MEDITATIE · MEDITATIES

Mijn volk is zonder kennis (5) - Hosea 4

Hosea 4:1: Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls; want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, noch weldadigheid, noch kennis Gods in het land is,

INLEIDING

Meditatie voor kerkbode of verenigingsblad. Vrij te plaatsen en te gebruiken.

HOSEA 4:1-6

1 Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls; want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, noch weldadigheid, noch kennis Gods in het land is,
2 Maar vloeken en liegen, en doodslaan, en stelen, en overspel doen; zij breken door, en bloedschulden raken aan bloedschulden.
3 Daarom zal het land treuren, en een iegelijk die daarin woont, kwelen, met het gedierte des velds en met het gevogelte des hemels, ja, ook de vissen der zee zullen weggeraapt worden.
4 Doch niemand twiste noch bestraffe iemand; want uw volk is als die met den priester twisten.
5 Daarom zult gij vallen bij dag, ja, zelfs de profeet zal met u vallen bij nacht; en Ik zal uw moeder uitroeien.
6 Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl gij de kennis verworpen hebt, heb Ik u ook verworpen, dat gij Mij het priesterambt niet zult bedienen; dewijl gij de wet uws Gods vergeten hebt, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

VOLLEDIGE TEKST

Mijn volk is zonder kennis (5) - Hosea 4

ds. J. IJsselstein - Hosea 4:1

(Lezen: Hosea 4; zingen: Psalm 25:4)

Je kunt je leven lang godsdienstig zijn, in de kerk zitten, meebidden, psalmen zingen, en toch de Heere niet echt kennen. Dat is een aangrijpende gedachte. Toch is dat wel de ernst van Hosea 4. Daar lezen we hoe de Heere Israël bedreigt en Juda waarschuwt, niet omdat ze geen godsdienst hebben, maar omdat ze de Heere niet kennen. Hosea 4 dringt ons tot kritisch onderzoek van ons eigen hart en leven.

Met hoofdstuk 4 verandert er iets in het boek Hosea. Over Gomer horen we niets meer. De Heere Zelf voert nu een rechtszaak: Hoort des HEEREN woord, gij kinderen Israëls! want de HEERE heeft een twist met de inwoners des lands, omdat er geen trouw, en geen weldadigheid, en geen kennis van God in het land is (vers 1). Hier treedt de Heere naar voren als alwetende Rechter, zodat niemand zich kan verontschuldigen.

In vers 1 klinkt de kern van de aanklacht: er is geen trouw, geen weldadigheid en geen kennis van God in het land. En in vers 2 worden al de gevolgen daarvan genoemd: vloeken, liegen, doodslaan, stelen en overspel plegen. De wortel staat dus in vers 1: er is geen kennis van God. En de vrucht staat in vers 2: wie God kwijtraakt, raakt ook zijn naaste kwijt. Dat begon trouwens al in het paradijs. Eerst viel de mens van God af. Daarna schoof Adam de schuld op zijn vrouw Eva, en sloeg Kaïn zijn broer Abel dood.

Met ‘kennis’ bedoelt de Heere hier meer dan gewoon weten. Het Hebreeuwse woord voor kennen wordt ook gebruikt voor de innige band tussen man en vrouw. Het gaat om een kennen met je hart, om het liefhebben, dienen en vrezen van de Heere met alles wat in je is. Dat was bij Israël ver te zoeken. Het volk noemde de Naam van de Heere nog wel, maar zette Hem naast de Baäls.

Het ernstige gevolg van dat niet-kennen van de Heere lees je verderop in vers 6: Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is; dewijl u de kennis verworpen hebt. Ze kenden de Heere dus niet, niet omdat ze Hem niet kónden kennen, maar omdat ze Hem niet wílden kennen. Ze hebben de kennis verworpen. En dus is die zelfgekozen onwetendheid geen verontschuldiging, maar schuld. De priesters hadden het volk moeten onderwijzen, maar dat deden ze niet. En daarom wees het volk naar de priesters (vers 4). Maar de Heere zegt: gelijk het volk, alzo zal de priester zijn (vers 9). Met andere woorden: Niemand kan zijn of haar schuld bij een ander leggen.

Misschien weet jij ook veel. Je kent de Bijbelverhalen en de Catechismus. Je komt trouw naar de kerk en naar de catechisatie. Maar ken je de Heere ook écht? Niet alleen met kennis in je hoofd, maar met persoonlijke, bevindelijke kennis in je hart? Als je die vraag beschaamd met ‘nee’ moet beantwoorden, wijs dan niet stilletjes bij jezelf naar je ouders, naar je docenten, naar de kerkenraad, of naar God... Want jijzelf wordt aangesproken. Zo begint Hosea 4 immers: Hoort des HEEREN woord. Hoor het Woord van de betrouwbare God van het verbond, die vanaf je allervroegste jaren al tot je sprak. Ga dan bidden om echte kennis van de Heere God en van de Heere Jezus Christus. Want, zo schrijft de evangelist Johannes: Dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt (Joh. 17:3).

Misschien doet het je wel pijn en verdriet, dat je de Heere zo weinig kent. Je wilt Hem zo graag meer kennen, maar er zijn zoveel moeilijke dingen die dat in de weg staan. Vergeet niet dat het uiteindelijk hierom gaat: de Heere kent de Zijnen. Zoals Johannes schrijft in Johannes 10:14, waar de Heere Jezus zegt: Ik ken de Mijnen, en word van [of: door] de Mijnen gekend. Eigenlijk is dat het enige houvast voor iedereen, jong of oud, die de Heere mag kennen, liefhebben en dienen. Dat de Heere ons kent. En dat Hij ons door Zijn Woord en Geest, midden in al ons gebrek, wil leren en meer wil leren van Hem. Zoek de Heere daarom meer te kennen vanuit Zijn Woord. Al lezend thuis en al luisterend in de kerk, en biddend om de verlichting van de Heilige Geest. Bid ook voor degenen die u en jou in de gemeente voorgaan, dat zij trouw mogen zijn. En vergeet ook uw eigen huis niet. Want wat de priester was voor het volk, dat zijn de ambtsdragers voor de gemeente, en dat zijn ouders voor hun kinderen.