog een weinig tijds, zo zal Ik de bloedschulden van Jizreël bezoeken over het huis van Jehu, en zal het koninkrijk van het huis van Israël doen ophouden.
5 En het zal te dien dage geschieden, dat Ik Israëls boog verbreken zal, in het dal van Jizreël.
6 En zij ontving wederom, en baarde een dochter, en Hij zeide tot hem: Noem haar naam Lo-Ruchama; want Ik zal Mij voortaan niet meer ontfermen over het huis van Israël, maar Ik zal hen zekerlijk wegvoeren.

VOLLEDIGE TEKST

Ik zal uw weg met doornen betuinen (2) - Hosea 2

ds. J. IJsselstein - Hosea 2:5

(Lezen Hosea 2:1-12; zingen Psalm 119:36)

Stel je voor, je hebt een puber in huis, die voortdurend stiekem het huis uitglipt om bij verkeerde vrienden te zijn. Op een dag doet haar vader iets vreemds. Hij zet een hoge schutting om de achtertuin, zodat de sluiproute geblokkeerd is. Geen straf uit boosheid, maar een vader die zijn kind tegenhoudt voordat het verkeerd afloopt.

Zoiets lezen we in Hosea 2. In hoofdstuk 1 hebben we gezien hoe Hosea moet trouwen met Gomer, een vrouw die hem ontrouw zal worden. Dat huwelijk is een levende preek: zo is het gesteld tussen de HEERE en Zijn volk Israël. In Hosea 2 wordt dat beeld voortgezet. De HEERE roept de kinderen op om hun moeder — het volk — aan te klagen, want "zij is Mijn vrouw niet, en Ik ben haar Man niet" (vers 2).

Wat heeft Israël de goede zorg van de Heere miskend! Zij heeft haar hart verpand aan andere mannen, aan de afgoden, aan de Baäls. En zij denkt dat háár brood, water, wol, vlas, olie en drank van die afgoden komen (vers 4, 7). Wat een ondankbaarheid. Ze is vergeten wie al die zegeningen werkelijk aan haar gegeven heeft.

Daarom grijpt de HEERE in. En let op hoe vaak u dat dat woordje ‘daarom’ ziet. De HEERE gaat drie dingen doen. a. Als eerste zal Hij een doornheg om haar weg zetten. En Hij zal een muur bouwen, zodat ze haar minnaars niet meer vinden kan (vers 5-6). Dat is geen wraak, dat is geen vergelding, maar geneesmiddel: God verspert bewust haar weg naar de zonde, opdat haar ziel tot zichzelf zal komen. Die moeilijke wegen wil de Heere gebruiken om haar op haar plek te brengen. Dit is het doel (vers 6): Dan zal zij zeggen: Ik zal heengaan en tot mijn vorigen Man wederkeren; want toen was mij beter dan nu. Israël zal zich gaan herinneren hoe goed het leven was, toen het volk de Heere nog diende.

b. Verder zal de HEERE dat wat Hij eerder aan haar gaf, van haar weg: koren en most, wol en vlas (vers 8). Hij zal haar vreugde ontnemen, haar feesten, haar sabbatten (vers 10). Zelfs de wijnstok en de vijgenboom, die zij een ‘hoerenloon’ van haar boelen noemde, zal Hij verwoesten tot een woud waar wilde dieren huizen (vers 11). Alles wat zij ten onrechte toeschrijft aan haar afgoden, zal weggenomen worden. Juist om haar te laten voelen van Wie dat alles in werkelijkheid kwam.

c. Maar wie verder leest in Hosea 2, ziet dat dit oordeel niet het laatste is. Er volgt in vers 13 straks nog een derde ‘daarom’. Achter die doornheg, achter die muur, achter dat verliezen van uiterlijke zegeningen, schuilt lokkende liefde. In vers 13 staat: Daarom, ziet, Ik zal haar lokken, en zal haar voeren in de woestijn; en Ik zal naar haar hart spreken. Daarover gaat het de volgende keer verder.

Misschien loopt uw leven op dit moment prima: geld, plezier, gezondheid, precies zoals u het zelf gepland hebt. Maar leeft u ook met de Heere? Zo niet, dan kán het zijn, dat Hij ook uw weg met doornen gaat betuinen: met tegenslag, met verlies, met narigheid. Zie dat dan niet als toeval. Maar denk er dan aan, dat het de liefdevolle hand van God kan zijn. Die u niet los wil laten, maar die u terug wil lokken naar Hem toe.

Trouwens, ook als we genade mogen kennen, is het goed om ons af te vragen of we de zegeningen die we in dit leven mogen hebben, onze koren en most, ondertussen niet stilletjes toeschrijven aan onszelf. In plaats van dankbaar te erkennen dat het van de Heere kwam. En hoe staat het met onze trouw aan de Heere en Zijn dienst? Zonde is ontrouw! Laat ons dan wederkeren tot de HEERE, want Hij heeft verscheurd en Hij zal ons genezen; Hij heeft geslagen en Hij zal ons verbinden (Hos. 6:1).