PREEK · VRIJE STOFFEN

Onvruchtbare vijgenboom - Lukas 13

11 augustus 2024

Lukas 13:6: En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgenboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet.

INLEIDING

Drie jaren lang zocht een eigenaar tevergeefs vrucht aan zijn vijgenboom, totdat hij tot de wijngaardenier zeide: houw hem uit, waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde? Deze indringende gelijkenis van de vijgenboom uit Lukas 13 houdt ieder die het Woord hoort een spiegel voor van het onbekeerde hart, en wijst de lezer op Gods lankmoedig geduld en de dringende noodzaak om zich, eer het te laat is, tot de Heere te bekeren.

THEMA

De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom.

LUKAS 13:6-9

6 En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgenboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet.
7 En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kom nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgenboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnuttelijk de aarde?
8 En hij antwoordende zeide tot hem: Heere, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben;
9 En indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult gij hem namaals uithouwen.

VOLLEDIGE TEKST

Onvruchtbare vijgenboom - Lukas 13

ds. J. IJsselstein - Lukas 13:6

THEMA

De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom.

Gemeente, wij overdenken vanmorgen met elkaar de gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom. Ik lees u een gedeelte uit Lukas 13:6-9 nog een keer voor. Daar staat het woord van de Heere als volgt geschreven: En Hij zeide deze gelijkenis: Een zeker man had een vijgenboom, geplant in zijn wijngaard; en hij kwam en zocht vrucht daarop, en vond ze niet. En hij zeide tot den wijngaardenier: Zie, ik kome nu drie jaren, zoekende vrucht op dezen vijgenboom, en vind ze niet; houw hem uit; waartoe beslaat hij ook onnut de aarde? En hij, antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben en indien hij vrucht zal voortbrengen, laat hem staan; maar indien niet, zo zult u hem namaals uithouwen.

Het thema voor de preek is: De gelijkenis van de onvruchtbare vijgenboom. We letten op twee aandachtspunten: in de eerste plaats op het beeld, en in de tweede plaats op de betekenis van het beeld. En bij de betekenis van het beeld stellen we vier vragen: 1. Wie is de onvruchtbare vijgenboom en waar is de wijngaard? 2. Wat betekent het dat de vijgenboom onnut de grond beslaat? 3. Waarom mag hij nog een jaar blijven staan? 4. Wat gebeurt er daarna?

Jongens en meisjes, iemand heeft een vijgenboom. Iedereen die vroeger buiten de stad woonde, had er wel één of meer. Je kon, als zo’n vijgenboom voor de deur stond, zo lekker buiten in de schaduw zitten. En daarbij, drie keer per jaar had je lekkere vijgen om op te eten. De eerste keer dat er vijgen aan de boom zaten, zat er nog niet zoveel blad aan de boom. De tweede keer was de echte oogst. En dan was er nog een derde naoogst. Aan zo’n boom had je echt iets!

Maar, dit is een bijzondere vijgenboom. Iemand heeft die boom namelijk geplant in een wijngaard.

Bij de rijen wijnstokken die tegen de helling aangeplant zijn, staat (misschien ergens in een hoek) deze vijgenboom. Dus niet zomaar ergens op een stukje willekeurige grond, maar op een speciale plek, op goede en heel vruchtbare grond.

Een zeker man had een vijgenboom geplant in zijn wijngaard. De vijgenboom is van een eigenaar. Misschien was het een grootgrondbezitter, misschien was het een rijke boer, maar hoe dan ook: de vijgenboom is zijn bezit. De zorg ervoor heeft hij uitbesteed aan een wijngaardenier, die bij de zorg voor de wijnstokken en de druiven ook zorgt voor deze boom.

En ieder jaar komt de eigenaar een keer langs om te kijken. Hoe het gaat met de wijngaard en hoe het gaat met deze vijgenboom. Hij kijkt of er vrucht aanzit, want zo staat er: hij kwam en zocht vrucht daarop. Hij zocht vrucht. Ja, want je moet goed kijken naar zo’n vijgenboom. Appels en peren zie je direct hangen, maar bij een vijgenboom is dat anders. Zoals ik al zei: drie keer per jaar zitten er vruchten aan. De eerste keer kan je ze nog wel zien, dan zijn er nog weinig bladeren, maar daarna is de vijgenboom een boom die vol zit met grote groene bladeren. Die moet je echt optillen om daar onder te kunnen kijken of er vruchten zijn. En bovendien, vijgen zijn kleiner dan appels en peren, en hun kleur is ook minder opvallend. Dus hij moet echt zoeken naar vrucht. Hij komt, hij tilt de groene bladeren op, maar… hij ziet niets. Het eerste jaar ziet hij helemaal niets. Maar ja, dan is de boom nog maar net verplaatst. Wie weet volgend jaar! Het tweede jaar, nu moet het toch wel iets aan zitten. Maar weer niets… Het derde jaar dan, nu moet de boom echt wel vol zitten met heerlijke vijgen. Maar weer niets…

‘Wijngaardenier, houw hem maar uit.’ Goed lezen wat er staat! Er staat niet: ‘hak hem maar om’. Dit is veel sterker: ‘haal hem met wortel en tak maar uit de grond!’ Waarom beslaat hij onnuttelijk de aarde? Hij staat hier op een van de beste plekjes? Het levert helemaal niets op! En al die bladeren van die grote boom met die hele brede kruin, die halen ondertussen wel heel veel water en voedsel uit de grond. Ja, en schaduw naast je voordeur is wel lekker, maar hier bij de druiven is dat niet de bedoeling. Die hebben zon nodig! Dus, wijngaardenier: ‘met wortel en tak eruit met die boom!’

En hij (de wijngaardenier) antwoordende, zeide tot hem: Heer, laat hem ook nog dit jaar, totdat ik om hem gegraven en mest gelegd zal hebben. Laat hem dit jaar. Hij zegt niet: ‘laat hem staan’. Het is meer: ‘laat hem…, laat hem begaan’. Ik zal mijn uiterste best doen. Ik zal de grond extra losmaken, ik zal om hem heen graven, en ik zal extra mest leggen bij de boom.

En indien hij vrucht zal voortbrengen… Ja, en als je dan goed kijkt in de Statenvertaling, dan zie je dat de volgende woorden schuin gedrukt staan: laat hem staan. Schuin gedrukt, dat wil zeggen: die woorden staan er eigenlijk niet. Eigenlijk is het een onafgemaakte zin. Het is alsof de wijngaardenier een brok in zijn keel krijgt en slikken moet, als hij zegt: indien hij vrucht zal voortbrengen… En dan stokt zijn stem. Het is alsof het hem heel erg raakt in zijn binnenste. Zal hij vrucht voortbrengen, of toch niet? Als hij vrucht zal voortbrengen, dan is het goed. Maar zo niet, dan (zo staat er) zult u hem namaals uithouwen. Dan zal de eigenaar, met zijn eigen handen, de boom met wortel en tak uitroeien.

Snap je het verhaal? Goed, dan gaan we nu verder met de betekenis van de gelijkenis. We gaan onze vier vragen stellen. De eerste vraag is:

1. Wie is de onvruchtbare vijgenboom en waar is de wijngaard waar de vijgenboom in geplant is? Wie is de onvruchtbare vijgenboom? In de eerste plaats wijst de Heere Jezus daarmee naar het volk Israël. Geplant in een wijngaard. Apart gezet van alle andere volken. Kinderen des verbonds, kinderen des Koninkrijks. Zoals wij ook zijn. Want je bent gedoopt, je hebt een plaats gekregen binnen de zichtbare kerk. Je bezet een bank, op de plaats waar de dauw van de hemel neerdaalt, op de plaats waar het water des levens stroomt. De wijngaard is hier.

Zeldzame plaats. Miljoenen mensen in de wereld is het voorrecht niet vergund, dat wij wel hebben. Dat ons de woorden van God zijn toevertrouwd, dat het woord der zaligheid tot ons gezonden is. Heel veel mensen die nu in de eeuwigheid zijn, wensen dat ze gezeten hadden op de plaats waar u nu zit. Zeldzame plek. Waar uitzonderlijke zorg besteed wordt aan uw hart.

De vijgenboom, de onvruchtbare vijgenboom, wie is dat? Dat is iedereen die het Evangelie hoort en zich niet bekeert. U hoort het wel, u weet het allemaal, u weet alles. Miljoenen mensen in deze wereld zouden wensen te weten wat u weet. U weet het allemaal.

U weet hoe ellendig uw toestand van nature is. Laat me die nog een keer voor uw ogen schilderen. (a) U bent opgestaan tegen God en hebt Hem tot uw vijand gemaakt.

De oneindige God, de Schepper van hemel en aarde is tegen u. Want het aangezicht van de Heere is tegen degenen die kwaad doen. Hij haat al de werkers van de ongerechtigheid. Zijn heiligheid, Zijn rechtvaardigheid, Zijn wijsheid, Zijn kracht, het is alles tegen u. En u weet het, maar tot op de dag van vandaag wilt u het niet geloven. Anders zou uw leven wel vruchten dragen van geloof en bekering. De Schepper zucht onder u, en de schepping zucht onder u. Als de dieren spreken konden (als de poes of de hond thuis net zo kon praten als de ezelinnen van Bileam), dan zouden ze u beklagen, ze zouden klagen over uw zonden en uw onbekeerlijke hart. En u weet het, maar tot op de dag van vandaag wilt u niet geloven. Anders zou uw leven wel vruchten dragen van geloof en bekering. Satan heeft macht over u en op uw hand ligt een hemelhoge schuld. Maar desondanks houdt u vast aan de zonde, terwijl het vuur van Gods wraak heet gestookt, wordt zoals destijds de oven van koning Nebukadnezar, die zevenmaal heter gestookt werd. En u weet het, maar tot op de dag van vandaag wilt u niet geloven. Anders zou uw leven wel vruchten dragen van geloof en bekering. En u weet dat uw toestand vele malen erger is vanwege de plaats waar u nu zit. Omdat u daar niet alleen de klaagzang van de wet en het oordeel gehoord hebt, maar ook het fluitspel van het Evangelie des vredes. U hebt daar niet alleen een zout geproefd van de dreiging van het komende gericht, maar u hebt daar soms ook iets geproefd van de honing van het Evangelie.

U weet hoe ellendig en toestand is. b. En u weet (in de tweede plaats) dat er een weg ter ontkoming is. U weet hoe u zalig moet worden. Miljoenen mensen in deze wereld (als ze het wisten) zouden hopen dat ze wisten wat u weet. En ze zouden zonder aarzelen, net als destijds de tollenaars en zondaars, komen en zich als verloren schapen tot Christus wenden. Maar u?

De eigenaar komt, naar de plaats waarop u zit, naar de bank die u bezet, en zoekt…, en kijkt… Is er vrucht? Welke vrucht? Gaat het om vrucht van zichtbare verandering? Gaat het om de vrucht van een goede levenswandel, van netheid en van ingetogenheid? Nee, dat is blad! En bladeren zijn niet genoeg. Het gaat om vruchten! Het gaat om de vrucht van zelfvernedering en verootmoediging, waardoor uw hart zegt: ik heb gedaan dat kwaad is in Uw oog. Het gaat om de vrucht van geloof, van het geloof in uw opstand, in uw geestelijke dood, in uw schuld die u niet betalen kunt. Het gaat om de vrucht van bekering, van het u afwenden van de zonde en van het u reinigen van de verborgen zonden van uw hart. Het gaat om de vrucht van het u wenden naar God toe, met de roep op de lippen van het hart: wees mij zondaar genadig! Het gaat om de vrucht van het vluchten tot Christus, en van het roepen om heiligheid, en tenslotte ook om de vrucht van zichtbare vernieuwing van ons leven.

Zo grote voorrechten genoten! Een vijgenboom geweest, geplant op het meest vruchtbare stukje grond… Gezeten, daar(!), op de meest vruchtbare plek op de aarde, maar… toch geen vrucht! O, het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel, dan u (Lukas 10:14).

Bedenk wat God ondertussen gedaan heeft om uw ziel te redden. Heel veel mensen onder ons vermoeien zich tot op de dag van vandaag met te bedenken waarin God tot nu toe gefaald heeft. En de conclusie is eensluidend en monotoon: de Heere heeft me nog steeds niet bekeerd. Maar bedenk toch wat God ondertussen gedaan heeft om uw ziel te redden. Wie in deze wereld viel ooit groter voorrecht te beurt? De Schepper, tegen Wie we opgestaan zijn, had ons rechtvaardig verloren kunnen laten gaan. Maar Hij deed het niet. Hij zond geen engel naar deze wereld, maar Hij zond Zijn Eniggeliefde Zoon. Tot verzoening, voor zulke zondaars, voor zulke opstandelingen en rebellen. En Zijn kostbare bloed drupt (zoals destijds het bloed van de altaren zichtbaar drupte voor de ogen van de mensen), Zijn kostbare bloed drupt al jaren voor uw ogen, maar… het lijkt u niet te raken! Een gestage drup van jaren, als vriendelijk fluitspel van het Evangelie, waarvan de ernst is aangezet door woorden van dreiging: klaagliederen die in uw oren gezongen worden. Wat heb Ik (zegt God) nog meer aan Mijn wijngaard te doen? Wat moeten nog er meer aan gedaan worden? Wat zal (als die plaats waar u nu zit, en de woorden die u jarenlang gehoord hebt, u niet gered hebben), wat zal uw ziel dan redden? Als het fluitspel van het Evangelie en als de klaagliederen van de wet en het oordeel u nooit een traan in uw hart hebben ontlokt? U nooit onrustig gemaakt hebben? U nooit in de binnenkamer gedrongen hebben tot gebed? Hoe veel mensen onder u (ja, u geeft God de schuld, dat weet ik), maar hoe veel mensen onder u hebben nog nooit in ernst en waarheid één keer de knie gebogen voor God? U beslaat onder de grond, u zit onnut op de plek waar u nu zit.

Onze tweede vraag is: wat dat betekent:

2. Wat betekent dat: u beslaat onnut de grond, u zit onnut op die plek? a. Dat betekent in de eerste plaats dat de meest kostbare grond blijkbaar aan u niet besteed is. De meest vriendelijke nodigingen en de meest scherpe dreigingen zijn blijkbaar tot dovemans oren gericht. b. En ondertussen ontnemen (in de tweede plaats) uw bladeren de grond waar u op staat kostbaar voedsel en water. Miljoenen mensen in deze wereld zouden wensen om te mogen drinken van het water dat u drinkt, om te mogen eten van het manna dat u eten mag, maar zij hebben het niet, en zij kennen het niet… Maar u proeft het, u smaakt het goede Woord van God en de krachten van de toekomende eeuw, maar heimelijk spuugt u het uit, en uw hart keert terug als een hond tot zijn eigen uitbraaksel… c. U laat (in de derde plaats) uw vijgenboom verzorgen door een wijngaardenier, maar het is alles tevergeefs.

Miljoenen mensen in deze wereld zouden wensen dit Evangelie te horen, dat u altijd maar weer veracht. Want velen van u gaan naar huis, alsof u het niet gehoord hebt.

En ondertussen werpen de takken en bladeren van uw boom hun schaduw op anderen. Want hoeveel mensen zouden door uw leven niet getrokken zijn tot een goede dienst van de Heere, als u na het horen van dit Woord u in zak en as bekeerd had en de Heere eerbiedig was gaan dienen en vrezen, en werkelijk heilig voor God was gaan leven? Maar nu verachten de mensen onze godsdienst als een lege dop, en nu verachten de mensen dit bedehuis als een huis van antieke en fossiele tradities.

En toch… mag uw boom nog even blijven staan. En toch… mag u nog even blijven zitten. Want we gaan samen eerst zingen uit Psalm 103:4: Hij heeft voorheen aan Mozes Zijne wegen, Aan Isrels zaad, tot hun behoud genegen, Zijn daân getoond, en trouwelijk hen geleid. Barmhartig is de HEER en zeer genadig; Schoon zwaar getergd, lankmoedig en weldadig; De HEER is groot van goedertierenheid.

Onze derde vraag:

3. Waarom mag de vijgenboom nog een jaar blijven staan? Waarom eigenlijk? En: Wie heeft dat beslist? Laat het direct duidelijk zijn: dat is niet om u, dat is niet vanwege de vijgenboom, dat is niet om zijn gebrek aan vrucht. Want dat zou alleen maar reden moeten zijn om die boom direct met wortel en tak uit te roeien. Het is niet om de vijgenboom, en het is ook niet om de wijngaardenier, die zijn werk gedaan heeft. Hoewel…, het is wel antwoord op zijn vraag. Het is de vraag van de wijngaardenier, het is onze vraag, van ons als ambtsdragers, van alle kinderen van God: Heere, laat haar, laat hem ook nog dit jaar… Hij of zij die nu al een jaar, twee jaar, drie jaar…, tien, twintig, veertig, vijftig jaar hier zit, een plaats bezet, maar nog steeds zonder vrucht…: Heere, laat hem, laat haar nog een jaar gaan. Nee, wij vragen voor u geen tientallen jaren. Dat zou vragen zijn om wellicht nog meer schande voor God. En wij weten tegelijkertijd ook dat uw en ons leven een handbreed gesteld is. Wij vragen nog een ogenblik, nog een jaar respijt. Of u nog een jaar op die kostbare grond mag blijven staan. Terwijl u drinken mag van dat kostbare grondwater en van de dauw die uit de hemel op u valt. Ja, en we zullen de grond om uw boom nog eens extra losmaken. We zullen graven en ploegen, om de verstikkende bodem van uw hart los te woelen. Ja, we zullen nog een keer mest, extra mest bij uw boom leggen…

Nog een jaar, mag u zitten op die kostbare plaats. Nog een jaar zullen we graven bij uw boom: de scherpe schop in de aarde steken om u te ontdekken aan uw zonde, aan de schuld van uw ellendige hart. Nog een jaar zullen we mest leggen bij uw boom: U prediken vrije genade die in Christus Jezus is voor verloren zondaars. We zullen het doen, met alle inspanning die bij ons is. En, we krijgen er toestemming voor. Tenminste…, ja, dat is nog maar de vraag. Dat is wel de hoop die doorgloeit in deze gelijkenis, maar het antwoord van de heer van de wijngaard zelf staat er niet. Ik weet niet of uw tijd nog een jaar zal zijn, of een maand, of een dag, of minder dan een dag… Maar ons verzoek is gedaan aan de heer van de wijngaard, aan de Heere Zelf.

En we weten dat Hij lankmoedig is en groot van geduld en goedertierenheid. Want dat(!), dat is wat schittert in deze gelijkenis: God is lankmoedig, God is geduldig, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen (2 Petrus 3: 9). Hoe groot was Gods geduld met de oude wereld, die 120 jaar lang gewaarschuwd is? Hoe groot is zijn geduld met u? Hoe groot was Zijn zondaarsliefde voor Zijn vijanden, toen Hij bad: Vader, vergeef het hun want zij weten niet wat zij doen? Hoe groot is zijn bewogenheid met u, als Hij u vanmorgen opnieuw toeroept: Neig uw oor en komt tot Mij! Wie is slecht, hij keerde zich herwaarts en komen tot Mij!

Nog een dag, nog een week, nog een maand, nog een jaar…, maar veel langer zal het wellicht niet duren. Want hoe groot het geduld van de Heere ook is, er is en komt een ondeelbare grens tussen Zijn geduld en Zijn wraak.

Waarom wordt u eigenlijk nog gespaard? Vanwege de hoop dat u zich bekeren zult. Vanwege de gebeden van Gods kinderen. Vanwege het feit dat er wellicht nog uitverkoren kinderen zijn, die u in uw schoot draagt of dragen zal. En om u uiteindelijk alle onschuld te benemen. Want er komt een dag dat al uw excuses zullen verstommen, en dat u zien zult dat uw hart vele malen slechter is geweest dan van al de heidenen samen. Omdat u jarenlang stond op de beste grond en dronk van het beste water, maar… u droeg geen vrucht Wees erop bedacht, gemeente, dat die dag zal komen als een dief in de nacht, in welkende hemelen met een gedruis zullen voorbijgaan, en de elementen branden zullen en vergaan, en de aarde en de werken, die daarin zijn, zullen verbranden. (2 Petrus 3:10) Het geduld voorbij… De grens van geduld en wraak gepasseerd…

En dat brengt me bij de vierde en laatste vraag:

4. wat er daarna gebeurt En (zo staat er) indien hij vrucht zal voortbrengen… Ja, en dan staat er niets meer. Het is alsof de wijngaardenier zijn emotie weggeslikt, terwijl er tranen branden achter zijn ogen. O, lieve vrienden, het zal ons hier tot grote blijdschap zijn, en het zal onze hemel straks tot een dubbele hemel maken als u, onbekeerden en harden van hart, het komende jaar zal toegebracht worden. Als u zult komen met smeken en geween, en als schapen bij de kudde gebracht zult worden. Dan is alles goed! En dus bidden we: laat hem, laat haar, Heere, alstublieft nog een jaar begaan!

Maar indien niet, zo zult u hem namaals uithouwen. Wie rukt de boom uit? Wie roeit hem uit met wortel en tak? Is het de wijngaardenier? Nee, het is de eigenaar van de grond, het is de eigenaar van de boom zelf. Wij zullen het oordeel over u niet uitvoeren. Het komt alleen de rechtvaardige Rechter toe. Maar wij zullen wel van harte berusten en zeggen: Heere, U bent de rechtvaardige Rechter, die de nieren en het hart proeft (Jeremia 11:20). We zullen zeggen: Heere, U hebt genoeg gedaan aan Uw wijngaard.

De eigenaar zal komen, plotseling als een dief in de nacht, en Hij zal de boom geheel, met wortel en tak uithouwen. O, wees toch gewaarschuwd! Een grote verwoesting zal u overkomen op die dag. Als ik u de woorden in herinnering roep van Psalm 2:9: Gij zult hen verpletteren met een ijzeren scepter; Gij zult hen in stukken slaan als een pottenbakkersvat (Psalm 2:9).

Want indien het woord, door de engelen gesproken, vast is geweest, en alle overtreding en ongehoorzaamheid rechtvaardige vergelding ontvangen heeft, hoe zullen wij ontvlieden, indien wij op zo grote zaligheid geen acht nemen? (Hebreeën 2:2-3) Als iemand de wet van Mozes heeft te niet gedaan, die sterft zonder barmhartigheid, onder twee of drie getuigen. Hoeveel te zwaarder straf, meent u, zal hij waardig geacht worden, die den Zoon van God vertreden heeft, en het bloed des testaments onrein geacht heeft, waardoor hij geheiligd was, en de Geest der genade smaadheid heeft aangedaan? (Hebreeën 10:28-29)

Als u in het huis van de Heere zonder de Heere geleefd zal hebben, het ware beter geweest dat u hier nooit één voet over de drempel had gezet. Want zo zegt de Heere Jezus in Mattheüs 8:12: De kinderen des Koninkrijks zullen uitgeworpen worden in de buitenste(!) duisternis, aldaar zal wening zijn en knersing der tanden. Nog klinkt de stem van de Heere! Het zal geen 120 jaar meer duren, zoals destijds in de oude wereld voor de zondvloed. En ik weet zelfs niet of het na drie jaar nog één jaar duren zal. Alleen de grote Landman weet het…

Alleen dit weet ik. Zo zegt de Heere: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met de mens (Genesis 6:3).

Maar vergeet ondertussen niet, gemeente: de dagen van uw ongehoorzaamheid, zijn nog steeds de dagen van Gods lankmoedigheid, de dagen van Gods geduld, de dagen waarin de ark toebereid wordt, waarin plaats is tot behoud van uw ziel. Want zo zegt de Heere: Zou Ik enigszins lust hebben aan de dood des goddelozen, spreekt de Heere HEERE; is het niet, als hij zich bekeert van zijn wegen, dat hij leve? (Ezechiël 18:23)

O, veracht de rijkdom van Zijn goedertierenheid en verdraagzaamheid en lankmoedigheid niet, wetende dat de goedertierenheid Gods u tot bekering wil leiden. Opdat u naar uw hardigheid en onbekeerlijke hart, u zelf geen toorn vergadert als een schat in de dag des toorns en der openbaring van het rechtvaardige oordeel Gods. Welke een ieder vergelden zal naar zijn werken (naar Romeinen 2:4-6). Zoek dan de HEERE, terwijl Hij nog te vinden is; roept Hem dan aan, terwijl Hij zo nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk (Jesaja 55:6-7).

Amen.

Slotzang Psalm 58:7,8