Bloedvloeiende vrouw – Lukas 8

Preek over: Bloedvloeiende vrouw
Markus 5:33: En een zekere vrouw, die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had, en veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had.

Uit de grote menigte die de Heere Jezus vergezelt, richt Markus 5 onze aandacht op een onbekende, bloedvloeiende vrouw, die na twaalf jaar vergeefse genezing schuchter Zijn kleed aanraakt, waarna Jezus tot haar zegt: “Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede.” Deze leespreek over Markus 5 volgt haar bedekte, beproefde en bekroonde geloof, en toont dat wie met lege handen tot Christus vlucht, nooit beschaamd zal uitkomen.

Bijbelgedeelte Markus 5: Bloedvloeiende vrouw

21 En als Jezus wederom in het schip overgevaren was aan de andere zijde, vergaderde een grote schare bij Hem; en Hij was bij de zee.
22 En zie, er kwam een van de oversten der synagoge, met name Jaïrus; en Hem ziende, viel hij aan Zijn voeten,
23 En bad Hem zeer, zeggende: Mijn dochtertje is in haar uiterste; ik bid U dat Gij komt en de handen op haar legt, opdat zij behouden worde, en zij zal leven.

24 En Hij ging met hem; en een grote schare volgde Hem, en zij verdrongen Hem.
25 En een zekere vrouw die twaalf jaren den vloed des bloeds gehad had,
26 En veel geleden had van vele medicijnmeesters, en al het hare daaraan ten koste gelegd en geen baat gevonden had, maar met welke het veeleer erger geworden was;
27 Deze van Jezus horende, kwam onder de schare van achteren en raakte Zijn kleed aan.

28 Want zij zeide: Indien ik maar Zijn klederen mag aanraken, ik zal gezond worden.
29 En terstond is de fontein haars bloeds opgedroogd, en zij gevoelde aan haar lichaam dat zij van die kwaal genezen was.
30 En terstond Jezus bekennende in Zichzelven de kracht die van Hem uitgegaan was, keerde Zich om in de schare en zeide: Wie heeft Mijn klederen aangeraakt?

31 En Zijn discipelen zeiden tot Hem: Gij ziet dat de schare U verdringt, en zegt Gij: Wie heeft Mij aangeraakt?
32 En Hij zag rondom, om haar te zien die dat gedaan had.
33 En de vrouw vrezende en bevende, wetende wat aan haar geschied was, kwam en viel voor Hem neder en zeide Hem al de waarheid.
34 En Hij zeide tot haar: Dochter, uw geloof heeft u behouden; ga heen in vrede en zijt genezen van deze uw kwaal.