Danken met lege handen – 1 Koningen 17
| Preek over: Danken met lege handen 1 Koning 17:8-16: Want zo zegt de HEERE, de God Israëls: het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op de dag, dat de HEERE regen op de aardbodem geven zal. |
Bijbelgedeelte 1 Koningen 17: Danken met lege handen
| 1 En Elía, de Tisbiet, van de inwoners van Gilead, zeide tot Achab: Zo waarachtig als de HEERE, de God Israëls, leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, indien deze jaren dauw of regen zijn zal, tenzij dan naar mijn woord. 2 Daarna geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: 3 Ga weg vanhier en wend u naar het oosten, en verberg u aan de beek Krith, die vóór aan de Jordaan is. 4 En het zal geschieden dat gij uit de beek drinken zult; en Ik heb den raven geboden, dat zij u daar onderhouden zullen. 5 Hij ging dan heen en deed naar het woord des HEEREN; want hij ging en woonde bij de beek Krith, die vóór aan de Jordaan is. 6 En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds; en hij dronk uit de beek. 7 En het geschiedde ten einde van vele dagen, dat de beek uitdroogde; want geen regen was in het land geweest. 8 Toen geschiedde het woord des HEEREN tot hem, zeggende: 9 Maak u op, ga heen naar Zarfath, dat bij Sidon is, en woon aldaar; zie, Ik heb daar een weduwvrouw geboden dat zij u onderhoude. 10 Toen maakte hij zich op en ging naar Zarfath; als hij nu aan de poort der stad kwam, zie, zo was daar een weduwvrouw hout lezende; en hij riep tot haar en zeide: Haal mij toch een weinig water in dit vat, dat ik drinke. 11 Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. 12 Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE uw God leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een handvol meel in de kruik en een weinig olie in de fles; en zie, ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten en sterven. 13 En Elía zeide tot haar: Vrees niet, ga heen, doe naar uw woord; maar maak mij vooreerst een kleinen koek daarvan en breng dien mij hier uit; doch voor u en uw zoon zult gij daarna wat maken. 14 Want zo zegt de HEERE, de God Israëls: Het meel van de kruik zal niet verteerd worden, en de olie der fles zal niet ontbreken, tot op den dag dat de HEERE regen op den aardbodem geven zal. 15 En zij ging heen en deed naar het woord van Elía; zo at zij, en hij, en haar huis vele dagen. 16 Het meel van de kruik werd niet verteerd en de olie van de fles ontbrak niet, naar het woord des HEEREN dat Hij gesproken had door den dienst van Elía. |
