Ik weet mijn Verlosser leeft – Job 19

20/april/2025

Bijzondere Diensten: Pasen

Bijbelboeken: Job.

Preek over: Ik weet mijn Verlosser leeft
Job 19:25: Want ik weet mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan.

Jobs geloof in de levende Verlosser (vers 25)

Job heeft het moeilijk en lijdt, en zijn vrienden kunnen hem niet troosten met hun verbrijzelende woorden. Job heeft het vooral moeilijk met Gods weg in zijn leven en zegt: God heeft mij omgekeerd. Maar midden in al die duisternis overwint het geloof zonder te zien, en belijdt hij: ik weet mijn Verlosser leeft. Zonder te voelen, maar wetend en vertrouwend dat God geen God is Die liegen zou. Omdat plotseling het geloof zegeviert, graveert hij in een rots, want ik weet mijn Verlosser leeft.

Het geloof van Job kijkt vooruit naar deze levende Losser, Die voor je instond als je onrecht werd aangedaan. Die figuur van de losser was door God in het Oude Testament ingesteld als profetie en wees vooruit naar Jezus Christus. De mens geworden Zoon van God Die de losprijs betalen zou voor Zijn Kerk, zodat we in geestelijke nood kunnen zeggen: ik weet mijn Verlosser leeft. De duivel weet dat er een God is, maar echte troost is er alleen als we belijden: ik weet mijn Verlosser leeft.

Dat is wat het geloof zegt door het wonderlijke werk van de Heilige Geest in het hart. Omdat Hij in der eeuwigheid leeft, daarom kan Hij volkomen zalig maken, en daarom belijdt Job: ik weet mijn Verlosser leeft. Hij stierf wel voor mijn zonden, maar is opgewekt om mijn rechtvaardigmaking. Op de laatste dag zal Hij met grote heerlijkheid komen, en wie gered is mag getuigen: ik weet mijn Verlosser leeft.

Maar omdat Hij mijn Verdediger is, heb ik niets te vrezen. Mijn lichaam is nu afgemat door lijden, maar Hij zal als de Almachtige dat stof verzamelen en mijn lichaam opwekken. Is dit uw enige troost midden in alle moeite van dit leven, de vaste belijdenis: ik weet mijn Verlosser leeft? Gekocht te zijn door deze Verlosser, vrijgekocht te zijn door het bloed van het Lam, geeft eeuwig perspectief.

Jobs hoop op de opstanding der doden (vers 26)

In vers 26 schrijft Job over de opstanding: En als zij na mijn huid dit doorknaagd zullen hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Mijn dood zal slechts tijdelijk zijn, en mijn graf een rustplaats, omdat ik met zekerheid beken: ik weet mijn Verlosser leeft. Op het moment dat die in de graven zijn Gods stem zullen horen, zal mijn opstanding een opstanding tot eeuwig leven zijn. Dit mijn afgematte, gepijnigde lichaam zal straks in heerlijkheid opstaan, omdat ik geloof: ik weet mijn Verlosser leeft.

Ditzelfde lichaam zal onsterfelijk, onverderfelijk en volmaakt zijn, volkomen geschikt voor de genieting van de hemel. Ooit moest Job klagen dat God Zich verborg, maar nu mag het klinken: ik weet mijn Verlosser leeft. Dan zal ik Hem op het allervolmaakst kennen en eeuwig zingen van al Zijn ondoorgrondelijke en heilige volmaaktheden. Dan zal ik God aanschouwen geopenbaard in het vlees, en mag ik juichen: ik weet mijn Verlosser leeft.

Mijn geestelijke lichaam zal glanzen, stralen en schitteren, het licht weerkaatsend van de Zon der gerechtigheid. Als Job daaraan denkt, roept hij uit in verwachting naar de toekomst: Denwelken ik voor mij aanschouwen zal. Mijn ogen zullen Hem zien, en niet een vreemde, getuigt de man die zegt: ik weet mijn Verlosser leeft. En dus is Jobs graf, en ons graf, geen gevangenis waarin we voor altijd opgesloten zullen worden.

Het opent de deur naar het eeuwige leven, door de dood heen, tot het eeuwige leven in heerlijkheid. Dat blijde vooruitzicht is het onverdiende loon op het werk van de Zaligmaker. Het loon op Zijn lijden en sterven is de heerlijke opstanding, voor allen die zingen: ik weet mijn Verlosser leeft. Ik zal, ontwaakt, Uw lof ontvouwen, U in gerechtigheid aanschouwen, verzadigd met Uw Goddelijk beeld.

Jobs verlangen om God te mogen zien (vers 27)

Ik zal Hem voor mij aanschouwen, staande voor Hem, omdat Hij mijn schuld betaald en mijn zonde verzoend heeft. Vroeger kon ik voor Hem niet bestaan, maar nu mag ik Hem voor mij aanschouwen en zingen: ik weet mijn Verlosser leeft. Hij is eeuwig niet tegen me, maar helemaal en totaal voor me, om mij eeuwige zaligheid te geven. Ik zal Hem altijd voor mij zien, omdat ik weet mijn Verlosser leeft, Die mij eeuwig laat genieten.

Dit Hij voor mij, dat zal voor altijd mijn troost, mijn vreugde, mijn voldoening en blijdschap zijn. Denkt u er weleens aan hoe zwaar het zal zijn als Hij straks eeuwig tegen u zal zijn? Als u op aarde niets met Hem had en u de eeuwige rampzaligheid tegemoet gaat, kunt u niet belijden: ik weet mijn Verlosser leeft. Ontwaakt dan toch, u die slaapt, zie uw levensgevaar en vlucht, om te mogen zeggen: ik weet mijn Verlosser leeft.

Mijn ogen zullen Hem zien, en niet een vreemde, precies zoals ik Hem hier op aarde in beginsel leerde kennen. We zullen Hem zien gelijk Hij is, en daarom verlangen mijn nieren zeer in mijn schoot, roept Job die belijdt: ik weet mijn Verlosser leeft. Mijn ziel bezwijkt van sterk verlangen om U van aangezicht tot aangezicht te zien. Oog in oog met mijn Verlosser, de Koning Die Zijn banier draagt, om Hem altijd en ongestoord te mogen dienen.

Misschien is er in uw leven veel duisternis of strijd, maar onze levende Verlosser zal ook ons op Zijn tijd opwekken uit de doden in blinkende heerlijkheid. Dan zullen we God aanschouwen en Jezus zien, Die ons zo uitnemend heeft liefgehad. Laten we in onze harten niet vastkleven aan de dingen die voorbijgaan, maar ons verblijden en zingen: ik weet mijn Verlosser leeft. Hij zal nooit laten varen het werk van Zijn handen, maar ons tot Hem nemen in eeuwige heerlijkheid. Amen.