Onvruchtbare vijgenboom – Lukas 13
| Preek over: De onvruchtbare vijgenboom Lukas 13:6-9: En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgenboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnut de aarde? |
De gelijkenis van de vijgenboom: nog één jaar genade
Gemeente, ik preek u over de gelijkenis van de vijgenboom, vanuit Lucas 13 vers 6 tot en met 9. Een zeker man had een vijgenboom geplant in zijn wijngaard, kwam en zocht vrucht daarop en vond ze niet. Drie jaar lang zocht de eigenaar tevergeefs, totdat hij tot de wijngaardenier zei: hou hem uit, waartoe beslaat hij onnuttelijk de aarde? Maar de wijngaardenier bad om uitstel: Heere, laat hem ook nog dit jaar. In de gelijkenis van de vijgenboom ligt een boodschap die ons diep raakt.
Het beeld in de gelijkenis van de vijgenboom
Iemand heeft een vijgenboom. Iedereen die buiten de stad woonde, had er wel één, met drie oogsten per jaar. Maar in de gelijkenis van de vijgenboom is dit een bijzondere boom, want iemand heeft die niet naast zijn voordeur geplant, maar in een wijngaard. Bij de rijen druiven tegen de helling staat ergens in de hoek deze vijgenboom, op een speciale, vruchtbare plek.
Die vijgenboom heeft een eigenaar, die de zorg ervoor heeft uitbesteed aan de wijngaardenier. Ieder jaar komt hij langs, precies zoals de gelijkenis van de vijgenboom vertelt, om te kijken of er vrucht aan zit. Het eerste jaar ziet hij niets, het tweede jaar niets, en het derde jaar, terwijl de boom stampvol had moeten zitten, weer niets.
Dan gaat het naar: hou hem maar uit. Er staat niet: hak de boom om, maar: trek hem met wortel en tak uit de grond. Want waarom beslaat hij onnut de aarde? Hij staat op de beste grond, maar levert niets op, terwijl de bladeren water en voedsel onttrekken. De wijngaardenier antwoordde: Heere, laat hem dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben. Indien hij vrucht zal voortbrengen… Het is een afgebroken zin. Maar zo niet: dan zult u hem namaals uithouden. Dat is het beeld waarmee de gelijkenis van de vijgenboom opent.
Wie is de onvruchtbare vijgenboom?
In de eerste plaats wijst de Heere Jezus met de gelijkenis van de vijgenboom naar het volk Israël, apart gezet van alle andere volken: kinderen van het verbond, zoals ook wij zijn. Je bent gedoopt en hebt een plaats binnen de zichtbare kerk, op een plaats waar de dauw van de hemel neerdaalt. De onvruchtbare vijgenboom uit de gelijkenis van de vijgenboom is ieder die het evangelie hoort en zich niet bekeert.
U weet het allemaal, onbekeerde vrienden. U weet hoe ellendig uw toestand van nature is: u bent opgestaan tegen God en hebt Hem tot uw vijand gemaakt, en tot op vandaag wilt u het niet geloven. Anders zou uw leven wel vruchten voortbrengen van geloof en bekering. De satan heeft macht over uw ziel, en op uw hart ligt een hemelhoge schuld, terwijl het vuur van Gods wraak heet gestookt wordt. Dat is de ernst waarmee de gelijkenis van de vijgenboom u aanspreekt.
Wat betekent dat, onnut de grond beslaan, waarover de gelijkenis van de vijgenboom spreekt? Het betekent dat die kostbare grond aan u niet besteed is: de meest vriendelijke nodiging is tot nu toe als aan dovemansoren gericht. Ondertussen onttrekken uw bladeren kostbaar water en voedsel aan de grond waarop u staat. U proeft het Woord van God, en eenmaal thuis spuugt u het uit, en uw hart keert terug als een hond tot zijn eigen uitbraaksel.
In de gelijkenis van de vijgenboom laat u uw boom verzorgen door een wijngaardenier, maar tot nu toe tevergeefs, en de bladeren werpen schaduw op anderen. Hoeveel mensen zouden door uw vruchtdragend leven tot de Heere getrokken zijn, als u zich bekeerd had? Nu verachten onze dorpsgenoten onze godsdienst als een lege dop. En toch mag u, na drie jaar, misschien nog even blijven staan.
Nog één jaar respijt in de gelijkenis van de vijgenboom
Waarom mag de vijgenboom nog een jaar blijven staan? Niet om de boom zelf, want gebrek aan vrucht zou juist reden zijn hem uit te roeien. De gelijkenis van de vijgenboom geeft wel antwoord op de vraag van de wijngaardenier, op onze vraag als dienaren van het evangelie: Heere, laat hem, laat haar, ook nog dit jaar. Wij bidden niet voor tientallen jaren, want ons leven is als een handbreed, als een schaduw die voorbijgaat. Wij vragen onze Meester nog een jaar respijt, biddend dat de grond om uw boom heen losgemaakt en bemest zal worden door het evangelie van de vrije genade.
Of wij daar toestemming voor krijgen, staat er niet. Maar dat is de hoop die doorgloeit in de gelijkenis van de vijgenboom: dat God lankmoedig is, groot van geduld, niet willende dat iemand verloren zal gaan. Hoe groot was Gods geduld met de oude wereld, honderdtwintig jaar lang gewaarschuwd in de tijd van Noach, en hoe groot is Zijn geduld met u?
Hoe groot was de zondaarsliefde van Christus, toen Hij bad: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen? Neig uw oor, en kom tot Mij, hoor, en uw ziel zal leven. Nog een uur, nog een dag, een jaar. Veel langer zal het niet duren, want er is een ondeelbare grens tussen Zijn geduld en Zijn wraak.
Ook dat leert de gelijkenis van de vijgenboom: waarom wordt u nog gespaard? Vanwege de hoop dat u zich bekeren zult, vanwege de stille gebeden van Gods kinderen. Want er komt een dag dat al uw excuses zullen verstommen, en dan zult u zien dat uw hart slechter is geweest dan dat van mensen die dit Woord nooit gehoord hebben, terwijl u stond op de beste grond, maar geen vrucht droeg. Die dag zal komen als een dief in de nacht, schrijft Petrus, waarin de hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan.
Wat er daarna gebeurt is de laatste vraag in de gelijkenis van de vijgenboom. Er staat: en indien hij vrucht zal voortbrengen, en dan niets meer, alsof de wijngaardenier zijn emotie wegslikt. Het zal ons tot grote blijdschap zijn, en onze hemel straks tot een dubbele hemel, als u het komende jaar alsnog toegebracht zult worden, alsnog zult gaan buigen met smeken en geween. Dan is alles goed. Maar indien niet: dan zult u hem namaals uithouden. Niet de wijngaardenier, maar de Eigenaar Zelf zal de boom met wortel en tak uit de grond trekken.
Zo eindigt de gelijkenis van de vijgenboom in ernstige waarschuwing: wij zullen nooit het oordeel over u uitvoeren, dat komt de rechtvaardige Rechter toe, Die harten en nieren proeft. Wees gewaarschuwd: een grote verwoesting zal over u komen, zoals Psalm 2 zegt: U zult hen verpletteren als een pottenbakkersvat. Want als iemand de Zoon van God vertreden heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan, hoe zal hij ontvlieden? De kinderen des koninkrijks, zegt de Heere Jezus Zelf, zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis, waar wening zal zijn en knersing der tanden.
Nog klinkt de stem van de Heere, maar niet altijd. Alleen mijn Meester, de grote Landman, weet hoelang. Alleen dit weet ik: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met de mensen. De boodschap van de gelijkenis van de vijgenboom is helder: de dagen van uw ongehoorzaamheid zijn de dagen van Gods lankmoedigheid, tot uw eeuwige behoud. Zoek de Heere dan, terwijl Hij te vinden is. En dat is nu. Roep Hem dan aan, terwijl Hij nabij is. En dat is nu. Want, echt waar, Hij vergeeft menigvuldig.
